Dinsdag 9 april: Walvisbaai en Swakopmund, Namibië – 392 km gevaren

De zee is tot nu toe rustig geweest, hoogstens met van die lange luie rollers op volle zee waardoor het schip op een aangename manier heen en weer beweegt... Een zee waar je trouwens, net als met vuur, naar kan blijven kijken; alsof ze zachtjes aan het ademen is. Maar vandaag terwijl we Walvisbaai benaderen is ze echt spiegelglad, er lijkt geen zuchtje wind te staan. Wel steken er regelmatig zeehonden een flipper uit het water of springen zelfs helemaal uit het water; een heel leuk gezicht maar bijna onmogelijk om een foto van te maken!



Er was een mogelijkheid geweest dat wij vanochtend rond zonsopkomst om 6 uur de hoge duinen van de Namib woestijn hadden kunnen zien, maar er was niets te zien: wij hebben een hut aan stuurboordszijde (bewust om gevraagd en gelukkig gekregen) dus wij kunnen vanuit onze patrijspoort gelijk zien of er wat te zien valt, aangezien de stuurboordszijde de landzijde is. De duinen waren vanochtend echter bedekt met een laagje ochtendmist dus ze waren zo goed als onzichtbaar. Over het algemeen varen we ver uit de kust, een paar kilometer toch zeker, maar dankzij de garmin weten wij wel altijd ongeveer waar we varen – wat een leuk speeltje en wat hebben we een plezier van die tracks4africa kaart die wij voor onze 2011 reis gekocht hadden! Want de tracks4africa beslaat het gehele Afrikaanse continent, dus nu we op zee zijn hebben we constant de kustlijn en alle informatie in het binnenland als referentie.



Vanochtend was het ontbijt om 8 uur, en iets voor het tijd was stapte we naar buiten om een beetje te kijken terwijl we op Walvisbaai aanvoeren. Er waren twee bemanningsleden bezig de zijkanten van het schip schoon te spuiten met een waterslang; dat is iets wat echt continu bezig is op de meeste schepen waar we op gevaren hebben – schoonmaken! Er wordt echt continu schoongemaakt, zowel de binnenkant als de buitenkant. De kamermeisjes zijn als ze niet in de kamers bezig zijn vaak bezig de gangpaden, trappen en andere ruimtes te stofzuigen, en ik heb weleens drie keer op een dag gezien dat een bepaalde trap gestofzogen werd. Volgens mij kun je hier haast van de grond eten! En reparaties is ook belangrijk; er wordt bijna continu ergens op het schip wel iets geschilderd of gerepareerd. Ongelofelijk... Tijdens het ontbijt en na het ontbijt toen we in onze hut zaten zwommen zeehonden langs de ramen, spelend in het water; wat een leuk gezicht!



We legden vandaag pas rond 10:30 aan in Walvisbaai, en konden om 11 uur van boord (we hoefde niet door de douane, wat al heel wat tijd scheelde). Maar we waren toch een uur later dan gepland, wat de rest van de planning een beetje in de war schopt; gelukkig werd de tijd ingehaald met de tijd die we vrij zouden hebben in Swakopmund en niet door een deel van het programma aan te passen... We konden vandaag een safari-landcruiser nemen: het is steeds een allegaartje aan voertuigen bij zo’n haven om ons te vervoeren, en nu moesten het 4WD busjes of landcruisers zijn vanwege de excursie. De gids was een blanke Namibiër die zo verbrand was dat hij bijna zwart kon zijn; een aardige jongen die het volgens mij heel stoer vond dat wij als buitenlanders zo veel zelfstandige reizen hadden gemaakt in Zuidelijk Afrika, en dat wij zo enthousiast waren over Afrika. Hij vond het dus ook leuk om te vertellen en zei op het laatst dat hij het jammer vond dat hij ons niet alleen had gehad, dan had hij veel meer kunnen doen en bespreken. We hebben zijn naam genoteerd; je weet nooit waar het goed voor is in de toekomst!



En in de auto zat ook een expeditieleider waar we veel mee gepraat hebben tijdens het rijden: hij heeft in 1964 in Nigeria gezeten als onderdeel van het Peace Corps, en hij is in een latere tijd dwars door de Sahara getrokken van noord naar zuid, waarbij hij uitkwam in noordelijk Nigeria. Hij is verder ook veel in Afrika geweest en vond het ook leuk om met ons en met de gids te praten over plekken in Zuidelijk Afrika. Hij vond het geloof ik ook wel heel stoer dat wij in Swakopmund uit een vliegtuigje gesprongen waren, maar ging niet in op onze suggesties om het zelf eens te proberen nu we er toch waren! En hij vond mijn naam heel interessant, hij wilde die echt onder de knie krijgen, wat meestal nog niet zo makkelijk is voor Engelssprekende mensen...



We werden vanuit Walvisbaai naar “Duin nummer 7” gebracht, een van de vele duinen hier in de omgeving – deze duin is tot attractiepark uitgeroepen en je kunt er verschillende activiteiten op doen. De meest populaire lijkt echter wel te zijn om te proberen naar de top te rennen! Blijkbaar was het toprecord ooit 3 minuten, heen en terug... Nou, een hoop mensen wilde weleens even naar de top klimmen – maar dat valt toch vies tegen, het is erg steil, en mul zand, en WARM... Ik ben even voor de vorm zo’n 20 meter omhoog geklommen (de hele heuvel zal zo’n 50-70 meter hoog geweest zijn) en mijn longen stonden in brand en kwamen bijna uit mijn borst springen! Ik moest onderweg naar boven wel twee keer stoppen en even zitten om bij te komen, wat was dat zwaar... Er waren een aantal dapperen die de top gehaald hebben maar die waren ook een tijdje niet meer aanspreekbaar zo moe hihihi! De terugweg daarentegen was leuk; naar beneden rennen en vooral niet stoppen want dan verdwijn je tot je knieën in het zand!



Hierna werden we naar de welwitschia planten op het gravelplateau vlak bij het maanlandschap gebracht: welwitschia’s zijn aparte prehistorische planten die al in de tijd van de dinosauriërs bestonden, en er uitzien alsof ze sindsdien niet meer veranderd zijn... Het is officieel een boom, maar wordt volgens mij niet hoger dan zo’n 50 cm: een stuk zwartgeblakerd hout waar rare trosjes uit groeien (daaraan zie je blijkbaar of het een mannelijke of vrouwelijke plant is) en twee grote lange bladeren die door de woestijnwind en het zand opkrullen en rafelen. Het geheel ziet er heel apart uit; de planten kunnen ook honderden als niet duizenden jaren oud worden. Waar wij stopte waren een aantal van de grote planten (inclusief blad zo’n 1-2 meter doorsnede) omringd met ringen van stenen, maar als je een eindje de woestijn in liep kwam je ze ook zonder stenen ring tegen, wat er toch iets natuurlijker uitzag dan met zo’n perkje eromheen! Het landschap was onherbergzaam en verlaten en in de verte zag je bergen in grillige grijs-zwart patronen; erg mooi.



Iets minder mooi was dat onze gids vertelde, toen wij hem naar de uraniummijnen vroegen waar we in 2008 over gehoord hadden, dat de uraniummijnen nog altijd bezig waren, in het nationale Namib Naukluft Park zelf. Ze gebruiken enorme hoeveelheden kostbaar water, leggen daardoor “droge” riverbedden (waarbij het water onder de grond doorstroomt) écht droog, waardoor bijzondere plantensoorten die alleen in de Namibwoestijn voorkomen uitsterven, en graven enorme gaten waardoor het unieke landschap verwoest wordt... Ongelofelijk... En Swakopmund en Walvisbaai en Henties Bay, de drie noemenswaardige plaatsjes langs de kust, groeien op explosieve wijze vanwege het uranium...



Na de welwitschia’s werden we naar uitzichtpunten over het maanlandschap gebracht: een bizar terrein van ruige heuvels en erosie, veroorzaakt door rivieren en winderosie. Erg mooi om te zien, alleen je waaide bijna weg zo hard woei het. Toen was het in een rechte lijn naar Swakopmund voor de lunch, wat onderhand best welkom was aangezien het al 14 uur was geweest! We kwamen om 14:30 in Swakopmund aan, en Hans en ik hadden allebei last van cultuurschok, Swakopmund was namelijk nog eens 2 of 3 keer zo groot geworden als in 2008 ! En toen had Hans het al schokkend gevonden hoe groot het geworden was ten opzichte van 2003 ... Allemaal vanwege uranium...



Lunch was in de Swakopmund Hotel, een groot pompeus hotel in het voormalig treinstation gemaakt. De trein die daar ooit binnenkwam staat nog altijd aan de rand van Swakopmund weg te roesten, hoewel ze er tegenwoordig een museumpje omheen gebouwd hebben – toen Hans in 2003 hier kwam stond de locomotief nog gewoon los in het woestijnzand ver buiten de stad... Het voordeel van dit pompeuze hotel was wel dat ze gratis wifi hadden voor gasten. Voor bezoekers zoals ons moest er eigenlijk betaald worden voor het internet, maar de vrouw achter de balie vond mij om de een of andere reden wel aardig geloof ik want ze gaf me de inloggegevens gratis. Nu blijkt zo’n smartphone dus wel handig en mobieler te zijn dan een laptop. Wij hebben pas eentje en vinden het eigenlijk maar een ontzettende mooie gadget – qua gemak is een goeie Nokia wat ons betreft net zo prettig als telefoon. Maar goed, nu met dat gratis wifi tegenkomen tijdens de lunch blijkt de smartphone dus wel handig te zijn: ik had onze belangrijkste emailadressen erop gezet, en een smartphone sleep je toch wat makkelijker mee, en tover je makkelijker en vooral subtieler tevoorschijn dan een laptop. Gauw mail binnenhalen dus en een berichtje voor het blog versturen dat we vanochtend voor het aanmeren hadden zitten typen! Wie weet of en wanneer we weer de kans krijgen...



En zodra we wat gegeten hadden zijn Hans en ik naar de dichtstbijzijnde supermarkt gerend; we hadden door de vertraging nog maar krap een uur voor de lunch én de vrije tijd in de stad, dus dat betekende opschieten! We wilde nog wat voorraad inslaan aan mintchocola, chips en limonadesiroop (dit haalt de chloorachtige smaak een beetje van het scheepswater), maar ook biltong: gedroogd gekruid vlees. We hebben van drie soorten ieder 100 gram gekocht, om te proeven; eentje in een soort chili-marinade, en twee die zo droog zijn dat we vermoeden dat ze over twintig jaar ook nog wel smaken. De chili-marinade biltong hebben we later in de hut geproefd en die bleek heerlijk te zijn! Jammer dat we zo weinig gekocht hadden... Net toen we de supermarkt inliepen kwamen we twee Himba-vrouwen met een klein kind tegen in traditioneel kostuum; geen foto natuurlijk want dat vind ik niet netjes, om zo iemand aan te schieten voor een foto of zonder te vragen een foto te maken, enkel omdat ze anders gekleed is dan ik! Maar wel juist erg leuk dat we ze zo op straat tegenkwamen en niet ergens bij iets dat speciaal georganiseerd is...



Na de lunch zijn we terug naar Walvisbaai gereden, waar we naar het einde van de pier reden om naar de flamingo’s in de lagune te kijken. Eindelijk kregen Hans en ik meer dan een paar in het wild te zien! Er stonden tientallen – jammer alleen dat de gids onze lol een beetje verpestte door te zeggen dat het normaal tienduizenden zijn... Ach nee, we waren al lang blij om zoveel als dit bij elkaar te zien, wij hebben anders namelijk altijd pech met flamingo’s! Rond 16:45 reden we het haventerrein weer op en konden we terug aan boord, en na door de immigratie te zijn gegaan vertrokken we iets na 18 uur; nu zijn we onderweg naar Angola, daar moeten we twee dagen voor varen! We moesten met name zo lang wachten om te vertrekken omdat de loods niet eerst naar ons maar eerst naar de Saga Ruby gegaan was, die ook in de haven lag. En pas toen de Saga Ruby de haven uit geloodst was en de loods weer terug was, mochten wij dus... Hans en ik hadden echter daardoor wel een mooi zicht op hoe de Saga Ruby vlak langs ons raam naar buiten voer!



Het was te merken dat duin nummer 7, de late lunch en de actieve dag er ingehakt had: bij de briefing en het avondeten was het rustiger dan normaal – men zat een beetje te knikkebollen tijdens de briefing en we kregen het idee dat sommige mensen gewoon niet waren komen opdagen voor het avondeten. Gezien hoe vol de Amerikanen hun borden iedere maaltijd opscheppen als het buffet is (wat het in het hotel voor de lunch dus ook was) is het niet zo gek dat ze geen honger meer hebben na zo’n late lunch!


Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters