Maandag 16 mei: Hwange National Park (Mandavu Dam): 75 km

Dankzij de kleren aan hebben we ondanks de kou inderdaad wel iets beter geslapen vannacht, al waren er allerlei geluiden geweest buiten... En dat gaat alleen maar erger worden vermoeden we! Het was vroeg opstaan vandaag maar hoe vroeg je ook opstaat, de mannen van Bhejane zijn altijd al uren op lijkt het, het kampvuur brandt, de water en koffieketels staan op het vuur en de grote gietijzeren pan met pap staat klaar... Het is niet altijd dezelfde pap, de ene keer is het witte pap, dan een of andere moutpap, of havermoutpap met rozijntjes, van alles. En ik vind dat vaak wel lekker ’s ochtends, het legt een bodempje voor de dag. Ik eet het lekker zoals de Zuid-Afrikanen, met een klont boter en rietsuiker...

We moesten vandaag naar een ander kamp binnen het Hwange Nationaal Park rijden, Mandavu Dam. En dat mochten we op eigen gelegenheid doen aangezien het binnen het park en maar een klein eindje rijden is. Dus Paul, Lin, Roger, Claire en wij besloten met zijn 6’en op pad te gaan en een beetje in de omgeving rond te rijden voordat we naar Mandavu Dam reden. Er werden natuurlijk grapjes gemaakt over de laatste keer dat we zo op eigen houtje rondreden, in de Kalahari, en bijna letterlijk op een leeuw gestuit waren! Maar hier viel het net als gisteren weer tegen met dieren. We hebben wel de “standaard” dieren gezien, die op zich natuurlijk altijd leuk zijn om te zien; zoals zebra’s en impala’s, en we hebben heel veel olifantenstront op de wegen gezien, maar olifanten zelf waren in geen velden of wegen te bekennen! Dus besloten we een omrit te maken via Chingahobe Dam, in de hoop dat er daar meer dieren zouden zijn...

Nou dieren hebben we daar nog minder gezien, wel kwamen we mensen tegen! Het pad was erg smal en kronkelde door dichte bebossing, van die lage bomen, dichte struiken en hoge grassen waar het bosveld hier overal uit bestaat. Dus als we in een bocht reden konden we de auto voor ons al nauwelijks meer zien. Op een gegeven moment bij een lastig steil stukje kwamen Roger en Claire, die voorop reden, tot stilstand. Hans en ik dachten eerst dat het misschien was om te besluiten hoe ze over dat stuk zouden rijden (er zijn weleens boomstammen, grote stenen of diepe kuilen waar je omheen moet navigeren) – of Claire had een bijzondere vogel gezien die ze aan het fotograferen was, aangezien ze daar wild van is! Wij konden alleen de achterkant van hun auto zien, en Paul en Lin die achter ons zaten konden helemaal niets zien. Nou hadden Roger en Claire weliswaar net als Paul en Lin een ingebouwde radio, maar geen walkietalkies van Frank meegenomen. Dus Roger en Claire konden met Paul en Lin communiceren via de ingebouwde radio, maar niet met ons; ze konden ons wel horen. En Paul en Lin kon met ons alle vier communiceren, omdat zij wel een walkietalkie bij hadden... Dus Paul vroeg al via de walkietalkie aan ons wat er aan de hand was, en wij zeiden dat we geen idee had. Tot Paul opeens zachtjes in zijn walkietalkie zei dat er een man met een wapen liep. En inderdaad, er kwamen opeens twee mannen met kalashnikovs uit de bosjes stappen, vlak naast ons; ze groetten ons vriendelijk en Roger en Claire kwamen inmiddels gelukkig al weer in beweging dus wij alle vier gauw achter hun aan...

Het waren naar eigen zeggen twee rangers die een paar weken geleden in de bush waren afgezet en deze of volgende week verwachtte opgehaald te worden (tijd is redelijk relatief in Afrika), en dus helemaal gelukkig waren toen ze de motoren van de auto’s gehoord hadden. Ze dachten dat hun lift er was namelijk en waren daarom op ons afgekomen! Claire is echt nergens bang van en praat met iedereen, en had ze een ijskoude cola aangeboden; de teleurstelling dat ze nog even in de bush moesten blijven was wel groot, maar de lekkere ijskoude cola maakte wel iets goed... Maar wij vermoeden eerlijk gezegd dat dit soort mannen flink wat stropen om hun vaak mager salaris (als ze überhaupt nog salaris krijgen, in deze tijd) aan te vullen. En als je zo iemand op het verkeerde moment treft, bijvoorbeeld samen met het bewijs van zijn illegale praktijken (even los van stropen voor vlees, er worden ook onder andere schrikbarende hoeveelheden neushoorns gedood voor hun hoorn), dan zit je hier in de bush kilometers van alles en iedereen vandaan toch opeens heel erg kwetsbaar. We waren er alle zes van bewust dat als er iets mis mocht gaan het misschien wel dagen of weken zou kunnen duren voordat je hier teruggevonden wordt. In het beste geval stelen ze je auto, in het ergste geval, slik; ze hebben die wapens niet voor niets en weten hoe ze ze moeten gebruiken...

Na deze enigszins onheilspellende ontmoeting hebben we even bij een uitkijkpunt over het meertje gestaan en wat gedronken en wat biltong geproefd die Paul en Lin speciaal in Namibië gekocht hadden; gedroogd, gerookt en gekruid rauw vlees, erg taai maar heel erg lekker. En we hebben een stok die waarschijnlijk gisteren op mysterieuze wijze door de onderkant van de auto van Paul en Lin was geboord eruit getrokken; dat moet een enorme klap hebben gegeven! Maar ook bij dit meertje waren weinig dieren – alleen wat watervogels en krokodillen – dus we zijn al gauw teruggedraaid en richting het volgende kamp gereden. Dat lag prachtig; het kamp lag aan een groot meer, met op de rotsen een soort betonnen vloer met rieten afdak en lage muurtjes waar je kon zitten en genieten van het uitzicht. Hier tegenaan was de “braaiplas” (grote barbecueplaats op zijn Zuid-Afrikaans) gemaakt en was er plek gecreëerd op de rotsen voor een kampvuur. John had hier zijn keuken opgezet onder een kleiner afdakje en stond al druk hartige wentelteefjes met tomaat en kaas te bakken voor iedereen voor de lunch, en de rest van de groep was er ook al. Op het veldje erachter stonden de tenten al klaar, met een klein wc-gebouwtje en de losstaande doucheruimte (een douche met betonnen muurtjes zonder dak) met aangebouwde heetwater-ezel; volgens Frank kon je wel douchen, alleen het water kwam recht uit het meer en de groene brokstukken dreven er dus nog in. Hij raadde men daarom ook af om het in ogen of mond te laten komen vanwege het risico van ziektes... Hmmm, ik hoef niet te douchen vanavond!

We hebben lekker onder het rieten afdak zitten genieten van onze lunch en de dieren aan de overkant van dit meer; er liepen olifanten, zebra’s, en allerlei herten, en in het water lagen nijlpaarden te brommen en poedelen. Zij waren er met name verantwoordelijk voor dat het water zo vies was hier... Op de rotsen onder ons lagen hagedissen te zonnen, inclusief redelijk grote monitorhagedissen, en kwamen aan het einde van de dag klipdassies tevoorschijn om te genieten van de ondergaande zon en koelte voordat het donker werd en ze naar bed konden. Met name John is een fanaat visser, en had 2 visvergunningen geregeld, dus hij en afwisselend Frank en Paul van Bhejane stonden ’s middags op de rotsen onder ons te vissen. Ze hebben niets gevangen, en zijn gelukkig ook niet gevangen door eventuele krokodillen die in de buurt zwommen, want er waren er genoeg in dit meer en ze waren groot!

Het was vanavond volle maan en we hadden dus zelfs nadat de zon onder was gegaan goed uitzicht over het meer. Het avondeten was vanavond een kleine feestmaaltijd, Hans en ik hebben er dus ook lekker van genoten: braaigebakken kip die een lekkere korst had en waanzinnig lekker gekruid was, rijst, jus, potbrood, currybonen salade, broccoli met kaassaus, en zelfs een guave taartje toe... Heerlijk! En vanwege het maanlicht ben ik een beetje gaan experimenteren met de lange sluitertijd van mijn toestelletje; ik kon met 60 seconden belichting foto’s maken die overdag leken te zijn! Ongelofelijk... We zijn uiteindelijk na nog lang naleuteren in het donker naar bed gegaan, gewaarschuwd door Frank dat er hier vannacht misschien wilde dieren in het kamp konden zijn.

Maandag 16 mei: Hwange National Park (Mandavu Dam): 75 km

free counters