25 maart; Rehoboth – Keetmanshoop, 419 km gereden

Vanochtend waren we weer vroeg op, en na het inruimen van de auto zijn we om half acht richting ontbijt gegaan. De eigenaresse, Maybelline, ontving ons weer zo vreselijk hartelijk, ze had een keurige ontbijtkamer en heeft misschien wel de lekkerste eitjes met spek gebakken die we hier in Namibië gegeten hebben! Tijdens het ontbijt kwam ze nog kletsen en ze leek het echt heel fijn te vinden dat we te gast waren bij haar. Haar andere, langetermijn-klant, kwam tijdens ons ontbijt ook binnen en vertelde dat hij gisteren 3000 km gereden had! Onvoorstelbaar voor ons, maar dat geeft gelijk aan hoe hard men hier rijdt – dat zien wij in de praktijk ook… Maybelline’s man is een paar jaar terug overleden toen hij op een gravelweg twee klapbanden tegelijk kreeg – die reed waarschijnlijk ook te hard.


Na afgerekend te hebben en een opmerking in haar gastenboek geschreven te hebben zijn we weer op pad gegaan, voor een redelijk rustige, mooie rit naar Keetmanshoop. Het was echt weer eens een “onderweg” dag, waarbij er eigenlijk niets op de planning staat en je dus leuke verrassingen tegen kunt komen. Zoals de steenbokskeerkring, die we vandaag voor de vierde keer deze reis oversteken, dit keer weer de tropen uit! Of het bordje “Commonwealth”, dat opeens langs de weg verscheen! Leuk, een eerste wereldoorlog begraafplaats – Hans sprong op de rem en we zijn ernaar toe gereden; via een gravelweggetje, over het spoor (nog nooit een trein gezien, trouwens), door een gat in een hek, en over een weggetje die eruit zag alsof hij weinig gebruikt werd richting een handjevol verlaten huizen en een zooi hoog gras en stenen die de begraafplaats bleek te zijn. Het was inderdaad een Commonwealth-begraafplaats, waar jongens en mannen lagen die om dit gehuchtje gevochten hadden – dat in die tijd misschien alleen maar een treinstationnetje was. Opvallend, en ironisch, is dat net als bij de vorige begraafplaats die we hier in Namibië gezien hebben, vriend en vijand, Duitser en Zuid Afrikaan, naast elkaar liggen begraven. Om de zinloosheid van het geheel nog eens extra te benadrukken, lijkt het!


Bij Marienthal hebben we getankt, en de zak met eten die we in Johannesburg gekocht hadden maar uiteindelijk niet gebruikt hebben (rijst, suiker, soep, blikjes groente) weggegeven aan een drietal vrouwen die met een piepkleine baby langs de weg liepen. Ze waren er denk ik wel blij mee, maar een van hem vroeg ook gelijk om geld.


Vlak buiten Windhoek zagen we opeens een bordje voor “Heroe’s Acres” en tegen een bergwand een groots opgezet begraafplaats met monument. Nieuwsgierig wat het was is Hans op de rem gestapt en zijn we even naar de immense zwart stenen poort gereden met enorme beelden aan beide kanten – maar nergens stond iets waardoor we iets wijzer zijn geworden en de bewaker wist ons ook niet te vertellen waar het voor was! Even maar googlen als we thuis zijn dus zeker…


Erg vervelend was wel dat rond het middaguur toen de zon op zijn hoogst en heetst stond (schaduwtemperatuur weer eens 40 graden) de motor van de auto begon te oververhitten. Gelukkig zagen we het op tijd en kon Hans het redelijk onder controle houden door af en toe terug te zakken van 110 km per uur naar 100-80 km per uur. Toch heel vervelend want het moet gewoon niet gebeuren dat die motor zo makkelijk oververhit! We zijn in Keetmanshoop gelijk naar hetzelfde Duits-gerunde gasthuis als de vorige keer gereden, en gelukkig hadden ze plek dus we hebben gelijk 2 nachten geboekt omdat we al weer hard aan een rustdag zijn onderhand!


free counters