18 maart; Livingstone – Kasane (Chobe NP), 87 km gereden

Vanochtend hebben we gedoucht en onze spullen weer in de auto ingeruimd, en toen was het richting de receptie om af te rekenen… Nu willen ze in Zambia het allerliefst alles behalve in kwatcha’s uitbetaald worden, de prijzen voor de kamers staan zelfs al standaard in Amerikaanse dollars! Maar ze willen ook heel graag van hun kwatcha’s af, dus wisselgeld krijg je als je niet oppast in kwatcha’s terug… Wij wilde in rands betalen (ook een zeer geliefde valuta), dus via een omrekenblaadje was snel uitgerekend hoeveel rands we moesten betalen; eerst moesten we apart betalen voor het eten, waarbij ze 60 rand wisselgeld in kwatcha’s terug wilde geven… Maar we wisten haar te overtuigen om die mee te rekenen in de betaling voor de overnachtingen, die dan min die 60 rand op 3405 rand uitkwam. Slik, we hadden (vers van het wisselen in Namibië) alleen maar 100-rand biljetten, dus dat betekende wel 95 rand in kwatcha’s terug, zo’n 47.500 kwatcha (grofweg 8,5 euro)!!! Terwijl Hans de 100-rand biljetten aan het uittellen was begon ik dus te smeken of ze die 5 rand niet kon vergeten (ongeveer 45 eurocent) en na hard nadenken vond ze het goed. Gelukkig maar want anders waren we toch nog met een flinke bundel kwatcha’s uit Zambia vertrokken…


We hadden besloten om, omdat het korter is en omdat het een beleving is, via de ferry bij Kazungula de grens naar Botswana over te steken… Het was inderdaad een beleving! Ten eerste is Kazungula een grenspost vlak bij Namibië, Botswana, Zambia en Zimbabwe, en zelfs Angola is er in de buurt van (via Namibië). Dus de hoeveelheid vrachtverkeer die de grens over moet is in deze regio natuurlijk enorm. Maar het probleem is dat Kazungula een ferry is (al de andere grensposten in deze omgeving zijn bruggen of wegen) met twee kleine ferry’s over de Zambezi, waar misschien maar 1 vrachtwagen en een of twee personenauto’s oppast per keer. En dan moet je nagaan dat de rij vrachtwagens aan de Zambia-kant een dubbel-geparkeerde rij is van zo’n 700 m lang, en aan de Botswana-kant ruim 2 km voor zo ver als wij konden kijken (en we denken nog veel langer, maar we moesten richting Kasane dus hebben de rij niet helemaal afgereden)… De personenauto’s tellen we niet mee, want die rijden gewoon zo ver mogelijk naar voren en piepen waar mogelijk voor de vrachtwagens langs de ferry op – en dan zijn er natuurlijk ook nog eens heel veel mensen die lopend aan komen zetten.


We beginnen aan het systeem te wennen bij grensovergangen – over het algemeen is het systeem dat er heel weinig of geen systeem is, het lijkt op het eerste gezicht een grote chaos, zeker als je aan komt rijden bij de grenspost van Kazungula aan de Zambiaanse kant! Een grote kleurrijke lawaaiige meute van mensen beladen met tassen en zakken, blauwe Zambiaanse taxi’s, personenauto’s en vrachtwagens in de modder, allerlei kleine officieel- en minder officieel-uitziende hutjes, douanebeambten in witte uniformen, mannetjes met bundels geld die je aanbieden om te wisselen, en verkoopsters met doorzichtige emmers muffins of gebraden kip, of manden en schalen vis en andere onduidelijke handelswaar, en alles loopt en rijdt door elkaar… Maar als je goed oplet en luistert naar de mensen om je heen dan wordt je vanzelf de goede kant op gestuurd, want de sociale controle in de chaos is duidelijk aanwezig en groot, en iedereen helpt mekaar over het algemeen op weg.


Omdat het zo druk en chaotisch was met aankomende en vertrekkende vrachtwagens moesten we de auto buiten het officiële terrein parkeren en voorbij het hek lopen naar een gebouwtje waar we de overgang voor de auto moesten betalen; 20 Amerikaanse dollars. Of, in ons geval omdat we niet voldoende dollars hadden en geen klein biljetten in randen, 150 rand en 10 Namibische dollars. Met dit formuliertje mochten we in ieder geval gebruik van de ferry maken; nu moesten we nog uit Zambia stempelen… We werden weer naar een ander gebouwtje gewezen waar ik in een groot boek onze gegevens noteerde (daar zijn ze in Zuidelijk Afrika dol op, overal moet je in grote boeken al je gegevens noteren…). Zonder er een blik in te werpen gaf de douanebeambte ons de benodigde stempels in onze paspoorten, en toen moesten we nog naar het buurloketje om al de formulieren die we bij binnenkomst in Zambia gekregen hadden te overhandigen om te bewijzen dat we al de juiste belastingen betaald hadden, en moesten we weer alles, tot het chassisnummer van de motor, in een ander boek invullen. We kregen nog eventjes te horen dat de beambte bij binnenkomst in Zambia niet zijn gegevens ingevuld had op het formulier van de verzekering, maar wat doe je eraan, het maakte uiteindelijk toch niet uit, het benodigde stempel kregen we toch wel. Overigens ben ik er na een aantal grensoversteken inmiddels wel achter, je moet altijd je eigen pen meenemen want er is veel schrijfwerk, maar weinig pennen beschikbaar!


Nu mochten we eindelijk het land uit. Dus we reden richting het hek en piepte net als anderen tussen de vrachtwagens door nadat we aan de beambte van het hek hadden laten zien dat we de koolstof-emmissie-belasting betaald hadden… We hadden waanzinnig veel geluk want de ferry was net aan het aanmeren en we werden, samen met een Zambiaanse taxi en een andere Zuid Afrikaanse auto, richting de ferry gewuifd langs alle wachtende vrachtwagens die al binnen het terrein stonden. Daar moest ik als bijrijder uitstappen en Hans moest alleen een plekje zoeken op de ferry – en zijn gegevens in het grote boek invullen… Ik moest tussen de waterplassen en de dikke vettige modder door lopen, via een smalle wiebelige plank de ferry op lopen en heel voorzichtig zijn dat ik niet tussen de kapotte planken zo het water instapte op de nogal gammele ferry! Er werd verder met mij nog zo’n 30 passagiers toegelaten op de ferry, en toen zijn we, met maar 3 auto’s aan boord (toch zeker nog ruimte voor een gewone vrachtwagen en misschien zelfs nog een kleine auto), vertrokken richting de Botswana-oever van de Zambezi!


Botswana binnenkomen was hierbij vergeleken een eitje; formuliertje invullen, stempel krijgen, en bij het volgende loket de bon voor de wegenbelasting van de vorige keer laten zien waardoor we toch nog 10 pula korting kregen op de wegenbelasting van deze keer, en maar 50 pula hoefde te betalen (5,5 euro). Wel iets goedkoper dan Zambia binnenkomen! We zijn gelijk richting Kasane gereden en naar hetzelfde hotel van de vorige keer, de Chobe Safari Lodge reden. Terwijl Hans het grote boek van de parkeerbewaking invulde ben ik gelijk naar binnengestapt en maakte in mijn haast weer eens de fout om niet naar “overnachting” voor 2 personen te vragen, maar “een kamer”; een trucje dat we een paar weken geleden ontdekt hadden. Want nee, ze hadden geen kamers meer! Balen dus, dus ik vroeg of ze misschien nog ergens wist waar we dan wel goedkoop konden overnachten, waarop ze aangaf dat er nog wel rondavels (ronde bungalowtjes) beschikbaar waren. Grrrrrr, domme fout, je moet hier in Afrika nooit specifiek om iets vragen want dan krijg je ook specifiek antwoord! Overigens is zo’n rondavel goedkoper dan de superluxe kamers hier, en ik besef me dat we vorige keer ook voor “een kamer” gevraagd hadden en dus ook een kamer gekregen hebben, terwijl die rondavels veel leuker zijn!


Nu zitten we lekker in onze rondavel bij de bosjes aan het water te genieten van de regen buiten en te wachten tot het tijd is voor onze gamedrive vanmiddag. Sinds de vorige keer dat we hier geweest zijn is het water in de rivier toch zeker een halve meter, als niet een meter hoger, dankzij alle regen die in dit deel van Afrika gevallen is. Ik hoop alleen dat we wat zullen zien, want die regen is wel heel gunstig voor nijlpaarden maar niet zo voor bijvoorbeeld leeuwen! Al zal een natgerende leeuw misschien wel een heel mooi gezicht zijn denk ik… Het heeft nog flink gestort van de regen, zelfs tot het moment dat we in de (open) gamedrive truck gestapt waren – we kregen dan ook stevige regenjassen van de gids maar eigenlijk gelijk daarna stopte de regen gelukkig. Het werd zelfs heerlijk weer met een zacht zonnetje en een mooie blauwe lucht en op de horizon grote donkere onweerswolken en regensluiers. Niet alleen de Chobe rivier staat hoger dan vorige keer (alweer een maand geleden) maar ook in het park was duidelijk veel meer water dan de vorige keer – overal lagen diepe plassen en de weg was een grote rode modderzooi geworden, op plekken zelfs grotendeels weggespoeld geweest door tijdelijke riviertjes die door de hoosbuien hier ontstaan. Toen we het park inreden was het ook vreselijk druk met gamedrive-auto’s (wijzelf waren al in een groep van 3 auto’s vertrokken, maar er reden nog zo’n 3-4 andere in hetzelfde stukje van het park rond), en Hans en ik maakte ons al een beetje zorgen dat er weinig spannends te zien zou zijn op deze gamedrive… Tenslotte hadden we er al zo veel gedaan tot nu toe! Maar het is juist een fantastische rit geworden, we hebben echt hele leuke, bijzondere dingen kunnen zien!


We zagen een jonge olifantenstier van zo’n 7 jaar drinken bij een plas water, en toen nieuwsgierig naar ons toe komen, ons bekijken en uiteindelijk vlak tussen ons en de andere gamedrive-auto’s oversteken, de auto achter ons zelfs een beetje speels uitdagen om achteruit te gaan… Verder zagen we een relatief jonge krokodil (misschien ook zo’n 7 jaar, en anderhalve meter lang) bij een grote waterplas naast de weg liggen zonnebaden; blijkbaar trekken dit soort jongere krokodillen in het regenseizoen graag weg van de grote rivier om in alle rust en zonder competitie met de echt grote jongens op kleine diertjes te kunnen jagen en groeien. Een eind verderop stonden een kleine familie olifantenkoeien met jongen te grazen naast de weg in de bosjes nadat ze waren gaan drinken bij de rivier. Terwijl we stil stonden te kijken liep de matriarch naar een open plek waar ze uitgebreid rode modder op haar rug ging gooien, gevolgd door de kleinere olifanten (blijkbaar tegen de zon, ter verkoeling). Toen alle olifanten met rode modder bedekt waren staken ze voor ons de weg over naar de andere kant om daar weer de bosjes in te verdwijnen.


Aan de rivier reden we vlak langs een grote monitorhagedis (zwartige leguaan met gele vlekken, zoals ze ook in Australië zijn) te zonnebaden, sloom en lui omdat hij net uit het voor hem koude water gekomen was. Dat was voor het eerst dat we deze beesten van zo dichtbij en zo uitgebreid konden bekijken, meestal schieten ze al weg voordat je bij ze bent! Verderop lag nog een jonge krokodil bij een inhammetje van de rivier te zonnen, ook deze hebben we van vlakbij kunnen bekijken – voor het eerst deze reis dat we zo goed krokodillen zien…


Aan de rivier vonden we ook eindelijk de kudde buffels van wie we de sporen steeds kriskras over de weg hadden zien steken, van bush naar rivier en terug! En het leuke hier was dat de buffels, enigszins zenuwachtig omdat niet alleen zo’n 4 gamedrive-auto’s om hun heen stonden, maar ook nog eens zo’n 4 kleine bootjes in de buurt op het water lagen, dwars door het water en dus vlak langs onze auto heen renden! En iets heel kleins maar heel moois, we zagen een kleine kingfisher op een takje bij het water zitten met een levend visje (bijna even groot als de vogel zelf) in de bek. Met moeite wist hij de vis zo te manoeuvreren in zijn bek dat hij hem tegen de tak dood kon slaan, en terwijl we zaten te kijken vloog hij weg om in alle rust het visje op te kunnen eten. Echt een heel mooi gezicht! We hebben nog veel andere dieren gezien, zoals kuddes springbok (die blijven iedere keer weer mooi, al hebben we er inmiddels echt duizenden van gezien…), drie giraffen in het veld die achter ons de weg overstaken, af en toe olifanten, en een aantal nijlpaarden in het water, bavianen en kudu’s. Onze gids vertelde veel over alles wat we zagen, en deed zijn best om op goede plekken te parkeren zodat we de beesten optimaal konden bekijken – zo reed hij speciaal door zodat de giraf achter ons zou oversteken, en niet voor ons (want dan hadden we tegen de zon in moeten fotograferen). Maar onderweg naar de uitgang terwijl de zon al laag hing en gelig werd zagen we opeens een enorme familie bavianen op de zandweg, en in de bosjes aan beide kanten van de weg. Toch zeker zo’n 30-40 stuks, van de grootste baas tot het kleinste baby’tje…


De bavianen waren overduidelijk aan het genieten van het ondergaande zonnetje, ze zaten in de bomen en bosjes te dutten of op de zandweg elkaar te vlooien en met elkaar te spelen; je zag ze gewoon echt genieten! Ze waren wel bewust van ons maar trokken zich niets van ons aan. De kleintjes klommen over alles en iedereen heen, gingen zelfs zitten op liggende zonnende volwassen bavianen, en deden ook al pogingen om te vlooien of eiste de aandacht van de vlooiers op – en een kleintje viel bijna uit de boom omdat hij misgreep tijdens het springen! Blijkbaar waren ze aan het wachten tot de zon onder ging, want dan gingen ze naar het terrein van de lodge in het park zelf, dat goed verlicht wordt en waar ze dus veilig zullen zijn van roofdieren tijdens de nacht.


Al met al dus een gamedrive met heel veel unieke dingen die we nog niet gezien hadden, we hebben echt enorm genoten ervan en besloten toen we terug waren bij onze lodge om gelijk maar nog een nachtje te boeken! Morgen doen we de boottocht over de Chobe rivier en overmorgen hebben we dan nog een dagje volledige rust hier, om de 21e te vertrekken weer richting Namibië.


Aangezien we de kaart van ons nieuwere fototoestel (2 GB), die we het liefst gebruiken vanwege de zoommogelijkheden en fotokwaliteit, driekwart volgeschoten hadden en mijn laptop – de enigste waar dat toestel op gedownload kan worden – aan zijn laatste MBs bezig is ben ik ‘s-avonds begonnen door middel van mijn kleinere, oude fototoestel foto’s over te hevelen naar Hans z’n oude laptop om ruimte te maken. Een langdurige proces maar niet zo heel vervelend vind ik want ik krijg de foto’s die we gemaakt hebben nog eens te zien!


free counters