28 september: 428km gereden; Bushcamp Mozambique – Estrella de Maninees Lodge (Inhassoro)

Ik denk dat ik op de grond nog beter geslapen heb dan Hans, die de halve nacht lag te wiebelen en te schommelen op zijn luchtbed, hij gleed er constant af! Het was weer een vroege start, ontbijt om half 6 's-ochtends. Maar om de een of andere reden gaat dat best goed zo hier in de bush. Je bent vanzelf (ja zelfs ik) rond een uur of 5 wakker, en zelfs uitgeslapen. Terwijl ik thuis de grootste moeite heb om voor 7 uur op te staan! Terwijl wij in de ochtendschemer stonden te ontbijten waren er al weer een paar kinderen aan komen zetten die van een afstandje bleven toekijken. Op een gegeven moment zagen we dat Vermaak met een paar zakken en bakken naar de kinderen liep en deze weggaf – eten van die ochtend en van de vorige dag.


Vandaag was nog een hele lange rit, want we moesten nog helemaal naar de kust komen en totdat we de kust raakte zou er weer geen spatje asfalt te vinden zijn. Pas de laatste 80 kilometer of zo zou asfalt zijn, maar Douwe wist niet in wat voor staat, het zou dus kunnen dat als we eenmaal op het asfalt zaten het zo vol potholes en zo zou zijn dat we zouden terugverlangen naar het zand! We werden gewaarschuwd voor het feit dat na een bepaalde brug het mijnenland werd; niet meer in de bosjes naast de weg gaan plassen onderweg, überhaupt niet meer van de weg af gaan, want het was niet meer veilig. Er was onlangs zelfs nog een "nieuw" mijnenveld ontdekt... Douwe gaf ons instructies van hoe we een beetje konden inschatten of er ergens mijnen lagen: bijvoorbeeld als er een huisruïne staat waar het (kostbare) golfplaten dak nog intact is, of als er een vers groen grasveld was waar de koeien niet op gingen... Sowieso waren de meeste verlaten structuren vanaf dit punt mogelijk gevaarlijk! Het is ongelofelijk wat een schade de oorlog hier verricht heeft, we zien regelmatig vervallen, kapotgeschoten of uitgebrande gebouwtjes staan – en er is al weer bijna 20 jaar vrede...


De rit vandaag ging vooral veel door bosachtige bush. We reden constant kriskras tussen de bomen over het pad maar de bomen en de vorm van het bos veranderde ook constant. Dan zag je weer veel van die boomsoort, dan weer van een ander. Erg mooi maar aangezien de rit door de bush dik 300 kilometer was werd het op den duur wel een beetje saai. "Gelukkig" werd de weg af en toe heel slecht waardoor iedereen weer wakker geschud werd; aangezien het hier allemaal zand is spoelt een goede regenbui al gauw grote delen van de zandweg weg. Dat noemen de Zuid Afrikanen "dongas", in andere woorden grote gaten en spleten waar je met de auto dus heel voorzichtig en langzaam overheen moet manoeuvreren! En niet bang zijn voor een beetje schudden, je wordt op zulke stukjes namelijk helemaal door elkaar gehusseld...


Rond lunchtijd zijn we midden in het bos midden op de weg gestopt; in dit deel van de weg was er eigenlijk geen echte weg meer: er gingen meerdere paden dezelfde kant op, je kon dus eigenlijk niet echt verdwalen en reed soms naast elkaar op verschillende paden. Dat komt omdat als er een regenbui is en iets wegspoelt of de modder te diep is men andere wegen zoekt – je kunt hier zonder 4WD al niet eens rijden – en daardoor beide paden in gebruik raken tot er weer eentje dichtgroeit of zo... Waar wij voor onze picknick stopte was de weg net weer in tweeën gesplitst, prima dus om al de auto’s een beetje dicht bij elkaar te kunnen parkeren; want met zo veel auto’s wordt de konvooi al gauw meerdere kilometers lang, soms zo lang dat zelfs Douwe met zijn lange afstand radio de achterste in de rij niet meer kan bereiken en iemand in het midden moet vragen om zijn bericht door te geven! Toevallig kwam natuurlijk net op dat punt de eerste tegenligger van de dag aanzetten, dus Hans en een paar anderen die op het extra pad hadden geparkeerd moesten een beetje uit de weg gaan. Maar dat is allemaal deel van de lol!


"Picknicken" of überhaupt lunchen op een Bhejane tocht is trouwens nooit eventjes je broodpakket dat je zelf 's-ochtends hebt moeten smeren opeten. Er wordt altijd, onder alle omstandigheden of het nu in de bush, in een dorp of op het strand is, een tafeltje neergezet en alles voor op je brood netjes uitgestald, van sauzen, boter, pindakaas en jams, tot borden met kaas, vleesbeleg en verse komkommer en tomaat netjes ter plekke op de achterklep van de "keukenauto" in plakjes gesneden. Zelfs als we op een dag vele kilometers moeten maken wordt dit ritueel altijd uitgevoerd; er staat zelfs in de bush waar water niet voorhanden is ook altijd een opklapbakje met water, zeep en een handdoek klaar om je handen te wassen. En heel vaak maken ze ook iets warms voor bij de lunch dus worden de branders en bakplaten ook te voorschijn gehaald. Het is die aandacht voor dit soort kleine details die maakt dat wij dol zijn op Bhejane, want het is nooit "luxe", (wat we ook helemaal niet zoeken of willen) maar altijd tot in de puntjes verzorgd, degelijk en goed. En op die manier dus ook heel erg luxe.


Na weer een tijdlang gereden te hebben na de lunch kwamen we opeens in een stadje – nog steeds alleen maar zandwegen, maar wel een heus stadje, Mabote, met hutten en een paar splinternieuwe overheidsgebouwen, en een keurig recht en breed stuk zandweg... Zelfs verkeersborden, straatlampen en richtingaanwijzers! En er stond een zendmast dus gauw de mobiel aan om te kijken of er misschien smsjes waren! Inderdaad, er kwamen zelfs 2 binnen, eentje van Hans zijn dochter en eentje van zijn zoon. Omdat we het vermoeden hadden dat dit voorlopig ook wel de laatste zendmast zou zijn en omdat het bereik van die masten maar een paar kilometer is heb ik terwijl we door het stadje scheurde en ik ook nog een paar foto’s probeerde te maken gauw twee smsjes gemaakt en verstuurd, eerst de ene en dan pas de andere – want dan kan in ieder geval een van de twee de ander op de hoogte stellen als we het niet redden. Ik had gelukkig net genoeg tijd om allebei te maken en te versturen, maar het scheelde niet veel want een paar honderd meter verderop waren we al weer buiten het bereik van de zendmast...


Nu was het zandpad meer een zandsnelweg aan het worden, hij werd breder en rechter maar nog altijd even fijn zand. Wij scheurde er met zo’n 80 kilometer per uur overheen, maar op zo’n ondergrond lijk je dan haast 120 km te rijden! In ieder geval zijn het snellere kilometers, in de bush is je gemiddelde erg laag aangezien je nooit harder dan zo’n 50-60 kunt rijden en heel vaak veel minder snel rijdt. Uiteindelijk stopte Douwe de konvooi met de mededeling dat we bijna bij de asfaltweg waren aangekomen en de banden weer moesten oppompen terug naar 2,5 Bar in ons geval. Eindelijk weer een stukje asfalt! Nou en het was prima asfalt, ze hadden blijkbaar onlangs alle potholes weer eens opgevuld wat dus enorm scheelt want het waren er zo te zien heel veel geweest.


Douwe waarschuwde ons wel dat we heel erg op de snelheid moesten letten, de Mozambikaanse verkeerspolitie is schijnbaar heel erg streng en geeft graag boetes dus als je een bordje met 80 of 60 zag moesten we gelijk afremmen… Maar uiteindelijk reden we Inhassoro binnen, via een afslag met een één-baans asfaltweg met aan beide kanten een brede zandstrook. Zolang je geen tegenliggers hebt kun je dus op asfalt rijden, anders moet je allebei met een kant op het zand gaan rijden zodat je elkaar kunt passeren. Tja, het lijkt te werken! In Inhassoro namen we een afslag richting het strand waarop allerlei lodges aangegeven stonden, en toen was het nog zo’n 5 kilometer rijden in 4WD in mul zand totdat we eindelijk, rond half 6 onze lodge zelf binnenreden... En het is een keurige lodge, en wij hebben een keurig bungalowtje (we hadden toen we deze tocht boekte voor een upgrade gevraagd van tent naar hut maar zelfs de kampeerders kregen hier onverwachts kamers)! We konden dus genieten van een heerlijke welverdiende en broodnodige douche, en daarna weer een lekkere maaltijd van Vermaak. 's-avonds heb ik preventief ons beddengoed en de klamboes ingespoten met anti-insecten spul speciaal voor kleding en dergelijke bedoeld, maar het lijkt niet echt nodig, er vliegt namelijk bijna niets.


free counters