Vrijdag 12 april: Lobito en Benguela, Angola – 334 km gevaren

Vanochtend om 06:45 waren we in het zicht van Lobito; er ligt voor Lobito echter een lange landtong waar we omheen moesten varen, de rustige baai van de haven in. 7:30 begonnen we dus echt met aanleggen. Om 8:15 was het schip ingeklaard en vrijgegeven (blijkbaar waren onze paspoorten ook gecontroleerd, we hebben geen persoonlijke controle gehad) en konden we beginnen met aan land gaan. De havenpolitie was komen kijken naar dit fenomeen – er leggen weinig passagiersschepen aan in Lobito – en er werden evenveel foto’s van ons gemaakt als wij van hen. De regel dat je in Angola geen foto’s van uniformen mag maken leek even niet te gelden… Er liep zelfs iemand ons te fotograferen met zijn ipad, die volgens de sterren en strepen op zijn uniform erg belangrijk moest zijn! Lachen! Wij hebben de garmin, die meestal op de vensterbank ligt in onze patrijspoort, voor de zekerheid maar opgeborgen – je weet toch maar nooit of de politie in dit soort landen in de hutten wil kijken en hoe ze zo’n garmin opvatten.



We werden door een Angolese tourorganisatie aan land verwelkomd en kregen allemaal een sticker op met “Lobito 100 jaar” in het Portugees. Blijkbaar werd er ook door de regering een promotiefilmpje voor Angola gemaakt met ons als onderwerpmateriaal! Er stond ook een politiebusje en een politiemotor klaar. Vier tourbussen stonden ons op te wachten, de helft van de groep ging eerst naar het fort in Catumbela onderweg van Lobito naar Benguela, de andere helft ging met de trein naar Benguela. En wij hadden geluk, wij mochten als eerste in de trein. Het bleek bij het wegrijden dat de politie onze escort was, en ze legde zelfs het verkeer stil op kruisingen zodat we door konden rijden! Deze politie-escorte was niet speciaal omdat het zo onveilig is in Angola, maar meer om te weten waar wij toeristen waren en ons in de gaten te houden...



Bij het treinstation keken we onze ogen uit: gloedjenieuw! De trein die bij het eerste perron stond was ook gloednieuw, nog amper uitgepakt leek het – op plaquettes stond het bouwjaar als zijnde 2011, en wij kregen de indruk dat er zelfs nog maar amper mee gereden was… Dit was niet onze trein, we werden om deze trein heengeleid naar onze trein. En dat was een prachtige trein! De locomotief was weliswaar gloednieuw, maar de coupes waren oud, misschien wel honderd jaar oud, met in onze wagon een badkamer met BAD, een keukentje met houtfornuis, twee coupes met bed en wastafeltje, en een zitkamertje met leren banken en stoelen waar we dus allemaal tijdens de reis zaten. Alles was in hout getimmerd, het was erg mooi. En gloeiend heet natuurlijk, het was vandaag wel 36 graden op zijn heetst en in die trein als je stilstond was het net een oven. Gelukkig stonden alle ramen wijd open dus als we bewogen was er natuurlijke airconditioning... De trein reed speciaal voor ons; er leek verder ook niemand op het station te zijn behalve bewaking en politie.



De treinrit was heel erg leuk! We reden langs velden, dorpen en heel veel mensen; overal waar je keek zag je wel iets, overal stonden mensen te zwaaien of te werken in de velden, we keken onze ogen uit en genoten ervan. We hadden ook echt het idee in de tropen te zijn, niet alleen was het warm, maar we reden langs bananenbomen, palmbomen, mango’s, papaya’s en allerlei andere exotische bomen en planten. Onderweg kwamen we langs perrons en stations die net opgeleverd leken – in sommige gevallen zaten de stickertjes nog op de ruiten – en bij ieder station stond een soldaat wacht te houden. Voor de rest niets of niemand, de stations leken nog niet in gebruik, maar alleen die soldaat stond er al wel. En de meeste soldaten waren niet te beroerd om te zwaaien als wij eerst zwaaiden, eentje salueerde zelfs. Bij Benguela in de buurt lag zelfs een volledig internationaal vliegveld – ook weer nieuw...



Bij spoorwegovergangen waren er geen slagbomen of stoplichten, de trein ging gewoon vanaf flinke afstand al toeterend wat langzamer rijden en dan stopte mensen vanzelf om de trein door te laten! Op een gegeven moment stopte we helemaal, vlakbij een soort van wijk van hutjes en winkeltjes. Kinderen kwamen op de trein af rennen om te kijken, vrouwen liepen langs, en de politieagenten in de trein stapte uit om te kijken wat er aan de hand en om aan iemand door te bellen hoeveel mensen er in de trein zaten en of ze Portugees spraken of Engels – voor zover ik kon verstaan. Er werd doorgegeven dat er 57 man aan boord waren en dat het Amerikanen waren. Tussen de rails en de sporen lagen riet en doeken te drogen, en soms zelfs een matras! En het leek alsof de rails niet zo heel vaak gebruikt werden, aangezien op plekken planten tegen de trein aan schuurde of over de rails heen woekerde... Dat krijg je niet als er twee treinen per uur rijden lijkt me! We zagen veel motoren, dat zijn blijkbaar taxi’s, en we zagen natuurlijk ook vaak mensen onder grote bomen zitten en vrouwen met kind achterop en emmer met het een of ander op het hoofd gebalanceerd. Hans en ik hebben zitten genieten, jammer dat het maar 38 kilometer was! (waar we overigens een uur over gedaan hebben, de gemiddelde snelheid lag niet zo heel hoog).



Het viel ons op dat de mensen vriendelijk waren: veel zwaaiden zelf al, diegene die dat niet deden gingen wel gelijk lachen en zwaaien als je zelf zwaaide en “bom dia” riep (goedendag). De kinderen kwamen naar de trein toe gerend, dat zagen ze zeker niet vaak. En veel mensen staken ook hun duimen op. Er waren eigenlijk maar een viertal jonge mannen die een “weg”-gebaar of vervelend gebaar maakte, en een meisje die naar haar achterwerk wees. De rest was allemaal vrolijk en aardig en zwaaiden of stak hun duimen in de lucht. We reden grotendeels parallel met de grote weg en twee agenten op een motor reden gelijk met de trein mee – stopte de trein, dan stopten ze ook...



In Benguela kwamen we weer aan in een schitterend spiksplinternieuw station, dat letterlijk glom van binnen van het marmer. Er is hier in Angola en de rest van Afrika heel veel Chinees geld gepompt. Onze bussen en onze politiemannen stonden weer klaar, helaas verstapte een vrouw zich bij het naar de bussen toe lopen (ze was niet aan het opletten en zag de traptreden niet) en verzwikte haar enkel. Met wat ijs uit de koelboxen met water kon ze het uithouden tot de ambulance kwam; die was best snel overigens. Na een rondritje door Benguela werden we afgezet bij een oud Portugees koloniaal kerkje, en mochten we, nadat de politie het verkeer had gestopt, de weg oversteken naar het kerkje en naar de weg erachter. Er was blijkbaar ook een slavengebouw ergens in de stad, waar slaven tijdelijk gehouden werden voor ze verscheept werden, maar helemaal duidelijk waar en wat dat was werd het niet.



We wandelden daarop naar een groot plein met hoge palmbomen waar wat kraampjes stonden en een maskerade bezig was; een gemaskerde man stond te dansen, begeleid door drie mannen die aan het drummen en zingen waren. Zijn pak leek van fel gekleurd gehaakt garen of wol te zijn, met een masker en rieten rok en -haar. We hadden de indruk dat de maskerade daar al bezig was en dus niet speciaal voor ons was opgezet, het was namelijk ook behoorlijk druk met toeschouwers die niet van de boot kwamen. Vrouwen stonden mee te klappen en te zingen, en kinderen gluurden tussen de volwassenen door naar de enge figuren en renden gillend weg als een figuur naar ze toe leek te komen. Het was erg leuk om te zien; er waren iets van drie of vier verschillende personages, waarvan de laatste een dronkaard leek voor te stellen, die regelmatig omviel (dan moest iedereen lachen) of wankelend het publiek inviel (waarop de kinderen gillend wegrende!). Angola is blijkbaar bekend om zijn bier, dus kreeg iedereen van de boot een gratis biertje aangeboden door de lokale Angolese gidsen – er wordt op deze reis weinig rekening gehouden met niet-drinkers helaas...



Na hier een tijdje gestaan te hebben was het weer tijd om in de bussen te stappen, en met onze trouwe politie-escorte voor en achter ons werden we een paar honderd meter verder gebracht naar een restaurantje aan de zee. Daar bleek helemaal aan de achterste kant van het smalle lange restaurantje een klein buffetje opgezet te zijn met rijst, friet, kip, vlees en sla, waardoor de doorstroom bijna onmogelijk was. En het feit dat het Afrika is en dus misschien niet de juiste hoeveelheid eten gemaakt was, plus het feit dat wij een kudde Amerikanen aan boord hebben van een bepaalde reisorganisatie (Road Scholars) die grotendeels écht totaal clueless lijken te zijn, betekende dus dat de Road Scholars hun borden flink volstouwden en bij ons (wij waren ongeveer halverwege de lijn) er al bijna geen kip of friet meer was. Gelukkig was er wel een schaal vol van een heerlijk kaas/aardappel/bacalao (kabeljauw) gerecht, dat er eng uitzag voor die Amerikanen die niks gewend waren en waar er dus voldoende van overbleef. Het is ongelofelijk hoeveel landen veel mensen aan boord van dit schip bezocht hebben, en tegelijkertijd hoeveel onervaren reizigers er aan boord lijken te zijn – maar wij hebben gemerkt dat veel van de Amerikanen heel veel cruises maken, waardoor ze natuurlijk enorm veel landen kunnen verzamelen zonder enkele moeite of eigen inspanning of je echt diep hoeven onderdompelen in een land...



Na de lunch hadden we nog een uur te gaan waarbij we geen kant op konden, aangezien er een stuk of tien politieagenten stonden toe te kijken dat ons niks overkwam… We mochten absoluut geen foto’s van mensen in uniform en/of overheidsgebouwen maken, maar dat doen we natuurlijk wel, als we het veilig vinden tenminste – dus Hans heeft uitgebreid foto’s gemaakt van ze. Aan het strand was een lage muur waar we op konden klimmen en daar stonden jonge meisjes te kijken en te giechelen over de gekke witneuzen. Ik kwam erbij staan terwijl wat andere vrouwen probeerde foto’s van ze te maken, en ik sprak ze wat aan in gebroken Portugees/Spaans, wat ze wel leken te begrijpen, en maakte foto’s van ze die ik ze ook liet zien, en dat vond eentje zo leuk dat ze aangaf dat ze een foto van mij wilde maken. Tja, wat doe je dan? Scenario’s van haar mijn camera pakken en er opeens van door gaan gingen natuurlijk wel door mijn hoofd, maar ze leek zo lief en eerlijk dat ik het er heel spontaan wel op waagde; en ik moet zeggen, ik kreeg er wel een leuke foto (en mijn camera) voor terug en zij stonden allemaal te gieren van het lachen over dit avontuur!



Toen we eindelijk weg mochten in de bussen kregen we dit keer een politie-escorte met loeiende sirenes, door rode lichten heen, al het verkeer onderweg stoppend – heerlijk! Wat een gedoe! We werden naar het fort in Catumbela gebracht: een oud Portugees fort waar weinig van over was maar nog altijd op een mooie ligging bovenop een heuvel bij de rivier de Catumbela lag. Het fort zelf was ook wel leuk om te zien, dat soort dingen zijn altijd interessant; wel was het heel erg klein.



Na het fort werden we terug naar Lobito gebracht, helemaal naar het einde van de landtong, waar we het schip de “Zaïre” konden bezichtigen, een schip dat op een sokkel midden in een rotonde gezet was en een belangrijke betekenis had omdat het de huidige of voormalige president volgens mij in veiligheid gebracht heeft tijdens de oorlog. Of zoiets toch in ieder geval! Verder werd ons zo’n beetje ieder restaurant aangewezen in Lobito, alsof we daar nog tijd voor hadden... De politie bracht ons helemaal tot aan het schip, waar de halve havenpolitie weer stond toe te kijken terwijl we aan boord gingen. Aan boord kregen we een bekertje lekkere zoete limonade om een beetje op te peppen na al die hitte. Terug in de hut hebben we de ergste bezwete dingen uitgetrokken – douchen doen we wel na het eten, je zweet anders toch nog een keer. De accu’s van onze fototoestellen waren op het laatst allebei volledig leeg – ik heb de laatste foto’s van vertrek van het schip met mijn telefoon moeten maken!



Tijdens de avond-briefing werd de dag besproken, en kregen we te horen hoe de douaneformaliteiten verlopen waren, die er vanochtend niet leken te zijn, of waar we dan toch niets van gemerkt hadden. Er waren in werkelijkheid TWINTIG douaneambtenaren en belangrijke mannen aan boord gekomen, die hadden zichzelf in het bibliotheekje geïnstalleerd, en de expeditieleiders en bemanning opgedragen om met hun paspoorten langs te komen. Ieder paspoort werd door ieder van de twintig ambtenaren uitvoerig bestudeerd, en de expeditieleiders waren al bang dat dat voor iedereen aan boord zou gaan gelden, maar nadat alle bemanning klaar waren zei het hoofd van de douanedelegatie opeens dat ze konden gaan en de passagiers, wij dus, aan land mochten. Dat was zo’n verrassing dat men nog niet eens helemaal klaar was om ons aan land te laten! De twintig douaneambtenaren hebben daarna nog vijf uur lang met de kapitein aan boord doorgebracht om al onze paspoorten te stempelen... Ongelofelijk! Wij hoorden trouwens ook dat de president van Angola toevallig vlak voor onze aankomst in Lobito een brief had geschreven aan de gouverneur van Benguela provincie om “aardig te zijn tegen toeristen”: en daar hebben wij dus blijkbaar van geprofiteerd!



Tijdens de briefing wordt vaak ook besproken wat voor dieren of vogels er gezien zijn, of dingen er gedaan zijn. En daar merken we duidelijk dat dit team expeditieleiders anders is dan op Spitsbergen, want er worden nooit “echte” foto’s gebruikt van de trip zelf, altijd archieffoto’s van de expeditieleiders. Zo liet de ornitoloog Steve vandaag de meest prachtige close-up foto’s zien van vogels die we vandaag gezien zouden moeten hebben... Dan zie ik liever die twee of drie wel goedgelukte foto’s en een paar mislukte foto’s, zoals ik ze ook zelf gezien heb of had kunnen zien in de trein bijvoorbeeld, dan een schitterende foto van zo’n beest van dichtbij in de Okavango Delta of zo, wat verder niets met deze trip te maken heeft... En de fotograaf op deze reis laat nauwelijks zijn foto’s zien, alleen foto’s uit zijn portfolio over heel de wereld (ijsberen zijn leuk om te zien maar hebben niets met deze reis te maken), terwijl hij beweert ze nooit te bewerken en dus makkelijk na iedere excursie even wat foto’s die hij die dag gemaakt heeft kan laten zien. Het punt is dat dit soort briefings veel meer zouden gaan leven als ze materiaal gebruikten dat we die dag ook zelf gezien hadden. Nu zijn de briefings meer abstracte verhaaltjes en dwalen je gedachtes snel af, terwijl in Spitsbergen en Antarctica deed je echt nog terugzien, vaak in professionele foto’s, wat je zelf die dag gezien had, en dat is leuk!



Tijdens de briefing zagen Hans en ik een paar flinke onweersflitsen in de richting van het land; dat was voor ons vertrek voorspeld, dat er onweer zou zijn – en we zitten nou in het regenseizoen, dus we verwachten nog wel een onweersbui van dichtbij te zien! Na het eten zijn we naar onze hut gegaan en gelijk gaan douchen en daarna rustig op bed gaan liggen zodat je niet weer gelijk gaat zweten – het is namelijk nog altijd niet helemaal in orde met de airco, dus het is aan boord vaak net iets te warm om comfortabel te zijn. In de hut is het dan wel iets beter te doen, maar niet als je je teveel inspant!



Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters