Woensdag 18 mei: Chizarira National Park – Kariba (Lomagundi Lakeside Ass.): 327 km

Het was dan wel luipaardenland hier in Chizarira, maar we hebben er geen een gezien of gehoord natuurlijk... Het was vanochtend weer een hele vroege start, we waren om half zes al op en de tent aan het leegruimen, en konden dus de zonsopgang meemaken boven de kloof. Erg mooi, al is het dan zo vroeg! Maar toch moest er eerst iemand geholpen worden met een platte band. Gelukkig niet ons! En nadat iedereen klaar was mochten we individueel de prachtige afdaling maken tot in de vallei, waar we rond een uur of 8 in de splitsing van de weg wachtte tot iedereen verzameld was, om vandaar uit weer met zijn alle in konvooi verder te rijden.

Vandaag was een hele schitterende route maar een hele lange dag... We hadden qua kilometers ongeveer even lang te gaan als gisteren, maar de wegen waren een stuk slechter vandaag, waardoor we effectief maar zo’n 35 km/uur gemiddeld konden rijden. Er zijn dan wel stukken waar je 60 of zelfs 70 kunt rijden, maar ook stukken waar je misschien maar zo’n 10 km/uur of zelfs minder kunt rijden. En van de 327 kilometer die we vandaag gereden hebben was maar zo’n 25 kilometer geasfalteerd, de rest allemaal gravel, stenen, fijn zand of hard geworden modder! Bovendien was het heuvel op en heuvel af, dus slingerende wegen waarbij je vanuit een stuk waar je 60 kilometer kon rijden opeens op een slecht stuk terechtkwam onderaan een heuvel of in de bocht (precies die plekken waar in het natte seizoen de modderpoelen ontstaan). Daar was dan de modder hard geworden in de meest venijnige gaten, sleuven en sporen, waardoor Hans flink op de rem moest stappen en stapvoets erover heen. Ook leuk waren de haast onzichtbare gaten achter heuveltjes; dan “vloog” je met een lekker tempo over het heuveltje om opeens in zo’n gat terecht te komen en tot stilstand gebracht te worden, of juist gelanceerd! Het was dus heel zwaar rijden voor iedereen want je kon nooit op de automatische piloot gaan en moest constant concentreren op de weg en anticiperen wat er om het volgende hoekje of over het volgende hellingkje zou zijn...

Maar niet alleen de weg zelf vergde concentratie, ook het verkeer. Al hadden we op de niet-geasfalteerde wegen heel de dag niet meer dan 2 gemotoriseerde tegenliggers, er waren heel veel voetgangers, vee, kinderen (we zijn verbaasd hoeveel scholen er zijn, en hoeveel schoolgaande kinderen in uniformen er lijken te zijn), ossenwagens, ezelkarren en fietsers... bijna iedereen is hier heel erg aardig en zwaait en glimlacht uit zichzelf of als wij zwaaien! De kinderen bedelde vandaag ook bijna niet – hoogstens een enkeling – en kwamen lachend en zwaaiend aangerend als ze ons hoorde komen. Wel erg leuk, we werden af en toe haast moe van het terugzwaaien! Wat ons opvalt, is dat de mensen hier, ook de mensen in de bush die we onderweg tegenkomen, niet zo arm lijken als we verwacht hadden. Ze zitten toch meestal wel goed in de kleren, en zien er redelijk goed uit – dan vonden we de mensen in Mozambique nog armer lijken. En wat ik schreef, overal zie je schoolkinderen lopen en het stikt van de schooltjes. In Mozambique zie je ook veel kinderen maar veel minder schoolkinderen en schooltjes. Zo’n schooltje hier is dan vaak een gebouwencomplex waarvan sommige ruimtes geen dak, of geen ruiten heeft, of het pleisterwerk van de muren komt brokkelen. Maar het is wel steeds een bruisend geheel met veel kinderen die in de schaduw van de bomen op het complex spelen of studeren.

We reden vandaag veel door gebieden waar katoen geteeld werd; kleine gedrongen, uitgedroogde struikjes met grote witte plukken katoen eraan. Maar het mooiste om te zien waren de vele ossenwagens en ezelkarren die rondreden, steeds volgeladen met een paar enorme balen katoen. En onderweg kwamen we een paar depots tegen waar de balen in lange rijen onder de bomen verzameld werden om te verkopen; iedere baal was zeker een kubieke meter groot, woog ongeveer 250 kilo, en was zo’n 199 USdollars waard. Dat is voor de mensen die hier in de bush (over)leven natuurlijk een enorme hoeveelheid geld. We hadden onderweg ook een tseetseevliegen controle... Een man met een netje!

Het landschap vandaag was heuvelachtig – onze gps registreerde steeds wisselingen van zo’n 900 meter tot 400 meter boven zeeniveau – en “bosveld”achtig. Dus hoge grassoorten en lage, gedrongen grillige boompjes door elkaar. Soms stonden de bomen dichter bij elkaar en werd het bosachtig, soms overheerste het gras en dan werd het meer savanneachtig landschap. En regelmatig stonden er tussen de lage boompjes een bosje teakbomen of een enkele hoge kale boom; die leek dan morsdood, enkel een zilver houten skelet, maar we weten inmiddels van andere trips dat deze bomen waarschijnlijk gewoon wachten op het juiste jaargetijde/seizoen/klimaat om dan in bloei/blad te barsten. Al met al een prachtig landschap, zeker zo tussen die heuvels... En overal op de gekste plekken waren kleine dorpjes van modder en riet gemaakt, kleine velden, of vervallen betonnen gebouwen die niet meer in gebruik waren, wachtend op betere tijden. Want dat lijkt hier echt het geval te zijn, er zijn zo veel gebouwen die ooit jaren geleden netjes zijn afgesloten, soms zelfs met het bordje “gesloten” voor het raam, en weliswaar leeggehaald maar verder nog helemaal intact zijn. En dat in een continent waar ALLES “gerecycled” wordt, zodra iemand anders het niet meer gebruikt – niets gaat verloren – tot de ruiten en golfplaatdaken toe. Dus het is duidelijk dat iedereen hier elkaars bezit respecteert, omdat iedereen wacht tot het weer beter wordt... tja! Laten we het hopen dat dat inderdaad snel gebeurt!

Met de lunch kregen we “wraps” met restanten van het eten van gisteren en koolsla. Best lekker eigenlijk... en terwijl we stonden te eten kwamen 3 kleine kinderen langs lopen die besloten te blijven staan wachten, in de hoop dat er wat zou overblijven voor ze. Dat was natuurlijk het geval, ze kregen tegen het einde van onze lunch ieder een wrap in hun handen gedrukt; ze hadden duidelijk nog nooit zoiets gezien maar ja, die witneuzen aten het ook dus dan zal het toch zeker wel eetbaar zijn? Het leek ze in ieder geval niet tegen te vallen en nadat ze hun wraps ophadden gingen ze weer op pad. Frank legde uit dat je bij zoiets altijd ieder kind apart iets moet geven – als je alles aan een kind geeft om te verdelen dan wordt het vechten. En snoepjes zijn natuurlijk uit den boze!

Toen we Kariba inreden stond er opeens een zebra vlak langs de weg. We waren inmiddels al zo gewend aan het feit dat we alleen maar landschap zagen en geen dieren, dat het een heel vreemd gezicht was! We waren er dan ook al voorbij voordat onze hersenen het geregistreerd hadden dat dit geen ezel of iets dergelijks was... De camping lag aan het water en was mooi; grote schaduwrijke bomen dicht bij elkaar maakte een soort natuurlijk zonnescherm waaronder de tenten opgezet werden op het gras. Er was een klein zwembadje, en de wc’s/douches waren redelijk netjes. Voor Westerse ogen een haast normale campingsite dus. Ware het niet dat je het gebrul van de nijlpaarden in het water hoort en er overal bordjes staan dat je met een wijde boog om ze heen moet lopen als het donker is... Want die jongens vinden de camping ook heerlijk en komen daar ’s nachts graag grazen – tussen de tenten dus!!! En dat zijn de meest agressieve dieren in Afrika, dus oppassen geblazen...

De mannen van Bhejane werken dag en nacht keihard; ze moeten net zoals wij de afstanden rijden, maar zodra de auto stilstaat zijn ze al bezig de dozen van de keuken uit te laden om die op te zetten, en tegelijkertijd de tenten op te zetten, en het kampvuur te maken om te beginnen met het eten te bereiden... Maar vanavond hoefde ze niet te koken, want we gingen bij uitzondering allemaal in het restaurant van de camping eten; Kariba is tenslotte blijkbaar “wereldberoemd” vanwege zijn bream, een soort baars, en dit restaurant maakte die lekker klaar. We hebben dus lekker aan de rand van het Kariba meer gebakken visfilet en frietjes gegeten, lekker! In het donker teruglopend naar onze tent via de wc bleek inderdaad dat de waarschuwingen over de nijlpaarden niet overdreven waren, ze kwamen redelijk dicht bij de tenten en ze lopen heel stilletjes dus je moest goed opletten als je om een tent heenliep dat er geen hippo stond!

Woensdag 18 mei: Chizarira National Park – Kariba (Lomagundi Lakeside Ass.): 327 km

free counters