31 januari: Matjiesfontein - Grootrivierpoort, 187 km

Paul en Lin hadden gezegd dat we vandaag konden uitslapen als we wilde want we hadden op zich niet zo veel kilometers te gaan en konden er een redelijk rustige dag van maken. Blijkbaar waren we moeier dan we dachten want we werden allebei pas rond kwart voor negen echt wakker - en zo laat zijn we normaal gesproken nooit op dit soort reizen! We kregen natuurlijk goedaardig commentaar van Paul en Lin die al uren opwaren, maar Hans en ik hebben het voordeel dat we snel zijn en we waren dan ook toch nog op ons gemak in een half uurtje tijd aangekleed, ontbeten (inclusief heet water zetten voor thee en de thermosfles), opgeruimd, de auto ingeruimd en geïnstalleerd in de auto klaar om te vertrekken...

We moesten vandaag natuurlijk eerst de ongeveer 15 kilometer terug naar de hoofdweg rijden om uit deze mooie kloof te komen, maar eenmaal terug op de hoofdweg - dat in onze Nederlandse ogen gewoon een ruw ongeplaveid landweggetje is - werd het landschap al gauw ook weer ruiger en heuvelachtiger... De weg kronkelde langs de ruige bergen en het was een mooie rit. Een eindje voorbij de afslag naar de hoofdweg kwamen we een klein restaurantje tegen waar Paul en Lin vorige keer dat ze in de boerderij hadden geslapen moesten eten - ik denk al met al zo’n 20 kilometer er vandaan, wat een ramp om dan nog in het donker dat kronkelpad terug naar je huisje te moeten rijden - en inmiddels was er ook een winkeltje ontstaan plus Paul en Lin kende de eigenaresse van de vorige keer dus we gingen even kijken. Daarna was het doorrijden op de hoofdweg die weliswaar door zeer ruig gebied kronkelde maar toch een belangrijke verkeersader leek te zijn, want er lagen tegen de heuvels her en der huisjes - wat een plek om te wonen, 2-3 uur van het dichtstbijzijnde dorpje vandaan!

Op een gegeven moment moesten we stoppen bij een hek; nu begon het officiële natuurreservaat-gedeelte van de Baviaanskloof - hier waren ook neushoorns uitgezet maar die hebben we vandaag helaas niet gezien... Eerst echter even het piepkleine kantoortje in en inschrijven en betalen, R40, zo’n 4 euro. Ik moest voor mezelf onze nummerplaat noteren want we zijn nog aan het begin van de reis en ik heb hem nog niet zo vaak in hoeven vullen (dat komt nog wel) en dus nog niet in mijn hoofd zitten. De beambte raakte enigszins van slag toen bleek dat wij niet Zuid-Afrikaans waren zoals hij dacht en zoals Paul die vóór mij het formulier had ingevuld, maar Nederlands. Maar ja, hij had het formulier al grotendeels ingevuld dus hij maakte er maar het beste van en deed de al opgeschreven R.S.A. (Republic of South Africa) tussen haakjes zetten en erachter “Holland”. Gelukkig scheelde het ook niet in de prijs, dat wil nog wel eens namelijk!

Eenmaal in dit gedeelte van de Baviaanskloof werd het al gauw ruiger en steiler - er waren ook geen huizen meer, en de weg werd smaller; op sommige plekken zelfs zo smal dat het even knutselen was als we een tegenligger kregen, want wel 3 keer voorkwam! We zijn door vele kleine riviertjes gereden, en ik ben een keertje uitgestapt en hangend aan het trappetje van Paul en Lin’s auto een extra brede rivier overgestoken om daarna vanuit de andere kant Hans te filmen terwijl hij me tegemoet kwam rijden - ik was net Indiana Jones, hangend aan die auto, ahum... Op een gegeven moment kwamen we weer bij een hele brede rivier aan (gelukkig zijn ze niet zo heel diep, misschien tot bandhoogte op het allerhoogst) en bleek dat we een probleempje hadden. Aan de overkant was namelijk een hele grote schildpad op zijn gemakje aan het poedelen, midden op het pad door de rivier. Tja en volgens de verkeersboorden hebben dieren voorrang... Maar Paul besloot toch maar heel voorzichtig naar de overkant te rijden en heel zachtjes dichterbij te komen om de schildpad aan te moedigen om opzij te gaan. Uiteindelijk is hij het riet ingelopen om daar lekker te gaan grazen... Leuk om zoiets te zien! Na nog een of twee schildpadden gezien te hebben reden we steil omhoog uit het min of meer moerassig laagland (vandaar alle schildpadden en riviertjes) en de bergen in. De weg kronkelde op de garmin alle kanten op, ongelofelijk! Op een hoge pas van zo’n 850 meter hoogte stopte we even voor een fotopauze, en konden we zien hoe de weg aan de andere kant van de berg weer slinger-de-slang naar beneden kronkelde... Pfff, zwaar rijden voor Hans en Paul!

Beneden aan de pas was er weer een mooie grote rivier met droge oversteekplek - vaak worden er betonnen platen gestort om over te rijden, die soms wel maar vaak niet droog blijven bij hoger water. Er was een klein beetje schaduw en het was redelijk open, dus ondanks de bavianen die we een paar honderd meter eerder gezien hadden leek het een goede lunchplek - mocht er nog een tegenligger komen dan kon hij ons hier zien en gemakkelijk passeren. En inderdaad, er kwam nog een tegenligger die nogal hard de bocht naar het betonnen plateau kwam uitscheuren... Hij remde iets af toen hij zag dat wij bij de rivier rondliepen maar scheurde toen al gauw weer door na even wat woorden gewisseld te hebben met Paul en Lin.

Na de lunch hadden we meer steile, mooie en ruige bergpassen voor de boeg, nog één of twee schildpadden langs de weg (allemaal knoeperds van zo’n halve meter schildlengte), en uiteindelijk reden we de Baviaanskloof uit via een bergpas die zo steil was dat ze er betonnen richels op gestort hadden om het rijden wat makkelijker te maken. Dat was niet, want daardoor moest je niet alleen op het steile pad en de steile afgrond letten, maar ook concentreren om de wielen te houden op de betonnen richels die op wielafstand op het pad lagen. Na het overbruggen van de pas, een paar afslagen en een paar bonuskilometers onverwacht asfalt kwamen we op een heel ruig pad terecht - het pad kronkelde zo de wildernis in, terug richting de bergen. We wisten dat we bij de rivier zouden overnachten, maar we zaten nog op zo’n 600-700 meter hoogte en rivieren zijn meestal laag, dus al gauw realiseerde Hans en ik ons dat we nog een flinke afdaling zouden krijgen. En inderdaad, na zo’n 30 kilometer op enorm ruige Schotsachtige hooglandschap gereden te hebben doken we in een steile rotsachtige en zenuwslopende 2-3 kilometer naar beneden richting de Grootrivierpoort, waar we zouden overnachten. Het was volgens Hans het zwaarste 4WD pad dat hij ooit gereden had, hij moest constant zoeken hoe hij de wielen zou sturen om niet vast te raken in diepe kuilen en richels of om zo “makkelijk” mogelijk over grote keien te rijden... Én ook nog eens opletten dat je niet te dicht langs de afgrond rijdt en niet gaat slippen op het steile maar niet erg brede pad. 150% concentratie dus!

De Grootrivierpoort was de rivierovergang zelf, over een redelijk forse rivier in een diepe vallei, en aan de overkant zagen we een even steile klim terug omhoog en een klein pad naast de rivier: dat zou de overnachtingsplaats worden voor vannacht, wildkamperen dus! Hans en ik waren er niet kapot van want we kennen allebei de krantenberichtjes van mensen die in riviervalleien overnachten en verrast worden door het water, en een “flashflood” kan je binnen een paar uur letterlijk overspoelen als het in de omringende bergen veel regent. We hebben onszelf echter maar zo goed en zo kwaad als het ging op de schuine rivierbank geïnstalleerd want Paul en Lin wilde hier blijven overnachten en Lin vond het een beetje onzin dat we over overstromingsgevaar en zo aan het zeuren waren. Het is een rivieroever in een steile kloof dus een echt recht stukje om de tent op te zetten was er niet natuurlijk: Paul en Lin hadden zelf een klein plat stukje rivieroever weten te vinden voor de auto zodat ze hun daktent konden opzetten, en wij wilde het liefst vlak bij hun staan met onze grondtent, maar daar was de oever veels te scheef voor. Een eind verderop was weliswaar een plat stukje op een beschut pad - maar op de hekken van de boerderij in de buurt stond dan weer “leopard friendly” dus hadden Hans en ik toch zoiets van dat we maar beter allemaal dicht bij elkaar konden staan. Die Zuid-Afrikanen geloven dan misschien wel dat je tijd komt als ie komt, maar dan hoef je het noodlot nog niet extra te tarten!

In ieder geval hebben we dus (met wat hulp van Lin) voor de eerste keer de tent opgezet op een enigszins recht stukje rivieroever (mijn bed stond scheef maar dat geeft niet zo ik slaap toch wel), terwijl Paul hun eigen daktent opzette. Ondertussen ging het al wel wat druppelen en hoorde we zelfs in de verte af en toe wat gerommel. Hmmmm... En precies op de hoogte waar we langs de rivier kampeerde zagen Hans en ik riet en rommel vastzitten tussen de bomen en struiken... In andere woorden als het veel regent kan de rivier tot onze hoogte komen en wij potentieel wegspoelen. Ook dat werd door Lin weggewuifd als onzin, al bleek Paul zelf ook niet helemaal zeker te zijn of het onzin was of niet: maar we zaten allemaal met het dilemma dat we er nu eenmaal waren en het beste ervan moesten maken. Tja, op zich leek het nog niet zo veel te zullen regenen, Hans had de auto geparkeerd zodat we in een streep terug naar de “hoofdweg” en omhoog zouden kunnen rijden, en Paul en Lin leken het wel veilig genoeg te vinden, dus besloten we allemaal om het maar te riskeren. Het zou wel meevallen zeker.

Al tijdens het eten - dat Hans allemaal op de achterklep van de auto met behulp van een gasfles met pitje erop bereid had - begon het al wat harder te druppelen, en tijdens de afwas begon het echt te regenen, dus zo rond half acht trokken Hans en ik ons maar terug in onze tent met een boek en wat dropjes... We waren moe en er was natuurlijk niet zo veel te doen behalve naar de regendruppels luisteren, dus we ging al rond een uur of acht slapen.

free counters