Zaterdag 21 mei: Mana Pools National Park (Nyamepi): 48 km

De hyena heeft ’s nachts nog vlak langs onze tent gelopen, we hoorde hem – maar op zich doet zo’n beest niets, ze zien die tenten niet zoals wij ze doen, ze weten niet dat er maar een dun tentdoek zit tussen hun en ons... Toch is het altijd wel spannend om in je bedje in de tent te liggen luisteren naar de geluiden buiten! De veldbedjes zijn trouwens een zegening, we zijn dolblij dat we ze meegenomen hebben want we slapen nou natuurlijk iedere nacht in de tent dus iedere nacht op zo’n veldbedje. En dat is echt duizend keer beter dan op een luchtmatras te liggen, want die dunne dingen drukken altijd door zodat je toch met delen van je lichaam op de grond ligt. En dat gaat op een gegeven moment teveel zeer doen; we maken ook lange dagen en Hans maakt lange ritten en dan is een goede nachtrust enorm belangrijk...

Er waren vannacht allerlei geluiden, met name veel snuif en brulgeluiden – maar dat weten we inmiddels, dat zijn de mannelijke impala’s: het is nou het paarseizoen dus alle volwassen mannelijke impala’s gaan weken achter elkaar door met paren en met elkaar vechten om de rechten om te paren. Ze nemen nauwelijks de tijd om te eten of slapen en zijn aan het einde van het seizoen logischerwijs uitgeput. Alleen de allersterksten overleven de magere tijd in de winter en vallen niet ten prooi aan prooidieren... Het ontbijt was vandaag om 6 uur ’s ochtends, en we konden tegelijkertijd ons lunchpakketje ophalen; hotdogs, in plastic gepakt voor onderweg. Er wordt hier in Mana Pools geen lunch geboden want de apen zijn zo brutaal dat de bemanning van Bhejane wil voorkomen dat er meer dan absoluut nodig is etenswaren op tafel staan. Daarom krijgen we ontbijt en lunchpakket samen, dan is er minder op te ruimen en minder te bewaken van de apen, die af en toe al zelf achterop de pick-up van Bhejane onder het zeil zitten kijken wat er te halen valt. Gelukkig kunnen ze de koelboxen en dozen met etenswaar (nog) niet open krijgen! Maar dat het slimme en sluwe jongens zijn bleek maar weer toen Claire met twee hotdogs voor haar en Roger (in plastic gepakt) terug naar hun auto liep en een aap opeens verscheen en een luchtaanval deed op een van de broodjes! Ze moest hem er echt afslaan, maar hij had al dwars door het plastic een hap genomen van het broodje...

We hadden dus de hele dag voor ons; de bemanning nam vrij tot een uur of 4-5 ’s middags wanneer er weer een kampvuur gemaakt zou worden en theewater en koffie opgezet. Dus Roger, Claire, Paul en Lin en wij besloten samen op pad te gaan en Mana Pools te verkennen. We waren nog maar nauwelijks vertrokken of we zagen al wat “dagga boys”... Dagga betekent modder, en dagga boys zijn oude mannelijke buffels die in feite met pensioen zijn; ze zijn verstoten door jongere buffels en hoeven dus niet meer de harem in de gaten te houden of te verdedigen, rond te trekken met de harem op zoek naar eten voor iedereen, of te vechten om het recht om te paren, en kunnen hun dagen slijten met het zoeken naar de lekkerste grassen en de koelste modder voor zichzelf – vandaar de “dagga”, want ze installeren zich vaak in de buurt van rivieren, waar er lekker gras, water en modder in overvloed is, als je tenminste niet met een grote familiegroep bent... ze leven vaak in kleine groepjes die elkaar beschermen, en liggen vaak dagenlang in de modder van rivieren te woelen! Maar ondanks dit mooie pensioenplan blijven buffels jongens om voor op te passen, ze kunnen behoorlijk humeurig zijn...

De rit zelf was erg mooi, we zagen grote wurgvijgen in de bomen, prachtige grillige bomen, vlaktes met hoog gras, mooie watertjes en natuurlijk mooie doorkijkjes naar de Zambezirivier. Eerst reden we naar “Long Pool”, een groot meer waar onder andere schijnbaar veel krokodillen leven. Niet dat je ze makkelijk ziet, die liggen vaak op de koele bodem onder water te wachten op een prooi die langskomt. Toch was het dus oppassen dat we niet te dicht langs de rand van het water kwamen – er zou toch zomaar een grote jongen onder het wateroppervlakte kunnen liggen loeren naar ons... Wel zagen we een grote monitorhagedis die uit zijn boomstam aan het kruipen was om zich op te warmen voor de ochtend. En veel sporen van hippo’s en dergelijke die duidelijk regelmatig het water in en uit gingen. Verder zagen we onderweg natuurlijk wel veel impala, wat zebra’s en wat kringgatten, en zelfs een paar keer een jonge olifantenmoeder met baby of kleuter – die zichzelf echter snel uit de voeten maakten als ze de auto’s hoorden. Dat verbaasde ons wel een beetje, de olifanten die wij kennen uit Chobe, Kruger en Etosha hebben normaal gezien niets te vrezen van mensenauto’s; maar het feit dat de moederolifanten zelf best jong leken deed ook vermoeden dat ze misschien niet de kans kregen om erg oud te worden en dus goede reden hadden om mensen en auto’s te vrezen. Hm.

We deden het vandaag rustig aan met z’n zessen en begonnen al vroeg te zoeken naar een mooi lunchplekje, dus reden we regelmatig de zijweggetjes naar de Zambezirivier in om te kijken of het wat was. Een van de laatste zijweggetjes voordat je in beperkt gebied komt kwam uit op een heel mooi stukje van de Zambezirivier, maar deze was al bezet door een blank Zimbabwaans vissersstel met een haast prehistorische Toyota Landcruiser die letterlijk met popnagels aan elkaar hing. De Zuid-Afrikanen gingen er gelijk op af, nieuwsgierig naar een ooggetuigenverslag van de devaluatie van de Zimbabwaanse munt en de overgang naar de Amerikaanse dollar, en nieuwsgierig naar de auto natuurlijk. Het Zimbabwaanse stel was vriendelijk en wilde wel vertellen; het was eigenlijk niet voor te stellen dat je van de ene op de andere dag gewoon geen geld meer had – alles was waardeloos geworden, en iedereen die niet geld in andere valuta of in het buitenland had opgeslagen was dus in een klap straatarm. Onvoorstelbaar, en tegelijkertijd eng voorstelbaar... Dit stel was in ieder geval zo vooruitkijkend geweest dat ze al wel hun geld steeds in andere, veiligere valuta hadden bewaard, waardoor ze niet gelijk alles kwijt waren. Maar toch was het niet makkelijk geweest en moesten ze nu schipperen om rond te komen.

Ze waren niet zulke hele fanatieke vissers dus vonden ze het niet zo erg dat wij een paar meter verderop onze lunchplek maakte. Iedereen haalde zijn vouwstoelen tevoorschijn, en het eten en drinken natuurlijk plus nog van alles om te snoepen, en we hebben bijna 2 uur lang aan die rivierbank gezeten, hangen, kijken, leuteren en in sommige gevallen zelfs een dutje doen... Erg gezellig! Uiteindelijk besloten we dat het toch echt tijd werd om weer terug naar het kamp te gaan dus zijn we op ons gemak teruggereden, genietend van het toch wel erg mooie landschap onderweg.

In het meer beboste gebied in de buurt van ons kamp kwamen we opeens een prachtige en grote olifantenstier tegen die op zijn gemak aan het eten was van een boom. Nou zijn de olifanten in Mana Pools erom bekend dat ze weleens op hun achterpoten gaan staan om beter bij de takken te kunnen, maar deze had daar helaas weinig zin in – dat had wel een mooi plaatje opgeleverd, zo’n kolos op zijn achterpoten! Hij trok met alle geduld van de wereld rustig een lekkere sappige tak van de boom en ging deze op zijn gemak strippen en opeten, toen er een kleine olifantenstier aankwam. Die kon nog maar nauwelijks volwassen zijn, zo te zien eigenlijk nog maar een kind, maar was dus al alleen of verstoten... Toen zagen we een prachtige interactie tussen de olifanten; de grote olifant zat nog van zijn tak te genieten, de kleine olifant kwam heel gedwee via een omweggetje aanlopen naar de tak, stak zijn slurf uit om wat bladeren te pakken, kreeg een waarschuwende toeter van de grote, waarop hij een paar stappen terug deed en de grote doorging met eten. Toen stapte de kleine na een paar momenten weer heel voorzichtig naar de tak toe, pakte het aller-uiterste blaadje zonder dat de grote olifant protesteerde, toen nog een blaadje, en net toen we dachten dat de grote nu toch echt boos zou worden stapte hij juist heel vriendelijk een beetje opzij zodat de kleine er ook beter bij kon! En uiteindelijk stonden ze dus samen van dezelfde tak te eten! Hans en ik hebben er echt van zitten genieten en hadden nog wel een uur kunnen blijven kijken, maar de anderen wilden onderhand door en we hadden er al 10 minuten naar zitten kijken...

Toen we bij het kamp aankwamen bleek het dat we Paul, Lin, Roger en Claire kwijtgeraakt waren; zij hadden onderling radiocontact maar hadden vandaag geen walkietalkie bij dus waren waarschijnlijk nog een afsteggertje gaan doen zonder dat ze ons konden roepen of we mee wilde gaan. We reden namelijk op dat moment voorop. Maar dat maakte niet uit, Hans en ik hadden sowieso onderhand behoefte om lekker te gaan rusten in het kamp...

Terug in het kamp bleek dat de “donkey” gerepareerd was en er dus heet water was om te douchen, dus was het tijd om een beetje op te frissen! In dit soort plekken douche je niet ’s ochtends of ’s avonds als je het kan vermijden, want dan is het donker – dus douche je wanneer het kan, al is dat om half 4 ’s middags. Ik moest mijn douche alleen wel delen met de huiskikkertjes... Nadat we gedoucht hadden hebben we de laptop tevoorschijn gehaald en zijn we aan de rand van de Zambezi gaan zitten om de foto’s te downloaden en de kilometers en routes bij te werken. De garmin houdt een tracklog bij waardoor we steeds iedere meter kunnen zien die we die dag gereden (of zelfs gelopen) hebben. Ik download die iedere dag van de garmin en plak ze in een groot overzichtsbestand om een idee te krijgen van onze hele route...

’s Avonds kregen we een heus driegangen menu – voor het eerst sinds dat we met Bhejane reizen dat we een voorafje krijgen, en dan nog wel soep! Het was een hele lekkere “butternut” soep, een zoete pompoensoort. Het hoofdgerecht was dan weer niet zo’n culinair hoogstandje, namelijk een tonijn/pasta schotel, maar het toetje maakte wel weer de boel goed – dat was een trifle, met custard, vruchtjes, cake en jelly! Toen iedereen net uitgegeten was en nog thee en koffie aan het drinken was kwam er opeens een hyena langs door het kamp – en nog geen tien minuten later een heuse honeybadger... Een honeybadger, (“honingdas”), is een grote dassoort die bijna nooit gezien wordt – maar wij hebben hem nu in de afgelopen 3 reizen naar Afrika al 3 keer gezien! De Zuid-Afrikanen vinden ons daarom enorme bofkonten wat dieren betreft...

Toen we later naar bed gingen waren er heel veel ogen in de bush vlakbij onze tent, en de hyena liep er ook nog rond. Dus wij weer in het donker schijnen om er zeker van te zijn dat het allemaal groene ogen zijn en dus graseters. Het waren met name de impala’s die nog bezig waren in de bosjes, gelukkig maar, want ze maken af en toe angstaanjagende geluiden! Toch deden we overal goed schijnen voordat we naar bed gingen, om er zeker van te zijn dat er toch echt geen leeuwen bij het toiletblok of onze tent lagen te wachten...

Zaterdag 21 mei: Mana Pools National Park (Nyamepi): 48 km

free counters