14 maart; Divundu – Livingstone, 553 km gereden

We hebben inderdaad weinig geslapen vannacht, er was zoveel gesnuif, gegrom, getjirp, gefluit, gekraak en gestommel buiten dat we er constant wakker van werden! We hadden gister grapjes gemaakt over hoe de nijlpaarden misschien voor onze hut zouden komen slapen maar vannacht hoorde we dus inderdaad vlakbij nijlpaardgebrom en gesnuif!! En gespetter en gekraak… Ze waren in de rivier vlak bij ons bezig en het was vanochtend duidelijk te zien dat er vlak onder onze veranda het riet platgetrapt was voor een nijlpaardenbed… Wauw! Maar met al die geluiden ’s-nachts waren we wel constant een beetje gespannen over wat er allemaal rondkroop, dus toen Hans vanochtend opstond en zijn voeten bijna op iets warms, zacht en harigs zette schrok hij zich dood – de zwangere zwerfhond van eergisteren was vannacht onze hut ingeslopen en lag nu prinsheerlijk op het matje aan Hans zijn kant van het bed te slapen… Ze gaf ons geen enkele aandacht, en heeft geen poot verroerd terwijl we opstonden en de auto weer inrichtte, hoogstens om even uit te rekken en anders te gaan liggen!


Vandaag was ons plan om naar Katima Mulilo te rijden maar het rijden ging zo vlot dat we besloten om maar gelijk door te rijden naar Zambia en naar Livingstone te rijden… Met name omdat we wisten dat we daar van ons geld afgeholpen zouden worden, dus dan konden we er maar beter heengaan als we nog voldoende geld hadden! Het was vanochtend toen we wakker werden al regenachtig, en we hebben onder het rijden ook eigenlijk bijna constant regen of bewolking gehad. Op zich wel goed voor de hoeveelheid water in de Victoria Falls natuurlijk! Tijdens de rit over de Caprivi Strip zelf, zo’n 200 km, stonden er constant bordjes om te waarschuwen voor olifanten. Helaas hebben we er geen een gezien, maar wel bewijs van hun aanwezigheid in de vorm van olifantenmest op de weg… En tijdens het rijden vlogen opeens vier enorme zwarte vogels met rode kelen van de grond op; grond-neushoornvogels, volgens onze vogellijst van Etosha!


Katima Mulilo was een grote grenspost waar we nog even getankt hebben en gepind, en gelijk gewisseld naar Randen. Die Randen zijn in Zuid Afrika en Namibië te gebruiken, dus die gaan wel op; en we kunnen maar beter genoeg geld hebben als we in Zambia zijn want we willen geen Kwatcha’s hoeven pinnen. Wat gaat dat hier makkelijk, echt je loopt een bank in, zegt dat je wilt wisselen, en krijgt gelijk uitbetaald, geen formulieren invullen, niets! Ook zijn we nog even de supermarkt ingedoken om drinken en lunch te kopen – we willen vermijden om te moeten tanken of winkelen in Zambia, want in de lodge en bij de Falls kan je wel in Randen betalen, maar daarbuiten loop je het risico Kwatcha’s terug te krijgen, en dat willen we niet want die zijn slecht om te wisselen en weinig waard!


Na een kleine detour langs een kantoortje voor wegenbelasting waar we als uitgaande gasten niet hoefde te zijn omdat we die bij binnenkomst al betaald hadden konden we op weg naar de grens zelf – we zijn er inmiddels achter dat elke grenspost zijn eigen, unieke, rituelen heeft en je maar beter gelijk alles wat er officieel en grens-achtig uitziet langs kunt gaan en even navragen of je daar als uitgaande bezoeker moet zijn, om te voorkomen dat je later alsnog terug mag gaan. Want we merken ook dat men heel aardig en eerlijk is en je als blanke toerist zo veel mogelijk op weg helpen – soms wijzen mensen bij binnenkomst van een grenspost al in de richting waar je moet zijn – en het is ook zeker niet zo dat ze je zullen bedriegen. In ieder geval, niet onofficieel…


Want het uitstempelen uit Namibië ging redelijk soepel, kwestie van formuliertje invullen en stempel krijgen in een klein hutje dat verder niet aangegeven stond… Maar het Zambia binnenkomen was een ander verhaal; we zijn al gelijk 100 Amerikaanse dollars en 825 Rand lichter gemaakt, en dat is puur en alleen om het land in te mogen! En dat zijn allemaal officiële belastingen en visa’s die je betaald… Om te beginnen reden we het niemandsland uit en kwamen bij een T-splitsing zonder nog een kantoor of iets anders gezien te hebben. Maar gelukkig was er bij het verkeersbord naar rechts, richting Livingstone, een houten bordje gehangen met “douane, naar links”. En onder een boom bij de T-splitsing zaten een aantal mannen die ons wenkte naar een vervallen betonnen gebouwtje en een oude caravan die letterlijk van ellende uit elkaar viel. Want het is duidelijk dat iedere toerist bij dit punt verdwaalt, dus die mannen wisten dat we moesten instempelen.


In het gebouwtje was een vorm van balie aangelegd met 2 douanebeambten erachter; na het verplichte formuliertje invullen moesten we voor ons tweeën 100 Amerikaanse dollar betalen voor het visa – alleen in Amerikaanse dollars of in Britse ponden te betalen… En de douanebeambte was heel erg vriendelijk en legde mij uit terwijl Hans het geld ging halen dat je iedere keer dat je het land binnenkwam die 50 dollar per persoon moest neerleggen, maar dat je wel een soort korting van 20 dollar kreeg op een dubbel visa… Dan kostte het maar 80 dollar voor twee keer binnenkomen in plaats van 50 dollar per keer. Na de formaliteiten afgehandeld te hebben (dit was enkel nog immigratie) verwees hij ons naar iemand die aan het einde van de balie zat, die ons door een halletje (en langs een kapotte automotor op de grond) naar zijn kantoortje leidde waar we mochten gaan zitten en hij de rest van de procedure ging uitleggen.


We moesten namelijk bij hem een verzekering regelen en betalen (450 Rand) voor de auto. Daarna moesten we bij zijn buurman aankloppen die ons een koolstof-emissie-belasting zou opleggen (hoe verzinnen ze het), en daarna moesten we buiten bij het vrouwtje in de kapotte caravan langs om WA verzekering te betalen. En daarna waren we vrij om van Zambia te gaan genieten! De verzekering was snel geregeld want deze man was heel vriendelijk en hulpvaardig. De koolstof-emissie-belasting bedroeg 300 Rand, en helaas was deze man een echte ambtenaar die ons lang heeft laten wachten voordat we weg mochten met bon en formulier. In de kapotte caravan hebben we een handgeschreven bonnetje met een stempel erop ontvangen voor 75 Rand, en toen waren eindelijk alle formaliteiten voorbij en konden we eindelijk dik een uur na aankomst in Zambia legaal vertrekken, een stapel bonnen en formulieren rijker en een hoop geld armer!


De weg naar Livingstone vanuit Katima Mulilo was uitstekend, in ieder geval voor Zambiaanse standaarden want er zaten wel soms behoorlijk diepe en gevaarlijke potholes in! Maar toch kon Hans goed doorrijden en rond vier uur kwamen we Livingstone in, een grote drukke stad. De lodge waar we naar toe wilde, Maramba Lodge, lag een eindje buiten de stad en heeft overduidelijk zijn beste tijd gehad. Toegegeven ze zijn de boel op het moment ook aan het opknappen, er wordt overal hard gewerkt aan tenten repareren en het restaurant is bijvoorbeeld vanavond gesloten en opent pas morgen weer, voor het eerst in twee weken, na een korte renovatie. Maar we merken ook dat het hoogseizoen zo onderhand begint, want we konden dus alleen vandaag in een chalet terecht en moeten vanaf morgen in een luxe tent overnachten – overigens gaan de prijzen ook per morgen omhoog – maar goed, het is hier overal duur.


We hebben gelijk een olifantensafari geregeld voor de 17e, en de microlight vlucht voor morgenochtend, en blijven hier dus in totaal 4 nachten. Tussendoor zullen we op ons gemak de Falls zelf bezoeken, maar morgenochtend zal ik ze dus voor het eerst zien en vanuit de lucht nog wel! Ik ben benieuwd en verheug me erop, ook op het vliegen in zo’n gemotoriseerde delta-vlieger zelf! Nu zitten we na een lekkere douche nog een beetje te computeren – emailen lukt niet, misschien op een ander tijdstip wel – en zodirect gaan we nog wat eten; we hebben niet veel honger en hadden geen zin om een restaurant te gaan zoeken en hier in het donker op pad te moeten zijn, dus we hebben nog wat van onze blikjes gepakt om de ergste trek te stillen. We hebben wel koffie en thee spullen gekregen op onze kamer, maar geen waterkoker; schijnbaar wordt er ’s-ochtends een thermos heet water gebracht. Het blijft natuurlijk Afrika, en aan een waterkoker hadden we toch niets gehad… Want toen we op de kamer aankwamen was er geen stroom, en hebben we kaarsen aan moeten steken (die in overvloed aanwezig waren, want het gebeurt hier duidelijk wel meer). Inmiddels hebben we al weer een paar uur stroom maar wisselt die af en toe merkbaar van kracht!


free counters