12 februari; Shingwedzi (Kruger NP) – Punda Maria (Kruger NP), 215 km gereden

De afstand over de asfaltweg van Shingwedzi naar Punda Maria was maar zo’n 70 km. Maar tussen de twee kampen waren allerlei off-road afsteggertjes en zijwegen die we konden nemen, waardoor we uiteindelijk het driedubbele gereden hebben! Omdat Shingwedzi aan een rivier ligt (met water, dat wil nog wel eens ontbreken in de meeste rivieren hier…) en een eind verder een dam was – en dus veel water zou zijn – besloten we naar die dam te rijden, de Kanniedooddam. De rit was mooi, een zand en gravelweg door een heugelachtig boslandschap met grote bomen met veel schaduw eronder, lianen, en allerlei vlinders en vogels voor ons uit. Maar qua dieren viel het een beetje tegen (we zijn inmiddels al stikverwend namelijk) – vooral veel vogels en een enkele aap, buffel of impala. De weg was op zich wel vlak bij het water maar door de dichte begroeiing zag je helemaal niets van de inmiddels behoorlijk brede rivier. Om toch zicht te geven op de rivier waren er regelmatig zijweggetjes, die dan vaak naar en om een grote boom heen aangelegd waren. Nog altijd geen garantie dat je de rivier kon zien, zelfs al was je maar op een meter van de oever vandaan, want de begroeiing was zo dicht! Helaas was er steeds niets te zien als we zicht op de rivier kregen, het blijft toch een kwestie van op het juiste moment op de juiste plaats zijn.


Omdat deze weg eigenlijk naar het zuiden ging en wij naar het noorden moesten, hadden we besloten om bij de dam zelf terug te keren en weer terug te rijden. We hadden echter al weer lang gereden – zo’n 20 kilometer – zonder echt veel te zien, en besloten op een gegeven moment terug te keren. Er was een vogeluitkijkplaats, een houten hut op hoge palen waardoor je over de rivier kon kijken, maar daar was niets te zien, dus we zijn nog een paar afsteggertjes ingegaan toen opeens Hans iets in de verte in het water zag, misschien olifanten; maar heel moeilijk te zien… Dus wij weer in de auto gesprongen en doorgereden naar het volgende afsteggertje – en daar konden we, als we op de treeplank van de auto gingen staan, door een gat in de bosjes twee spelende olifanten zien in het water! Tussen ons en het water waren bosjes, en daarachter stond een derde olifant rustig te grazen – hemelsbreed zo’n 15 meter van ons vandaan, maar bijna onzichtbaar achter het bosje. Als je het niet geweten had was je zo dit afsteggertje voorbij gereden omdat er niets te zien leek… We hebben wel zo’n 15 minuten genoten van het spelen, spetteren en stoeien van de twee olifanten in het water – dan duwde ze elkaar weer onder water, sprongen ze tegen elkaar op, worstelde met hun slurven, en spetterde water alle kanten op… Echt heel bijzonder om te mogen zien!


Ik was toch een beetje ongemakkelijk over het feit dat we niet in de auto zaten tijdens het kijken naar deze prachtige dieren genieten in het water, al wist ik wel dat er niets echt kon gebeuren en dat Hans en ik ieder alert genoeg zijn om snel te reageren als er iets gebeurt. Maar toch… Toen op een gegeven moment de spelende olifanten richting onze kant gingen en de grazende olifant achter de bosjes ook dichterbij begon te komen, zijn we ingestapt en weer weggereden; en op het moment dat we vanuit het afsteggertje weer de weg opreden schrok een olifant die links van ons op de doorgaande weg stond zich wild van ons – met trompetter en orengeflap – en ik, nog een beetje schrikachtig van ons avontuurtje, schrok me dus ook wild van de schrikkende olifant!


De rest van de dag hebben we nog nagenoten van het mooie beeld van de spelende olifanten, tussen al het andere moois dat we zagen, zoals een kudde zebra’s die nu eens niet direct op de loop gingen maar ons aan bleven kijken vanaf de kant van de weg, en een familie giraffen die bijna nieuwsgierig midden op de weg en in het gras bleven staan kijken…


Punda Maria lag tegen de heuvels aan, een basic en klein maar mooi kamp, en toen we in de trillende hitte in de receptie (gelukkig vond men het hier ook heet!) onszelf aanmeldden, overwogen we of we nog eens een avonddrive moesten doen, na de lichte teleurstelling van afgelopen avond. Uiteindelijk was de keuze makkelijk, er was namelijk alleen maar een sunsetdrive mogelijk, van 17 tot 20 uur – waarvoor nog niemand zich had aangemeld. Na een middagje rusten ontdekte we dat we nog steeds de enigste waren, en dus met onze twee vrolijke zwarte gidsen een privé tour zouden krijgen! Op de vraag wat we wilden zien – leeuwen, luipaarden, panters, en neushoorns – zeiden ze dat ze hun best zouden doen maar niets konden garanderen… Behalve impala’s!


De “hoofdgids”, Jobe, gaf aan dat ze speciaal voor ons de route zouden aanpassen zodat de kans op katachtigen het grootst was, en beloofde ons ondertussen alles wat mogelijk was te laten zien. De andere gids, Sepo, was een stuk stiller, een beetje verlegen, en was er leek het ook vooral om het vak te leren, want Jobe gaf hem ook regelmatig uitleg en instructies. Wel was hij een beetje nieuwsgierig naar ons – dus wij hem vertellen dat Nederland zo klein is dat het in Kruger past en dat er 16 miljoen mensen wonen, wat voor hen een ongelofelijk concept is natuurlijk!


De rit was heel erg leuk, want Jobe stopte bij iedere boom, vogel en dier om uitleg te geven, en vertelde over traditionele medicijnen, bijgeloof en weetjes. Als hij iets zag dan sprong hij gelijk op de rem, reed een enkele keer zelfs een stuk de berm in, en plukte de plant die hij zag of wees op het beest en gaf uitleg. Vaak vulde Sepo dingen aan of ging tijdens het rijden dingen uitleggen of vragen aan ons. We weten nu dan dus ook welke planten we nodig hebben om baby’s te krijgen, welke om een pasgeboren baby te laten groeien, om malaria, gonorroe en bilharzia te genezen, en hoe je aan de sporen van een olifant kunt zien hoe groot hij is, hoe lang geleden hij daar gelopen heeft en – als je een stroper zou zijn – hoe groot zijn slagtanden zijn, hoe stropers betrapt worden op het doden van olifanten uit Kruger doordat de slagtanden die ze willen verkopen onder de krassen zitten (omdat de olifant tegen de betonnen drinkbakken leunt), hoe olifanten net als wij links- of rechtshandig zijn (maar dan rechtsTandig) en nog veel meer!


We zagen ook veel bijzondere dieren, zoals verschillende duikers (een van de kleinste antiloopsoorten, niet veel groter dan een gemiddelde hond), twee klipbokken op een rots, een wrattenzwijn, drie buffels, verschillende olifanten waarvan eentje op z’n gemak uit een hoge betonnen waterbak aan het drinken was, en heel veel vogels natuurlijk. Tegen zonsondergang maakte de gidsen op open terrein de auto nachtklaar – grote schijnwerpers aan beide kanten, en een grote zaklamp ieder voor ons – en gingen we ogen spotten in het donker. Na wat vals alarm kregen Hans en ik de slag te pakken en zagen we de ene uil, hoender en roofvogel na de ander. Opeens zag ik een kudde ogen vanuit een bosje, en naarmate we beter keken bleek het een grote troep buffels te zijn die daar voor de nacht waren neergestreken – toch zeker 20 stuks, op een kluitje om elkaar te beschermen. Hans en ik hadden echt de tijd van ons leven, dit was zo’n leuke rit, dat we het zelfs niet eens erg vonden geen grote katten te zien – daar moest je tenslotte vooral ook veel geluk voor hebben…


Opeens, terwijl we al weer richting het kamp reden, misschien 10 kilometer hemelsbreed van de kamphekken, sprong Jobe op de rem! Een leeuw en een leeuwin lagen op de weg voor ons, waarschijnlijk waren ze aan het paren geweest en door ons gestoord… Heel voorzichtig reed Jobe richting de twee, waarop de leeuw aan de rechterkant het hoge gras in verdween – maar nog wel vlakbij was – en de leeuwin uiterst relaxed aan de linkerkant op het asfalt bleef liggen. Ik zat links en terwijl de auto tussen de twee in reed kon ik dus op een meter afstand de leeuwin bekijken – Sepo, die voor mij zat, was er duidelijk toch ook diep van onder de indruk, en vooral ook van hoe makkelijk de leeuwin, als ze op dat moment opgestaan was, bij hem zou kunnen! Jobe en Hans hielden de leeuw in de gaten, want die was wel in het hoge gras verscholen maar zat op niet veel grotere afstand van hun vandaan als de leeuwin van mij… Echt een waanzinnige ervaring! Hans en ik hebben genoten van de leeuwen, konden er niet genoeg van krijgen, en ik was diep onder de indruk van hoe prachtig mooi en krachtig die beesten zijn, en hoe dichtbij we er nu vandaan zaten. Uiteindelijk reed Jobe heel voorzichtig tussen de twee door, terwijl hij aan Hans vroeg om de schijnwerper op de leeuw in het gras te houden zodat die ons niet eventueel op een vervelende manier zou kunnen verrassen…


Nog helemaal vol van deze prachtige ervaring zijn we teruggereden naar het kamp, waar we van onze gidsen afscheid namen en nog even gauw een hapje zijn gaan eten, om daarna een kortere versie van ons verslag tot nu toe te versturen (omdat ik met name veel te veel zwam omdat ik alles wil beschrijven wat we zien…), en naar bed te gaan. Al met al had de hele tocht een half uur langer geduurd dan de bedoeling was, en was het een waanzinnige, onvergetelijke ervaring geweest!


free counters