25 februari; Tau Pan (Central Kalahari) – Kang, 534 km gereden

Vanochtend was iedereen vroeg op en hebben we genoten van een magische zonsopkomst – niet omdat we vroeg op moesten staan maar omdat iedereen gewoon al wakker is. In zo’n mooie omgeving en omdat je sowieso constant buiten bent pas je je aan aan de zon; je bent voor zonsopkomst al volledig wakker (ja zelfs ik ja), vaak rond vijf uur, half zes, en na zonsondergang rond zeven uur blijf je nog een paar uur van de sterren en de maan genieten om rond negen uur doodmoe naar bed te gaan.


Vandaag waren we ook vroeg op omdat we een nogal indrukwekkende nacht hadden gehad, met een brullende leeuw op een aantal kilometer afstand. Hun brul is onbeschrijfelijk, hij begint met een aantal stevige brullen en eindigt altijd met 3-4 korte stoten; Hans en ik zijn dus constant wakker geworden omdat de leeuw tijdens de nacht van de westkant naar de oostkant van de pan bewoog en op het laatst behoorlijk dicht bij onze tent leek te brullen, zo’n kilometer ver weg. Omdat Hans en ik snel ingepakt zijn iedere ochtend zei Douwe dat we als we wilde even een rondje om de pan konden rijden want zij moesten nog de veldkeuken en de tenten inpakken. We vertrokken oostelijke richting, op zoek naar leeuwen, natuurlijk. Maar ja, daar moet je geluk voor hebben. Op een gegeven moment zagen we bij een bosje een bruine vorm, en gingen er eigenlijk al vanuit dat het gewoon weer een impala zou zijn, toen de vorm opeens ging lopen en een leeuwin bleek te zijn! En toen we dichterbij waren zagen we dat er twee welpjes achteraan huppelden en rolde en rende, wauw! De leeuwin stak de weg een eind voor ons over, en toen we vlak bij haar waren zagen we opeens aan de andere kant van de weg een grote leeuw liggen – de complete familie, dus…


Hans en ik hebben wel ruim een kwartier staan kijken en genieten van dit gezicht en van iedere beweging. Echt zo vreselijk indrukwekkend, en imposante dieren. Op een gegeven moment stond de leeuwin op van het gras waar ze gelegen had en liep de bosjes achter haar in, en de welpjes volgde haar – en verdween volledig uit het zicht. Een tijd later stak de leeuw ook de weg over en volgde haar, om aan de rand van de bosjes in het gras te gaan liggen; ook onzichtbaar. Een ander zou niet geweten hebben dat ze daar waren. Wij hebben over de radio de rest geprobeerd te roepen, maar niemand reageerde op tijd, dus dit waren echt “onze” leeuwen!


We moesten vandaag naar de westpoort van het Central Kalahari Game Reserve rijden, van daaruit naar Ghanzi en dan door naar Kang, een afstand van 164 km offroad en 370 km over asfalt. Een enorm lange dag dus, want de wegen in het park en daarbuiten tot we de snelweg bereiken bestaan uit diep zand, diepe sporen en hoog gras. In het begin van de rit reden we echt door hoog gras, het kwam gewoon tot de ramen zo hoog. Af en toe moest er dan ook gestopt worden om de auto gras-vrij te maken van onderen… Het gras blijft namelijk overal tussen steken, en als je met een stok eronder ging peuteren kwamen er complete hooibalen tevoorschijn! Het risico is dat het gras door de wrijving en de hitte in brand vliegt en dus de auto… Niet echt wenselijk!


Tijdens een van deze korte stops riep iemand opeens dat er een leeuw was, en, veilig bij onze open auto’s, zagen we in de verte een leeuwenfamilie lopen tussen de struiken. Minder goed te zien dan onze leeuwen ’s-ochtends, maar daardoor niet minder imposant! Het was heel vermoeiend voor Hans om te rijden want het tempo lag hoog vanwege de lange rit en onze auto bleek op hobbelige wegen steeds diep door te veren en dan met de bodem de grond raken, een zenuwslopende manier om te rijden! Het was ook duidelijk een extreem hete dag aan het worden, het werd al vroeg heet. En om het erger te maken begon de temperatuur van onze motor, die altijd keurig in het midden had gezeten, rond een uur of 10 opeens omhoog te kruipen! Zenuwslopend, en heel erg vervelend want dankzij dit en dankzij het ellendige doorveren moesten we op den duur de airconditioning uitzetten, de ramen open (waardoor ik, onder andere, heel erg moest opletten geen acacia’s tegen mijn gezicht of armen te krijgen) en langzamer gaan rijden. Maar de temperatuur bleef omhoog kruipen totdat hij bijna in het rood was. Op een gegeven moment hebben we zelfs met de verwarming vol aan gereden, wat niet te harden was op het heetst van de dag maar wel iets hielp wat de temperatuur betreft! Na een tijdje hebben we het grasnet verwijderd, wat de motor duidelijk iets verlichting gaf, maar nog altijd niet veel. Met kunst en vliegwerk wist Hans het tempo redelijk hoog te houden en de temperatuur onder het maximum, totdat we eindelijk uit het park en van de zandwegen af waren en de asfaltweg op konden gaan.


Maar eerst moesten de banden weer opgepompt worden, wat gebeurde met pompen die aangesloten werden op de draaiende motor van de auto. In ons geval betekende dat dat de motor niet verder kon afkoelen, zelfs niet met deze stop, en dus nog vervelend hoog bleef. Op de asfaltweg gingen we er van uit dat de temperatuur wel weer terug zou lopen, maar dat gebeurde niet, hij ging zelfs weer omhoog! Zo erg dat we na een tijdje moesten stoppen en Douwe, die heel erg graag het kamp op wilde zetten omdat het laat aan het worden was, vooruit is gaan rijden met een aantal terwijl een echtpaar in de buurt van (en dus in radiocontact met) ons bleef. We konden in het begin niet harder dan 80 rijden, maar na een tijdje konden we rond de 105 km/uur rijden zonder dat de temperatuur in het rood ging.


Eindelijk in Ghanzi aangekomen waren Hans en ik redelijk oververhit; het was het heetst van de dag, rond 2 uur, we hadden honger want er zou pas na Ghanzi geluncht worden, en we waren gestrest over het oververhitten. We moesten tanken, water bijvullen, een nieuwe band kopen, en indien mogelijk wat meer drinken kopen. Ik ben dus na het tanken met de vrouw van het echtpaar naar de supermarkt gegaan, waar we inkopen hebben gedaan (waaronder bier en fris voor de mannen die ons zo goed hadden geholpen met het banden verwisselen). Toen we terug kwamen waren de mannen ook net klaar met de band, en had Vermaak in de schaduw van het tankstationgebouwtje gauw tafel gedekt en tomaat en komkommer gesneden, broodjes klaargelegd en vleeswaar en kaas en sauzen klaargezet… Na Ghanzi was het nog zo’n 260 km naar Kang, waar we zouden overnachten. Het was inmiddels laat in de middag, dus er was zelfs kans dat we niet voor zonsondergang aan zouden komen. Op zich zou het niet zo heel erg zijn om op deze camping te laat aan te komen, omdat het gewoon een “echte” camping was net buiten het dorpje Kang en dus geen risico van al te veel rondlopende roofdieren, maar na donker aankomen is niet wenselijk en gewoon vreselijk onpraktisch.


Wij hadden op dit laatste stuk het geluk dat het na een tijd ging onweren, met enorme stortbuien, waardoor de lucht en dus ook onze motor af kon koelen en we dus redelijk goed door konden rijden. De onweersbuien waren indrukwekkend, zoals ze alleen in de tropen kunnen zijn, en zeer plaatselijk: we konden letterlijk aan de druppels op de weg zien wanneer we weer de regen in of uit zouden rijden! We waren een van de laatste die de camping inreden, maar veel scheelde het niet, en we reden als groep pas rond zes uur, half zeven het kamp binnen. Maar wat een verschil met de afgelopen dagen! Weliswaar qua omgeving helemaal niets, maar er was stroom (een enkel stopcontact die half elf afgezet werd) en er was een douchegebouwtje met 4 kleine badkamertjes met douche en wc. Wat een luxe!


Omdat de wolken er dreigend uitzagen en de onweersbuien duidelijk dichterbij kwamen was er haast bij om het kamp op te zetten. Dus iedereen ging gelijk aan de slag om z’n tent in te richten; alleen toen ik langs het linkervoorwiel liep hoorde ik duidelijk sissen… Toch niet weer een gat, en dan nog wel in dezelfde band? Helaas wel dus, maar volgens de mannen zou het een piepklein gat zijn, in het rijoppervlak van de band, en dus heel eenvoudig te repareren; alleen niet na zonsondergang in zand in waarschijnlijk binnenkort stromende regen… Hans en ik waren inmiddels zo vreselijk moe, en nu ook nog die band, het was bijna te veel! Maar gelukkig hebben we hier heel veel hulp dus dat zou allemaal wel weer goed komen. Dus eerst maar een uitgeputte Hans zijn douchespullen geven en richting het douchen sturen en zelf even gauw de tent inrichten (zo gebeurd) en met Douwe en iemand anders de stroom onderling verdelen zodat wij in ieder geval weer de batterijen van het fototoestel, de laptop en de mobiel konden opladen. Toen werd ik zelf naar de douche gestuurd omdat ik ook overduidelijk nogal uitgeput was. Heerlijk! Heet stromend water (houtgestookt, uiteraard), weliswaar met grote bidsprinkhanen en ander gespuis die tegen de muren rondkropen, maar heerlijk!


Omdat we zo laat ter plekke waren, iedereen uitgeput en hongerig was en de eerste druppels al begonnen rond zonsondergang had Vermaak snel een grote pot spaghetti bolognese gemaakt… Heerlijk en heel erg welkom, alleen waren de leeuwenmieren net aan het verpoppen toen wij daar waren, dus er vlogen hordes grote libelachtige beesten rond! En toen begon het ook nog te gieten, dus de avond werd nogal plotseling ingekort… Drijfnat is iedereen in zijn auto gedoken om te schuilen, en wij hebben nadat we de laatste happen spaghetti naar binnen gewerkt hadden nog even een pot frambozenyoghurt die we nog hadden opgesmikkeld. We waren bang dat we de nacht in de auto zouden moeten doorbrengen, aangezien het flink aan het bliksemen was, maar op een gegeven moment werd de regen minder en trok de bliksem wat weg, dus tussen de regenbuien door zijn we om een uur of negen doodmoe in bed gedoken.


free counters