11 februari; Satara (Kruger NP) – Shingwedzi (Kruger NP), 200 km gereden

Om vier uur ging onze wekker en met een beetje moeite hebben we ons uit bed gesleept, onze spullen gepakt en in het donker naar de ontmoetingsplaats gewandeld. De open jeep met bankjes onder een afdakje achterin stond al klaar, net als onze twee (een blanke en een zwarte) gidsen. Er deed nog een ander echtpaar mee, al moesten we daar nog even op wachten omdat ze zich ten eerste verslapen hadden en ten tweede terug moesten om hun camera op te halen… Maar rond half vijf konden we dan toch vertrekken naar het beginpunt van de wandeling, diep de bush in. Hans en ik keken tijdens het rijden volop of we nog dieren konden zien, en op het laatst lieten we een etende olifant vlak bij de weg zo erg schrikken dat hij met getrompetter en oren-geflap zijn ongenoegen uitte. Wel spectaculair om te zien, en om te merken dat, in tegenstelling tot bij andere dieren, de gidsen de motor lieten draaien en heel alert waren op wat de olifant deed…


In de ochtendschemer mochten we onze benen strekken terwijl de gidsen hun jachtgeweren klaarmaakte en hun speciale solide koperen kogels (die zelfs de schedel van een neushoorn konden doorboren) lieten zien, en werden we gebrieft over de regels van het bushwandelen. De twee gidsen zouden allebei voor ons uit lopen, omdat zo’n 95% van eventuele aanvallen van voren plaats vinden… En gemiddeld moesten ze toch 1 keer per jaar in Kruger een aanvallend dier doodschieten omdat de mensen in levensgevaar verkeerde – schieten werd pas als allerlaatste redmiddel gedaan als het dier echt al boven op je zat, want dat wilde niemand natuurlijk. Slik! Uiteraard is er niets gebeurd op deze wandeling, gelukkig maar!


De wandeling was heel erg mooi, we vertrokken zodra het licht genoeg was om te zien waar we liepen, gebruikmakend van natuurlijke paden door de dieren aangelegd, en hebben zo de zon over de bush zien opkomen. Het landschap was heel gevarieerd, we liepen door soms wel okselhoog gras, tussen kleine bosjes, over zandvlaktes, rivierbeddingen en tussen de bomen door, en zagen regelmatig op afstand kuddes dieren zoals zebra’s, gnoes en impala’s opkijken en ons observeren – en als we te dichtbij kwamen, de benen nemen. Want al zal een mens in een auto weinig indruk maken op de meeste dieren in Kruger, een mens op twee benen betekent instinctief gevaar. Als we langs sporen kwamen legde de gidsen uit wat we zagen – veel neushorens hadden door dat gebied getrokken in de afgelopen 24 uur en ook veel olifanten… En halverwege de tocht hielden we halt voor een korte pauze op een grote open vlakte tussen een kudde zebra’s, een kudde gnoes en een kudde impala’s. Leuk! Om ons heen in de verte zagen we de dieren lopen, grazen, ons observeren of spelen.


Toen we weer terug reden naar het kamp kwamen wij nog een kudde buffels tegen en een eenzame giraf – vlakbij, en dan merk je weer het verschil tussen in en uit de auto zitten. De giraf was donker bruin, volgens de gidsen een hele oude giraf dus, en hield ons van een veilige afstand in de gaten met zijn mooie lange gewimperde ogen. Die hebben zulke mooie, expressieve uitdrukkingen!


Terug in het kamp hebben we op ons gemak onze spullen ingepakt en zijn rond negen uur vertrokken richting Shingwedzi, via allerlei omweggetjes en afsteggertjes… De rechtstreekse route zou 170 km zijn, wij hebben 200 gereden, waarvan toch zeker de helft op onverharde wegen. We hebben prachtige momenten meegemaakt met olifanten en zebra’s op een paar meter afstand, zebra’s, gnoes, impala’s of giraffen die de weg overstaken of ons vanaf de kant bekeken, maar een van de hoogtepunten was toch wel een lange, redelijk saaie rit qua landschap maar helemaal vol met honderden gieren, honderden enorme roofvogels, tropische vogels en een flinke troep maraboes, wel meer dan honderd!


Terwijl we op een brug over een rivier waar water in lag rondkeken zag Hans een grote leguaan richting het water lopen, dus ik snel ernaartoe natuurlijk! Ik heb vanaf de brug kunnen zien hoe hij op zijn gemak half het water in liep en met lange halen van zijn tong ging drinken, erg leuk om te zien – het leek net zo’n goanna uit Australië te zijn!


Rond half twaalf hebben we in Letaba gepind en een korte lunchpauze gehouden, duttend op een bankje onder een grote, schaduwrijke boom om de ergste hitte uit te zitten. Het was vandaag namelijk snikheet, zo heet dat alles wat we dronken er gelijk weer uitgezweet werd, en Hans z’n rechterhand helemaal aan het verbranden was omdat die kant van het stuur steeds in de volle zon stond.


Halverwege de middag kwamen we uitgeput aan in Shingwedzi, na een hele lange, vermoeiende maar dierrijke dag. We hebben gelijk een nightdrive geregeld die om 8 uur zou vertrekken, en omdat we zo moe waren, hebben we een paar uur geslapen voordat we een lekkere hamburger op z’n Afrikaans (net iets anders dan je verwacht dus) gehaald hebben en vertrokken op de night-drive. Ik had al niet zo’n goed gevoel erbij toen bleek dat de gids alleen was, en dus zowel moest rijden als dieren spotten, en al helemaal niet toen bleek dat de omgebouwde vrachtauto alleen op de hoofdweg bleef. Hans heeft uiteindelijk 90% van alle dieren als eerste gezien, en moest vaak de gids erop wijzen, en we hebben weinig “spannends” gezien behalve een olifant, een wilde kat en een civetkat, die allebei wegwaren voordat de rest tijd had om ze te zien. Maar de ervaring op zich was hartstikke leuk, voor Hans natuurlijk niet de eerste keer maar voor mij erg leuk om eens mee te maken. Echt de adrenaline van het “jagen” meemaken…


free counters