1 maart; Nossob Camp (Kgalagadi NP) – Keetmanshoop, 554 km gereden

’S-ochtends was iedereen weer vroeg op, voor de laatste keer; als laatste verwennerij had Vermaak vandaag niet alleen de gebruikelijke cruesli met melk of harde Zuid-Afrikaanse koeken die in je koffie/thee gedoopt moeten worden voordat je ze kunt eten klaargezet, maar was ook bezig worstjes en eitjes met kaas te bakken terwijl op tafel lekkere vruchtenyoghurt stond.


Hans en ik hebben na het leegruimen van onze tent onze spullen weer ingepakt – waaronder de matras weer teruggewurmd in onze daktent – en na het lekkere ontbijt hebben we afscheid genomen en zijn vertrokken. Na nog even tanken in Nossob konden we over de grote grindweg naar het zuiden weer eens alleen op pad.


We hadden vandaag een lange rit voor de boeg; we wilde namelijk zo ver mogelijk Namibië inkomen vandaag. Het kostte ons al dik 3 uur om het Kgalagadi Transfrontier National Park uit te rijden, omdat de afstand van zo’n 160 over grindwegen ging met een maximumsnelheid van 50 km/uur. Maar dit was toch zeker een prachtige rit om te maken, want we hebben veel wild gezien zoals struisvogels, secretarisvogels, oryx en gnoes, en veel bewijs van leeuwen (geen leeuwen zelf helaas) – onder bijna elke grote schaduwrijke boom lag namelijk wel de uitgedroogde resten van een of andere antilopeachtige, in mindere of meerdere mate opgegeten! En op de weg hebben we binnen korte tijd na elkaar 2 zwarte mamba’s en een zwarte slang gezien!


In Twee Rivieren, het einde van het park en tevens grenspost tussen Zuid Afrika en Botswana, was het even zoeken naar de juiste weg en grensprocedure, aangezien dit soort dingen om de een of andere reden niet aangegeven worden en je het zelf maar moet uitzoeken. Wij moesten natuurlijk op enig moment uitstempelen in Botswana en instempelen in Zuid Afrika, maar ter plekke is het nooit duidelijk wat nu precies de bedoeling is. Onze route was van Twee Rivieren naar Bokspits (ook een grenspost), en van daaruit naar de grenspost Rietfontein (tussen Zuid Afrika en Namibië). We hadden gehoord dat de weg aan de Botswana-kant tussen Twee Rivieren en Bokspits veel beter was dan de Zuid Afrika kant, dus bij het grenskantoortje aan de Botswana kant van Twee Rivieren zijn we navraag gaan doen. Omdat we de Botswana-weg naar Bokspits wilde volgen hoefde we hier in ieder geval nog niet door de grens te gaan (omdat we technisch gezien Botswana nog niet verlaten hadden), maar wel moesten we het park verlaten, en om dat te kunnen moesten we een of ander registratienummer opgeven dat we in Mabuasehube gekregen zouden hebben… Watte? We wisten van niets, en Douwe is altijd heel grondig in dit soort zaken! Na wat heen en weer vond de beambte het goed dat we vertrokken zonder het nummer door te geven mits onze gids dat dan zou doen… Jaja! In ieder geval konden we weg!


In Bokspits aangekomen hadden we een dilemma; waar, in dit kleine maar uitgestrekte en onoverzichtelijke dorpje, was precies de grensovergang en hoe konden we de grens over… Want, zo bleek, kon je niet zomaar naar de grens toe rijden en Zuid Afrika in, je moest eerst uit Botswana stempelen. Dat bleek na een paar rondjes door het dorp gereden te hebben bij de politiepost te kunnen aan de andere kant van het dorp; en nadat we een beambte gevonden hadden om ons te helpen en een aantal formuliertjes ingevuld te hebben (en nog even met Douwe gekletst hadden die vlak na ons aankwam) konden we terug naar de Zuid Afrika grens rijden. Daar moesten we ook een formuliertje invullen en toen mochten we eindelijk weer naar Zuid Afrika gaan.


Eindelijk konden we weer op asfalt rijden, voor zo lang als het duurt! Na eerst nog zo’n 10 km verkeerd gereden te hebben omdat er een afslag in de weg verscheen die alleen maar naar het oosten leek te gaan (wij moesten naar het westen) en de ogenschijnlijk doorgaande weg waar we dus opbleven een nieuwe asfaltweg terug naar Twee Rivieren bleek te zijn, waren we op weg richting Rietfontein. Al gauw hield het asfalt weer op en werd het weer grind, en na wat zoekwerk omdat de weg naar Rietfontein in onderhoud bleek te zijn en er een onduidelijk aangegeven omlegging was kwamen we aan in het verrassend grote dorp Rietfontein. En nu weer het probleem van waar de grensovergang was en hoe we er moesten komen! Want dat klinkt ons misschien gek in de oren maar dat wordt in dit soort kleine grensposten dus totaal niet aangegeven en ligt ook meestal totaal niet voor de hand. De doorgaande weg waar we opwaren liep namelijk dood in een woonwijk, en het kostte ons twee keer verkeerd rijden en een keer navragen bij de gevangenis (of iets dergelijks, was niet helemaal duidelijk) voordat we eindelijk een grote weg in aanbouw vonden richting de grens. Via de omweg kwamen we eindelijk om half vier en licht oververhit aan bij de Zuid Afrikaanse grens (de grenzen sloten om half vijf) waar we konden uitstempelen, en daarna bij de Namibische grens waar we konden instempelen – na de verplichte formuliertjes ingevuld te hebben natuurlijk…


Bij de Namibische grens kregen we te horen dat we de belasting voor de auto 40 km verderop in het dorpje Aroab moesten betalen, en kregen een formuliertje mee dat voor die tijd ingevuld moest worden. Eenmaal in Aroab aangekomen hebben we de 16 euro betaald bij een soort kioskje waarbij we een bon meekregen die we – als er naar gevraagd werd – bij het verlaten van Namibië moesten tonen, en konden we verder met alle grensformaliteiten afgehandeld.


Hans had het al eens gezegd maar het is opvallend; de Namibische grindwegen zijn perfect, bijna net zo glad als asfalt! Tegen zessen kwamen we eindelijk uitgeput in Keetmanshoop aan, waar we besloten te stoppen, en na de borden gevolgd te hebben naar een oud Duits Gasthaus kwamen we aan bij een prachtig honderd jaar oud gebouw, vroeger een Duitse club, nu een luxe hotel en klein privé club. Bang voor de prijs maar te moe om nog verder te willen zijn we gaan informeren – en het viel honderd keer mee, plus iedereen was zo aardig en de kamer zo prachtig dat we helemaal blij waren! We waren bruinverbrand, moe, dorstig en hongerig, en ik denk dat dat duidelijk te merken was… Na een overheerlijk avondeten heb ik snel nog een verslagje om te versturen getypt en na het binnenhalen en verzenden van de meeste e-mailtjes en een lekkere douche zijn we voor het eerst in 10 nachten weer lekker op een matras in slaap gevallen!


free counters