23 september: 184km gereden; Olifants Camp (Kruger NP) – Shingwedzi Camp (Kruger NP)

Zo veel geluk als dat we gisteren hadden met dieren, zo weinig hadden we vandaag. Het was weer een rit van ongeveer 140 km op de kaart, uiteindelijk met wat afsteggertjes en een omrit op het laatst zo’n 180 km, en we hebben het grootste gedeelte van de rit eigenlijk bijna niets gezien; zelfs bijna geen impala, die je anders toch overal wel ziet! Een paar olifanten, een handjevol impala, een paar giraffen, en hier en daar een wrattenzwijntje of iets dergelijks... We waren al helemaal blij om onderweg een colonne roofmieren de weg over te zien steken, en een luipaardschildpad naast de weg, want dan gebeurde er tenminste nog iets leuks! En we zijn voor de tweede keer deze reis de steenbokskeerkring overgestoken, maar dit keer reden we niet zelf in colonne en was er dus even tijd om uit te stappen en een paar foto’s te maken. Uitstappen op eigen risico! Er is namelijk geen omheining en je moet niet vergeten dat je in de bush zit waar je als mens eventueel ook als prooi gezien kan worden als het zo uitkomt! Dat zijn wij verwende Europeanen niet echt meer gewend natuurlijk... Voor Hans inmiddels toch al zeker de 10e keer dat hij in Zuidelijk Afrika of in Australië over deze lijn op de wereldbol rijdt... We hebben verder nog een drietal mannetjesolifanten langs de weg gezien, die rustig stonden te grazen, maar misschien nog iets indrukwekkender was een olifantenschedel en nog wat -botresten die we een eind verderop opeens vlak langs de weg vonden! Wat moet dat een ongelofelijke schranspartij geweest zijn voor gieren, leeuwen, en hyena’s...

Uiteindelijk kwam Shingwedzi in zicht maar we hadden nog een heel erg onbevredigend gevoel wat betreft dieren, plus het was nog iets voor 12 uur en je kunt pas vanaf 12 uur inchecken. Dus besloten we van het asfalt af te gaan en een kilometer voor het kamp zelf een pad richting de rivier in te slaan richting de Kanniedooddam. Daar hadden we vorig jaar twee badderende olifanten gezien, misschien zouden we dit jaar ook nog een beetje geluk hebben. We hebben uiteindelijk toch wel een paar leuke dingen gezien; zo heb ik zo’n typische grote zwarte Afrikaanse hoender met witte stipjes op zijn veren en een helblauwe kop van dichtbij kunnen fotograferen. We zagen wat nijlpaarden’s in het water, de gebruikelijke impala’s en kringgaten, en we hebben een olifant aan de overkant van de rivier gezien die bij een grote boom in een hoop zaagsel stond; hij was bezig de takjes en boomschors van een boom die hij had omgeduwd heel ontspannen en rustig te fileren tot hapklare brokjes en op te eten (olifanten kunnen het wat ruwere plantaardig materiaal zoals boomschors heel slecht verteren, maar zullen het wel eten als ze niets lekkerders vinden). Verder zagen we nog een paar heel mooie bokjes van dichtbij die we nog niet eerder gezien hadden, en hebben we een tijdje staan kijken naar de dagelijkse bezigheden van een familie bavianen en iets verderop een familie aapjes.

Uiteindelijk besloten we na een uurtje maar weer richting Shingwedzi te gaan en in te checken. Het was wel mooi geweest, het was inmiddels al weer bijna half 2, bovendien is het vandaag een beetje een grauwe heiige dag; het miezert af en toe een beetje, en het is koud – wel zo’n 20-25 graden waarschijnlijk! Nu zitten we in onze toch wel redelijk nette kamer nadat we een kopje thee gemaakt hebben en in het winkeltje wat chips en chocola gekocht hebben. Aangezien we nooit lunchen en ontbijten als we zo hier rondtrekken met z’n tweetjes vinden we dat we bij aankomst af en toe wel iets te knabbelen hebben verdiend. En we denken dat de winkel in Shingwedzi wel iets beter bevoorraad zal zijn dan in Punda Maria, dat een kleiner kamp is dus hebben we iets meer ingekocht met het oog op de komende twee dagen.

De kamer zelf is erg netjes, ziet er ook best nieuw uit, maar toch zitten we nu al een half uurtje te zoeken naar wat de scharrelend geluidjes kunnen zijn die vlak naast mijn bed, dat vlak bij het terras en de gordijnen staat; de geluiden van de hornbills en de eekhoorntjes die vlak buiten onze kamer op het terras komen scharrelen hebben we inmiddels al geïdentificeerd, blijft nog over een derde geluidje waar we maar niet de bron van kunnen vinden. Uiteindelijk vonden we het doordat ik zag dat de vitrage bij mijn bed licht bewoog... Was het een jong eekhoorntje die ergens eerder op de dag, misschien tijdens het schoonmaken van de kamer, naar binnen was geglipt en nu achter de gordijnen verstopt zat. Waarschijnlijk inmiddels helemaal panisch van angst aangezien ik (en Hans) de gordijnen al een paar keer een flinke mep had gegeven om zeker te weten dat er niets zat! Met enige moeite hebben we hem zonder kleerscheuren (van beide partijen) vanuit de gordijnen tot onder het bed en toen met stampende schoenen richting de open terrasdeur gejaagd... Toch wel weer even een gedoe!

Toen het etenstijd was waren we toch even benieuwd naar wat we zouden tegenkomen, maar omdat het restaurant een gewoon menu leek te bieden en geen buffet besloten we toch maar weer eens een keertje het restaurant te proberen. Nou dat was weliswaar geen haute cuisine, maar het was eigenlijk een verademing, gewoon normaal en redelijk goed eten! (Uiteraard ook weer een beetje op z’n Afrikaans, ze hadden geen jus d’orange, het toetje was niet helemaal zoals je van de beschrijving had mogen verwachten, en ze hadden ook geen schnitzel ondanks dat het menu alleen voor vandaag gold en wij gelijk bij opening binnengestapt waren...). Dus we hebben lekker gegeten en ondertussen een paar hyena’s en een bok kunnen bekijken; het restaurant was tegen de omheining van het kamp aangebouwd en als het donker was dan verlichtte ze een open plek aan de andere kant van het hek – best leuk tijdens het eten want je hoorde constant gekraak en geknisper zelfs als je niets zag!

free counters