17 februari; Kasane (Chobe NP) – Nata, 528 km gereden

’S-ochtends hebben we het nog een keer geprobeerd om verbinding te maken met internet, maar het was hopeloos. We maakten ons daar wel zorgen over, eerlijk gezegd, want om nou nog 7 weken geen e-mail mogelijkheid te hebben zagen we ook niet zitten. Maar nu hadden we geen zin meer om ons daar druk over te maken, we moesten weer op pad, richting Nata.


Onderweg stak er uit het niets opeens een olifant op z’n gemak de weg over, een eind voor ons! Gewoon op de doorgaande weg van Kasane naar Nata… Geweldig, en heel onverwacht – ook voor de olifant, die snel overstak toen hij ons aan zag komen en nog even stopte bij de bosjes om zijn ongenoegen te trompetteren voordat hij de bosjes in verdween.


Ook zag we op een ander deel van de rit de resten van een olifantenskelet langs de weg… Helemaal kaal gepikt en schoon, door gieren of andere aaseters waarschijnlijk. Ongelofelijk, eigenlijk, al die wilde dieren hier; in Nederland zijn we al blij als we een konijntje langs de weg zien!


Vandaag hebben we weer een controle op mond- en klauwzeer gehad, maar dit was een serieuze… Enigszins. We kwamen weer aan bij een slagboom en werden naar de kant van de weg gewuifd waar er een dompelbak stond voor de auto en een smerige natte doek voor onze schoenen. We moesten uitstappen en “al onze schoenen meenemen” – we zeiden dat we maar een paar bij ons hadden en dat was ook goed – en over de doek lopen. Daarna moesten we de achterbak opendoen en aangeven of we vlees bij ons hadden. We zeiden nee, wat goed genoeg was (de box met etenswaar, waaronder blikjes met vlees, hoefde ze niet te zien), maar ze wilde wel even in de koelbox kijken. Zonder onze aangebroken salami te zien die openlijk in de koelbox lag, overigens. De inspectie was klaar en we mochten weer verder nadat we door de bak gereden hadden.


We besloten tijdens het rijden dat het misschien leuk zou zijn om niet gelijk weer in Nata, maar 100 kilometer richting Maun in Gweta te overnachten. Vanuit daar zouden we ook in de Makadikgadi Pans kunnen komen, en het was toch weer een nieuwe plek wat ook leuk is. Desnoods als er geen plek was of het niets was konden we altijd weer terug naar Nata en kijken of we daar toch nog terechtkonden. Wel hebben we eerst in Nata getankt – en kwamen tot de ontdekking dat het linker knipperlicht vóór los hing. Balen! Die was waarschijnlijk al los geweest toen wij de auto kregen, en nu met de potholes los getrild. Hans heeft de lamp weer teruggeduwd en iets buiten Nata met pleisters (we hadden niets anders dat plakte) vastgeplakt. Een tijdelijke oplossing totdat we de tijd hadden om er iets permanenters van te maken met behulp van tie-wraps…


Onderweg naar Gweta veranderde het landschap van de dichte bosjes met hoog gras dat we tot nu toe eigenlijk vooral gehad hadden naar meer open grasvlakte met hier en daar een bosje. Grote delen lagen onder water, zo te zien al een tijdje, en het deed ons denken aan het landschap in noordelijk West Australië. Enige wat ontbrak waren wat grote goanna’s die de weg overstaken… Wel zagen we ontelbare ooievaars, witte reigers en zwart-witte ibissen tussen de plassen en in het water lopen.


Gweta was een klein dorpje met veel traditionele huttenbouw: lemen, vierkante of ronde hutten met een rieten dak, vaak met palen rondom de hut verstevigd. Maar dit waren vaak hartstikke nieuwe hutten, en het leek zelfs wel alsof het woningbouwprojecten waren: want het land was in rechthoekige stukken verdeed, afgebakend, met op ieder erf een hut en in een hoek van het erf een wc met muurtjes van betonblokken. Af en toe was de enkele hut uitgebreid met 2 of 3 extra hutten, groter gemaakt of vervangen door een betonnen huis. Vaak bleef de wc echter staan.


Maar de “lodge” waar wij wilde overnachten had duidelijk zijn beste tijd gehad en was inmiddels een soort van goedkope camping geworden voor grote groepen lowbudget reizigers… Daar hadden we geen trek in, het zag er zo verwaarloosd uit, dus zijn we weer teruggereden naar Nata. Eventjes een ommetje van 200 kilometer dus, waar je hier niet zo moeilijk over doet maar wat in Nederland al gauw even op en neer scheuren naar Utrecht is, gewoon om te kijken!


In Nata hebben we lekker weer een safaritent geboekt, voor 2 nachten, en gelijk gereserveerd voor de gamedrive van morgen. Na onszelf geïnstalleerd te hebben zijn we de was gaan doen, wat ook onderhand nodig was, en wat hier redelijk goed gaat want de wasbak is groot en er staat een verplaatsbare fan in de tent die we dus goed konden richten op onze was. Ook hebben we een begin gemaakt om kleren en zo uit te zoeken voor de twee tochten die we over een paar dagen gaan doen, want het is dan makkelijker om iedere avond snel een tas mee te pakken waar alles inzit dan om steeds vanuit allerlei hoekjes je spullen bij elkaar te zoeken. Al zijn we daar altijd wel efficiënt in, Hans en ik ontwikkelen meestal snel een routine en kunnen als het moet ergens heel snel weg zijn.


Het avondeten was trouwens heerlijk, misschien wel het meest bevredigend sinds The Poacher in Dullstroom! Er was vandaag alleen geen knoflook, maar wel kip dus we hebben een heerlijke, pittige krokant geroosterde kip peri-peri Mozambique stijl gehad… En er was zelfs apple pie, dus we zijn echt verwend geweest!


free counters