5 maart; Namib Rand Nature Reserve – Swakopmund, 604 km gereden

Ook het ontbijt was door Jan en zijn vrouw en zus uitstekend verzorgd, en weer een heel ontbijtbuffet voor ons tweetjes uitgestald, en versgebakken eitjes met spek en tomaat en een grote thermos heet water voor thee… Hij merkte blij op dat we voor twee kopjes thee 1 zakje gebruikte, dat was pas de 3e keer in 10 jaar dat hij zoiets zag, en het waren dan altijd Zwitsers of Nederlanders geweest! Met nog een hele hoop tips en adviezen zijn we op pad gegaan, en ik geloof dat Jan nog een paar dagjes teert op ons bezoekje, hij was echt overduidelijk zo blij met gasten!


De rit vanaf Tolou’s Lodge werd eigenlijk gewoon steeds mooier; het landschap was ruig en wild, onherbergzaam en verlaten los van een enkele boerderij of accommodatie ver van de weg af. We zagen kale, ruige rode en paarse bergen en rotsen, en weidse valleien met over alles heen een dunne zweem groen, zilver en geel van de verschillende grassoorten; de lucht was vol wolken dus de zon wierp schaduwen op het landschap, en het was gewoon onbeschrijfelijk mooi. Naarmate we dichterbij Sesriem kwamen (de toegang tot Sossusvlei) zagen we steeds meer grote rode zandduinen in het landschap, die soms zo hoog waren dat ze de bergen en rotsen leken te verzwelgen. Af en toe zag je impala, zebra of struisvogels lopen, en we hebben gewoon genoten van de hele rit.


Bij Sesriem aangekomen hebben we toegang betaald en zijn we op de asfaltweg naar Sossusvlei gaan rijden – gek genoeg is dit stuk wel asfalt terwijl we, sinds Aus, geen asfalt meer gezien hebben! Het is duidelijk dat Sossusvlei de grootste trekpleister van Namibië is, want de hoeveelheid accommodatie hier aan het begin van de vallei is ongelofelijk. Maar, in tegenstelling tot onze verwachtingen is het ook zeker niet overdreven (we hadden namelijk het gevoel gekregen dat het niet zo heel bijzonder was)! Je rijdt zo’n 65 km langs de steeds nauwer wordende rivierbedding van de Tsauchab rivier (die droog ligt) recht de rode zandduinen van de Namib in, en ziet dus tijdens het rijden de duinen aan beide kanten ook steeds dichterbij de weg komen, en hoger worden. Schijnbaar zijn deze duinen tot wel 300 m hoog, imposant zijn ze zeker! Naarmate je dieper de duinen ingaat komen er ook steeds meer bomen. Bij Deadvlei hield de asfaltweg op en werd het 4wd werk voor ons; kronkelend en hobbelend over het diepe zand en slalommend tussen de bomen en door de rivierbedding heeft Hans via de vele 4wd sporen de laatste 5 km gereden, naar Sossusvlei zelf. Sossusvlei is namelijk een ‘meer’ (nu droog) waar het water van de Tsauchab zich verzamelt omdat het doodloopt tegen de duinen aan. Als de Tsauchab water heeft kan het water tot wel een jaar na overstroming in Sossusvlei blijven, en het heeft volgens Jan in 2006 wel 3 meter hoog gestaan.


Sossusvlei is dus eigenlijk een oase, en het was er dan ook relatief veel begroeid met bomen en struiken. Echt bloedmooi om te zien zo tussen de hoge rode zandduinen, maar eigenlijk vonden we de rit naar Sossusvlei toe het allermooist, omdat je daar echt in de woestijn rijdt en die bomen in deze oase dat idee eigenlijk een beetje verstoren.


De rit vanaf Sesriem naar Walvisbaai, iets voor Swakopmund, was lang (helaas weer geen asfalt, al werd de weg naarmate we verder van het drukke Sesriem kwamen wel steeds beter) maar bloedmooi en werd ook steeds mooier; het landschap werd steeds ruiger en de lucht ook; we hebben bijna geen druppel gezien maar reden wel steeds tussen donkere dreigende onweersbuien die, in de verte, echt gordijnen van regen produceerde, wat het landschap ook een speciale sfeer geeft.


Als een soort verrassing in het landschap, omdat je het totaal niet kon zien aankomen, zijn we door een spectaculaire bergpas gereden, de Gaub-pas. Dit was een kronkelend weg die langs kliffen en afgronden van kale leisteen rotsen leidde, om onder in de vallei, omringd aan alle kanten door deze kliffen, de rivier over te steken. Tientallen kilometers verderop, reden we door een haast nog mooiere bergpas, de Kuiseb-pas; deze pas had ik wel over gelezen op internet maar geen foto of beschrijving kan dat goed weergeven, allebei deze passen waren echt waanzinnig mooi. Wij vinden het landschap dat we vandaag gezien hebben echt bij de mooiste die we ooit gezien hebben horen, zelfs inclusief Antarctica en IJsland!


De laatste 150 km voor Walvisbaai veranderde het landschap van heuvelachtig naar plat, en reden we ‘echt’ door woestijn; overal zo ver als je kon zien zand, zand en nog eens zand. De temperatuur paste ook goed bij een woestijn inmiddels, en je zag op de horizon de schittering van de hitte, waardoor het moeilijk werd om goed te zien wat bij het landschap en wat bij de lucht hoorde… Weinig te zien behalve kale vlaktes zand, maar ook daarom juist heel mooi en desolaat.


Tegen de tijd dat we in Walvisbaai waren aangekomen was het 5 uur ’s-middags en waren we moe; maar we moesten pinnen en tanken voordat we de laatste 35 km door konden naar Swakopmund en een overnachtingplaats zoeken, dus dat moest eerst gebeuren. Hans was 5 jaar geleden in Swakopmund geweest en herinnerde het zich als een leuk klein dorpje, en was dus eigenlijk geschokt om te zien dat het nu een drukke, grote, explosief gegroeide stad is, een soort Scheveningen in de woestijn… Helaas is de charme die Hans zich nog herinnerde nu volledig weg; in 5 jaar is er zo veel veranderd dat hij het bijna niet meer herkent!


Toen we op zoek gingen naar een hotelletje of iets dergelijks bleek ook dat Swakopmund heel erg op toerisme gericht is geworden; ieder hotel waar ik binnenstapte terwijl Hans in de auto wachtte was vol en/of te duur! Maar door bij iedere receptie te vragen of ze wisten of er ergens anders was waar we terecht konden, kwam ik na de 4e poging terecht bij een prachtig verscholen pensionnetje, dat goedkoop was en heel erg leuk met mooie binnentuin en hele leuke aankleding; helaas maar voor 1 nacht maar we waren inmiddels al lang blij dat we een bed hadden gevonden!


’S-avonds zijn we de stad ingewandeld en heeft Hans zich nog verder verbaasd over de enorme groei van Swakopmund in de laatste 5 jaren. We hebben nog een keertje kunnen pinnen, en daarna bij The Ocean Basket, blijkbaar een Zuid Afrikaanse keten visrestaurants, ons helemaal ongans gegeten aan het volgende: Hans een stuk of 10 heel grote zalige garnalen met friet en een hoop lekkere stukken goedgekruide calamari met brood en sausjes en ik ook die calamari en friet met nog een groot stuk vis en brood met sausjes. Als toetje hadden we ieder drie grote stukken lekkere baklava met een flinke bol ijs en ieder een flesje jus d'orange, en al met al hebben we maar 20 euro betaald inclusief fooi!


free counters