12 maart; Grootfontein – Divundu, 484 km gereden

We slapen vandaag in een lodge net buiten Popa Falls in de buurt van Divundu, Ngepi Camp. We zijn hier terecht gekomen omdat iedereen het ons aanraadde als een geweldige plek, en dat klopt ook zeker wel, het is een hartstikke leuk kamp, met bush huts met muren van rietmatten en een dak van stro, “boomhutten” aan het water, ook van riet en stro, tenten op houten vlonders, schitterende campingsites onder grote bomen, en tussen alles door maf gestoord sanitair en grapjes… Zoals de “boskak”, een toilet in de grond gemetseld tussen de bomen waarbij je aan een stokje aan een touwtje moet trekken om door te trekken, of de “view with a loo”, een wc die tussen de struiken stond en uitkeek over het veld.Verder zagen we de “Today” en “Tomorrow” douche, de een een doucheplateau tussen de takken van een boom aangelegd, de ander een felgeschilderd betonnen douche waarbij het water uit een emmer ‘chemisch afval’ komt. En het “sterrenbad”; een ouderwets tinnen bad met zijn eigen zonneverwarmingsketel, in de open lucht. Ook hebben ze de allereerste hippo- en krokodillenduikkooi, een kooi in de rivier zodat je veilig kunt zwemmen… Klinkt allemaal heel maf maar is wel heel erg leuk opgezet allemaal, tussen het riet en de bomen en struiken van de Okavango rivier. Echt een aanrader als je via de Caprivi Strip rijdt, of je nu kampeert of in een hutje slaapt!


We hebben gelijk 2 nachten geboekt, vandaag in een bush hut en morgen in een boomhut; en we zitten te overwegen of we misschien nog een derde nacht willen blijven want de sfeer is hier heel erg leuk! Op het moment zitten we weliswaar in onze hut tussen de lekken in het rietdak door een behoorlijk pittige onweersbui uit te zitten, waarbij de regen zo hard omlaag kwam dat het buiten haast een vijver leek om onze hut heen, maar dat is niet anders en daar kunnen ze hier ook weinig aan doen; dit soort regenbuien zijn zo hard, die dringen overal doorheen, en met een beetje schuiven van het meubilair kunnen we de meeste dingen wel redelijk droog houden…


Vanochtend zijn we uit Grootfontein vertrokken, voor een lange rit naar het begin van de Caprivi Strip toe, tussen de vele stortbuien door. Omdat we toch besloten hadden geen ontbijt te nemen vanochtend kregen we korting op onze overnachtingsprijs, die toch al niet zo hoog was! De (blanke) eigenaar van de bed en breakfast maakte nog een keer een opmerking over mijn “complexion”, oftewel mijn huidskleur, dat die zo mooi blank was. Hmpf, ik weet niet zeker of ik daar nu zo blij mee moet zijn, maar Hans moest er stiekem om lachen!


Op mijn kaart stond dat er tussen Grootfontein en Rundu, zo’n 270 km, helemaal niets was, maar in de praktijk bleek dat het een lange strook van bewoning was, zeker nadat we in het Kavango District kwamen; allemaal rieten hutjes tussen de bosjes en langs de weg, met velden tussen de bomen en koeien en geiten en ezels, en om de haverklap een school. Het meest dichtstbevolkte gedeelte van Namibië, en dat klopt wel! Sowieso is het landschap hier heel anders dan de rest van Namibië, heel groen en begroeid, meer bosachtig met hogere bomen, en nu met al die regen dus hartstikke tropisch. De meeste hutten die we zagen waren dan wel van riet, leem en takken, alles zag er goed verzorgd uit en je zag regelmatig mensen lopen met mobieltjes en zelfs wel eens met dure sportschoenen… We zagen ook vaak winkeltjes en kroegen, dan was de hut in felle kleuren geschilderd met een naam als “Chicago Inn” of “Highway Supplies” – we zagen zelfs nachtclubs, tenminste volgens de borden die erop hingen… Verder ook dingen als een makelaar, of de “Backstreet Boys Hair Salon”; best een gek gezicht allemaal want het zijn allemaal van die rieten hutten, of soms een enkele van golfplaten! En langs de weg, vaak blijkbaar verlaten in het bos, vond je uitstallingen van aardewerk, rieten manden en houtsnijwerk te koop.


Rundu zelf was een stadje, druk en vol en heel Afrikaans. We besloten in Rundu ons Namibisch geld te wisselen voor Randen, aangezien Namibische Dollars niet in Victoria Falls geaccepteerd worden en Randen door heel zuidelijk Afrika behalve Botswana te gebruiken zijn… We hebben de afgelopen dagen flink cash zitten sparen, door elke dag geld op te nemen, zodat we een beetje meer ruimte krijgen om te doen wat we willen. We waren al bang voor een hoop gedoe en gehannes zoals toen in Zuid Afrika, dus hadden toen we de bank instapte onze paspoorten al klaar, en ook de bonnetjes om te bewijzen dat we het geld legaal uit de muur getrokken hadden; maar tot onze enorme verbazing was het gewoon een kwestie van het Namibisch geld inleveren en afwachten tot het geteld was en het Zuid Afrikaanse geld ook geteld was!


Daarna zijn we nog even gaan tanken… Het is hier de gewoonte om de tank zo vol mogelijk te tanken, de jongens staan vaak nog echt druppeltje voor druppeltje erin te doen om maar zo veel mogelijk diesel te verkopen – wij vermoeden dan ook dat deze pompbediendes uitbetaald krijgen naar de hoeveelheid die ze verkopen, want er wordt ook vaak echt onderling gedrongen om je bij een pomp te krijgen! Vandaag waren de jongens van onze pomp supersnel en riepen dat ook veel en vrolijk; binnen korte tijd hadden ze alle ramen en spiegeltjes gepoetst en onze tank tot de dop toe volgetankt… En ik kreeg de indruk dat de jongen nog graag de auto een beetje heen en weer had willen duwen om nog wat druppeltjes erin te krijgen!


Vanuit Rundu was het nog een eind rijden naar Divundu, waar we afsloegen richting Popa Falls (die we nog niet bekeken hebben maar die echt heel weinig voorstellen, volgens Hans die natuurlijk e.e.a. al gezien heeft 5 jaar geleden.) en Ngepi Camp opzochten. We vermoeden stiekem dat het feit dat we voor morgen de allermooiste boomhut gekregen hebben die ze hebben (nummer 3…) misschien iets te maken heeft met het feit dat Douwe de eigenaar kent en gevraagd had of we zijn naam wilde noemen… Vanavond schuiven we aan bij de maaltijd (een vast menu, moet je je voor inschrijven) bij het kampvuur, en morgenochtend gaan we een mokoro-tocht doen – dat is een uitgeholde boomstam waarmee je over het water vervoerd wordt.


Inmiddels is de regen grotendeels gestopt, en is onze openlucht en suite bush-badkamer weer mooi schoongespoeld… Aan de hoeveelheid water in het vuilnisemmertje te zien is er zo’n 5-7 cm regen gevallen, waarbij het zo’n 15 minuten echt heel hard gestort heeft en voor de rest gewoon geregend, dat is een behoorlijk stevige bui! We hebben de rest van de middag nog een beetje gedut op bed, en ’s-avonds bij het kampvuur ons eten opgegeten – je haalde zelf je bord bij de keuken en kon dan zitten waar je wilde. Zowel Hans als ik had al weer een beetje heimwee naar de sfeer van onze Kalahari-tocht; dat ’s-avonds in een schitterende omgeving rond het vuur zitten eten en kletsen was echt waanzinnig leuk geweest!


Tijdens het eten kwam een zwangere zwerfhond uit de omgeving snuffelen voor hapjes; wij hadden niets voor haar maar ze kwam toch wel aan haar trekken bij anderen. Ik vind die honden hier allemaal zo mooi, ik zou ze allemaal zo mee kunnen nemen! (Mag niet van Hans om de een of andere reden…) Maar ik vind ook dat bijna alle honden die we zien er goed uit zien, en zelfs deze zwerfhond zag er hartstikke gezond en goedgevoed uit. Ik denk ook dat het niet echt een zwerfhond is maar een hond uit de omgeving die weet dat er veel te halen valt in dit kamp, mits ze voorzichtig is want de eigenaar heeft het er niet zo op!


free counters