27 september: 236km gereden; Punda Maria Camp (Kruger NP) - Bushcamp Mozambique

Vandaag was weer eens een vroege start: ontbijt was om 6 uur en vertrek vanuit Punda Maria om half 7. We hadden eigenlijk nog niet eens zo heel slecht geslapen, de grond was warm en vlak geweest dus het was wel een hard bed, maar toch redelijk te doen. Omdat deze groep helemaal Afrikaans is, is de traditionele pap best populair voor het ontbijt, naast de keiharde "beskuit" koekjes en natuurlijk koffie en thee. Ik neem soms wel wat pap, om een beetje bodem te leggen voor de rest van de dag; en met boter en suiker zoals de Zuid Afrikanen het eten is het best goed te doen! We kregen onze radio’s overhandigd van Douwe, en toen mocht iedereen op eigen gelegenheid vertrekken richting de Parfuri Gate en de grens met Mozambique. De bedoeling was dat iedereen een beetje op eigen gelegenheid de grens zou oversteken, aan de Mozambikaanse kant verzamelen en vanuit daar pas in konvooi verder te rijden: dit om te voorkomen dat er een file ontstaat bij de grens zelf – tenslotte praat je wel over zo’n 30 mensen en dan nog 5 man begeleiding die tegelijkertijd de grens over willen en de Parfuri grens is een kleine grenspost!


Aangezien het zo’n 75 km naar de grens was vanuit Punda Maria zijn Hans en ik op ons gemak na half 7 weggereden – de grens ging pas om 8 uur open, en met de snelheidslimieten in het park zou dat dus precies goed zijn. We hebben eigenlijk helemaal niets spannends gezien onderweg, los van een hele grote familie-kudde olifanten in de verte, misschien wel de grootste die we in Kruger gezien hebben. De ambtenaren bij de grens aan de Zuid Afrikaanse kant waren gelukkig in opperbeste stemming en hebben ons al grappend en lachend geholpen; aangezien toch de meeste van de groep ongeveer tegelijkertijd aankwamen bij de grens was het natuurlijk een chaos en moesten deze mannen flink aan de slag! Tot onze verbazing werd heel de auto aan een grondige inspectie onderworpen, ook onze bagage. Helaas spotte ze onze laptop die we niet gedeclareerd hadden op het importformuliertje voor Mozambique dus daar begon een discussie over maar Hans legde uit dat deze zo oud was dat hij niets meer waard was. Ondertussen hoopte ik dat ze niet ons gloednieuwe en flashy metallic oranje fototoestel zouden zien die gewoon in het zicht voorin de auto lag… Verder moest de motorkap omhoog en werd onder de voorwielen getuurd voor het motorbloknummer en andere identificatienummers. De identificatienummers werden per radio doorgegeven aan de Mozambikaanse kant, en natuurlijk genoteerd, en nadat de douane onze paspoorten en de eigendomsakte van de auto hadden verwerkt (in onze geval een kopie met een begeleidende brief die ons toestemming geeft deze huurauto te gebruiken) konden we onderweg naar de Mozambikaanse kant.


Gelijk toen we de grens overgingen stopte het asfalt en begon de zandweg, en veranderde de nette schone grensgebouwtjes van de Zuid Afrikaanse kant in een wat sjofele en afgetrapte boel. Het leek ook zelfs gelijk 10 graden warmer te zijn in die stoffige boel! We moesten eerst onze eigen visums regelen, dat was bij het ene gebouwtje waar de Zuid Afrikanen relatief snel (en goedkoop) klaar waren, maar de ambtenaar misschien wel een half uur bezig is geweest om onze visa-aanvraag formuliertjes (die we in tweevoud moesten invullen) over te schrijven of iets dergelijks. Maar hij heeft er uiteindelijk een prachtige visa van gemaakt, met een paginagrote sticker in ons paspoort met daar nog een andere glimmende sticker op, en een stempel. Kosten zo’n 340 Rand, 30 euro – vergeleken met een Zuid Afrikaan die per persoon maar 30 Rand betaalt...


Toen we dit gebouwtje verlieten kwam de grenspolitie op ons af en moest de auto weer grondig geďnspecteerd worden. De identificatienummers werden gecontroleerd en vergeleken met wat ze vanuit de Zuid Afrikaanse kant doorgekregen hadden, maar ook de rest van de auto: we moesten zelfs een groot deel van onze kampeerspullen laten zien, de inhoud van de koelkast en onze bagage op de achterbank werd ook aan een onderzoek onderworpen... Na de 5e van onze 6 kampeerdozen zagen de mannen het wel voor gezien wat betreft de spullen achter in de auto, gelukkig!


Bij het andere gebouwtje moesten we de papieren voor de auto zelf halen. We mochten daarvoor weer een heel formulier invullen; onder andere ook weer het motorbloknummer enz... Kosten hiervan 10 Rand. Ook moesten we dingen declareren die van waarde waren; om de een of andere reden valt hier de ingebouwde koelkast van de auto dus ook onder. Maar goed, die hebben we braaf opgegeven en voor de zekerheid dit keer maar wel ook onze camera’s op het formulier gezet. Gelukkig wisten we dat we nog een ding nodig hadden want deze ambtenaren waren weliswaar wel aardig maar totaal niet geďnteresseerd om ons verder veel op weg te helpen: we moesten namelijk nog een soort van WA verzekering kopen. Maar al was het wel theoretisch gezien de bedoeling dat dat hier aan de grens gekocht kon worden, het werd al snel duidelijk dat dat vandaag niet ging lukken. Dat gebeurt wel eens in Afrikaanse landen bij officiële instanties, men zegt dan dat "de doelpalen verschoven zijn", of "de spelregels veranderd"... Het houdt de boel spannend! We werden namelijk geďnformeerd dat we deze verzekering, die normaal gezien bij de grens gekocht moet worden en waarschijnlijk alleen maar nodig is om het land weer te verlaten, pas in Vilanculos aan de kust zouden kunnen kopen, een plek waar we pas over een paar dagen en zo’n 600 km zouden kunnen komen! Balen dus maar niets aan te doen...


Eenmaal klaar bij de douane reden we iets verder door naar een open plek bij wat bomen, waar de groep zich uiteindelijk bijna helemaal compleet verzameld had. Het hele proces had voor de hele groep maar zo’n anderhalf uur geduurd, heel vlot dus! Alleen één auto ontbrak, van een stel met 2 kinderen die toch wel de grens helemaal overgegaan waren volgens ooggetuigen, maar nu spoorloos verdwenen. Aangezien er de kans was dat ze te ver doorgereden waren ging een van de begeleidende auto’s vooruit, op zoek naar ze. Ze zijn uiteindelijk teruggevonden gelukkig, want je kon makkelijk verdwalen in deze vele weggetjes door het riet. Maar het heeft toch wel veel moeite gekost vanuit de begeleiding en veel heen en weer gepraat op de radio’s. Ondertussen gaf Douwe nog even een praatje en wat instructies over het rijden in konvooi; het plan voor vandaag was om, indien mogelijk, de Limpopo rivier over te steken en daarna nog zo ver mogelijk de bush in te rijden voor het donker werd, daar een bushkamp op te zetten, en dan de volgende dag de resterende afstand naar de kust af te leggen.


Vlak na de grens hebben we nog een tijdje door prachtige "fever tree" bossen gereden. Helgroene bomen die vlak bij water groeien (waar muggen leven), vandaar dat men oorspronkelijk geloofde dat het de boom zelf was die koorts veroorzaakten; pas later kwam men er achter dat het de malariamuggen waren. Het "transfrontier national park" hier in Mozambique, waar Kruger mee probeert samen te werken, is duidelijk een wassen neus. Want er zijn geen hekken, geen controles, geen antistroper bewaking, helemaal niets. We hebben dus ook geen een dier gezien, behalve geiten in een dorpje! Er wonen zelfs nog zo’n 6000 mensen in dit zogenaamd dierenpark; het enigste wat er gedaan is, is een gebied op de kaart tot nationaal park uitroepen en een bordje neerzetten met "Transfrontier National Park" en de Mozambikaanse regering hoeft nergens meer naar te kijken of iets te doen met dit stuk land. De rit naar de Limpopo en daarna door de bush was erg mooi, maar Hans en ik kregen ook heel erg sterk het gevoel dat we nu dus echt in diep donker Afrika waren...


Er was sowieso geen enkel stukje asfalt te bekennen maar dat lijkt redelijk normaal voor Mozambique: de weg was een strook zand die echt dwars door de bush sneed, tussen de bomen door dus soms slingerdeslang. Wij hebben op een gegeven moment tijdens een plaspauze de spanning op de banden verlaagd van 2,5 Bar (normaal) naar zo’n 1,8 Bar, om het rijden op zand makkelijker te maken aangezien je dan meer grip hebt. En regelmatig verschenen er mensen uit de bush om te kijken wat er gebeurde (er kwamen hier duidelijk niet zo vaak in een keer zo’n 15 auto’s langs in konvooi) of reden we door kleine dorpjes, gehuchtjes of groepjes hutjes waar de mensen midden in de bush leven of overleven zonder in onze ogen enige echte voorzieningen. Er liepen overal kippen, geiten en koeien in en om de dorpjes, soms staken ze vlak voor ons over. De kinderen renden naar de weg toe als ze ons hoorden aankomen, en stonden te zwaaien of te bedelen om snoepjes, en vaak zwaaiden de volwassenen ook naar ons. Er was geen enkel verkeersbord of richtingaanwijzer, we moesten Douwe dus wel blind volgen maar hij leek feilloos te weten wanneer we moesten afslaan of niet... Het was hartstikke leuk om zo honderden kilometers door de bush te rijden, het is niet iets wat we ooit alleen zouden doen of kunnen maar zo in konvooi is het een groot avontuur!


We hebben geluncht in een klein dorpje, en toen was het op naar de Limpopo Rivier... Hans en ik hadden natuurlijk een bepaalde voorstelling van hoe de Limpopo rivier zou zijn, en hoe we die zouden oversteken. Ik had toch voor ogen een brede stromende rivier, die nu in het droge seizoen weliswaar laag staat maar nog wel de kracht en uitstraling heeft van een grote rivier die in sommige delen van Zuid Afrika als grens gebruikt wordt... Alleen Douwe’s opmerking over dat je of door de rivier of DOOR de brug kon rijden leek een beetje vreemd, totdat we er waren; de vallei waar de rivier in lag was inderdaad breed en zanderig, maar van de rivier was weinig over: drie miezerige slijmerige groenige parallellopende stroompjes in een veld van modder. En er was inderdaad een "brug", een pad van takken die op de modder en in de rivier waren gelegd en inderdaad op deze manier een heel klein beetje meer ondersteuning gaven aan overstekende auto’s dan de modder zelf. Kosten om over te mogen steken op deze brug? 60 Rand...


Maar wij gingen natuurlijk niet over de brug maar stoer door het water en de modder. Douwe stak als eerste over, zoekend naar het beste pad voor de auto’s – en raakte prompt vast in het zand van de wat hoger gelegen rivierkant aan de andere kant. Ik was samen met wat van de kinderen te voet door de rivier gelopen (het water kwam op het diepst tot net onder mijn knie) om vanuit de andere kant te filmen hoe Hans zou oversteken, dus heb van dichtbij gezien hoe Douwe een paar keer heen en weer moest rijden voordat hij eindelijk genoeg snelheid en grip had om over het hellingetje te komen. Dus het probleem bij deze oversteek was niet de rivier zelf zoals wij hadden gedacht, en ook eigenlijk niet eens de kleiachtige modder (tenzij je jezelf daar natuurlijk in vastgroef met de auto) maar de diepe zandbank aan de andere kant! Ondertussen waren de meeste kinderen uit de omgeving aan komen rennen en stonden nu op een kluitje aan de kant van de rivier samen met wat honden toe te kijken; dit moet voor hun een absoluut hoogtepunt van de maand zijn geweest, zo’n konvooi blanken die de rivier wilde oversteken!


Uiteindelijk is iedereen veilig en zonder al te veel problemen aan de overkant gekomen; sommige auto’s hadden wat meer moeite, er waren maar een paar die genoeg geluk hadden om in een keer over te kunnen steken, terwijl anderen zoals Hans nog eerst even een paar keer moesten zoeken naar het juiste pad de zandbank op. We zijn een tijdje na dit avontuur gestopt om hout te sprokkelen langs de weg. We stoppen onderweg sowieso wel ongeveer elke 2 uur voor een korte plaspauze in het wild: de regel is dan vrouwen aan de rechterkant, mannen aan de linkerkant, en dat werkt best goed! Uiteindelijk reden we om kwart over 5 de opening in de bush in die Douwe voor ogen had om in te overnachten; een mooie ronde opening waar precies al onze tenten en auto’s in een keurige sikkelvorm in pasten. De tenten stonden al klaar want de keukenwagen was al vooruit gereden, en de koks Vermaak en Vick stonden al druk vuur te stoken en te koken. Matt was ondertussen bezig om de toiletten aan te leggen, dat wil zeggen een gat in de grond te graven en er een wc-bril-stoel boven te zetten – en in dit geval omdat de groep zo groot was ook nog een mooi wc-tentje er omheen voor de privacy! Ondanks dat er geen dorpjes in de omgeving leken te liggen stonden er al gauw een paar kinderen langs de weg toe te kijken, en naarmate het donkerder werd kwamen ze dichter de open plaats in – ook liepen er wat van hun honden tussen de tenten door op zoek naar iets te eten, en kwam er een kudde koeien met wat kinderen achterlangs ons de bush uit... Dan lijk je dus verlaten in de bush te zitten maar het is eigenlijk nog best druk!


Terwijl Hans en ik bezig waren onze tent in te richten kreeg Hans van groepsgenoten Dave en Lesley, waar we goed contact mee hebben, het aanbod of hij hun reservematras wilde hebben... Nou dat wilde hij wel, aangezien hij toch wat gevoeliger is wat slapen betreft dan ik; ik kan in principe overal wel in slaap vallen! Ook hebben wij de zak drop die wij meegenomen hadden voor Douwe (zie onze Kalahari-reis) in een bruine papieren zak gestopt en Douwe even gevraagd bij onze tent te komen. Hij keek al een beetje bezorgd, misschien bang dat er iets aan de hand was, totdat Hans de zak pakte en zei dat we iets voor hem hadden meegekomen: toen keek hij zo blij als een klein kind en riep: "DROP!!!"! De volgende keer dat we op zo’n tocht gaan nemen we denk ik stroopwafels of zo mee, voor het hele team... Na een lekkere maaltijd en nog even bij het kampvuur zitten zijn Hans en ik uiteindelijk naar bed gegaan, ik op de grond en hij op de matras.


free counters