Vrijdag 13 mei: Marnitz – Nata (Nata Lodge): 485 km

We hebben een best goede nachtrust gehad, gelukkig – het is alleen wel weer wennen aan het feit dat als het licht uit is je ook echt niets meer ziet! Vanochtend zijn we rond 7 uur op ons gemak opgestaan, hebben de auto weer een beetje ingericht (wat dingen bij de hand leggen die dat niet waren, we moeten weer een beetje wennen aan het in de auto reizen), en om 8 uur werd ons ontbijt gebracht. Daarna was het afrekenen, afscheid nemen en om kwart voor 9 zaten we al weer in de auto onderweg naar het noorden.

De grens lag vlakbij, maar zo’n 30 kilometer van Baobab Farm vandaan, en de rit was rustig – we zagen af en toe een hornbill vliegen, en allerlei andere vogels die we niet kende: hornbills zijn erg herkenbaar maar zelfs als je ze niet goed ziet, hun vlucht is ook erg opvallend en herkenbaar... ze vliegen een beetje dronken, golvend en zwevend door de lucht. We hadden van te voren gelezen dat er misschien nog gestaakt zou worden bij de grens (rond Pasen was er een “slowdown” geweest, waarbij er nog maar mondjesmaat mensen doormochten), maar we hebben er gelukkig niets meer van gemerkt en konden alles vlot doorlopen. En dat is een ritueel... eerst aanrijden bij de Zuid-Afrikaanse kant, om het land uit te mogen. Auto parkeren, paspoorten, pennen en autopapieren mee, en dan het gebouwtje in. Langs Customs en Immigration, aangeven of we iets aan te geven hadden, een “gatepass” ontvangen (een papiertje waarop iedere partij waar je langsgaat een stempel zet als ze je afgehandeld hebben), en stempels in ons paspoort en op de gatepass halen. Een land uitgaan is hier vaak redelijk makkelijk. Gatepass afgeven en laten checken bij de uitgang van het Zuid-Afrikaanse complex, de Limpopo rivier oversteken, en het Botswaanse douanecomplex inrijden.

Ook daar weer de auto parkeren, alles meenemen, het gebouwtje in, en bij het eerste loket stoppen. Het is altijd een kwestie van een beetje opletten (in principe als er 3 soorten dingen zijn die je moet afhandelen moet je ze allemaal en in volgorde langs) en kijken waar je naar toe geleid wordt. Bij Immigration moesten we ieder een formuliertje invullen, “het boek” invullen (autogegevens, te ondertekenen door de chauffeur), de brief laten zien die bevestigde dat wij deze auto mochten besturen, en een gatepass met de eerste stempel ontvangen. Dan door naar customs, waar we niets aan te geven hadden en weer een stempel ontvingen op de gatepass, en dan door naar de autobelastingen, waar we dit keer voor het motorongelukfonds moesten bijdragen, een WA-verzekering afsluiten en nog een toegangspermit voor de auto moesten betalen. Hier waren die Pula’s dus voor, waar we zo’n moeite voor hebben moeten doen! Al met al kostte het zo’n 18 euro samen, omgerekend. Bij de uitgang van het complex moesten we weer de gatepass inleveren, de permit laten zien, en de brief dat wij de auto mochten besturen. Probleem alleen; op de brief stond “Hans” en in Hans zijn paspoort staat “Johannes”, en dat is niet goed hé... En zie dan maar uit te leggen dat Johannes je doopnaam is en Hans je roepnaam maar dat die sukkels bij de autoverhuurder niet opgelet hebben en je naam niet overgenomen hebben zoals die in het paspoort staat. Maar goed, we mochten uiteindelijk door nadat we gewaarschuwd waren om daar voortaan op te letten! Inderdaad, dat zullen we de volgende keer ook zeker doen! En nou maar hopen dat dat in Zimbabwe ook geen problemen gaat opleveren...

Eenmaal in Botswana was het vertrouwen op de gps en doorrijden (“182 kilometer rechtdoor, dan links”). De wegen waren een stuk leger, het landschap was mooi weids, het was buiten inmiddels al bloedheet maar binnen deed de airco het, en met een lekker muziekje op vlogen de kilometers voorbij. Er waren weer net als in 2008 veel ezels langs de weg, maar ook heel veel koeien (prachtige tekeningen in rood, bruin, zwart, grijs en wit) en geitjes... Maar gelukkig was er weinig dat behoefte had aan oversteken als wij eraan kwamen! We hebben nog gepind in Francistown maar voor de rest was het doorrijden, genieten van het landschap, de weidsheid en leegheid van het alles en genieten van de muziek!

Nata Lodge en omgeving zijn vlak nadat wij er in 2008 waren geweest volledig afgebrand; we dachten nou nog de resten van de brand te kunnen zien, want er waren veel minder bomen in het stuk vlak buiten de lodge dan dat wij ons herinnerde. Maar zo te zien was Nata zelf weer als vanouds gerestaureerd – als we niet wisten dat het afgebrand was hadden we er niets aan gezien! Om half 4 kwamen we aan bij Nata en hebben we ons geïnstalleerd in onze heerlijke comfortabele safaritent, gedoucht in de buitendouche onder luid commentaar van een groepje vogels in de boom die bij het water wilde, en een dutje gedaan, en om half 7 gingen we eten. We hadden al besteld toen een vrouw aankwam en haar naam moest zeggen tegen de serveerster (iedereen kreeg keurig een gereserveerd tafeltje): de serveerster kon de naam niet verstaan dus ze moest het herhalen, en ondertussen zei Hans dat dat Claire wel leek – een van de mensen die wij van de Kalahari 2008 tocht kennen en die meegaan op deze tocht door Zimbabwe. Nou inderdaad, nou konden we ook de achternaam horen en het was Claire, en net op dat moment kwam Roger ook aan! Dus wij roepen tot ze ons zagen en herkenden, en toen kwamen ze bij ons zitten en hebben we gezellig samen gegeten en natuurlijk over van alles gekletst! Na nog een tijd na te tafelen was het tijd om naar bed te gaan (het was al 9 uur geweest) dus namen we afscheid. Zij gaan morgenochtend voor dag en dauw naar de Bird Sanctuary hier vlakbij, wij gaan misschien nog eerst even ontbijten dus we komen elkaar waarschijnlijk pas weer ‘s middags in Pandamatenga tegen.

Vrijdag 13 mei: Marnitz – Nata (Nata Lodge): 485 km

free counters