Zondag 22 mei: Mana Pools National Park (Nyamepi): 84 km

Nou dat we eraan gewend raken was vannacht weer minder spannend dan gisteren – het geluid leek ook veel minder vannacht (misschien worden de impala’s moe). Net zoals gisteren stond het ontbijt vanochtend weer om 6 uur klaar, en John stond achter zijn tafel klaar om de hamburgers die we als lunchpakket kregen voor ons in te pakken. Dit keer deed Claire extra goed opletten dat er geen apen op haar zaten te wachten om haar lunch af te pakken!

We gingen vandaag weer in ons vast clubje weg van Roger, Claire, Paul, Lin en ons. We waren gisteren richting het noorden geweest, en zij vieren hadden aan het einde van de dag nog het rondje gereden dat wij de dag ervoor gedaan hadden. Dus eigenlijk bleven er niet zo heel veel wegen over. We reden maar wat en kwamen op een gegeven moment uit bij de entree naar een wildernis gebied waar je een speciale permit voor moest hebben. Na wat wikken en wegen of we het risico wilde lopen om zonder permit erin te rijden besloten we toch even de 10 kilometer terug te rijden om de permit te halen zodat we er legaal in konden rondrijden. Dat bleek nog een klus te zijn, want de permit is weliswaar gratis en puur een formaliteit zodat ze zogenaamd weten wie er rondrijdt (alles wordt op vodjes papier genoteerd dus ze weten in feite niets), maar er zat nog een staartje aan. We moesten namelijk ons toegangsbewijs overleggen van Mana Pools zodat er op de achterkant op geschreven kon worden dat we het wildernis gebied mochten bezoeken... Maar dat toegangsbewijs hadden we niet, want Frank had eentje voor de hele groep; en het was onmogelijk om uit te leggen aan de beambte in het kantoortje dat wij dus niet aan dat toegangsbewijs konden komen. Een tweede probleem was dat er maar 2 auto’s per dag in het wildernis gebied mogen rondrijden, en wij waren met 3 auto’s... Uiteindelijk heeft Paul zo lang gepraat dat hij de man gek genoeg gekregen heeft om op een blanco vel papier een soort entry permit te schrijven, gestempeld en wel, dat het ons toegestaan is om met 6 personen en 2 auto’s het gebied in te gaan. Wij gingen natuurlijk met 3 auto’s, dus dat moesten we dan maar ter plekke oplossen als we gecontroleerd zouden worden. Daar hadden we Paul voor, dat kwam vast goed!

Dus we reden weer terug naar het begin van het wildernis gebied, een droge rivier met een “boomstammenbrug” van boomstammen naast elkaar op het zand om het makkelijker te maken over het zand te rijden... Daarna moesten we een dicht bosje in waar een tunnel ter grote van een 4WD auto in uitgehakt was, en nadat we daar een of twee kilometers doorheen gereden hadden opende het bos wat meer op en konden we wat verder zien dan alleen de meter groen recht naast ons... En daar kwamen we een jonge olifantenfamilie tegen die nogal zenuwachtig reageerde op onze auto’s. Verderop in het gebied opende het bos zich en werd het weer meer bosveld-achtig. En wel twee keer kort achter elkaar zagen we een nijlpaard (we waren toch zeker 2 kilometer van het dichtstbijzijnde water vandaan, maar het was een koele bewolkte ochtend) die toen hij ons hoorde er als een haas vandoor ging – het was haast zielig om te zien hoe ze bijna over hun eigen poten struikelde om weg te rennen!

De rit door het wildernis gebied was erg mooi, afwisselend bosveld, savanne en bosjes, maar er leken wel minder dieren te zijn dan in het “gewone” park. En de dieren hier waren nog banger en/of agressiever dan in de rest van het park. In andere woorden werd het ons wel steeds duidelijker dat er flink gestroopt wordt in Mana Pools en met name in het wildernis gebied. Bah!

We hebben doorgereden tot het tijd was om te lunchen, tegen het einde van de 20 kilometer lange wildernis trail, en als lunchplek kozen we weer een zijweggetje uit die uitkwam op de Zambezirivier. Iedereen had weer wat te delen met elkaar, zoals pinda’s en rozijnen, koekjes en pistachenoten. Dus wij haalde onze laatste zak zacht-zoete drop te voorschijn, die met veel enthousiasme ontvangen werd; ze waren er dol op! Alleen Roger was op een gegeven moment te gretig en hield de zak verkeerd vast – heel de kilo spoelde op de grond! Dus iedereen meehelpen met de dropjes op te rapen en in de doos te doen (onderweg verdwenen er heel veel in de mond) waar Claire’s pistachenoten ingezeten hadden... Ach, een beetje gras en grit schuurt de maag... En er werden natuurlijk veel flauwe opmerkingen gemaakt over de vele impalakeutels om ons heen die ook zwart, rond en glimmend zijn... Na weer een relaxed lunch en een kleine siësta zijn we nog even doorgereden tot het einde van de weg, maar die kwam ook echt ten einde; in een droge rivierbedding aan het einde van een smal bospadje, met overal bordjes met verboden toegang. Oké, de boodschap was duidelijk we mochten niet verder, dus we zijn maar weer omgedraaid en teruggereden naar de uitgang. Onderweg kwamen we in het bosachtige gedeelte van het wildernis gebied 2 boze jonge olifantenfamilies tegen die totaal geen boodschap hadden aan ons – snel wegwezen dus! Toen we weer de boomstammenbrug over waren en in het “gewone” gedeelte van het park kwamen en in een dichtbebost gedeelte reden op een slingerpadje kwamen we opeens de olifantenfamilie tegen die we op de heenweg ontmoet hadden in een meer open gebied. Slik! Nu waren ze niet alleen bang maar ook erg boos, boos dat we ze duidelijk aan het volgen waren en dus een echte bedreiging vormde!! En wij konden geen kant op want we reden achter elkaar aan op een smal, kronkelend pad... We hebben even wat benauwde momentjes gehad terwijl we met de drie auto’s vlak langs deze briesende, trompeterende olifanten scheurden...

Terug in het kamp hebben we weer even een korte douche genomen om het stof af te spoelen, en hoorde we later van Paul en Lin die per ongeluk express de staff compound ingereden waren omdat dat volgens de garmin korter was naar ons kamp dat ze gezien hadden dat er net een impala geslacht was... Maar Frank vertelde dat er pas 2 dagen geleden een olifant (!!) geslacht was voor staff-ratsoenen... In andere woorden er wordt op grote schaal gestroopt voor vlees en wie weet wat nog meer. Neushoorns worden afgeslacht voor hun hoorns, die in principe ieder jaar terug kunnen groeien dus helemaal niet gedood hoeven te worden. Maar daar wordt allemaal niet naar gekeken, bah. Dit is niet het dierenparadijs dat ons beloofd was; we zien vooral bange, boze dieren die bang zijn dat we naar ze komen kijken om ze af te kunnen schieten...

Maar het landschap is schitterend en Mana Pools is een magische plek. Nou maar hopen dat ze dat zelf ook gaan leren zien en beseffen dat toerisme meer oplevert op den duur dan afslachten... We hebben weer genoten van een mooie zonsondergang aan de rivier, de sterren en het kampvuur (inclusief hyena, die hier dagelijks zijn ronde lijkt te doen), en een filetsteak diner! Normaal gezien krijgen we de steak pas op de laatste avond, maar nu kregen we hem dus hier, op de laatste avond in Mana Pools. En het was erg lekker; malse zachte steak, aardappelen, minipompoenen gevuld met maïs en kaas “uit de oven” (gestoofd in een gietijzeren pot bij het vuur), perzik/piccalilly salade, romige paddenstoelensaus, en heuse cheesecake toe. Lekker!

Zondag 22 mei: Mana Pools National Park (Nyamepi): 84 km

free counters