7 maart; Swakopmund – Twijfelfontein, 460 km gereden

Vanavond slapen we in Xaragu Camp (volgens mij betekent dat “meerkat” of stokstaartje), een hartstikke leuk tentenkamp dat we tussen de heuvels genesteld vonden, redelijk dichtbij Twijfelfontein. Morgen zijn we van plan om in ieder geval de highlights van Twijfelfontein te bezoeken en hopelijk een pinautomaat te vinden, al heb ik daar een hard hoofd in aangezien die er in de bush niet zo veel zijn… Het is echt om dol van te worden die maximum die je kunt pinnen per dag, echt niet voldoende voor toeristen die er alles van moeten betalen want de prijzen zijn hier relatief gezien torenhoog! Als je maar 2000 kunt pinnen per dag en bed en breakfast al gauw 700 per keer, tanken 500 per keer en avondeten per keer 300 kost, ben je er al weer ver doorheen op een dag! Zeker als je ook nog eens toegang moet betalen, want dat hebben ze hier ook wel door; prijzen variëren tussen de 100 en de 170 om parken maar ook dingen zoals de zeehonden bij Cape Cross te mogen bezoeken. Ja en dan is het cententellen, al heb je nog zo veel beschikbaar staan op de bank om op te nemen!


We vertrokken vanochtend na een Duits ontbijt tussen Duitse gasten in ons Duitse pensionnetje (je zou haast vergeten dat je hier in Namibië zit, ik voel me soms echt in Duitsland!) richting Cape Cross, om de honderd duizenden zeehonden te zien die daar verblijven. Toen Hans 5 jaar geleden daar naartoe reed was het dorpje Henties Bay bijna niet bestaand (nu was het een kleine stad formaat Swakopmund), en was er verder helemaal niets langs de weg, terwijl we nu regelmatig langs zoutmijnen reden en om de zoveel kilometer langs een speciaal aangegeven vissersstek – we reden tenslotte vlak langs de kust – inclusief betonnen wc-tje.


Cape Cross zelf, wist Hans nog, was gewoon een weggetje naar de kust toe waar je bij een kapot muurtje en een wc-tje parkeerde en de zeehonden het wc-gebouwtje bezet hadden en je wegjoegen als je te dichtbij kwam. Nu moesten we al kilometers van tevoren een “permis” halen bij een kantoortje, voor zo’n 9 euro, voordat we door mochten, en was het wc-tje gesloopt en in een picknickruimte veranderd en een aantal tientallen meters wandelplanken aangelegd om de zeehonden van een veilige afstand te kunnen bekijken. Heel erg jammer om mee te maken dat iets zo gecommercialiseerd wordt! Ik vond het er al niet uitzien en ik weet niet hoe het was. Helaas bleek dat de zeehonden in die 5 jaar ook nog eens een stuk schuwer geworden waren en grote hoeveelheden al van verre op de loop (nou ja, waggel) gingen als je aankwam, maar gelukkig waren er nog heel veel zeehonden te zien en nog genoeg die gewoon als zoutzakken bleven liggen als je dichtbij kwam! Later bleek dat ze schuw zijn geworden omdat ze de afgelopen paar jaar flink afgeschoten zijn om de kolonie te verkleinen – er bleef namelijk niet genoeg vis voor de beroepsvisserij over.


De zeehonden waren echt heel erg leuk om te zien, ik heb er van genoten en Hans ook, zelfs al wist hij wat hij moest verwachten. Echt een strand vol met beesten, zo ver als je kon zien, op iedere rots en op en naast elkaar op het strand en in het water… Als je je ogen dicht deed klonk het meestal net als een kudde geiten, al konden ze af en toe ook flink blaffen naar elkaar – er werd behoorlijk wat afgesnauwd en gegromd als eentje over de flippers van of in de buurt van de steen van de andere kwam, maar daar bleef het verder ook bij, we hebben geen vechten gezien. We hebben er wel een uur staan kijken want er was constant beweging en activiteit, echt heel erg leuk!


De rit naar de Skeleton Coast was ook heel mooi, vaak dicht langs de kust en als landschap een gelige zandwoestijn, duinen en regelmatig zoutvlaktes. Er hingen flarden van een soort licht mist of misschien dauw die het geheel ook een apart karakter gaf. Op een plek waren zelfs op roestige oliedrums langs de weg enorme brokken zoutkristallen uitgestald, te koop; we hebben gekeken maar van dichtbij zag je dat de zoutkristallen al blootgesteld waren aan vocht, en als je die meeneemt naar vochtig Nederland smelten ze letterlijk weg als je niet oppast. We zijn bij een zo’n zoutvlakte gestopt om te kijken en hebben een klein zoutkristalletje meegenomen; eens zien of die het overleeft!


We hadden van Douwe gehoord dat je prima door een deel van de Skeleton Coast kon rijden, en na het halen (en betalen) van een permis konden we er bij de Huab Gate inrijden. Bij de Springbokwasser Gate reden we er weer uit, en tijdens die rit hebben we echt genoten van een prachtig, bizar en onherbergzaam landschap! Het begin van de Skeleton Coast is een donkere, onherbergzame rotswoestijn van rode en bruine rotsen, en het is niet voor niets dat het Skeleton Coast heet; niet alleen liggen er blijkbaar duizenden wrakken voor en aan de kust (we hebben er een gezien op het strand) maar ook liggen er talloze bomen en takken en hier en daar walvisbotten, wit gebleekt en net allemaal botten van veraf. Ook zagen we de ruďne van een olie boorinstallatie, waarbij de boortoren helemaal ingestort was. Naarmate je noordelijker en dan vlak voor Torra Bay oostelijker rijdt worden de duinen hoger en grilliger en krijg je bergen, kliffen en valleien van rode, bruine en zwarte rotsen; tafelbergen, spitse bergen, ronde bergen, en trapbergen, alles door elkaar en dicht op elkaar zodat je bij iedere bocht van de weg in een ander landschap kunt komen…


Ook de rit uit het park naar Twijfelfontein toe was heel erg mooi; hetzelfde soort ruige bergachtig landschap, met hoge steile rode en bruine, bijna paarse bergen. Omdat het al weer wat laat aan het worden was en heel erg warm besloten we om eerst een overnachtingplaats te vinden – en stelde onszelf in om eerst een paar keer weg te gaan vanwege de torenhoge prijzen die je hier kunt vinden – en dan morgenochtend de highlights van Twijfelfontein op te gaan zoeken. Onze eerste poging was eigenlijk gelijk een schot in de roos; Xaragu Camp is echt een prachtig klein kampje van een aantal campingplaatsen, standaard tenten en luxe tenten met olielampen en hout-gestookt heet water (geen stroom) midden tussen de heuvels en naast een grote (droge) rivier. Wij hebben na inspectie gekozen voor de luxe tent, aangezien die een (buiten)badkamer en suite had en groot genoeg was om in te staan en dus redelijk comfortabel! Het terrein is vol met loslopende en aangelijnde beesten van geiten tot pauwen tot een geadopteerde baviaan die vroeger mishandeld was en niet meer in het wild terugkon dus nu in zijn oude dag hier vertroeteld wordt. Er is alleen bij de bar stroom van de generator, tot een uur of 5 ’s-middags, dus ik ben even snel na aankomst het fototoestel leeg gaan gooien aan de bar!


Hans ligt ondertussen te zuchten en te steunen in onze luxe tent want het is vandaag weer lekker warm (ik zweet me ook te pletter hoor) en te verzuchten dat IJslandtoch echt een beter vakantieoord is… Ik denk dat hij op dit moment ook wel weer naar Antarcticawil wat dat betreft, of gewoon het hoofd in de koelbox steken!


Het avondeten was lekker en heel leuk verzorgd, met iemand die nog buiten op de barbecue (braai) met enorme vlammen het vlees aan het braden was, en overal olielampen voor het licht; er waren 3 andere stellen en het complete keukenpersoneel kwam zichzelf even kwam voorstellen en ons bedanken voor ons bezoek voordat ze uitlegden wat er te eten was. Terug in onze tent hebben we nog even de olielampen aangehad maar zijn toen toch al gauw gaan slapen, aangezien het al half 10 was en we hartstikke moe waren.


free counters