Dinsdag 16 april: Sao Tomé, Sao Tomé & Principe – 299 km gevaren

Om 5 uur vanochtend zijn wij dan echt over de evenaar gevaren. Helaas hebben ze dat niet omgeroepen of bijvoorbeeld de scheepshoorn gebruikt, dat hadden we wel leuk gevonden – maar we snappen ook wel dat niet iedereen op zo’n aankondiging zit te wachten om 5 uur ’s ochtends... Iets voor het ontbijt zijn we naar dek 7 gegaan om te kijken hoe we dichterbij Sao Tomé voeren; het eiland lag in de regenwolken, en op de horizon om ons heen zagen we ook donkere regenwolken. Het was lekker “afgekoeld” – waarschijnlijk nog dicht tegen de 30 graden hoor! Maar het voelde in ieder geval koeler en er was een lekker zeebriesje. Op zee zagen we piepkleine eenpersoons-vissersbootjes varen, en rond een uur of 7 gingen we voor anker voor de kust en het plaatsje Sao Tomé, de hoofdstad van het eiland Sao Tomé.



Een aantal van onze zodiacs voeren naar de kust om de douane en havenpolitie en wie weet wat nog meer op te halen en naar de MS Expedition te brengen. Dat is onder andere natuurlijk om iets meer controle te hebben over wanneer ze aan boord zouden komen... Het duurde uiteindelijk toch nog een hele tijd voor de groep ambtenaren eindelijk aan boord waren – pas rond 8:30 kwamen de twee zodiacs vol met ambtenaren langszij. Toen duurde het nog eens tot iets voor 10 uur voordat Hans en ik eindelijk aan de beurt waren om naar land gebracht te worden, samen met de laatste passagiers aan boord. We werden met ongeveer 20 man in een minibusje gepropt, de chauffeur sprak geen woord Engels maar de gids kon redelijk goed Engels en leek op Eddie Murphy! Hij was ook net zo vrolijk en maakte net zo veel grapjes...



Met de gids ondertussen non-stop pratend reden we de stad uit richting een waterval en een koffieplantage. We reden al gauw in de jungle, langs allerlei huisjes, stalletjes, mensen en voertuigen. De huizen zijn vaak heel mooi, op palen met een beschutte veranda en mooie trappetjes naar boven. Een enkel huis is heel mooi onderhouden, anderen vallen van ellende in elkaar. In de tuinen en het wild staan grote bomen overwoekerd door lianen en parasieterende of in symbiose levende planten. Daartussen vaak een dik tapijt van struiken. We zagen onder andere bananenbomen, palmbomen (oliepalmen, kokosnoten, enz), mangobomen, papayabomen, broodvruchten, cacaobomen, koffiestruiken, allerlei prachtige bloemen en klimplanten... één grote groenexplosie! Iemand zei vandaag dat je het groen bijna kunt horen groeien, en zo voelde het inderdaad... Echt de tropen!



De mensen waren wat geslotener dan Angola maar veel opener dan Congo – vaak keken ze wel heel serieus maar als je zwaaide kon je toch wel een verlegen glimlachje en soms een zwaai terug krijgen. De kinderen waren wel heel vrolijk en open en nieuwsgierig en zelfs de allerkleinste zwaaide vaak vrolijk terug. De weg had af en toe wat gaten maar ze waren eraan aan het werken en er waren ook flinke stukken mooi glad nieuw asfalt; tot de asfaltweg opeens stopte en verder ging als een onverharde weg. Inmiddels waren we echter een flink eind van de stad vandaan en bijna bij de waterval. Op het laatst werd het weggetje zo slecht dat onze chauffeur moest stoppen; het was nog maar een paar tientallen meters maar we hadden de indruk dat hij ons het liefst vóór de waterval afgezet had! Dat ging alleen niet, want er was een kleine aardverschuiving geweest waardoor de weg deels versperd werd door een omgevallen boom.



De waterval was heel mooi, echt een waterval in een tropische jungle, aan alle kanten omringd door een groene muur. Er was een brug gemaakt waardoor we voor de waterval konden staan, maar je kon ook langs de zijkant omlaag naar het vijvertje ervoor en op een spekglad houten bruggetje er vlak voor gaan staan. Een ideale foto-kans natuurlijk! En we moesten oppassen toen we op het bruggetje stapte want niet alleen was het kleddernat en dus heel glad, maar er kwam zo’n sterke wind van de waterval vandaan dat je bijna het water in geblazen werd! Het was heel erg leuk om er te staan en rond te kijken en die ondoordringbare groene junglebergen om je heen in je op te nemen. Erg mooi! En je bent kleddernat naderhand, maar aangezien het tropisch is en het water van de waterval lekker warm is, geeft dat niet.



Na de waterval hobbelde onze busjes terug over het onverharde pad en terug de asfaltweg op tot de afslag naar de Monte Café koffieplantage. Ik heb onze gids niet helemaal goed kunnen verstaan maar het was in ieder geval een koffieplantage die opgericht is in de slaventijd, en vroeger (of nog steeds) ook cacao kweekte. Het was een drukte van belang want er was ook een school en er waren veel mensen die rond liepen en naar ons idee daar werkte en woonde. We kregen een rondleiding door de enorme open schuren die vroeger koffiebonen roosterde – want moet dat fantastisch geroken hebben! En we konden wat koffie proeven, die hebben Hans en ik echter niet genomen want het is arabica en dat is al van zichzelf pittige koffie, maar je kreeg ook nog eens kleine bekertjes sterke koffie...



Op een soort open pleintje stonden wat vrouwen van de koffiecoöperatie te dansen op de muziek die wat mannen stonden te maken, en daarom heen liepen en zaten mensen te kijken of hun werk of bezigheden uit te voeren. Overal liepen kinderen rond, veel kinderen volgden ons toeristen ook natuurlijk; er waren er echter weinig of geen die echt aan het bedelen waren voor dingen, hoewel dat ook wel kon verschillen per persoon – bij ons blijven ze meestal nooit lang bedelen; niet omdat we onaardig zijn hoor, maar we geven meestal duidelijk aan dat we niks hebben. De kinderen waren leuk om te zien en vonden het duidelijk ook heel leuk om zo’n hele meute witneuzen te hebben om mee te spelen!



Onze gids had een strak schema (waar we heel de dag op bleven achterlopen omdat we al met een achterstand begonnen waren) en hield er dus een stevig tempo in, want wij wel lekker vonden. Hij deed het ook heel leuk en grappig en wist men ook wel vaak toch redelijk vlot weer in de bus te krijgen als het tijd was. Na de koffieplantage was het tijd voor de lunch, en werden we weer richting de stad gebracht naar een restaurantje aan de rand van de zee helemaal aan de andere kant van de stad. Aangezien wij steeds bijna de laatste bus waren, waren we ook als laatste bij het restaurant; er stond dan ook een enorme rij voor het buffet, maar gelukkig loste die zich redelijk gauw op. Het eten was vooral lokale keuken, meer variatie dan dat we tot nu toe gehad hebben, best lekker ook; we kregen veel tropisch fruit, en veel lokale wortelen, bakbananen en knollen te proeven.



Na de lunch werd ons groepje door Etienne, onze Eddie Murphy gids, weer bij elkaar geraapt en naar ons busje gestuurd – we liepen zelfs voor op de andere groepen – maar het vertrek ging toch niet zo vlot als gehoopt want ons busje had een lekke band! De chauffeur moest hem verwisselen in een plotselinge tropische regenbui, en zo waren we toch nog weer de laatste die vertrokken... Via een omweggetje via het vliegveld om naar het oude Biafra-vliegtuig te kijken dat nu een restaurantje was zijn we weer de stad ingedoken naar het nationaal museum, dat in een heel mooi oud fort was. Van het museum zelf was weinig tot niets te zien, omdat door de regenbui de stroom uitgevallen was en de kamers volledig donker waren! Maar dat vonden Hans en ik niet zo erg want het fort was honderd keer mooier en interessanter om naar te kijken: met twee mooie steile trappen die het door midden sneden, een vuurtoren aan een kant en een prachtig uitzicht vanuit de kantelen over de baai en het strand met zwarte keien en koraalzand.



Volgens Etienne’s schema (waar we nog altijd op achterliepen) moesten we nu weer kriskras de stad door naar een klein kerkpleintje waar een maskerade bezig was – in de regen, die sinds de lunch af en aan terugkwam. De maskerade was leuk om naar te kijken, met een man op stelten, een soort politiepersonage en een hoop nep-gevechten en achtervolgingen in de dans verwerkt. De politiepersonage had mij al gauw in de smiezen en kwam al dansend naar ons toe, deed wat gebaren in zijn rol en sleepte mij toen mee voor een rondje te dansen voor hij weer terug de groep in dook! Het was wel leuk en grappig, ik vind het dan alleen jammer dat ik niet zo flexibel kan bewegen als zij... Zeg maar gerust als een bezemsteel dus, vergeleken met hun!



Toen de dans ten einde kwam, kwam de politiepersonage, nog altijd gemaskerd, wat dingen tegen ons zeggen in hun versie van Portugees (bijna totaal niet te verstaan). Hij vroeg om wat geld om wat te drinken, maar deed niet moeilijk toen we zeiden dat we niets hadden, en was op een gegeven moment een heel gesprek tegen mij aan het houden dat leek te suggereren dat hij me wel interessant vond, tot hij opeens uit het niets aan Hans gebaarde en vroeg of we getrouwd waren. Toen ik dat bevestigde en zei dat Hans mijn “marido” was (Spaans voor echtgenoot, en misschien in het Portugees vergelijkbaar?) moest de man lachen en feliciteerde Hans uitgebreid. Ik kreeg de indruk dat hij vond dat Hans het goed voor elkaar had, hij deed Hans ook op zijn Afrikaans de hand schudden: gewone hand onderlangs, dan bovenlangs, en dan weer gewoon onderlangs vastpakken.



Volgende punt op het programma was de lokale stadsmarkt: een grote loods, donker, vol stalletjes, koopwaar en mensen, lawaaiig, chaotisch... Hans en ik vonden het heerlijk! Het was heel moeilijk om foto’s te maken omdat het zo donker was (de schoenmakers hadden zelfs extra kaarsen neergezet om gedetailleerd te kunnen werken), en foto’s van mensen moest je altijd eerst even checken met de mensen zelf, maar het was heel leuk om rond te kijken. Na de markt reden we weer kriskras door de stad naar de grote kerk die eerder op de dag nog dicht was; nu was hij open en hadden we, volgens Etienne, 10 minuten om te bidden – een grapje, al waren de 10 minuten geen grapje! De kerk had Portugese blauw-witte tegelwanden, heel apart om te zien.



Na de kerk moesten we nog per se even langs een postkantoor voor briefkaarten en postzegels voor een paar passagiers in ons groepje (die zaten daar al heel de dag over te zeuren) – dat duurde best lang want het was blijkbaar ook niet zo makkelijk om de precieze aantal postzegels uit te tellen voor het aantal kaarten dat sommige mensen kochten... Hans en ik moesten vooral lachen om de verhitte gezichten om een paar postzegels te kunnen kopen! Hans heeft nog even heel vriendelijk uitgelegd dat je tegenwoordig zoiets als email hebt. Toen kwamen we aan het einde van deze drukke dag, en werden we afgezet bij een souvenirwinkel. De winkel was piepklein en half leeg, maar lag wonderlijk genoeg vlak bij het fortmuseum (we waren door onze omzwervingen volledig onze oriëntatie kwijtgeraakt), dus zijn we daar naar toegewandeld terwijl anderen zochten naar dingen om te kopen.



Terug in de haven was er net een zodiac die klaar leek om te vertrekken, maar Hans en ik hadden geluk, er waren nog 4 plekken over in de zodiac en niemand in ons busje leek verder haast te hebben om uit te stappen dus wij offerde ons maar op! De terugtocht naar het schip duurde volgens mij zo’n 10 minuten, en we werden flink door elkaar gehobbeld door de golven, die ruw waren. Maar we hebben ervan genoten, het is altijd leuk in zo’n ding te zitten! Terug aan boord hebben we onze natte spullen nog even aangehouden omdat het inmiddels tegen 17 uur aan was en Neptunus om 18 uur verwacht werd, maar toen werd opeens aangekondigd dat Neptunus vertraagd was en voorlopig nog niet bekend was wanneer hij zou komen opdagen. Tja, toen zijn we maar gelijk gaan douchen en opfrissen.



Tijdens de briefing voor morgen bleek dat iemand opgevangen had dat we TERUG aan het varen waren naar de evenaar, en toen snapte Hans en ik het mysterieuze gedoe rond het feit dat Neptunus eerst wel, en toen niet langs zou komen al weer wat beter, en snapte we ook waarom er zo’n rare route op de kaart had gestaan die we gisteren op de brug gezien hadden. Op die kaart was namelijk onder de waypoint van Sao Tomé een lijn recht naar beneden getekend, zo onnatuurlijk dat ik eerst dacht dat het een soort hulplijn of zo was. Tijdens het eten kwam opeens Neptunus en zijn gevolg samen met een paar piraten en de kapitein de eetzaal in (bijna alle expeditieleiders hadden zich uitgesloofd en soms prachtige kostuums uit niks geknutseld!), en was een man die die dag jarig was de pineut. Hij moest een (in plastic ingepakte) vis kussen en Neptunus eren, want welke onverlaat is er nu tenslotte jarig op de evenaar! Hij kreeg er een mooi verjaardagsfeestje voor terug en meer aandacht dan hij ooit gedacht had (hij reist alleen zoals zo veel op deze reis, en was volgens Hans een beetje sipjes aan het kijken eerder die dag) dus vond het volgens mij allemaal prachtig!



Na het eten zijn we snel afgetaaid naar onze hut en naar bed, want we waren hartstikke moe. Het was wel een hele leuke dag geweest en de reis leeft qua actie en ervaringen weer flink op hiermee. Morgen doen we het buureiland Principe aan...


Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters