14 februari; Alldays – Nata, 652 km gereden

We waren niet gerust op de waterstand van de Limpopo toen we vanochtend om 7 uur vertrokken – als dit soort stortbuien normaal waren rond deze tijd, dan zou de rivier toch hoog staan. Aan de andere kant, als we de grensovergang van Platjan niet namen was de eerstvolgende mogelijkheid met brug minstens 100 km richting het zuiden rijden, terwijl wij naar het noorden moesten. Dus het was in ieder geval de moeite om bij Platjan te gaan kijken. De 40 kilometer naar Platjan was een grote brede zandweg, waar we een hoop dieren gezien hebben – een kudde apen, een troep meerkatten (stokstaartjes), vogels, en een duiker die voor ons uit rende over de weg met zo’n 50 kilometer per uur!


Bij het kleine grenskantoortje aangekomen konden we al zien – en horen – dat deze grensovergang inderdaad geen optie was; de rivier stond hartstikke hoog en raasde langs! En blijkbaar was dit al zo sinds januari. Maar de douanebeambten die lekker van het zonnetje zaten te genieten wezen ons een weg binnendoor waardoor we na 20 kilometer zandweg al weer op de asfaltweg reden.


De formaliteiten om Zuid-Afrika uit te mogen gingen heel vlot – gelukkig hadden we van een van de georganiseerde tochten die we gaan doen uitgebreide uitleg gekregen over wat je waar nodig had, want er wordt niets uitgelegd en niets aangegeven. We zijn op dit soort moment toch heel blij dat we een “routeboek” hebben samengesteld met de informatie die we denken nodig te hebben. Maar uiteindelijk is je eigen instelling het allerbelangrijkste, want als je gewoon rustig en ontspannen blijft en open en vriendelijk doet tegenover de beambten dan is er niets aan de hand en zullen ze je ook zo veel mogelijk op weg helpen. Over de brug over de Limpopo rijdend, in niemandsland tussen de twee grenzen, zagen we nog eens hoe hoog en wild de rivier nu wel niet was! Aan de Botswaanse kant waren de formaliteiten iets ingewikkelder maar ook hier was alles weer goed uitgelegd in ons boek, en ging het uiterst vlot. Op z’n Afrikaans, uiteraard; we kwamen het kantoor binnen, kregen een aantal formulieren om in te vullen maar geen pen, daar moesten we zelf voor zorgen. Dus ik terug naar de auto om een pen te zoeken, kwam ik weer binnen en bleek dat Hans toch een pen gekregen had… Binnen een half uur waren we Zuid-Afrika uit, Botswana in, met ieder 2 nieuwe stempels in ons paspoort en na twee korte inspecties in de achterbak.


Ik had een kaart van Botswana waarop aangegeven staat of een plaats ook accommodatie bood, en aangezien we nog steeds geen zin hebben om onnodig af te zien in een tentje bij 35 graden, gingen we in Botswana opletten of die kaart ook klopte. Helaas wel, er zijn gewoon niet zo veel plaatsen in Botswana die groot genoeg zijn. Onze opties op de weg naar Chobe waren dus beperkt tot Palapye, Francistown, een lodge in het dorpje Nata, en Chobe zelf. Aangezien de weg heel goed was en rustig, besloten we toch op de lodge in Nata te gokken, want dan zou de afstand naar Chobe, waar we uiteindelijk heen wilden, flink ingekort zijn. Vanaf Nata zou het nog maar zo’n 310 km zijn, goed te doen in een ochtend.


Botswana is een van de meest welvarende landen in zuidelijk Afrika, en dat zien wij terug in de wegen en de steden – de wegen zijn over het algemeen goed en duidelijk aangegeven, en de steden bruisen. Schijnbaar is zorg en scholing gratis, en, nogal apart, ze zijn heel erg streng op snelheidslimieten… Iedere keer als je bij een stad, dorp, gehucht of zelfs huis komt verandert de maximumsnelheid van 120 naar 80, of zelfs 60. Wij zagen regelmatig politie met radars de snelheid meten, dus voorzichtigheid geboden. Alleen, die 80 en 60 kilometerlimieten stonden zo vaak, en vaak onnodig, aangegeven dat je er helemaal gek van werd, en ook onvoorzichtig. Uiteraard hadden wij dus op een gegeven moment ook prijs, Hans reed 79 waar hij 60 had moeten rijden, hij merkte de radar te laat op, en werd aangehouden…


Ik bleef in de auto en Hans ging onderhandelen met de agent, de boete was 400 Pula, wel 44 euro en een absoluut godsvermogen aangezien de Pula hier zo’n beetje de koopkracht van de euro lijkt te hebben dus dit in Nederlandse termen een boete zou zijn van rond de 400 euro. Overduidelijk een poging om rijke buitenlanders te plukken, aangezien ik merkte dat alleen buitenlandse nummerplaten gemeten werden en Botswaanse, zelfs als ze te snel reden, doormochten. Na een eeuwigheid kwam Hans met een stapel formulieren en een brede grijns terug, de boete was uiteindelijk namelijk 140 Pula, en terwijl we wegreden en ik de propjes papiergeld die hij snel in mijn schoot geworpen had weer terug in de portemonnee stopte legde hij hoe hij dat voor elkaar gekregen had.


Hans had met veel geduld vriendelijk onderhandeld, uitgelegd dat we van Holland waren (aangezien we in een Zuid-Afrikaanse auto net blanke Afrikaners lijken en die zijn in deze regio’s vaak niet echt geliefd bij zwarte mensen), grapjes gemaakt, verteld over zijn broer die ook bij de politie was (verzonnen, geďnspireerd op een buurman), en was ook eigenlijk heel lastig geweest; door zijn portemonnee niet direct bij zich te hebben, door stiekem geld uit zijn portemonnee te halen en weg te stoppen en te zeggen dat hij te weinig geld bij zich had, en het allerbelangrijkste, door erop te staan dat hij een bonnetje kreeg. Dankzij dat laatste was de boete van 260 door het onderhandelen nog eens teruggebracht tot 140… Ik zou het hem niet na kunnen doen, en Hans was ook niet van plan het nog eens te herhalen volgens mij, aangezien het omgerekend in euro’s toch 15 euro weggegooid is. Wat op het moment erger is, is dat het in Pula de waarde is van in een relatief dure plek zoals een lodge of een goed restaurant met z’n tweetjes ’s-avonds voorafje of toetje en hoofdgerecht te eten, inclusief drankjes!


Toch maar weer Hans zijn tweede snelheidsboete ooit, en dan nog wel in Botswana!


Er zijn hier trouwens heel veel controles onderweg, voor mond en klauwzeer; wat dat inhoudt is dat er ruim van tevoren aangekondigd wordt dat je moet afremmen, en zelfs stoppen bij een (vaak zwaar gehavende) slagboom over de weg. Dan komt er een mannetje uit de schaduw van een boom of een hutje aansjokken, doet de slagboom omhoog en wuift je door. Of als er al iemand vanuit de andere kant door de slagboom gegaan is wijzen ze dat je daardoor heen mag – want twee keer een slagboom opendoen is natuurlijk te vermoeiend! Waar ze nu precies op selecteren weten we nog niet, het lijkt er namelijk op dat ze gewoon iedereen doorlaten…


In Francistown hebben we in een winkelcentrum nog geprobeerd Pula’s te pinnen bij een geldautomaat, maar om de een of andere reden deed onze pas van de Argenta-rekening het daar niet – een internetrekening waarbij je in het buitenland kosteloos kunt pinnen – dus gingen we weer verder.


Eenmaal in Nata zijn we eerst gaan tanken en heeft Hans weer geprobeerd te pinnen – maar de geldautomaat, van dezelfde bank als in Francistown, deed het weer niet. Los van Nata Lodge, die er nogal luxe uitzag, en een camping, die vooral erg warm zou zijn, was er niets in Nata en we moesten onderhand toch echt stoppen. Nata is ook eigenlijk niet veel meer dan een klein dorpje dat aan de Nata zoutpannen ligt, een natuurreservaat waar vooral veel vogels te zien zouden zijn. Dus reden we naar de Lodge, die er inderdaad super-de-luxe uitzag, en enigszins bang voor de prijs zijn we gaan informeren bij de receptie van Nata Lodge wat hun prijzen waren… Tot onze verbazing hadden ze nog maar 1 “kamer” voor ons, een luxe safaritent; het bijbehorende foldertje (zonder prijzen) maakte ons alleen nog maar meer ongerust, maar uiteindelijk bleek de prijs redelijk mee te vallen… 395 Pula, oftewel 44 euro – gezien de luxe die je ervoor kreeg dus niet duur. Sowieso was onze keuze eenvoudig: dit, of kamperen, of nog eens 310 km doorrijden naar Chobe.


De “tent” zag er mooi uit, echt in Afrikaanse safariachtige stijl ingericht met een en suite badkamer, tussen palmbomen en andere tropische bomen. De gehele lodge is behoorlijk luxe opgezet, met een prachtig restaurant, buiten tussen grote schaduwrijke bomen, mooie looppaden, veel hout en rieten daken, kleine stroompjes, overal luxueuze versieringen en afwerkingen in Afrikaanse safaristijl en, uiteraard, veel personeel. Voor mensen die er van houden is deze lodge een paradijsje, een oase, en al is het best leuk om eens te zien en te ervaren, Hans en ik voelen ons er toch niet helemaal gemakkelijk. Al die luxe is gewoon niet aan ons besteed.


Nieuwsgierig en een beetje angstig voor de prijs (aangezien we nog niet in Botswana gegeten hadden en dus geen vergelijking konden maken) gingen we ’s-avonds naar het restaurant, maar dat viel ook weer reuze mee; uiteindelijk hebben we met ons tweetjes 15 euro betaald voor twee gangen en drie drankjes… Weliswaar zit je nog altijd in Afrika, waar dingen niet altijd gaan zoals je als efficiënte gehaaste Europeaan zou verwachten; er was namelijk geen kip, maar wel kippenvleugeltjes, en in plaats van de op het menu aangegeven apple crumble was er apple pie, alleen die hadden ze vanavond niet…


free counters