24 maart; Okonjima (AfriCat Foundation) – Rehoboth, 332 km gereden

Om kwart voor zes werden we vanochtend gewekt, en om kwart over zes, na alles alvast in de auto teruggedaan te hebben, waren we in het hoofdgebouw voor thee met verse muffins… Na deze snack kwam een gids ons halen; we gingen blijkbaar alleen met z’n tweeën op de luipaard-gamedrive – lekker een prive-drive dus! Toen we het 4500 hectare terrein binnenwaren en nog bij het hek stonden vertelde de gids wat het programma was; hij ging met zijn radioantenne op zoek naar signalen van de 4 luipaarden met radio-riem om, en dan gingen we proberen in de buurt ervan te komen en ze te zien. Hij vertelde nog dat we veel geduld moesten hebben, het kon wel even duren voordat we überhaupt een signaal zouden ontvangen… En gelijk toen hij zijn radio aanzette was er hard gebiep te horen; de luipaard die we zochten was vlakbij!!! En toen snapte we ook waarom de jackhals die in de verte stond zo tekeer ging, want die zag hem natuurlijk… Wauw! Spannend!


We zijn een tijdlang op jacht geweest naar deze luipaard, die steeds vlakbij liep; volgens de gids maar zo’n 10-15 meter van de auto vandaan – maar vanwege de bosjes en het hoge gras zagen we niets. Toen besloot de gids echt off-road te gaan want het signaal leek niet in de buurt van de weg te blijven, en reed van de weg af zo de bush in. De weg is hier trouwens een auto-breed zandspoor, en de bush is voornamelijk hoog gras vol acaciastruiken, stenen, taken, en soms bijna onzichtbare aarvarkholen, die wel 2-3 meter diep kunnen zijn en groot genoeg voor een wrattenzwijn om in te wonen… En we raakte uiteraard, ondanks alle zorgen, in zo’n gat vast! Dat was misschien nog wel het leukste van de hele ochtend, want het is niet onze auto dus niet onze stress; we hebben rustig een half uurtje toe kunnen kijken hoe de gids en zijn hulp stonden te zweten met krikken, blokken hout en het zachte, mulle, rode zand wegscheppen en aanstampen; de mannen hebben zelfs nog staan duwen! Maar met iedere nieuwe poging zakte de auto weer terug in het gat – totdat de gids in frustratie iemand opriep van het hoofdkamp om ons eruit te komen slepen, en toen was het in een halve minuut geklaard.


We zijn daarna nog richting de grens van het terrein gereden op zoek naar een andere luipaard die gesignaleerd was, en we hebben zelfs een goede glimp van hem op kunnen vangen voordat hij de bosjes in verdween. We hoorde aan het signaal dat hij vlakbij was, en opeens hoorde we een angstkreet van een of andere antiloopachtige, die hij blijkbaar aangevallen had! Maar we hebben hem niet nog een tweede keer kunnen zien, wat gelukkig niet erg was want we hebben al zo’n geluk gehad in Chobe… Wel was het spotten en zoeken heel erg leuk en hebben we echt genoten van de hele gamedrive – en van het aardvarkhol!


Terug bij de lodge konden we aanschuiven voor de brunch, en hebben we voordat we vertrokken nog de pennen, petjes, horloges, ballonnen en knuffeltjes die we meegenomen hadden voor kinderen hier weggegeven aan een stel Ierse leraren die een jaar lang gepost waren in een dorpje aan het begin van de Caprivi Strip, en die we vorige avond hadden leren kennen tijdens het eten. Ze waren daar dolblij mee, zeiden al dat de eerstvolgende prijsuitreiking op school nu echt een feest zou zijn met zulke prijzen, en wij hebben een goed gevoel dat die spullen in ieder geval in goede handen zijn!


Tegen elven reden we het terrein af en richting het zuiden. Omdat het goed rijden was zijn we gereden tot Rehoboth, wat een zwart en gekleurd stadje blijkt te zijn. “Gekleurd” is een term die ze hier gebruiken voor alles wat niet puur “blank” is, zoals Hans en ik; en we hebben wel in de gaten dat het onderscheid tussen blank en gekleurd heel subtiel kan zijn maar heel streng is, in ieder geval lokaal dan. Gekleurd zijnde uiteraard minderwaardig aan blank, en zelfs minderwaardig aan zwart. Als toeristen hebben we er zelf geen last van, en omdat het duidelijk is dat we de ongeschreven wetten en gewoontes niet kennen worden we getolereerd door alle groepen en wordt er niet al te veel van opgekeken als we ons in plekken wagen waar blanken duidelijk niet komen. Uiteraard zijn we zelf heel voorzichtig en alert want we hebben ook geen zin in problemen van wat voor soort dan ook!


In Rehoboth zijn we in een bed en breakfast terechtgekomen waar we voor amper 27 euro een keurige kamer hebben. De eigenaresse was heel lief en kwam nog speciaal een extra ventilator brengen vanwege het warme, plakkerige weer. Daar was Hans heel blij mee natuurlijk want die heeft veel last van de warmte! Tegen het einde van de middag gingen we op zoek naar iets te eten, maar dat bleek nogal een uitdaging want Rehoboth is wel uitgestrekt maar overduidelijk niet zo rijk; hier komen geen rijke blanke Afrikaners en waarschijnlijk ook maar weinig toeristen (behalve sukkels zoals wij). De huisjes en winkels zagen er stoffig, vies en vervallen uit en na zo’n 10 km rondjes gereden te hebben op zoek naar een kroeg/restaurant/watdanook dat er enigszins goed te doen uitzag zijn we maar de Spar (supermarkt) ingedoken om warme broodjes en een bak yoghurt te kopen…


free counters