15 februari; Nata – Kasane (Chobe NP), 345 km gereden

We hebben een redelijk goede nachtrust gehad – het is in Nata muggenland dus ik heb mezelf en Hans ingesmeerd met antimuggenspul en zelf onder een klamboe geslapen. Uiteindelijk maar drie beten opgelopen, valt me enorm mee; aangezien als er een mug in de kamer is ze altijd mij uitkiezen en Hans met rust laten!


De wegen waren tot nu toe prima geweest, maar al gauw buiten Nata begonnen de potholes, vaak grote, diepe gaten in het wegdek en ook regelmatig over de gehele breedte van het wegdek. Regelmatig veranderde het wegdek in heuse gatenkaas, waarbij er meer gat dan asfalt was! Een nachtmerrie om overheen te rijden, want je zag ze vaak pas op een paar meter afstand en dan was de keuze keihard op de rem te trappen, proberen ertussen te slalommen, of er vol overheen gaan. Uiteindelijk hebben we zo’n 150 kilometer van dit soort wegdek gehad, waarbij er ook wel langere stukken goede weg waren, maar dan weer zo’n ellendig stuk of een pothole die je te laat zag… Zelfs met een 4wd wagen met extra brede banden niet echt fijn om overheen te rijden dus!


Uiteraard rijden we nu trouwens keurig 80 als er 80 staat aangegeven…


Omdat ik tijdens het rijden las dat de weg tussen Chobe en Maun deze tijd van het jaar echt niet te doen is vanwege overstromingen (het is ook nog eens een onverharde weg) besloten we geen risico’s te nemen en niet via Maun terug omlaag te rijden, maar dezelfde gatenkaasweg naar Nata terug te nemen. Daar weet je in ieder geval van wat de wegconditie is. Dat gaf ons echter wat meer tijd voordat de tocht door de Kalahari begint, de 21e, dus besloten we in plaats van de geplande vier; twee dagen in Chobe door te brengen, en een dagje eerder aan te komen in de Khama Rhino Sanctuary van waaruit de tocht vertrekt, vlak bij Serowe. Dus moesten we er nu voor zorgen een goede lodge te vinden, het liefst in het nationale park Chobe zelf natuurlijk.


Onderweg zijn we in Kazungula even richting de grens met Zambia gereden, omdat Hans mij wilde laten zien hoe het is om daar met de ferry over te steken. Maar we konden niet dicht genoeg bij de rivier komen zonder de douane door te gaan dus we hebben ons vooral verbaasd over de letterlijk honderden vrachtauto’s die stonden te wachten voor een ferry die volgens Hans maar 1 vrachtwagen tegelijkertijd kan vervoeren… Het zijn er dan wel twee ferry’s, maar toch, die mannen moeten toch letterlijk dagen in de rij staan om de grens over te mogen!


In Kasane, de laatste stop voor Chobe, hebben we nog even gestopt om wat boodschappen te doen en om te pinnen. Er stond een flinke rij te wachten voor de automaat, dus wij netjes aansluiten, en ondertussen rondkijken naar alle bedrijvigheid om ons heen. Uiteraard mochten een stel soldaten voorgaan! Helaas deed onze Argenta-pas het weer niet, we hopen nu dat het ligt aan de bank waar we het steeds proberen en niet aan het land zelf, want in Zuid Afrika werkte het prima.


Kasane ligt vlakbij Chobe, en er zijn dan ook veel accommodatiemogelijkheden. Maar wij hadden bedacht dat het veel handiger is om in Chobe zelf te zitten… Wij zijn natuurlijk sukkels, maar we dachten dat Chobe hetzelfde idee als Kruger is, dat er verschillende kampen in zijn; op mijn kaart had ik tenslotte verschillende lodges gezien binnen het park zelf. Bij Sedudu Gate, de toegang tot Chobe, ben ik uitgestapt om de toegang tot het park te betalen en, indien mogelijk, te boeken bij een lodge. De bewaker keek me echter stomverbaasd aan toen ik vroeg of het mogelijk was om te boeken voor een lodge – er was er maar één, en dat was Chobe River Lodge, en wilde we DAAR boeken? Ik voelde nattigheid en vroeg dus hoe duur het was, en hij lachte en zei HEEL duur; hij zou even naar ze bellen, dan kon ik het zelf met ze bespreken.


Ik kreeg eerst te horen dat ik naar hun boekingsoffice ergens ver weg moest bellen, maar toen ik aandrong werd ik na de 5e keer vragen naar in ieder geval een indicatie van de prijs doorverbonden met iemand ter plekke die me wel de prijs kon geven: 946 Pula per persoon per nacht… Weliswaar all-inclusive, dus maaltijden, drankjes en gamedrives, maar hoppa wat een geld! En dan was het nog wel exclusief toegang tot het park voor personen en auto, dus nog eens ongeveer 100 Pula per persoon per dag erbij… Dan had je het al gauw over 230 euro met z’n tweeën per dag! Slik. Plan B dus, terug naar Kasane; de bewaker gaf ons als tip nog mee om naar Chobe Safari Lodge te gaan want daar was het het goedkoopst.


Omdat wij de lodge die hij noemde niet gelijk konden vinden zijn we nog bij een andere lodge binnengestapt. Daar was de prijs ook niet misselijk, over de 800 Pula per kamer voor bed en breakfast, toch maar even verder zoeken dan! Toen we eindelijk Chobe Safari Lodge vonden (ze hebben een website, www.chobesafarilodge.co.bw) bleek de prijs inderdaad (voor deze omgeving) flink mee te vallen. 600 Pula voor accommodatie en de gamedrives waren hier ook goedkoper. Het is hier kiezen tussen een camping of een luxe lodge, dus dan maar luxe en airco!


We hebben gelijk een boottocht voor die middag en een gamedrive voor de volgende middag geregeld, en zijn naar onze kamer gegaan. Oeps wat een enorme luxe kamer! Nadat we onszelf ingericht hadden en even een uurtje gerust hebben – waarbij het enorm onweerde en we bang waren dat de tocht niet door zou gaan – zijn we naar de ontmoetingsplaats voor de boottocht gelopen. Deze lodge ligt namelijk aan het water; vanuit de ingang en de receptie loop je over een pad naar de lounge, het restaurant, het zwembad en een terras dat aan het water lag, waar ook de steiger voor de boten is. Bijna heel het complex toegankelijk voor gasten is open aan de buitenlucht, beschermd tegen de elementen door rieten daken op stevige houten constructies in traditionele stijl gebouwd. De decoratie en inrichting is veel donker hout, veel planten, veel traditionele elementen, veel safari-invloeden en past wel goed in de omgeving.


De boottocht zou 3 uur duren, maar voordat we het park zelf in mochten moest de boot nog langs het kantoor van de parkwachter zodat onze gids wat formulieren in kon vullen. Daarna kon het echt beginnen. We voeren een ondiepe zijtak van de Chobe Rivier in, vol waterplanten en kleine eilandjes. Je kon zien dat het water hoog stond, want veel bomen stonden deels onder water. Eigenlijk al heel gauw zagen we de eerste nijlpaarden, zwemend in het water, spelen en stoeien! We hebben uitgebreid kunnen kijken naar twee nijlpaarden die een schijngevecht hielden – met die open bekken tegen elkaar aan gaan, zodat je iedere slagtand goed zag, en proestend en blazend onder water gaan en weer bovenkomen. Overal waar je keek zag je oortjes en ogen boven het water uitsteken, of grote glad ronde ruggen, of bewegend water waar er net eentje ondergegaan was. Je kon ze ook goed horen, grommend en brommend tegen elkaar. Een paar keer kwam een nijlpaard verschrikt op een paar meter van de boot boven water om dan gelijk weer onder te duiken – soms onder mopperend protest. Omdat het net een uur geleden had geregend zagen we ook heel veel nijlpaarden aan de kant, grazend en genietend van het bewolkte, koelere weer – nijlpaarden hebben een hele gevoelige huid en kunnen slecht tegen de zon! Het slechte weer van die middag was dus een geweldige gelegenheid om nijlpaarden te zien, want normaal gezien zag je er lang niet zo veel als we nou gedaan hadden!


Helaas betekende de regen van eerder die dag en het hoge water dat er minder kans was op andere dieren aan de rivier, aangezien er nu voldoende te drinken was in het park. Toch hebben we veel mooie vogels gezien, heel veel reigers vooral en een zwarte watervogel die op visjes jaagt door met zijn vleugels om zichzelf heen een waaier te maken zodat alleen zijn gele poten nog te zien zijn vanuit vissenoogpunt – blijkbaar zou dat dan op een wurmpje of zo moeten lijken en kon hij zo vissen. Af en toe zag je een krokodil in het water – ogen, neusgaten en staart – soms wat impala’s, en constant nijlpaarden! Op een gegeven moment zagen we in de verte 3-4 gamedrive auto’s aan de kant staan, en maar niet weggaan. Toen wij wat meer in de buurt waren zagen we waar ze zo naar aan het kijken waren: een troep leeuwinnen met een leeuw, 8 stuks in totaal!


We waren wel ver weg, en konden niet dichterbij komen wat frustrerend was, maar wat een waanzinnig gezicht! De leeuwen lagen lekker lui in de zon, ze hadden een impala gedood en lagen nu uit te buiken bij het karkas – zodat ze de volgende dag ook nog te eten zouden hebben, want zodra ze weg zouden gaan komen alle aaseters in actie natuurlijk. Blijkbaar blijft zo’n troep bij het karkas liggen tot het op is of volledig verrot, zodat geen andere beesten er gebruik van kunnen maken.


Onderweg terug naar de lodge zagen we opeens een vijftal olifanten lopen, zo’n 3 volwassenen met 2 kleintjes. Het blijft een fantastisch gezicht om die olifanten te zien, en Hans was vooral blij want hij was bang dat ik geen olifanten te zien zou krijgen in Chobe; hij heeft 5 jaar geleden op zo’n zelfde riviertocht ontelbare olifanten gezien en nou hadden we er tot nu toe nog geen een gezien… Maar ik vond het niet zo erg, deze vijf waren prachtig en we hadden wel zo vreselijk veel nijlpaarden gezien! De olifanten liepen langs de oever, om op een gegeven moment een pad de helling op te nemen en de bosjes in. Toen ze eenmaal in de bosjes waren, waren ze ook gelijk onzichtbaar, zo dicht is de begroeiing en zo goed gaan ze daarin op!


Terug aan de kant konden we gelijk aanschuiven bij het buffet, en heb ik onder andere impala-pie kunnen proeven… Na het eten hebben we een bad genomen – iets minder was dat het water een eeuwigheid nodig had om af te voeren – en op ons gemak naar bed gegaan.


free counters