26 februari; Kang – Mabuasehube (Kgalagadi NP), 323 km gereden

Omdat de donder heel de nacht in de verte doorrommelde en we zo vroeg naar bed waren geweest was iedereen vroeg op, en al rond vijf uur, half zes uit de tent en aan het ontbijten. Ik had heel slecht geslapen, en werd wakker in een drijfnat bed vanwege de regen – de kant van Hans was wel enigszins droog gebleven, dus hij had geboft. De mannen hadden een zeil gespannen boven de keuken en omdat het nog behoorlijk druppelde stonden we daar allemaal onder met onze thee en ontbijt.


Helaas bleek het dat de band inderdaad lek was en behoorlijk leeggelopen inmiddels, maar het was nog heel nat en modderig en de mannen hebben wel een half uur gezocht naar het lek zonder het te vinden, dus er werd besloten om de band flink op te pompen en in Kang te repareren. Daar zou, indien nodig, nog voor het laatst getankt worden door de rest en water bijgevuld door Douwe voor koken en afwassen. In Kang aangekomen bleek dat het ene tankstation dicht was, en bij het andere tankstation wilde ze wel de band repareren maar dan moesten we zelf de reparatiekit aanleveren… Dus we reden even het dorpje in, maar daar was helemaal niets te vinden dus toch maar weer terug naar het tweede tankstation. We hadden er weinig vertrouwen in maar de jongen liep recht naar de band, keek en luisterde even, en wees toen een plek aan “hier is het lek”! Een reparatiekit werd gevonden, met een priem maakte hij het gat groter, en propte er toen razendsnel een rubberprop met lijm ingesmeerd in. De prop werd bijgesneden en we konden weer rijden!


Al gauw kwamen we bij de “hoofdweg” naar de ingang van het Kgalagadi Transfrontier National Park, een rit van makkelijk 120 km. Hoofdweg zijnde een twee-baans zandweg door het hoge gras met diepe sporen, compleet met middenberm, verkeersborden en een maximumsnelheid van 80 km/uur… Omdat het linkerspoor veel te diep was om comfortabel te rijden zijn we allemaal spook gaan rijden op het betere rechterspoor! Op een gegeven moment stapte Douwe op de rem omdat er naast de weg een heuse kameleon in het gras zat. Wat een leuk gezicht, toen je hem eenmaal gevonden had; je zag hoe hij van groenig naar grijzig ging en terug, en hoe hij zichzelf opblies toen we hem zachtjes aanraakten. Rond het middaguur zijn we midden op de weg gestopt en ging Vermaak gauw op de achterklep van de vrachtwagen eiersalade en tonijnsalade in elkaar draaien en tomaat en komkommer snijden, waarna hij zijn tafel weer uitstalde en de spullen voor de lunch uitstalde terwijl de rest van de mannen hout gingen verzamelen voor het vuur.


De weg was heel erg lang en recht, en best wel saai en vermoeiend, terwijl het tempo behoorlijk hoog lag; rond de 60 km/uur. Maar Hans kon het goed bijhouden! Vlak buiten de poort wees Douwe ons op een dood (aangereden) stekelvarken midden op de weg; een heel erg zielig gezicht, maar wat een prachtige stekels heeft zo’n beest. Dit was in ieder geval voor een aantal van onze groep een min of meer diervriendelijke manier om aan een aantal van die zwart-witte stekels te komen, aangezien het dier al dood was door een ongeluk. Wij hebben er ook een aantal meegenomen.


Toen we eindelijk bij de poort aankwamen en Douwe de formaliteiten afgehandeld had konden we het park in; Hans en ik reden samen met een ander echtpaar via een iets langere weg, terwijl de rest min of meer rechtstreeks naar het kamp ging, met Douwe ver vooruit om het kamp op te zetten. Onze rit was best mooi, vooral het idee van zo rondrijden in de bush (dit is leeuwenland!) en we hebben een aantal dieren gezien alleen geen grote katten natuurlijk. Het kamp zelf is schitterend, het lag op een ring van hellingen boven een grote vlakte (pan) met water, en de tenten waren ruim verspreid tussen de paar bomen in het zand. In de pan liepen gnoes, impala’s en gemsbok rond, en het uitzicht vanuit het kamp was schitterend! Ze hadden onze tent als gunst onder een klein houten afdakje op een betonnen plaat gezet, en al was ik bang dat beton harder ligt dan zand, het ligt nog altijd fijner dan zand met stenen, en aangezien we de keuze tussen die twee hadden…


Nadat de staf ieders tent opgezet had, uitgeveegd en alle flappen open om te drogen, en wij ons beddengoed tegen het houten afdakje gelegd hadden om te drogen konden we de rest van de avond genieten van het uitzicht. Rond zonsondergang heb ik de tent in orde gebracht en werden we door Douwe eraan herinnerd dat we hier in de wilde natuur zaten en er veel leeuwen, hyena’s en andere beesten rondlopen s’-nachts, en dus ten alle tijden alert moesten zijn! Het is geen grap, het is heus niet gevaarlijk maar je leert wel alert te zijn. Er zijn verhalen van mensen die een leeuw op het toilet vonden, tenslotte… En daarom had dit toilet dan ook een klein spiekgaatje in de muur, zodat je kon zien of er geen beest in zat!


Toen de zon onder was verscheen geleidelijk de Melkweg, met nog meer sterren dan de laatste keer dat we hem zagen, en begonnen ook de nachtgeluiden. Tegen het einde van de middag was een kleine jackhals bij het vuur verschenen, en die is blijven rondhangen totdat we allemaal naar bed gingen, in de hoop om iets te kunnen jatten… Ze zag er bijna aaibaar uit, en was niet echt schuw, ze bleef gewoon vlakbij liggen wachten, maar het is natuurlijk verboden om ze te voeren! Het werd een hele gezellige avond met veel gelach en gegrap, maar men bleef toch redelijk alert op ogen in het donker, en een diep gebrul op een gegeven moment herinnerde ons eraan dat er wel degelijk leeuwen rondlopen!


Toen Hans en ik naar bed gingen hebben we toch maar een aantal flappen dichtgedaan, omdat het idee om oog in oog met een leeuw te staan in het midden van de nacht wel heel erg spannend is… En heel de nacht hebben we in de vallei het gebrul van de leeuw gehoord, geleidelijk dichterbij komend!


free counters