Zaterdag 6 april: Kaapstad, aan boord – 191 km gevaren

We moesten vroeg opstaan vandaag, want om 6:30 moesten de tassen al buiten op de gang staan en om 7:30 zouden we vertrekken. Nadat we onze tassen op de gang gezet hadden zijn we gaan ontbijten, en moesten lachen om hoe chaotisch het allemaal ging. Ondanks dat het hotel waarschijnlijk al maanden wist dat er meer dan honderd man zou blijven slapen in het hotel, waren ze er totaal niet op voorbereid. Net zoals met de kamers voorbereiden (wij waren gisteren namelijk absoluut niet de enigste die zo lang moesten wachten op onze kamer) was het ontbijt een chaos. Er was niet voldoende plek, ze waren nog bezig met dekken, het brood was al bijna gelijk op, het buffet was zo opgesteld dat er geen doorstroming mogelijk was, de warme gerechten waren in een hoekje weggezet zodat je ze nauwelijks zag, koffie of thee werd nauwelijks geserveerd, enz... Het was wel lachen en zeker grappig om te bedenken dat als het nu al mis gaat in een viersterren hotel in kosmopolitisch Kaapstad, het later in donker Afrika waarschijnlijk nog veel chaotischer zal verlopen. En dat is het lekkere van deze reis in deze vorm, want ons “hotel” en ons “vervoer” en “restaurant” is allemaal in de vorm van de MS Expedition, een westers-georganiseerd schip... dus wat voor chaos we ook aan land zullen meemaken, aan boord zal alles altijd relatief normaal blijven.


Na het ontbijt begon het ritueel van de bagage: de bagage die op de gangen stonden was naar de lobby gebracht, en moest in een vrachtwagen geladen worden om naar het schip te brengen. Maar mensen moeten natuurlijk wel eerst hun eigen bagage aanwijzen en controleren of het er allemaal is... dus de lobby werd een mierenhoop van dragers die de bagage al naar de vrachtwagen wilde brengen, expeditieleiders die probeerde de dragers duidelijk te maken dat ze alleen bagage mee konden nemen die persoonlijk aangewezen was, passagiers die enigszins verloren maar hun bagage aan stonden te wijzen, en passagiers die al in kudde-mode waren en helemaal niet begrepen hadden wat er aan de hand was en de expeditieleiders dus aan het vragen waren wat de bedoeling was. Tussendoor liepen dragers hun werk te doen die wél begrepen wat de bedoeling was, expeditieleiders zelf bagage te dragen, en hotelpersoneel die probeerde de indruk te geven dat alles onder controle was. Hans is dus maar gelijk buiten gaan staan kletsen met wat andere passagiers die net zoals wij besloten de grootste chaos even uit te zitten, en ik heb wat foto’s gemaakt en toegekeken. Uiteindelijk kwam er wat orde in en toen de grootste bulk aan bagage weggewerkt was besloot ik ook maar in de mierenhoop te duiken en onze bagage aan te wijzen.



Toen de bagage bijna klaar was kwamen de bussen aan: vier stuks, en na wat geregel en heen en weer gestuur kon iedereen instappen, de namen afgevinkt worden om zeker te weten dat we niemand vergaten, en konden we vertrekken. Het is altijd moeilijk een grote groep georganiseerd te krijgen, zeker in het begin als iedereen nog een beetje als verloren schapen erbij lopen! Bij iedere bus was een lokale Zuid-Afrikaanse (blanke) gids, die ons vandaag op sleeptouw zou nemen, en in iedere bus zat ook een of twee van de expeditieleiders van het schip, waarschijnlijk om een oogje in het zeil te houden. We reden eerst naar de voet van de Tafelberg, waar we een mooi uitzicht hadden over de stad die in de kom onder de Tafelberg lag. Het was echter al behoorlijk heiig in de stad, en de top van de Tafelberg zelf stond al helemaal in de wolken; als het te bewolkt is gaat de kabelbaan niet omhoog. Maar gelukkig ging de kabelbaan om 8 uur gewoon zoals gepland open en konden we in een grote ronde gondel met ronddraaiende vloer naar boven. Je hebt pas erg in hoe steil en hoog de Tafelberg is als je er in die gondel vlakbij hangt – het was dus een prachtig uitzicht, alleen op het laatst moesten we wel de wolken in duiken.



Eenmaal op de top was er erg weinig te zien, want het wolkendek was inmiddels dikker geworden en lag onder ons, dus je zag om je heen alleen maar wit als je naar beneden keek. We hebben een tijdje rondgestruind boven, in de hoop dat de wolken zouden oplossen; ze werden echter alleen maar dikker en stegen op een gegeven moment weer omhoog zodat de top in nevel gehuld was en wij door de wolken zelf liepen – je voelde je huid en haren heel licht beneveld worden met water, en ik moest erop letten als ik foto’s nam dat er geen waterdruppeltjes op de lens zaten. Je kreeg af en toe als je over het randje recht naar beneden keek wel een indruk van hoe steil het was, maar veel meer zagen we niet. Het was ook ijzig koud boven op de berg (zo’n 1050 meter hoog) en het waaide hard, dus we waren blij dat toen we weer beneden waren het daar tenminste wel iets warmer was.



Na de Tafelberg gingen we op een mooie rit langs de kust richting Kaap de Goede Hoop. We waren echter wel een persoon kwijt in onze bus, dus de lokale gidsen zijn dik een kwartier bezig geweest als niet langer met iedereen tellen en hertellen en zoeken naar de ontbrekende persoon. Door de vertraging liep de rest van het programma een beetje gevaar, met name ook omdat de lokale gidsen bericht kregen dat in plaats van om 17 uur aan boord gaan, we nu om 16 uur aan boord moesten zijn! Bij Kaap de Goede Hoop was er dus helaas alleen tijd om met het treintje naar het uitzichtspunt bij de vuurtoren te gaan (wat overigens heel erg mooi was, de steile rotsen van de Kaap waren spectaculair), en was er geen tijd meer om met de bus naar beneden naar de Kaap zelf te rijden. Jammer, maar Hans is er in ieder geval al in 2003geweest, en uiteindelijk is het niet echt het zuidelijkste puntje van Afrika of de grens van de twee oceanen (in beide gevallen is dat Kaap Agulhas), hoewel het niettemin natuurlijk wel veel geschiedenis heeft. Hans besefte tot zijn schok dat het precies 10 jaar geleden is dat hij hier laatst was!



We hadden in de bus doorgegeven of we met de lunch steak of vis wilde eten, en na de Kaap was het tijd om te gaan lunchen. Ook dat was weer redelijk op zijn Afrikaans; Hans en ik hadden beide steak genomen, maar toen we bij het restaurant kwamen besefte we dat we beter vis hadden kunnen nemen, want het was een visrestaurant. En dat betekende dus dat het serveren van de vis redelijk soepel ging, maar wij vleeseters moesten wachten tot alle viseters al lang en breed aan hun vis begonnen waren voor wij eten kregen – en sommige mensen werden zelfs volledig overgeslagen en hebben nauwelijks of zelfs helemaal niet kunnen lunchen, behalve dan de sla die al klaarstond toen we aankwamen! Ik denk dat ons geluk in die zin was dat we aan het tafeltje dichtste bij de grilkeuken zaten, en dus het meest zichtbaar. Het vlees zat vol pezen en was zelfs half rauw, maar verder goed van smaak en kwaliteit, en het ijsje toe was gelukkig heerlijk...


Na de lunch zijn we in Simon’s Town naar de Afrikaanse pinguïns gaan kijken: er is op Boulder Beach een kleine kolonie van deze kleine pinguïns ontstaan toen zo’n 30 jaar geleden een paar pinguïns neerstreken en niet meer weggingen. Hans was hier ook al eens geweest, tien jaar geleden, en dacht te herinneren dat het toen niet zo toeristisch was (er was zelfs een toegangspoort met kassa gemaakt, terwijl hij toen zo het strand op liep), maar het was nog altijd wel grappig om te zien. We liepen over houten vlonders door de duinen naar het strandje, en zelfs in de duinen zelf waren al individuele pinguïns te vinden die in de schaduw lagen te rusten of op de stenen zichzelf te zonnen. Het rook licht naar de pinguïnkolonies die we in Antarctica gezien hebben (een soort trassigeur, oftewel garnalen), en je hoorde overal om je heen een soort geitengeblaat. Op het strandje zelf lagen een heleboel pinguïns, en het zijn altijd leuke dieren om naar te kijken.



Terug in de bussen zijn we naar de haven gebracht, en de lokale gids van onze bus was helemaal trots dat we vijf voor vier in de haven bij onze boot aankwamen. Het was alleen helemaal niet onze boot, maar een veel groter en luxer schip, de Star Ruby! Alle vier de bussen hadden de verkeerde ligging doorgekregen, en na wat verwarring en gemanoeuvreer zijn ze allemaal weer omgedraaid en rond het havengebied gaan rijden tot we uiteindelijk bij een andere terminal uit konden stappen. Daar lag gelukkig wel de bekende vorm van de MS Expedition... We waren dus uiteindelijk toch een kwartiertje te laat... Maar gelukkig gaf dat niet. We werden gelijk aan boord geloosd waar een heel team van zwarte douaneambtenaren post had gevat bij de receptie om ons uit Zuid-Afrika te stempelen (in deze landen moet je altijd zowel in, als uit stempelen), en dan konden we inchecken in het schip. Onze paspoorten werden ingenomen voor de visa’s die geregeld moesten worden, een foto werd gemaakt ter identificatie voor het geval we kwijt zouden raken aan land, en we kregen onze scheepspasjes die gebruikt worden om bij te houden of we wel of niet aan boord zijn... Toen werden we naar onze hut gebracht op het tweede dek en konden we onze spullen uitpakken en onszelf installeren. Normaal gezien doen we nooit onze spullen echt uitpakken, maar aangezien we nu een maand lang op een plek blijven slapen hebben we onze tassen wel uitgepakt en de kasten ingericht. Er stond zelfs een fles wijn en een briefje waarop we aan boord verwelkomd werden en bedankt dat we nog een keertje met GAP geboekt hadden!



We baalde wel enorm van het feit dat onze patrijspoort (helaas, geen upgrade naar een raam zoals in Spitsbergen!) afgesloten was met een metalen schijf. Zo kunnen we niet naar buiten kijken, en misschien nog wel erger, kunnen we de garmin niet onze route laten volgen, aangezien hij met geen mogelijkheid een signaal door het metaal heen kon ontvangen! Na wat navragen bij de receptie en de bemanning bleek dit een vaste procedure te zijn dat bij vertrek (en storm) de patrijspoorten afgesloten moeten zijn. Op open zee moesten we het dus nog maar eens navragen.



Na een half uurtje of zo kregen we de oproep voor de verplichte nood-oefening. Dan gaat na een vooraankondiging voor de bemanning dat ze naar hun stations moeten gaan het algemene noodalarm (zeven korte stoten en één lange) en moet je je zwemvest en iets van een jasje meepakken en naar het verzamelpunt gaan. Het verzamelpunt is de lounge op het vierde dek, waar je aan de hand van een gekleurde strook op je zwemvest in groep A, B, C of D ingedeeld wordt. Daar wordt je naam omgeroepen, moet je je zwemvest aandoen, en als iedereen present is verkondigt de kapitein over de intercom “verlaat het schip”, en ga je per groep naar het vijfde dek waar de grote reddingsboten hangen. Daar zou, als het een echte noodsituatie zou zijn, nogmaals je naam afgevinkt worden, waarna we per groep in een reddingsboot moeten klimmen en de reddingsboten te water worden gelaten. Aangezien het maar een oefening is werd er nog even wat verteld over de reddingsboten en hoe alles werkt. Voor bemanning is zo’n drill om de zeven dagen verplicht, en zal hij er waarschijnlijk een stuk echter aan toe gaan. Voor passagiers hoeft het gelukkig maar één keer per reis, binnen 24 uur nadat je aan boord bent gekomen. We hebben het tot nu toe op iedere boot ( Antarctica, Galapagos, Spitsbergen, en Noorwegen) moeten doen behalve het zeiljacht in Turkije, en het blijft altijd wel een grappig gezicht om iedereen met een groot oranje onhandig zwemvest te zien klungelen.



Na de oefening waren we in principe vrij tot 18:30 wanneer we een algemene introductie zouden krijgen in de lounge, en aangezien het bijna 18 uur was zijn we gauw onze zwemvesten terug gaan brengen naar onze hut en terug naar dek vijf gegaan om te zien hoe we om 18 uur vertrokken uit Kaapstad. Het was inmiddels windstil, de zon scheen laag op de horizon want die zou over een half uurtje ondergaan, en de Tafelberg was weer bijna helemaal uit de wolken, dus het was een hele mooie afvaart. Wij hebben altijd een beetje een gevoel van avontuur, het gevoel van vertrekken op een REIS met hoofdletters, als we met zo’n schip wegvaren. We denken dat ook dat de vier-maandse reis om de wereld per vrachtschip er wel ooit zal komen, want luxe cruisen is niets voor ons maar het op zee zijn, op reis, onderweg dat vinden we heerlijk. Toen we maar net begonnen waren met wegvaren verscheen opeens een zeehond in het water vlakbij het schip; we hebben een tijdje gekeken terwijl hij speelde in het water, tot hij weer verdween. Tijdens het manoeuvreren uit de haven kwam de loodsboot langszij varen om de loods op te halen, en dat gebeurden precies onder ons dus we hadden er perfect zicht op!



Toen was het onderhand tijd om een plekje in de lounge op te zoeken met een mok thee – er staat altijd een tafel bij de ingang van de lounge waar je koffie en allerlei soorten thee kunt halen, en mariakaakjes en andere koekjes mag pakken uit een grote bak die altijd bijgevuld wordt. Tijdens de introductie werd een beetje verteld over hoe dingen aan boord zouden gaan, en de hoofd expeditieleider deed zichzelf en de rest van het team expeditieleiders voorstellen. De hotelmanager deed zichzelf ook even voorstellen (een hele belangrijke dame aan boord want die coördineert het schoonmaken, eten en drinken aan boord!), en de scheepsdokter deed ook even een praatje. Deze scheepsdokter was een heuse Afrika-veteraan, die regelmatig diep in landen zoals Somalië, Mali en andere arme landen epidemieën en dergelijke bestrijdt en waarschijnlijk de meest afschuwelijke dingen meemaakt en ziet. Ze is ook een paar keer in Nigeria geweest. Voor haar is het werk dat ze hier aan boord kan verwachten dus waarschijnlijk puur vakantie! Haar man is mee, en dat zien we vaker dat dokters tegen kost en inwoning en meestal met een korting voor de partner meereizen op schepen als scheepsdokter.



Na de introductie was het dan eindelijk tijd om te gaan eten... De menu-opties zijn uitgebreid: de vorige keer in Spitsbergen kon je uit twee opties en vegetarisch kiezen, nu waren het wel drie gewone en een vegetarisch voor het hoofdgerecht, waarvan dan een ander gerecht eventueel ook als vegetarisch bereid kan worden. Wij namen een voorafje van gegratineerde mossels, een hoofdgerecht van varkensvlees met mosterdsaus en puree en spruitjes, en als toetje nam ik een crème brulee en Hans fruit. Erg lekker! We waren aangeschoven bij een Australisch stel en hebben nog tot na negen uur zitten kletsen, voor het tijd was om naar onze hut te zwalken – het schip rolde enigszins en we hebben nog geen zeebenen – en te douchen en naar bed te gaan. Bij mij ging het licht geloof ik gelijk uit, Hans heeft niet echt heel goed geslapen maar wel iets beter dan de laatste dagen volgens mij.


Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters