Donderdag 11 april: op zee – 478 km gevaren

Hans had heel slecht geslapen vannacht en ik heb enorm en onrustig liggen dromen, en nu blijkt dat dat kwam door de warmte; de hutten waren vannacht bloedheet geweest en iedereen had er last van gehad. Blijkbaar hadden een paar mensen geklaagd over dat het te koud was op hun hut (waarschijnlijk mensen die niet wisten dat er een thermostaat in je hut is...). Om dat probleem op te lossen zou het schip de verwarming aangezet hebben, en die zou wat zekeringen in de koeling doorgebrand hebben, waardoor het uiteindelijke effect was dat het snoeiwarm was vannacht. Zegt men, in ieder geval; of het waar is weten we niet!


Vandaag was weer een rustig dagje varen. We varen sinds de vroege ochtenduren langs de kust van Angola, en de MS Expedition voert daarom de Angolese vlag naast die van het schip zelf, die grappig genoeg op een piratenvlag lijkt; best leuk om te zien! We waren voor het ontbijt nog even naar buiten gestapt om rond te kijken, en kwamen de hoofd bewaking tegen toen we de antipiraterij maatregelen (het prikkeldraad en de hogedrukspuiten) op het achterdek aan het bekijken waren. We hebben een tijdje met hem staan kletsen, onder andere over Schotlanden het commandomonument dat bij Fort Williamstaat. Maar ook over het reizen in (Zuidelijk) Afrikaen zo. Dat was wel leuk, en wat ook heel leuk is, is dat als zijn twee collega’s in Pointe Noire aan boord komen ze de “wapens” gaan testen – we hopen dat we dat meemaken, die hogedrukspuiten moeten indrukwekkend zijn!



We hebben inmiddels van rondzwervingen aan boord wel wat meer veiligheidsmaatregels gespot die er vroeger niet waren. Zo zijn er op dek drie twee zware deuren, één aan iedere kant, waardoor wij meestal aan land gaan als we via een kade gaan; beide deuren hebben tegenwoordig camera’s erop gericht staan. Ook viel het me op dat de ramen van de brug reflecterende folie hebben waardoor je niet naar binnen kunt kijken (dit was misschien al in 2010), maar tegenwoordig is het open brug beleid niet meer zo “open”: je moet kloppen om binnen te komen. Dat kan op zich misschien nog een beleefdheidsvorm zijn, maar vanochtend zag ik een officier naar binnengaan nadat hij een pincode ingevoerd had – dus de brug is ook nog eens afgesloten... De bewakingsdeskundige had echter zoiets van dat hij waarschijnlijk gewoon op vakantie was en er niets zou gebeuren – en wij denken dat ook wel. Maar het is zeker zo dat het geen kwaad kan om voorzichtig te zijn en te laten zien dat je voorzichtig bent.



Vandaag waren er gelukkig wat echte lezingen van echte Afrika-experts (wij moeten niet zo veel van de aquarel-, muziek- of wijn-workshops hebben…). Om te beginnen een lezing van de expeditieleider die in Swakopmund bij ons in de landcruiser had gezeten waar we veel mee gepraat hebben en die ook in Nigeria is geweest; David. Hij is zoals hij zelf zegt ethno-historicus, en vertelde over de cultuur, politiek, geschiedenis en kunst van deze hoek van het Afrikaanse continent (losjes omvat dat de beide Congo’s, Angola en andere buurlanden naar het noorden toe: de huidige scheiding is een Westerse uitvinding). Hij heeft een hoog “verstrooide professor”-gehalte bij het lezinggeven maar is overduidelijk een enorme expert die echt decennia lang in het veld en in de archieven onderzoek doet, en liet hele interessante dingen zien. Hans kon hem nog wijzen op het boek “Congo – een geschiedenis” van David van Reybrouck dat Hans pasgeleden uitgelezen heeft – die kende hij nog niet, en hij vond het dus leuk om daar de gegevens van te krijgen. Ik stelde een vraag en hij deed nog eens voor de hele groep mijn naam oefenen en zeggen wat een mooie naam hij het vond!



De tweede lezing die we bijgewoond hebben, na tussendoor in de lounge rondgehangen te hebben en wat te kletsen met anderen, werd gegeven door een expeditieleider die liefkozend “Budgey-Boy” genoemd wordt, omdat hij ornitholoog is en verzot op papegaaien; Steve Boyes. Vlak voor zijn lezing raakte we aan de praat met hem en lieten hem wat papegaaienfoto’s uit Brazilië zien, en vertelde hem over de “Buraco de Araras”, de grote krater waar papegaaienpaartjes uit de omgeving in nesten in de wanden ervan overnachten. Hij was heel erg geïnteresseerd omdat hij zei dat er niet veel natuurlijke plekken zoals dat meer zijn, en wilde heel graag precies weten hoe het heette zodat hij het op kon zoeken. Wij moesten daarvoor in onze reisverslagen en www.onze-wereld-site.nlduiken (die ik toevallig offline bij had voor het geval ik eraan wilde werken), maar konden het gelukkig voor hem terugvinden. De lezing die hij gaf was heel erg interessant, en erg gepassioneerd.



Hij vertelde over de Kaapse papegaaien, een papegaaiensoort die door een virus en de kap van yellowwood bomen heel erg bedreigd worden, maar waar hij allerlei projecten voor opgezet heeft (hij wijdt echt zijn leven aan deze papegaaien) en die nu weer aan het herstellen zijn en waar er weer hoop voor is. Heel mooi en emotionerend. En even los van het verhaal, ongelofelijk om te horen hoe verdomd slim die vogels zijn! Ze moesten zieke vogels vangen om ze in twee minuten te onderzoeken en dan weer vrij te laten, maar dat weten die papegaaien niet natuurlijk, die schreeuwen moord en brand als ze gevangen worden (zijn ene trommelvlies was erdoor gescheurd); de eerste dag vingen ze er twee, de volgende dag ook twee, en de weken erop helemaal niets. De onderzoekers besefte toen dat de papegaaien niet meer rechtstreeks in de betreffende bomen neerstreken, maar eerst verkennend en overleggend rondvlogen en als ze de auto en de mannen in khaki zagen, elkaar waarschuwde en er van door gingen naar een andere boom! Op het laatst moesten ze twee of drie nep-auto’s wegzetten met mensen met netten die moesten doen alsof ze papegaaien wilde vangen, en deden de onderzoekers zelf, gekleed in kleding van de lokale boeren, vanuit een verdekte opstelling hun netten uitzetten – en dan vingen ze nog maar een deel van de vogels... Ongelofelijk!


Een ander voorbeeld van de ongelofelijke intelligentie was het eten van pecannoten; de pecannoten zijn natuurlijk een lekkernij, maar eigenlijk niet goed voor de papegaaien, omdat ze vol tannine zitten, die de snavel en keel van de papegaai met een laagje teer bedekt en niet weg te poetsen is. Steve had geobserveerd dat papegaaien twee of drie pecannoten aten en dan naar een eucalyptusboom vlogen om hun snavels in de bloemen en bladeren te wrijven; ze waren ze niet echt aan het eten. Dan vloog de vogel naar wat water om wat te drinken, en dan vloog ie terug naar de pecannotenboom om nog een of twee pecannoten te eten, voor hij weer naar de eucalyptusboom vloog. Tannine doet je vingers bruin worden en is er niet af te poetsen, dat moet echt slijten – maar de expeditieleider ontdekte dat als hij ook zijn vingers in de bloemen en bladeren van de eucalyptus wreef, de eucalyptusolie zijn vingers schoonmaakte!


’s Middags was er een lezing over Jan Smuts, een tijdgenoot van Cecil Rhodes, en dat was wel redelijk interessant. Voor de rest hebben we lekker niets gedaan, naar buiten gekeken, een beetje gekletst met anderen, en gewoon genoten van het op zee zijn. Sinds we voorbij Namibië zijn, en dus voorbij de oceaanrichel waar het koude water zich verzamelt is de zee blauwer geworden (tot nu toe was hij zwart), en blijkbaar ook twee keer zo warm; het water is nu 26 graden, en in Kaapstad en Namibië was het 13. We zagen vanmiddag vliegende vissen uit het water springen, en er zijn blijkbaar dolfijnen gespot maar die hebben we helaas niet gezien.



Routes

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters