Zaterdag 13 april: op zee – 586 km gevaren

De airco is nog niet optimaal op orde (en moet natuurlijk ook wel hard werken met zulke hoge temperaturen), dus de nachten zijn onrustig. We dromen ontzettend veel, Hans helaas ook vaak best eng, en met name Hans wordt vaak wakker. Vervelend! We hebben wel het idee dat door de badkamerdeur open te zetten de lucht iets beter en koeler is in de hut, want de badkamer heeft een ongelofelijke afzuiging: als je ’s avonds doucht dan staat de badkamer blank, en ’s ochtends is hij al weer droog. Badkamer is trouwens een ruim begrip: wastafel, toilet, en daarnaast een driehoekje van 50 bij 50 cm voor de douche, met een douchegordijn om de toilet ernaast niet onder water te zetten. Het geheel kan niet veel meer dan anderhalve vierkante meter zijn. Als je je plat tegen de muur drukt dan kun je meestal vermijden dat het douchegordijn je continu betast tijdens het douchen, anders is het onvermijdelijk dat je staat te douchen met douchegordijn tegen je lijf geplakt. En er is wel een richeltje om de douche van de rest te scheiden, maar als het schip licht rolt, en dat doet het continu, dan stroomt het water over de rest van de vloer...



Vandaag was een HETE dag. Het moet echt tegen de 40 graden aan gezeten hebben, en je liep eigenlijk heel de dag en overal wel te puffen. Zelfs ’s ochtends vroeg was het naar buiten stappen net alsof je een ovendeur opendoet, er komt een warme vochtige lucht je tegemoet. Door het dichthouden van de gordijnen terwijl de zon erop stond (’s ochtends in ons geval, aan stuurboord) kon je jezelf wijsmaken dat de hut wat koeler bleef, en al wordt het na een tijdje in de hut ook warm, het is in ieder geval beter dan op de rest van het schip.



We hadden vandaag weer een dag op zee, dus een dag vol lezingen en andere activiteiten. Vanochtend hadden we na het ontbijt achter elkaar twee prachtige, inspirerende, ontroerende en inspirerende lezingen... We werden er helemaal emotioneel van!


De eerst ging over olifanten; gewoon, een uur lang over dit geweldige dier praten. De expeditieleider, Conrad, die deze lezing gaf is Zuid-Afrikaans en zei dat hij gewoon, net als rond het kampvuur, verhalen ging vertellen. En hij vertelde gepassioneerd over olifanten. Maar wij vinden het ook geweldige dieren en kunnen er uren naar kijken… Het waren allemaal anekdotes en weetjes over hoe intelligent deze dieren zijn, hoe sociaal, hoe geweldig ontwikkeld. Wat wij niet wisten was dat 90% van hun communicatie subsonisch is – zo laag in toon dat wij het niet kunnen horen; die tonen die we wel kunnen horen, die diepe rollende tonen die ze voortbrengen, dat is eigenlijk hun hoge register! En dat subsonisch geluid kunnen ze ook seismisch aan elkaar doorgeven: olifantenkuddes kunnen tot wel 30 kilometer met elkaar communiceren via deze lage tonen, en doen dat ook wel door in de grond te “schreeuwen” – de ander vangt het geluid dan op door met zijn tenen op de grond te leunen, en de seismische trillingen op te vangen... ongelofelijk.



De tweede lezing ging over de Okavango Delta, gegeven door Steve, die niet alleen vol passie is over Kaapse papegaaien (en alle papegaaien in het algemeen), maar ook over de Okavango Delta in Botswana. Hij heeft met zijn broer, samen genoemd “The Bush Boyes”, in mokoro’s (zie onze Namibië 2008 reis) van de ene kant van de delta naar de andere kant van de delta gevaren, en daar een film over gemaakt die hopelijk binnenkort door National Geographic uitgebracht wordt, om onder de aandacht te brengen dat de Okavango Delta nog niet officieel erkend is als een wereld wilderniserfgoed, en dat wel zou moeten worden. Die film willen wij natuurlijk gaan zien!


Deze twee lezingen achter elkaar deden ons helemaal volschieten. We willen nog zo veel zien in de wereld, hebben nog zo weinig gedaan, en we willen nog zo veel ervaren van Afrika! Afrika, en dan met name de wildernis, is verslavend... Onze passie is reizen, en dit soort geweldige plekken ervaren, geweldige dieren zien... We zeiden eigenlijk al haast tegen elkaar dat deze bootreis te passief is, we willen midden in de bush zitten!



De middag werd besteed aan het de middaghitte uitzitten; het was overal aan boord warm – je kon eigenlijk alleen onderscheid maken tussen warme plekjes en nog warmere plekjes... Wel hebben we heel mooi gezien hoe een paar dolfijnen vlak langs de boot compleet uit het water sprongen – ik kreeg het zelfs voor elkaar er een foto van te maken! We voeren ver uit de kust, in de scheepsvaartroute, wat ook weer onderdeel is van de veiligheidsmaatregelen tegen piraterij zeggen ze. In het kader van niet opvallen zeker?



’s Middags zijn we nog even aan dek gegaan (warm!) en zagen dat de bemanning onder leiding van de kapitein een rubber reddingsvlot dat ze voor trainingen gebruiken op het achterdek aan het opzetten waren en schoonpoetsen voor ze het met zeewater vulde. In het kader van de hitte als een soort zwembadje, maar aangezien we over een dag of twee over de evenaar gaan zou het ook weleens heel goed mogelijk door Neptunus gebruikt kunnen gaan worden om ons te dopen... Wie weet, ik ben benieuwd, ik hoop het wel eigenlijk want ik zou het eeuwig zonde vinden als we over de evenaar varen aan boord van een schip zonder dat er even bij stilgestaan wordt! Het was wel grappig om te zien in ieder geval hoe ze het opzette, en werd al gelijk dankbaar in gebruik genomen door wat passagiers, terwijl aan alle kanten het water er weer uitliepen door lekkages...



Om 17 uur kregen we een briefing over morgen, en gelijk een enorme domper op deze dag die zo mooi begonnen was! Want morgen doen we Congo Brazzaville aan (de “goede” Congo dus), en de ochtend wordt besteed aan de kloof van Diosso te bekijken en het aangrenzende museum, dan gaan we terug naar het schip om te lunchen, en worden we ’s middags naar een luxe hotel gebracht waar we 2-3 uurtjes vrij hebben. Er zou gratis wifi en een zwembad zijn en we zouden zelfs een beetje de straat op mogen. Maar de “levendige markt” die op ons schema staat gaat niet door want het is zondag (belachelijk natuurlijk, want ze weten al een jaar of twee dat het dan zondag is) en er zijn weinig mensen aan boord die er waarschijnlijk op zitten te wachten om voor het eerst (en laatst) CONGO te bezoeken en dan in een luxe hotel te gaan zitten!!!


Aangezien de vragen die gesteld werden zo stompzinnig waren besloten wij maar de botte Nederlander te spelen en gewoon ronduit te vragen waarom we naar een hotel gebracht werden en of er misschien alsjeblieft iets zinnigs geregeld kon worden voor die middag? (Niet precies in die woorden natuurlijk). Als we de lunch zouden overslaan dan zouden we nog zeker 2 uur extra winnen, en uiteindelijk iets van 5 uur hebben om iets leuks te doen – al was het maar met een busje in de omgeving rondrijden... De hoofdexpeditieleider wilde natuurlijk geen muiterij, dus beloofde ons apart te woord te staan, en wij waren verrast over hoeveel enthousiaste reacties we kregen – wel tien mensen zijn nog even naar ons toe gekomen om te zeggen dat we gelijk hadden, dat ze ons steunden, en of we ze wilde informeren als er inderdaad iets anders geregeld werd, zelfs een van de expeditieleiders zelf! Men is nu in conclaaf en we hopen van harte dat er iets uitkomt en dat ze eventuele andere zaken later in de reis die hierop lijken ook nog even heroverwegen… Hans en ik hadden namelijk al zoiets van dat de reis een beetje een gespleten persoonlijkheid heeft; het is vlees nog vis tot nu toe – veels te tam voor een expeditiecruise en te ongeorganiseerd voor een echte cruise. We genieten wel veel van het varen, en Angola was heel leuk (met name de trein) maar het knalt nog niet echt!



Vlak voor het eten kwamen opeens wat bemanningsleden onze patrijspoort afsluiten; veiligheidsmaatregelen, vanwege de piraten! Het schip gaat vanaf nu namelijk ’s nachts geen lichten meer voeren, en dat geldt dus ook voor licht dat uit de hutten schijnt. En, zoals wij begrepen, gaat de patrijspoorten overdag ook niet open. Wat een domper... Nu kan onze garmin niet meer de route vastleggen. Ik stond al op het punt om de garmin, laptop en benodigde snoeren naar de lounge te brengen en daar een plekje op te zoeken voor de rest van de reis (daar zijn alleen verduisteringsdoeken), toen de jongen die deze gang schoonmaakt en bij de bemanning gestaan had toen ze de patrijspoort afsloten, binnenkwam. Ze zijn allemaal Filipijns en spreken weinig tot geen Engels, maar hadden onze garmin wel interessant gevonden. Hij deed heel samenzweerderig en zei dat de patrijspoort misschien een klein beetje open kon, want hij ziet natuurlijk al heel de reis ons apparaatje in de patrijspoort staan als hij de kamer komt schoonmaken, en begrijpt dat het ons niet om het uitzicht gaat, maar puur hierom… En hielp ons dus de enorme bouten los te schroeven zodat we de zware metalen schijf op een kier konden zetten en de garmin ertussen te zetten. Fantastisch! We hebben de schermverlichting op minimum gezet en het hoesje erover heen – extra bescherming tegen de zware metalen schijf, en een effectieve lichtblokkade. Na een tijdje vond de garmin zijn satellieten weer, en konden we weer verder. Pffff...


Het avondeten was erg gezellig, we hebben lang gekletst met een Amerikaans stel in hun 70 die heel de wereld hebben gezien en waar we goed mee kunnen kletsen. Toen werden we opeens geroepen door Conrad, van de olifantenlezing, om deel te nemen aan een van zijn andere passies: sterrenkijken! Het was helder, en je kon ondanks de scheepsverlichting toch nog heel duidelijk de Melkweg zien; leuk, en mooi... Maar zo mooi als we in de Kalahari gezien hebben is onnavolgbaar. Conrad deed allerlei dingen vertellen over de sterrenbeelden, we hebben er denk ik zeker een half uur gestaan op het donkere dek 7 (wat een trappen steeds: van onze hut op 2 naar de lounge op 4, de eetzaal op 5, buiten op 6 en dit dek op 7, je wordt er soms gek van!). We moeten toch echt eens met Conrad praten over reizen in de Okavango en zo, wie weet waar hij mee komt als tips...


Routes

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters