16 september: 414km gereden; Mutale Falls Camp (Makuya NR) – Ndzhaka Camp (Manyeleti NR)

We zitten nu op het terras van onze hut, met uitzicht over een droge rivierbedding die dichtgegroeid is, overal struiken en boompjes; we zijn pas net een uurtje aangekomen, het is bijna 18 uur dus bijna donker, maar er knispert en loopt al van alles… Er liepen net een stel olifanten in de verte door het struikgewas en er ligt droge olifantenpoep naast onze hut, een paar hertjes huppelden langs, we horen een nijlpaard in de verte, en terwijl ik typ probeert Hans te zien wat het schuifelen is een paar meter van de hut vandaan! Dat belooft wat dus de komende dagen in dit kamp...


Het was vandaag een lange dag, vooral rijden want het programma is een beetje omgegooid. We zouden deze week in drie kampen blijven in natuurreservaten bovenaan, halverwege en onderaan tegen het grote Kruger Nationaal Park gelegen. Officieel zou je deze in volgorde van boven naar beneden aandoen, maar om de een of andere reden moesten we nu van het bovenste reservaat naar het onderste reservaat rijden, om als laatste in het middelste reservaat te blijven. Hierdoor wordt de rit die Hans en ik moeten rijden naar onze eerste overnachtingplaats als we klaar zijn met de Ivory Trail en alleen door Kruger gaan rijden dus ook gelijk dik 75 km langer, in een park waar je maximaal 50 km/uur mag. Maar ja, "this is Afrika"... Niets aan te doen dus!


We begonnen de rit door een "shortcut" te nemen om het Kruger Park via de Parfuri Gate in te rijden. In plaats van de dik 30 km die we terug zouden moesten rijden over rotsachtige paden door de bush om vanuit de hoofdweg bij ons park te komen, en dan nog zo’n 50 km over het asfalt, stelde onze gids voor om de rivier over te steken en langs de oude, inmiddels niet meer bestaande grens van de twee parken binnendoor naar de Gate te rijden, misschien maar zo’n 5-10 km totaal! Spannend dus… Onze gids geeft niet zo heel veel instructies maar op deze oversteek heeft hij ons wel helemaal begeleid, over het hobbelige pad naar de rivier toe, over de rotsen, door het diepe zand, en door de rivier zelf, een paar meter breed en toch zeker 15-25 cm diep op de plek waar we overstaken. En toen weer de andere rivierkant op, over het diepe zand en tot aan het hellingtje waar het pad weer gewoon verder ging. Het ging hartstikke goed en soepel, en was natuurlijk heel stoer om te doen!


Eenmaal bij de Parfuri Gate aangekomen en na de gebruikelijke administratieve formaliteiten konden we op pad: we zouden nu via het Kruger Park zelf (gewoon over asfalt, lang leven asfalt!) naar de Phalaborwa Gate rijden, in het plaatsje Phalaborwa zelf dat buiten het park ligt eventueel boodschappen doen en dan buitenlangs (want dat is sneller, dat zijn gewone wegen zonder de 50 km/uur limiet) rijden naar Manyeleti Nature Reserve, vlak bij Orpen Gate. De rit door Kruger was lang, wel zo’n 300 km, en niet zo heel erg spannend eigenlijk, los van een paar mooie dingen. Er leken gewoon niet zo heel veel dieren op de been te zijn! Wel hebben we, los van de impala, andere antiloopachtigen, vogels, zebra’s, giraffen, gnoes en buffels een paar keer mooie olifanten gezien; een keertje zelfs zagen we aan een rivierkant twee grote mannetjesolifanten lekker liggen slapen. Lang uit op het gras in de schaduw van een boom, het zag er heel erg ontspannen uit, en het is een heel bijzonder gezicht want het wordt bijna nooit gezien; er werd zelfs recentelijk nog gedacht dat olifanten nooit meer dan 20 minuten per dag sliepen – nu weet men dat ze urenlang kunnen liggen dutten...


Ook zagen we in een van de weinige rivieren met water erin een kudde nijlpaarden, zonnend op de droge stukjes en lekker poedelend in het water. Dit was een rivier met een brug waar we eruit mochten, dus iedereen ging op de brug staan kijken natuurlijk! En blijkbaar had een stel nog nooit zo veel nijlpaarden bij elkaar gezien; wij wel, in Botswana, maar het is gek om te beseffen dat mensen die in Zuid Afrika wonen niet noodzakelijk al alle mooie dingen gezien hebben in Zuid Afrika – aan de andere kant, ik ben ook nog nooit naar de Keukenhof geweest! Tijdens het rijden stak er opeens voor onze auto’s een grote "honeybadger" over, een honingdas... Ook een heel bijzonder dier, dat zich meestal alleen 's-nachts laat zien en zelfs dan best zeldzaam is! De Zuid Afrikanen zijn jaloers op ons want dit is al de tweede keer in twee jaar (zie onze Kalahari-rit) dat we een honingdas zien, en beide keren heel duidelijk van redelijk dichtbij overdag!


Bij de Phalaborwa Gate aangekomen kregen we een picknick lunch en een uurtje vrij om boodschappen te doen als dat nodig was in Phalaborwa zelf, een paar kilometer verderop. Hans en ik hadden nog niets nodig dus we hebben een tijdje siësta gehouden onder de bomen bij de Gate voordat we op ons gemak richting het tankstation in het dorp reden waar we zouden ontmoeten. Om 3 uur vertrokken we weer vanuit Phalaborwa, richting Manyeleti waar we na nog zo’n 120 km denk ik om een uur of 5 aankwamen. Indrukwekkend was dat er onderweg, in het natuurreservaat Manyeleti zelf, grote stukken land verbrand waren; een soort van gecontroleerde flitsbranden, die in dit soort reservaten om de zoveel jaar uitgevoerd worden omdat dat goed is voor de bush. Het was op sommige plekken nog aan het nasmeulen en zelfs branden, vooral de keiharde "leadwood" (lood-hout) stronken die volgens de gids nog wekenlang door kunnen smeulen. Ons kamp heet Ndzhaka, het is het meest lowbudget kamp in dit reservaat en ligt aan een droge rivierbedding, met de hutten op palen gebouwd en uitzicht op de dichtgegroeide rivierbedding waar alleen bij hoge overstromingen water in staat. Ook hier weer geen elektriciteit, maar helaas hier ook geen gewone douches maar "emmerdouches". Letterlijk zoals het er staat, een emmer aan een touw met onderop een douchekop gemonteerd; water wordt in een ketel op een gasfornuisje opgewarmd en in de emmer gegoten, en koud water naar wens toegevoegd voordat de emmer omhoog gehesen wordt en je zo’n 10-12.5 liter lang kunt douchen! We hebben het nog niet uitgeprobeerd...


Toen het donker werd zijn we naar de gemeenschappelijke hut gelopen om te kletsen met de rest en te wachten op het eten. Dit kamp is zoals alle kampen op de Ivory Trail open, geen hek, niets, en het natuurreservaat is met Kruger verbonden zonder hekken, dus er kan van alles rondlopen. We werden al gewaarschuwd dat we onze tenten goed moesten afsluiten tegen de apen, die weliswaar nog niet geleerd hebben om ritsen open te maken maar voor de rest zo handig en brutaal zijn dat ze je wijnzakken zullen leegdrinken, je tandpasta opsmeren en je medicijnen opvreten als ze de kans krijgen! De keuken heeft zelfs een speciale "apenkooi", een houten kamertje met een plafond van kippengaas en een stevige deur, om je eten veilig in op te bergen, aangezien de apen bijzonder creatief zijn om er bij te komen. Niet alleen de apen trouwens, want de twee toegangen naar het kookgedeelte van de keuken hadden van die kinderhekjes, ongeveer middelhoog maar wel van heel stevig dik hout… En deze waren helemaal opgekauwd door grote sterke hyenakaken die 's-nachts geprobeerd hadden bij de lekkere geuren te komen die nog in de keuken hingen! Ook de stevige en goed afgesloten prullenbak had trouwens hyenatandafdrukken erin...


Ik denk tegen een uur of half negen, na het eten en terwijl iedereen koffie dronk en gezellig in het Engels, Afrikaans en Nederlands (wij moeten steeds lachen met de Afrikaners want we kunnen elkaar's talen redelijk verstaan en zitten steeds te vergelijken) mooie verhalen, grapjes en onzin zat te verkopen met elkaar, hoorde ik wat ritselen in de bosjes dicht bij de gemeenschappelijke hut. Ik besloot op een gegeven moment de zaklamp te pakken en rond te schijnen, want je weet maar nooit tenslotte en niemand anders leek het gehoord te hebben. Nou ik keek bijna gelijk recht in de ogen van een enorme hyena die op een paar meter stond van de aan drie kanten open gemeenschappelijke hut! We schrokken er allemaal wel een beetje van, de hyena ook, want ze twijfelde even en liep even een rondje om het kampvuur, voordat ze toch besloot dichterbij te komen, aangezien het waarschijnlijk nog steeds erg lekker naar eten rook... We hebben haar uiteindelijk met boegeroep en de zaklampen weggejaagd, maar ze was tot 2-3 meter van het trappetje gekomen naar het terras waar wij zaten, twee sprongen ver als ze gewild had!


Het was een ongelofelijke spannende en toch ook wel mooie ervaring geweest, aangezien het goed afgelopen was… Blijkbaar zijn hyena’s niet zo heel erg dapper, het zijn aaseters en jagers maar boven alles natuurlijk opportunisten. Ze zoeken bij dit soort kampen vooral makkelijk eten, restjes vlees en zo, en hebben helemaal geen zin om de confrontatie met mensen aan te gaan tenzij er echt geen andere keuze is. Maar ja, weet die hyena dat op zo’n moment allemaal wel? Het was erg spannend en we waren er diep van onder de indruk! Later hoorde we het geluid weer, maar dit keer waren het er twee, die in de droge rivierbedding op zo’n 10 meter afstand aan het rondlopen waren… Wauw! Iedereen was ervan onder de indruk: het bleek namelijk later dat niemand, ondanks de stoere en nonchalante praat naderhand, eraan gedacht had om een foto te maken! We gingen diep onder de indruk naar bed, en omdat onze tent al weer het meest afgelegen is van de rest van het kamp besloten we vandaag maar om alle verduisterflappen dicht te doen; struisvogel tactiek – als wij niets kunnen zien dan is er ook niets om te zien en kan niets ons zien, toch?...

free counters