Dinsdag 17 mei: Hwange National Park – Chizarira National Park (Mucheni Gorge): 324 km

Of er ook echt beesten door het kamp gelopen hebben weten we niet maar we hebben wel in de omgeving van alles gehoord, van roepende olifanten tot brullende nijlpaarden. Het leek ook iets minder koud te zijn ’s nachts – of wij raken er inmiddels aan gewend, dat kan ook! Omdat we een lange rit voor de boeg hadden was het weer een vroege start, dus iedereen was al voor dag en dauw in de weer om zijn tent uit te ruimen en de auto weer in te richten. We hebben dus ook ontbeten terwijl de zon opkwam boven het meer, en die was heel mooi... Het is dat je ervoor uit bed moet komen maar het licht zo ’s ochtends vroeg, zeker in Afrika, is prachtig!

Voordat we vandaag echt begonnen aan de lange rit in konvooi, mocht iedereen nog even op eigen gelegenheid rijden naar het restaurant van het park, in Sinimatella main camp. Frank zou ons daar ontmoeten nadat hij nog wat administratie had afgehandeld: het bijzondere aan dit restaurant is vooral dat het in verval is – het is een van de vele, vele relieken uit de tijd dat blanken hun zaken verloren en het geld zijn waarde verloor. Het restaurant is leeggehaald, het bordje gesloten hangt aan de deur en het lijkt alsof er gewacht wordt op betere tijden. Dat is ook zo alleen ze lijken al tientallen jaren te wachten op betere tijden, het dak is op plekken aan het instorten en er zitten gaten in de ruiten... Gek genoeg werden sommige van de chaletjes bij het restaurant nog wel onderhouden, er zaten mannen op de daken de boel te schilderen. Het uitzicht was nog altijd wel prachtig en dit moet ooit een heerlijke plek geweest zijn om te zitten, nou was het vooral een trieste plek. Omdat Sinimatella op een hoge berg ligt keken we vanuit de veranda van het restaurant uit over de Zambezivallei, een wijds vergezicht en als je oplette hoorde je zelfs af en toe leeuwen brullen daar beneden! Het viel ons op dat er vlak buiten het restaurant olifantenstront lag, alsof de olifanten daar ook langs en doorheen moeten zijn gelopen; we konden het ons niet echt voorstellen maar het zal er wel niet voor niets liggen...

In konvooi reden we weg uit het park, richting Hwange Town waar we voor het eerst in een paar dagen weer eens bereik hadden met de telefoon – dus gauw even een sms’je sturen naar thuis natuurlijk! In Hwange Town moesten we tanken, en hadden we even de tijd om een supermarkt binnen te stappen. Ik geloof dat iedereen een beetje verbaasd was toen we onze eerste echte Zimbabwaanse stad inreden, en zagen hoe keurig netjes alles eruit zag, hoe schoon de straten waren, hoe mooi de heggen en bloemperken onderhouden waren, en hoeveel keuze er in de (overigens zeer “Afrikaanse”) supermarkt was! De supermarkt was leuk om door heen te lopen, en de prijzen waren in onze ogen hoog maar het was toch enorm druk; de manier waarop alles ingericht was en een beetje door elkaar stond deed mij denken aan supermarkten in Nigeria. Ook het feit dat bijvoorbeeld niet alle pindakaaspotten hetzelfde deksel hadden, of niet alle dozen cornflakes met precies dezelfde kleuren bedrukt waren... We hadden het toch allemaal een stuk armer verwacht, ook de Zuid-Afrikanen in onze groep waren verbaasd. Het lijkt er op dat de buitenlandse media nog wat achterloopt op de werkelijkheid in het land; het aannemen van de Amerikaanse dollar als valuta heeft de economie veel goeds gedaan. Zuid Afrikaanse randen zijn ook welkom maar vaak tegen een walgelijke wisselkoers – en euro’s nog erger! Iets dat 10 dollar kost (7 euro), kost 100 Rand (bijna 10 euro) of 10 euro: dus waar mogelijk betalen we natuurlijk alles met dollars of wisselen we dollars voor randen met elkaar. Maar ondanks de zichtbare welvaart blijft het toch Afrika: in de eerste 3 tankstations waar wij kwamen aanrijden was er geen diesel te krijgen... Wij en twee andere auto’s in de groep die diesel gebruiken en moesten tanken, moesten helemaal door Hwange Town rijden tot het allerlaatste tankstation, maar daar was gelukkig wel diesel dus konden we weer bijvullen.

We hadden afgesproken om elkaar buiten het stadje te ontmoeten, dus Hans en ik en nog wat anderen stonden op het terrein van een gloednieuw, nog af te bouwen tankstation te wachten toen een oud mannetje aan kwam zetten met “lufa” sponzen te koop. We hebben er een tijdje mee staan kletsen; hij was misschien minder oud dan hij leek, maar hij had nog maar 1 tand over. Hij was heel erg aardig en enthousiast toen wij vertelde dat we allemaal op bezoek waren in Zimbabwe, en vooral dat wij tweeën Nederlands waren. Hij smeekte ons om thuis te vertellen dat ze naar Zimbabwe moesten komen, helpen om het land op te pakken door toerisme. We maakte wat grapjes en gekheden; hij vroeg of ik ooit iemand had gezien die zo zwart was als hij (hij was inderdaad erg zwart, van hele dagen in de zon lopen), dus ik zei jazeker, ik heb in Nigeria gewoond en daar zijn ze zo zwart, dat ze jou wit zouden noemen! Daar moest hij natuurlijk enorm om lachen... En hij benadrukte dat hij zelf nog een paspoort had en dat als we terugkwamen we hem terug moesten nemen naar Nederland. Hij was slim en duidelijk goed geschoold; wie weet wat hij vroeger had gedaan, maar nu moest hij op zijn oude dag in de hitte langs de auto’s zeulen in de hoop dat ie een paar dollar kon verdienen...

Nadat iedereen weer verzameld was bleek dat er wat noodreparaties gedaan moesten worden aan de trailer van Frank; een paar bouten waren losgebroken en zaten vast zodat ze ze niet konden vervangen. Dus Frank ging met de trailer en John en Petri de stad in op zoek naar een garage met een lasser, en Paul van Bhejane zou met ons meekomen, meerijdend in de auto van de man alleen, met de lunch, om de konvooi in beweging te houden. De rest van de mannen zouden proberen ons weer in te halen voor de lunch, maar als dat niet zou lukken, dan zou Paul ons naar het kamp begeleiden. De rit was lang, want de wegen waren niet geweldig (het zijn hier in Zuidelijk Afrika over het algemeen geen snelwegen waar je 130 km/uur kunt rijden, al rijden de Zuid Afrikanen zelf wel keihard als het ze uitkomt), maar het was voor Hans niet vervelend om te doen; je voelt echt dat je een land doorkruist op zo’n manier... En een klein hoogtepuntje onderweg was de knalgroene kameleon die de weg overstak toen we langskwamen; dat zijn zulke grappige diertjes! We waren pas net opgezet voor een lunch onderweg in de bush (tafeltje met brood en tonijnsalade onder een boom) toen de auto van Bhejane aan kwam rijden – de trailer was weer gerepareerd en we konden weer met zijn allen verder!

De laatste 30 kilometer naar Mucheni Gorge, onze kampeerplek vanavond in het Chizarira National Park, was echt prachtig. Het was een steile klim door bossen langs prachtige bergen en over stenen, we hebben ervan genoten. Soms bestond de weg gewoon uit een plaat steen die op de juiste hoek uit de berg kwam, soms moesten we hobbelen over stapels keien, of door zacht zand... En het steen zelf was de meest prachtige combinaties van rood, geel, grijs, zwart en bruin zandsteen – heel erg mooi! Het was een hele mooie rit; we hebben lekker de muziek hard aangezet, de ramen open, en genieten van het rijden! Het kamp zelf was ook heel mooi; een kleine opening in het bos, een “bushcamp” dus zonder stromend water en met een klein betonnen gebouwtje over een gat in de grond als wc, maar met een uitzicht om u tegen te zeggen... We keken uit over de Mucheni Gorge, een steile kloof onder ons, en we waren weliswaar laat aangekomen vandaag, maar toch net op tijd om na het inrichten van onze tent (zo gebeurd, in ons geval) nog uitgebreid te kunnen genieten van de zonsondergang in de kloof.

Dit was wel luipaardenland, volgens Frank, dus alert zijn als je naar de wc of je tent ging in het donker! Het leek echter wel mee te vallen, maar toch deden we goed opletten... We kregen vanavond stevige kost te eten – “bangers and mash”, bonen, worst en aardappelpuree. Wel lekker hoor, na zo’n lange rit! En dan was het verder genieten van de avond, de sterren, de volle maan en het maanlicht op de kloof, voordat het tijd was om naar bed te gaan. We merken wel dat het niet meer zo heel erg koud is om naar bed te gaan, al doen we in ieder geval nog wel een shirt aan om te slapen, en slaap ik vaak ook nog met een broek en sokken!

Dinsdag 17 mei: Hwange National Park – Chizarira National Park (Mucheni Gorge): 324 km

free counters