24 februari; Sunday Pan (Central Kalahari) – Tau Pan (Central Kalahari), 118 km gereden

Vandaag zijn we via een omweg door Passarge Pan gereden naar Tau Pan, een prachtige rit waarbij we de dag ervoor moesten zorgen dat we grasnetten over de radiator gespannen hadden, tegen de graszaadjes – want vandaag zouden we veel door hoog gras rijden! Douwe, onze gids, ging niet mee, want hij wilde de rechte weg naar de volgende kampplaats rijden zodat hij tijd zou hebben om de boel op te zetten – dus wij gingen met de rest met de radio’s en duidelijke instructies wat betreft oververhitting van de radiators en grasbrandjes onder de auto op pad.


Het rijden door de bosjes en het hoge gras was een fantastische ervaring, en het geklets, gegrap en geleuter over de radio was hartstikke leuk en gezellig. Iedereen was heel ontspannen en wees gemsbokken, vogels, impala, gnoes en allerlei andere beesten aan, maar was in werkelijkheid natuurlijk op zoek naar de Kalahari leeuwen… Alleen het is hier zo heet, om 10 uur ’s-ochtends al niet meer te harden en in de schaduw 40 graden, dat de dieren al gauw zichzelf onder de bomen diep in de schaduw verstoppen om de hitte uit te slapen – zeker de leeuwen natuurlijk!


Rond een uur of elf besloten we pauze te houden en zochten we naar wat schaduw om te stoppen. Op een gegeven moment zagen we een bomengroep die er goed uit zag en niet al bezet leek door tientallen impala of zo, dus we stapte uit om de boel te verkennen, terwijl twee even gingen overleggen of het een geschikte plaats was, een vrouw op zoek ging naar sporen en een andere vrouw met haar verrekijker in de bosjes keek… Want een aantal mensen hadden toch het idee dat er iets lag, alleen je kon niets zien. Opeens riep iemand “leeuw!” en sprong iedereen weer de auto in, om te beseffen hoeveel geluk we hadden gehad en hoe ongelofelijk veel geluk met name een man eigenlijk had gehad omdat hij (een ervaren 4wd en bush-fanaat) instinctief was gaan rennen. Nou ja, rennen, hij ging zo snel dat niemand, ik denk zelfs niet eens de leeuw, hem zag gaan… Want zijn vrouw was al sporenzoekend tot binnen een paar meter van de leeuw gelopen, alleen nog gescheiden van elkaar door een bosje!


Het ging allemaal zo vreselijk snel en we hebben de rest van de dag grappen en grollen over de radio gemaakt erover (ook vooral vanwege de adrenaline die vrijgekomen was), maar we hebben echt serieus heel erg veel geluk gehad want het had heel erg mis kunnen gaan. Als die leeuw iets minder lui, iets jonger, agressiever, hongerig of een leeuwin was geweest, als er jongen waren geweest, dan was toch zeker de vrouw en misschien nog wel anderen heel erg in de problemen geweest, want wij waren al op 3 leeuwensprongen van hem vandaan en als zo’n leeuw eenmaal beweegt kunnen wij daar niet op tijd van weg komen…


De rit vandaag was door grasland met hier en daar een boom, en veel acaciastruiken. Het gras is een zee van hoog, lichtgroen en lichtbruin gras van zeker een meter hoog. Vaak zie je de ‘weg’ alleen maar omdat het gras daar wat korter gesneden is door de auto’s die erover heen rijden, want als er een beetje een briesje staat waait het gras zo over de sporen. Het is hier in de Kalahari rond een uur of 10 al snoeiheet, en dat blijft het tot een uur of 3-4. Tussen 11 en 2 is het niet te harden zo heet in de zon, echt ik denk over de 40 graden in de schaduw en tegen de 50 in de zon. Als ik de walkietalkie (zwart plastic) in de zon laat liggen voor een half uurtje en hem dan oppak brand ik bijna mijn vingers… Bij aankomst in het kamp was een van de eerste dingen die Hans en ik moesten doen, nog voor het inrichten van onze tent, het gras-vrij maken van de auto. Tijdens het rijden was er veel gras onder de auto blijven steken en veel graszaad (en insecten) in het luchtrooster terechtgekomen. Dus terwijl ik met een stok half onder de auto lag gras te happen probeerde Hans met zijn stok het rooster vrij te maken van alles wat er niet hoorde…


Nu zitten we te genieten van een schitterende ondergaande zon (en ongeveer 3 miljoen vliegen) in een bomengroepje dat midden in Tau Pan ligt, en dus uitkijkt over alle dieren in de verte. Het is een prachtige plek, je voelt je echt midden tussen alle dieren, op hun terrein – deel van de voedselketen, in feite. Als de vliegen er niet waren zou het echt een paradijs zijn, al verdwijnt het merendeel van de vliegen (helaas niet de muggen) wel rond zonsondergang. Het is hier in de bush een afweging tussen overdag naar de wc gaan (heel veel vliegen) of in het donker (geen vliegen maar misschien wel grotere beesten)! Er zijn hier ook heel veel grote motten, soms met een lijf zo lang als je duim, die na zonsondergang te voorschijn komen en rechtstreeks naar de mensen die wijn drinken gaan – dan zie je ze constant in de glazen duiken en hun lange tong erin steken en gulzig drinken voordat ze weggejaagd worden! Ik weet wel zeker dat iedereen vanavond nog beter dan anders controleert voor beesten, met name voor leeuwen, als we naar onze tent gaan…


Morgen rijden we uit het Central Kalahari Game Reserve en via het stadje Ghanzi (waar we moeten tanken, water inslaan en Hans en ik een nieuwe band moeten kopen) door naar de Kgalagadi Transfrontier National Park waar we de rest van onze tocht met Bhejane zullen doorbrengen. Met een beetje geluk kunnen we morgen douchen en hebben we een vliegenvrij spoeltoilet, voor het eerst sinds de 22e. Zou ook wel weer lekker zijn, al pas je je heel snel aan aan de omstandigheden – wij in ieder geval wel! ’S-middags kwam een stel terug van een kort ritje en zeiden een cheeta met jongen gezien te hebben, vlak bij ons kamp – waanzinnig, je bent echt in de open natuur hier.


Toen de zon goed en wel onder was kwamen de sterren tevoorschijn, en werd het een magisch gezicht; iedereen zat met zijn stoeltje aan de rand van de bomen naar boven te kijken en te genieten van de sterren, de Melkweg, en van het donker en de geluiden om ons heen. Na een tijdje kwam de maan diep oranje op, en af en toe scheen iemand met een sterke lamp in het pikdonker om ons heen, want je was je wel heel bewust hoe openlijk je hier deel van de dieren bent; je zit op hun terrein. Af en toe zagen we in de verte ogen, maar indrukwekkender was op een gegeven moment het gebrul van een leeuw op een paar kilometer afstand! Toen iedereen naar bed ging kregen we instructies mee over wat je moest doen als de leeuw naast je tent stond, en besloten Hans en ik op het laatste moment toch ook maar al onze tentflappen dicht te doen, want het idee om midden in de nacht door het gaas van de tentzijkanten oog in oog te staan met een leeuw was net iets te heftig!


free counters