Dinsdag 24 mei: Antelope Park Private Game Reserve – Great Zimbabwe Ruins: 205 km

We hadden het vannacht weer ijzig koud, voor het eerst in een paar dagen; ik was er al op voorbereid en had al mijn kleren weer aangehouden, maar het was toch ijskoud – het koudste tot nu toe. We werden er zelfs steeds van wakker! Dat, en van de leeuwen in dit reservaat die vanochtend rond een uur of 3-4 gevoerd werden... Die waren namelijk aan het brullen, blij dat ze gevoerd werden natuurlijk! We waren dan ook haast blij toen het in de buurt van 6 uur vanochtend kwam en we konden opstaan. En net toen we besloten hadden dat we wakker waren en gingen opstaan werd er heel zachtjes op de tent geklopt en zei Petri haast een beetje schuldbewust dat hij niet had kunnen slapen en al vroeg was opgestaan, en dus ook maar theewater had opgezet, dus mochten we geïnteresseerd zijn in thee, dan kon dat!

We trokken oude kleren aan om met de leeuwen te gaan lopen (we hadden geen idee maar konden ons voorstellen dat ze sterk zouden ruiken en je komt er tenslotte toch dicht bij). En we waren van te voren gewaarschuwd dat we geen rode kleren of loshangende dingen aan mochten doen – niets waar een “gewone” kat in geïnteresseerd zou kunnen zijn! Het zijn tenslotte ook net katten, en ook nog eens jonge speelse katten met hele grote poten en tanden... Om 6:20 kregen we onze veiligheidsbriefing: ferm en dominant optreden, nooit angst of schrik tonen (als je bijvoorbeeld een spontaan leeuwenkopje krijgt), nooit de kop aanraken (vinden ze niet fijn), ferm aaien (ze hebben een dikke huid en vacht en anders kietelt het), nooit voor de leeuw uit lopen, en nooit zonder toestemming van een begeleider op je hurken gaan (ooghoogte bepaalt de onderlinge rang). En we kregen een stevige stok mee; niet om te slaan, maar om bij te sturen mocht dat nodig zijn! Er was maar een andere betalende gast uit Maleisië, al kwamen er wel een stuk of 10 vrijwilligers mee – gelukkig hadden wij drieën als betalende gasten altijd voorrang bij het aaien en poseren met de leeuwen!

Het waren twee leeuwinnen, geen familie maar wel duidelijk vrienden met elkaar, en ze stonden al haast te kwispelen en tegen het hek aan te staan toen wij met hun begeleiders aan kwamen zetten bij hun omheining. Zodra het hek openging vlogen ze de begeleiders in de armen, met een paar flinke kopjes. Ze hadden er duidelijk zin in! We wisten dat de leeuwen hier niet ouder dan anderhalf jaar zouden zijn, en deze twee waren ongeveer een jaar oud, maar wat een grote jongens waren het al! Hun schouders kwamen tot lieshoogte van een volwassen man, en ze zijn nog lang niet volgroeid... En leeuwen worden nog groter dan de leeuwinnen! We wisten dat we zouden gaan wandelen met de leeuwen, maar in de praktijk moest iedereen haast hollen om ze bij te houden – de twee dames waren niet te stuiten en gingen er als speren vandoor. Het was dan ook heel erg moeilijk om een foto van elkaar te kunnen maken naast een leeuw! Maar het was erg leuk en bijzonder om zo dichtbij en vooral ook ontspannen te kunnen lopen bij deze mooie leeuwinnen; ze waren echt precies dezelfde kleur als het dorre hoge gras, als ze van het pad afgingen het gras in verdwenen ze haast. En nu werd duidelijk waarom ze een zwart plukje aan hun staart en achterop hun oren hadden; goed zichtbaar in het hoge gras, dat waren “volg-mij” tekens vertelde de begeleiders, zodat ze elkaars locatie in dergelijk hoog gras zouden kunnen zien.

De leeuwinnen liepen dit rondje duidelijk vaker, ze liepen op iedereen vooruit en wij kwamen er in een kudde achteraan (4 zwarte begeleiders, wij en de Maleisiër, en zo’n 10 kletsende keuvelende jonge meidenvrijwilligers met 1 oudere mannelijke vrijwilliger)... En meestal bleven ze op het pad (dieren gebruiken ook de makkelijkste routes natuurlijk) maar af en toe zagen ze een impala of giraf in het veld en dan ging het knopje om van mak huisdier naar wilde jager! Gelijk verdwenen ze in het gras, sluipend en trillend van spanning; het was ons niet helemaal duidelijk of ze ook echt weleens succesvol waren, dat kan niet makkelijk zijn met zo’n kudde lompe luidruchtige 2-voeters achterop, maar een leuk spannend spelletje was het duidelijk wel! De giraffen gingen er in ieder geval gelijk vandoor, die namen geen risico... De begeleiders probeerde ze vaak weer terug op het pad en in het gareel te krijgen, maar dat ging nooit makkelijk en eigenlijk alleen pas als de leeuwinnen er zelf zin in hadden – maar als ze kwamen was het met een paar enthousiaste sprongen en flinke kopjes naar hun begeleiders toe. Wij liepen natuurlijk voorop bij de begeleiders en kregen dan ook af en toe een spontaan kopje mee! En je weet dat ze mensen als familie zien maar dat is dan toch even bijzonder hoor, zo’n machtig roofdier jou een kopje voelen geven (als een kat maar dan tig keer steviger)...

Omdat de klanten natuurlijk aan hun trekken moeten komen en de leeuwinnen zelf constant doorlopen werden ze af en toe gevraagd om even te gaan liggen voor de foto, dan kon je erbij hurken (aan de rugkant) maar we moesten wel snel zijn want de dames waren snel afgeleid en sprongen dan weer op om door te gaan; een keertje nog terwijl ik de foto aan het maken was, en ze kwam bijna recht op me af! Maar dan moet je gewoon stevig in je schoenen blijven staan... Op een gegeven moment kwamen we bij een stapeltje stenen en een plas water, waar de ene leeuwin recht op afging om te drinken; de andere klom met een beetje aanmoedigen op een van de stenen waar ze een tijdje als een sfinx zat te zonnebaden. Ideale fotomomenten natuurlijk, je zou haast denken dat wij er bij sommige foto’s naderhand bij ingephotoshopt zijn! Het anderhalf uur wandelen ging snel voorbij, maar we hebben echt kunnen genieten van deze twee prachtige leeuwinnen en het er zo dichtbij mogen zijn. En wat ons allebei een beetje verraste was dat ze enorm schoon waren; hun vacht was schoon en volledig reukloos, net als een kat eigenlijk alleen dan iets ruwere haren. We hebben ze veel en stevig geaaid maar je hand rook nooit naar leeuw. En inderdaad, af en toe werd er een plotselinge toiletstop gehouden en ging een van de twee zichzelf schoonlikken – net enorme katten... Maar ondanks dat de leeuwinnen zo schoon waren, waren we toch blij dat we oude spijkerbroeken aangetrokken hadden, want het gras was lang en zat vol stekelige planten – daar biedt een spijkerbroek toch meer bescherming tegen dan een dunne linnen broek of een korte broek!

Terug in het kamp moesten Hans en ik gauw wat thee (en in mijn geval pap) naar binnen gieten, douchen, omkleden, de tent uitruimen en onze auto weer inruimen (onder andere met een tent en wat keukenspullen die we voor deze avond van Bhejane meekregen), want het was 8 uur en we wilden met zijn zessen uiterlijk om 9 uur vertrekken richting de ruines. Het was allemaal nog een beetje racen want Roger, Claire, Lin en Paul waren al klaar en stonden te trappelen! John stond ondertussen heerlijke gebakken kip wraps te maken voor de lunch – helaas had Frank er geen voor ons zessen gerekend. Jammer, want het leek wel de lekkerste lunch van deze reis te worden. Maar blijkbaar toen Paul ernaar vroeg voelde Frank zich toch een beetje schuldig, want toen kwam hij opeens met 50 Rand (5 euro) per stel lunchgeld aanzetten! Dat wilde niemand natuurlijk aannemen, we zouden zelf wel voor onze lunch zorgen want de eeuwig goed georganiseerde Lin had zelf brood en beleg bij dat we allemaal konden delen.

Dus om 9 uur vertrokken we bepakt en gezakt met de drie auto’s richting Masvingo waar de ruines zich bevinden. Het was maar een korte rit vandaag, 205 kilometer, en we deden er inclusief wat politiecontroles, roadtaxes, twee korte pauzes en een korte stop om avocado’s te kopen voor de lunch precies 3 uur over; de wegen waren zoals steeds weer prima, en de politiecontroles niet al te vervelend. Ze stoppen buitenlandse auto’s meestal niet, en als ze je wel stoppen is het alleen uit nieuwsgierigheid of verveling om een praatje te kunnen maken. Maar voor de zekerheid hielden we bij politiecontroles altijd radiostilte, met de radio’s weg uit het zicht. Je weet tenslotte maar nooit, politie in zulke landen kan heel vervelend doen bij dat soort dingen.

Rond 12 uur kwamen we dus aan bij het nationaal park van de Great Zimbabwe Ruins, waar Paul die onderhand het meeste dollars heeft (hij heeft een eigen bedrijf en houdt daarom altijd een deel dollars en zelfs euro’s cash in zijn kluis) voor ons voorschoot om het park in te mogen. Wij doen hem dan tegen een realistische wisselkoers (7 Rand per dollar) in Randen terugbetalen, die wij nog zat hebben – dat scheelt zo’n 30 eurocent per dollar want de “officiële” Rand-dollar wisselkoers is 10 Rand per dollar! We wilden allemaal eerst onze overnachting regelen (dan is dat maar gedaan) en dan lunchen zodat we dan de rest van de dag de tijd zouden hebben om de ruines te bezoeken. Er waren hier meerdere opties; er was binnen de parkgrenzen een camping en een groepje rondavels, ronde bungalowtjes. En er was het duurdere Zimbabwe Ruins Hotel, net buiten de parkgrenzen.

Dus wij besloten alle opties te bekijken, beginnend met die in het park. De camping zag er netjes uit, de faciliteiten waren redelijk, alleen er stonden om de 3 meter bordjes met “let op uw eigendommen”, wat niet erg bemoedigend werkt in zo’n land... En de beheerder van de keurige zelfcatering rondavels iets verderop die dolenthousiast was dat hij klanten kreeg riep juist dat het superveilig was, maar ja dat zou hij natuurlijk altijd doen. Het hotel een paar kilometer verderop, buiten het park, was netjes, druk en zou weliswaar duurder zijn, maar wel inclusief ontbijt, bewaakte parkeergelegenheid en restaurant op het terrein. Als we hier in de rondavels of op de camping bleven moesten we in het hotel-restaurant eten, aangezien niemand zin had of de middelen om een potje te koken. Tja, dus hielden we met z’n zessen even overleg; we hadden geen van allen echt zin om te gaan kamperen als het ook mogelijk was om in een echt bed te slapen, de bordjes deden vermoeden dat het hier niet echt veilig was, en zowel de camping als de rondavels waren volledig verlaten dus we zouden alleen zijn. Weliswaar met zijn zessen, maar toch verder alleen. Roger hakte de knoop door, door aan te geven dat hij zich hier niet echt veilig bij voelde, dus ging Claire voor ons kamers in het hotel regelen. Hans en ik zweren daarbij en nemen dat altijd serieus; als iemand zich in de groep niet veilig voelt bij een overnachtingsoptie dan zoeken we iets anders – je gevoel is tenslotte een krachtig wapen wat betreft zelfbescherming. Neem altijd liever het zekere voor het onzekere in zo’n geval!

Terwijl Claire de hotelkamers aan het regelen was bereidde Lin de guacamole voor de lunch voor en hielden wij allen de apen op afstand; die waren echt hondsbrutaal, met name eentje was er duidelijk op uit om iets te stelen en kwam steeds dichterbij met zijn grijpgrage handjes, tot Hans en Paul steentjes gingen rapen en ernaar toe gooien. Toen gingen ze zich op een afstandje hergroeperen en ons in de gaten houden – we wisten dat als we iets zouden laten vallen of ook maar een moment de achterplank van Paul’s auto uit de gaten zouden laten we het kwijt waren! Toen Claire terugkwam hebben we geluncht, en aangezien Lin het eten had geregeld kwamen wij met het toetje; het dropbakje ging dus rond... Die vinden ze allemaal zo lekker! Wij ook, deze drop is verraderlijk je eet er zonder het te merken veels te snel te veel van! Na de lunch ruimden we alles op – de apen teleurgesteld dat er niets te stelen was geweest – en gingen we het terrein van de ruines zelf op.

Er waren twee gebieden waar we heen konden; een “fort” op een heuvel van grote keien (“koppies” heten dat in Zuid-Afrika, met keien gestapeld als reuzenknikkers), en de “Great Enclosure” met omliggende gebouwen in het veld. Eerst gingen we dus maar de heuvel met het fort beklimmen; je kon al wat muurtjes zien staan bovenop de heuvel. Hans en ik hadden eigenlijk hele lage verwachtingen van deze ruines, we dachten dat het meer zou zijn zoals de Romeinse ruines in het noorden van Engeland (zie onze Schotland 2009 reis), die nog maar nauwelijks een paar stenen boven het maaiveld uitsteken en volledig vervallen zijn... Voor ons gevoel was het iets wat zo bij Zimbabwe hoort dat, hoe weinig indrukwekkend ook, je het gezien moet hebben als je naar Zimbabwe komt. Maar zo was het absoluut niet, we waren diep onder de indruk van wat we zagen!

Het fort op de heuvel begon al veel lager dan we dachten of van ver konden zien; bijna gelijk aan de voet van de heuvel liepen we al door verscholen gangetjes gevormd door hoge muren en over smalle trappen en paden van losse stenen die op en naast elkaar gestapeld waren tussen de reusachtige ronde keien; vierkante stenen, die duidelijk allemaal op dezelfde afmetingen gemaakt waren en dan ook bijna exact in elkaar paste. En er waren nergens rechte hoeken, alle gangen slingerde en spiraalde om de berg en de ronde rotsen heen – plus soms leidde het pad je tussen twee hoge rotswanden door en moest je jezelf echt bijna letterlijk door de spleet wringen. Het was een fascinerende wandeling naar boven, die bijna volledig opgenomen en verboren was in het landschap van de rotsachtige heuvelrug. Uiteindelijk moesten we onszelf door een nauwe hoge spleet wurmen en een scherpe bocht nemen, en toen kwamen we op een kleine open vlakte met mooi uitzicht over het landschap. En er stond een hoge muur met een kleine, lage toegangspoort – dit was dan dus het fort zelf. Of je het een fort mag noemen weten we trouwens niet, want wat de functie was van de ruines hier is nog altijd niet duidelijk; ze zijn rond 1200-1400 gebouwd, en men gaat er van uit dat deze ruines een hoge rituele waarde hadden en misschien als tempels gebruikt werden.

Na een groepsfoto bij het poortje (Paul moest even worstelen met de zelfontspanner) gingen we het “fort” zelf in; de omheiningsmuur was uiteraard weer vol rondingen en gebouwd om een aantal grote ronde keien die bovenop de heuvel lagen. Om en rond deze keien waren weer muurtjes en gangetjes gebouwd, op allerlei niveaus met trappetjes en poortjes tussen en om de rotsen heen. Het was een groot, spiralend driedimensionaal doolhof en was heel erg indrukwekkend: een mysterieuze omgeving die recht uit een sprookje met elven en andere mythische wezens gegrepen leek! En de uitzichten op hooggelegen plekken waren echt prachtig. Iedereen was duidelijk aan het genieten en ging natuurlijk enthousiast verkennen, maar het was echt een doolhof; de groep raakte al gauw opgesplitst en wij tweetjes en Roger raakte de rest kwijt... Wij werden redelijk subtiel in de gaten gehouden door een zwarte man die bij het fort had zitten wachten op ons, leek het wel; hij liep steeds een 10-20tal meter achter onze groep aan, en wees af en toe welke richting we op konden gaan. Op zich redelijk handig want af en toe hadden we gewoon geen idee of we een bepaalde ruimte al bezocht hadden of niet! Na een tijdje wachten op de rest van de groep besloten wij drietjes dat we ze echt kwijt waren en dat ze misschien al onderweg naar beneden waren, aangezien wij redelijk uitgebreid boven rondgelopen hadden. Dus besloten we zelf ook maar weer naar beneden te gaan, richting de Great Enclosure in de vallei – die we vanuit het fort ook al deels hadden kunnen zien liggen.

Na het visuele geweld van het fort konden we ons niet voorstellen dat de Great Enclosure nog veel voor zou stellen, al was de wandeling er naartoe al best mooi; lage muurtjes van een soort bijgebouwtjes, met overal hoog onkruid en hoge palmbomen tussen. Hier vonden we dan eindelijk Claire, die opgelucht was om ons te zien want zij waren al een hele tijd beneden (Paul en Lin liepen nog in de Great Enclosure zelf rond) en ze waren bijna bang dat ons iets overkomen was! Van een afstandje was de Great Enclosure gewoon een grote, ronde muur; oké, dachten we, even naar toe lopen voor de foto en dan zijn we ver klaar... Maar naarmate we dichterbij kwamen zagen we dat “de muur” niet zomaar een muur was maar wel minstens 3 verdiepingen hoog, echt onvoorstelbaar hoog! Hoog bovenin de muur was een kriskraspatroon van stenen gemaakt, en de stenen van de muur zelf paste nog strakker in elkaar dan de stenen van het fort. Het was een massieve kolos van steen! Om de muur heenlopend zagen we een poortje naar binnen, de muur was echt metersdik, en eenmaal binnen in de omheining zagen we nog meer muurtjes en open ruimtes. Maar wat ons als eerste opviel en we dus als eerste gingen verkennen was een soort binnenmuur; een bijna even hoge muur vlak tegen de buitenmuur gebouwd, als een soort reusachtige spouwmuur. Er liep een smal pad van nog geen meter breed tussen, die steeds smaller werd. We hadden op een gegeven moment het gevoel dat we in een reusachtig slakkenhuis liepen! Het was vandaag behoorlijk warm (ik denk over de 30 graden) maar in deze smalle gang was het heerlijk koel, het leek haast wel als een soort natuurlijke ventilatie te dienen want er was een heel licht en prettig briesje.

Na een tijdje in de reuzenspouw gelopen te hebben werd het zo smal dat we gevoelsmatig al zijwaarts gingen lopen – maar dat was al bijna het einde want toen kwamen we in een kleine omheining binnen de buitenmuur waar een aantal prachtige grote bomen stonden, en een grote stenen kegel, ook weer zeker 2 verdiepingen hoog als niet hoger. Je kon zien dat de kegel in een continue spiraal van stenen was gelegd. Ik ging er van uit dat er een ingang zou zijn, dat het een soort torentje was, dus ik liep er al omheen op zoek naar de ingang. Tenslotte had iedere ruimte en omheining tot nu toe een ingang gehad, al was die nog zo smal! Maar ik liep er helemaal omheen; het was een massieve kegel! Toch zeker 2-3 meter doorsnede en 6-9 meter hoog. Wat een werk, voor iets dat geen zichtbare functie lijkt te hebben! Dat was ook bij het hele complex ons gevoel; het was onmogelijk om te weten wat voor functie de muren hadden gehad maar alles was duidelijk met veel vakmanschap, zorg en toewijding gemaakt... En wat moet de oorspronkelijke architect(en) wel niet voor waanzinnige bouwtekeningen hebben gemaakt, met al die in elkaar passende spiralen op verschillende niveaus! We hebben nog een tijd rondgelopen in de Great Enclosure, diep onder de indruk van het geheel, het was echt alsof je in een sprookjeswereld rondliep, in iets van de Lord of the Rings of zo’n vergelijkbare mysterieuze wereld. De hoge, draaiende gangen, strakke stenen muren, prachtige zonsinval (het was al einde van de middag) en de mysterieuze kegel en oude bomen droegen allemaal bij aan het gevoel dat we in een fantasiewereld liepen. We kunnen eigenlijk niet goed snappen dat Frank, die hier een half jaar geleden op verkenning geweest is, de Zimbabwe Ruins niet opgenomen had in zijn programma. Nou had hij wel al eerder deze reis gezegd dat hij bij de volgende trips misschien toch maar wel de ruines op zou nemen – om de afstand hoeft hij het tenslotte niet te laten het ligt maar zo’n 200 kilometer van Gweru vandaan.

Uiteindelijk was het tegen 5 uur en werd het tijd om richting het hotel te gaan; we waren moe, bruinverbrand en vol indrukken van de ruines, en we hadden onderhand wel behoefte aan onze hotelkamers en de echte bedden na bijna anderhalve week in een tentje en op veldbedjes slapen! Het hotel zag er keurig uit, het bestond uit kleine gebouwtjes van zo’n 3-5 kamers per gebouwtje, en kostte dan wel 150 dollar maar dat lijkt hier een standaardprijs te zijn voor een enigszins net hotel. Netjes was het zeker, onze kamer was groot met een groot uitnodigend bed, wat comfortabele stoeltjes en ander meubilair, een echte schone badkamer en zelfs een televisie die het ook nog eens deed! We waren niet meer zoveel gewend na onze tentjes zeker... Hans ging als eerste gelijk in bad en ik daarna, maar ik had pech want er was bijna geen warm water meer. Ach ja, “This is Africa”. Na het bad hebben we geprobeerd om te internetten, alleen de door het hotel geboden wifi deed het niet en was zeer onstabiel. Jammer! Maar ja, het was toch tijd om in te storten en een dutje te doen – we zetten dan altijd de wekker want we willen niet door het avondeten heen slapen! Dat hebben we al eens in Australië gedaan, toen gingen we ’s middags “even” een dutje doen en werden ’s avonds om half 9 uur opeens wakker... ’s Avonds gingen we samen met Roger, Claire, Paul en Lin eten in het restaurant, gelachen om de rest van de groep die nou nog in een tentje moest slapen, en hebben gezellig gekletst totdat het tijd was om naar bed te gaan.

Dinsdag 24 mei: Antelope Park Private Game Reserve – Great Zimbabwe Ruins: 205 km

free counters