Woensdag 17 april: Principe, Sao Tomé & Principe – 340 km gevaren

Vanochtend vroeg gooide we het anker uit bij een luxe resort op het eiland Principe; Bom Bom, gebouwd in een baai met een mooi zandstrandje, waarbij het restaurant op een klein eilandje van basalt gemaakt is dat uit het grote eiland steekt. Vanuit het schip had het eiland iets uit een avonturenfilm of -verhaal: een bergachtig eiland met rotsen in zee en mooie stranden met palmen, helemaal met jungle bedekt, de hoogste steile pieken mysterieus in donkere wolken gehuld terwijl de rest er duidelijk zichtbaar bij lag. Die hoge pieken leken wel miniatuur suikerbroodbergen. Het water was glad en het geheel lag er prachtig bij. Het zag er dus goed uit!



We zaten ons al een paar dagen erop te verheugen om hier te gaan snorkelen, en gisteren werd aangegeven dat we snorkelgerei konden huren bij het resort (hmm... hoort eigenlijk inbegrepen te zijn, maar goed), maar vanochtend werd opeens aangegeven dat er geen snorkelmateriaal beschikbaar was! Dat was een flinker domper, gelukkig had ik mijn zwembrilletje nog in de tassen gegooid zo van, ach je weet maar nooit... Dan hebben we in ieder geval iets! En de planning voor vandaag is ook een paar keer veranderd. Eerst was plan A om ’s ochtends een paar natuur- en vogelwandelingen te maken en over de dag verspreid een paar verplaatsingen naar Sao Antonio, de “hoofdstad” (groot woord voor zo’n klein eiland, het hele eiland is maar zo’n 100 vierkante km). Die verplaatsingen zouden vanaf het resort per 4wd zijn, omdat de wegen onverhard zijn en zo slecht door de regens dat ze nauwelijks begaanbaar waren. Ondertussen kon je gaan lunchen in het schip. Plan B, die wat iedereen betreft de voorkeur had maar afhankelijk van de situatie al dan niet uitvoerbaar zou zijn, was om ’s ochtends ons ding in het resort te doen, lunchen aan boord, en met iedereen aan boord het schip zelf verplaatsen naar de hoofdstad en dan per zodiacs naar land varen.



Het bleek vanochtend echter dat plan B niet mogelijk was, omdat het rond de lunch laagtij zou zijn waardoor het schip ver uit op zee voor anker zou moeten gaan, en de zodiacs een lange, modderige, natte landing zouden hebben op het strand. Plan B ging dus niet door, dat had de kapitein besloten - en zijn wil is wet aan boord. Plan A moest ook gewijzigd worden, omdat het zo veel geregend had dat San Antonio zo goed als onbereikbaar was over land; de wegen waren in modder veranderd, waardoor de 4wd’s er uiteindelijk wel doorheen zouden komen maar het zo langzaam zou gaan dat het heel je dag zou kunnen beïnvloeden – plus, wat als ze vast komen te zitten. WANT, er was nog iets: vanwege nieuws in de piraterijsituatie (die wij niet te horen kregen) voor de kust van Nigeria was er op aanraden van de veiligheidsadviseurs, de bewaking en de verzekering aangedrongen om een nieuwe, langere route naar Benin te varen en Nigeria nog meer te vermijden dan al de bedoeling was. Daardoor moesten we vandaag niet om 17 uur, maar al om 15 uur vertrekken om overmorgen op tijd in Benin te kunnen zijn!



Goed, als we niet naar het stadje konden, en het niet mogelijk was om te snorkelen, dan vonden Hans en ik het niet erg om wat eerder te vertrekken: zo’n resort op zich is uiteindelijk toch niks voor ons. Het stadje missen vonden we ook niet zo heel erg; we zouden wel gegaan zijn als het mogelijk was, in het kader van je bent er nu toch en je komt er waarschijnlijk nooit meer, maar na onze heerlijke dag gisteren op Sao Tomé zou Sao Antonio vast niet zo heel veel extra bieden qua ervaring in Sao Tomé & Principe! Principe is het armere van de twee eilanden en het stadje was dus ook redelijk vervallen volgens de hoofd expeditieleider...



Wij rekende uit dat we ons best heel de ochtend bezig konden houden hier: 8:30 aan land beginnen met de wandeling, die duurt zo ongeveer anderhalf uur, dan om 10:30 een uurtje met de zodiacs rondcruisen voor de kust, en dan nog een half uurtje of zo zwemmen, aankleden en op ons gemak richting het schip gaan – dan was het al gauw 12:30 voor we weer aan boord waren en hadden we een leuke ochtend gehad.



Omdat ze om en om rouleren met wie er als eerste van boord mogen, waren wij vandaag als eerste aan de beurt. En omdat we nog in hetzelfde land zitten en geen douane nodig hadden, en we voor een resort lagen dus geen havenpolitie of zo die aan boord wil, konden we redelijk volgens planning om 8 uur beginnen. We stonden dus om 8:15 aan land op een klein rotseilandje voor de kust waarop het restaurant en de pier van het resort gemaakt waren – om bij het vaste land en de rest van het resort te komen moest je over een houten brug lopen, wel leuk gedaan. We kregen als welkomstdrankje gelijk een jonge kokosnoot vol kokosnootwater in de handen gestopt; lekkerrr! Dat is lang geleden! Terwijl we even zaten te wachten tot er genoeg mensen aan land waren om aan de wandeling te beginnen deed een ober de kokosnoten voor ons openhakken; dat viel alleen een beetje tegen, omdat het vruchtvlees nog zo jong was, was het dun en een beetje slijmerig, geen fijn gevoel in je mond. Ouder vruchtvlees (dan is er minder kokoswater in de kokosnoot) is dan toch vele malen lekkerder.



De wandeling vertrok vanaf het vasteland, over het strand tot aan een rivier, en dan verder inland via de jungle. Conrad en Steve liepen met een blanke gids mee, een Portugees meisje die naar Sao Tomé & Principe gekomen was op zoek naar werk omdat er in Portugal weinig is voor haar. Na de eerste wandeling zouden zij het zelf verder kunnen doen, en dan nemen ze andere groepen van ons schip mee. Ook liep met ons iemand mee met een machete om de weg indien nodig vrij te maken. Conrad liep voorop met ons om dieren te kijken, en Steve met een andere groep achteraan om vogels te kijken. In de praktijk zagen wij in de dierengroep volgens mij die eerste wandeling nog het meeste vogels! Het was een hele leuke, mooie wandeling, en Hans en ik en de rest hebben, ondanks dat we het voor ons gevoel niet eens zo heel heet hadden, letterlijk lopen stromen van het zweet! Onze kleren waren na de wandeling gewoon doorweekt.



Op het strand zagen we kleine en grotere krabbengaten in het zand, kokosnoten die de lokale man met zijn machete open hakte en ons liet proeven, en prachtige palmbomen die in sierlijke bochten boven het strand hingen. Ik spotte wat oude schildpadeieren, en Hans spotte een of andere malachieten ijsvogel die Conrad en Steve helemaal wild maakte: dat zijn allebei vogelaars en deze ijsvogel is in Sao Tomé en Principe blijkbaar de kers op de taart, te oordelen naar hun enthousiasme! Het zijn ook prachtige vogels, maar wij zullen nooit die opwinding van vogelaars snappen om een bepaalde vogel te spotten denk ik... Wij genieten dan weer wel van dieren, maar of het een A-luipaard of een B-luipaard is, wij vinden ze allebei fantastisch! In ieder geval, Conrad en Steve waren dus dolgelukkig...



We vonden op het strand een lege conchschelp, van een zeeslak die dodelijke pijltjes schieten en nog gevaarlijker zijn dan zwarte mamba’s: je hebt 30 minuten te leven als je geraakt wordt. Verder nog andere leuke schelpen, en natuurlijk prachtige bounty-uitzichten. Bij een riviertje die in zee mondde aangekomen moesten we deze oversteken en aan de andere kant verzamelen om samen de jungle in te gaan. Daar werd nog een bijzondere ijsvogelsoort gespot, en een hele grote krab onder een boomstam: hij moet zeker zo breed als een kokosnoot geweest zijn. Leuk!



De jungle was ook heel erg leuk: we moesten een klein heuveltje beklimmen, waarop een man afhaakte en terug naar het resort liep via het strand – hij vond het te zwaar. Maar we liepen door over dikke plakkerige kleiondergrond, dode takken, bladeren, kokosnootschillen en palmolienotenhulzen en boomstammen; heerlijk! Overal zag je grote gaten van krabben (wat een joekels!), en af en toe als we geluk hadden schoot er net eentje zijn holletje of een spleet in waarbij hij zich helemaal in een hoekje drukte zodat je er niet bij zou kunnen, of juist met beide scharen klaarstond om zichzelf te verdedigen... De begroeiing zelf was prachtig: enorme, overweldigende woudreuzen van een paar meter omtrek, palmen in allerlei soorten en maten, lianen, orchideeën, wurgvijgen en andere planten die op andere planten groeide, bomen met hoge wortels of rare stekels... Erg mooi allemaal, en ongelofelijk groen – je hoort het bijna groeien! We zagen nog een ijsvogelsoort die echt leek te poseren, en twee wevervogelmannetjes die aan het showen en vechten waren voor een vrouwtje. De bomen hadden de meest schitterende wortels, en met name een mahonieboom torende echt ver boven ons uit – prachtige bomen...



Op een gegeven moment moesten we het riviertje weer oversteken, maar dit keer diep in de jungle, en kwamen toen uit in een opening in het groen; hier was een kas waar ze inheemse soorten kweekte in het kader van een project om inheemse bomen en planten uit te zetten en daarmee de uitheemse soorten terug te dringen en de lokale dieren en vogels helpen. Dat was het einde van de junglewandeling, en over de modderweg konden we terug naar het resort lopen. Je kon zien dat het flink geregend had, er lagen diepe plassen en de modder was dik en plakkerig. We hebben foto’s gemaakt van een plant die zulke grote bladeren had dat ik er wel een dwerg naast leek, en we stonden al haast bij het bordje dat de ingang van het resort aankondigde toen Conrad, die voorop met ons liep, bevroor en riep dat hij een papegaai hoorde. Het is blijkbaar een soort heilige graal om African Grey papegaaien te spotten op Sao Tomé en Principe, en hij dacht nu eentje te horen. Er bleken wel 4 of 5 wilde African Greys in de boom vlak buiten het resort te zitten! Conrad kreeg er bijna weke knieën van, en Steve die toegesneld was toen Conrad het over de radio riep gaf hem een knuffel van blijdschap – hun hele reis is hiermee gemaakt geloof ik! Ze hadden uren later nog een dromerige blije blik in de ogen... :-)



De wandeling was dus een groot succes: we hebben er echt van genoten. We waren inmiddels doornat van het zweet en stonken geloof ik een uur in de wind, maar dat gold natuurlijk voor iedereen. Na even flink bij te tanken met water gingen we richting de pier want het was inmiddels 10:10 en om 10:30 zou er een zodiac-cruise vertrekken. We stapte in bij een zodiacbestuurder uit de Seychelles, die met ons een beetje langs de kust ging varen. Op een gegeven moment kwamen we een visser in zijn kano tegen die niet alleen vis bij zich had, maar ook kokosnoten. Blijkbaar had onze zodiacbestuurder eerder die dag al een partij vis voor de kok geregeld, en nu besloot hij wat kokosnoten te kopen; de visser zag dat wel zitten en kwam al gauw langszij om zijn kokosnoten te slijten. Toen hij wat dollars ontvangen had en wij de kokosnoten, liet hij zich weer wegdrijven. Zijn maat die verderop op zee bezig was zag ondertussen dat er misschien iets interessants aan de hand was bij onze zodiac en kwam ook eens buurten, en toen bleek dat hij niet alleen kokosnoten maar ook ananassen en papaya’s bij zich had kocht de zodiacbestuurder, Guy, daar een paar van.



Daar ter plekke deed Guy gelijk een van de ananassen schillen en in stukken hakken met zijn zakmes. Heerlijk, zoet en sappig! Inmiddels was de eerste visser weer teruggekomen omdat hij zag dat er nog steeds activiteit was bij onze zodiac, en zo lagen we al gauw met zijn drieën aan elkaar terwijl de vissers de rest van hun spullen en zelfs hun visjes omhoog hielden. De dollars vlogen in het rond want iedereen wilde wel wat dollars bijdragen, en we hebben bijna alle ananassen, wat papaja’s en kokosnoten gekocht die ze hadden. De eerste ananas was zo lekker geweest dat Guy gelijk een tweede slachtte en uitdeelde, dit keer met behulp van het vismes van een van de vissers. Heerlijk! Guy had de smaak te pakken en bood ons bananen aan; er was vlakbij een klein vissersdorpje en daar hadden ze misschien wel bananen...



Afscheid nemend van de vissers, die ieder zeker zo’n 5-8 dollar hadden weten te scoren, zijn we daar naar toe gegaan. De dorpelingen kwamen al aanlopen toen ze ons zagen aankomen, nieuwsgierig naar onze bedoeling. Helaas voor iedereen hadden ze geen bananen, maar het volgende dorp wel, wisten ze ons te vertellen. Dus wij voeren langs de kust naar het volgende dorp, ondertussen genietend van de mooie omgeving. Bij het tweede dorp kwamen ze ook weer nieuwsgierig aanzetten, en toen ze na wat heen en weer en handen en voeten begrepen dat we een tros bananen wilde rende wat vrouwen enthousiast naar hun huizen – die hadden ze wel! Ze zagen natuurlijk ook al de Amerikanen onhandig prutsen met hun zakjes met dollars, en daar wilde ze wel wat van hebben... Er kwamen kort achter elkaar drie vrouwen met trossen groene bananen aanzetten die ze wilde verkopen, en opeens riep een vrouw in de verte dat ze “madura” had – ik kreeg de indruk dat ze rijp bedoelde, dat is het tenminste in het Spaans... En iets later kwam ze met een mooie tros gele bananen aanzetten; die wilde Guy wel, en twee van de andere groene trossen, en zo werden we beladen met bananen! De dollars vlogen weer in het rond, want een van de passagiers was namens Guy (die aan het roer moest blijven) aan het afrekenen met dollars die hij van te voren van ons gekregen had, maar ondertussen stopte mensen de vissers ook nog eens extra dollars toe – Hans zat het een beetje te volgen en dacht dat we uiteindelijk voor de drie trossen bananen ruim 20 dollar afgerekend hadden... Geen slechte dag dus voor dat vissersdorpje vermoed ik.



Nadat we allemaal lekker een banaantje opgepeuzeld hadden stopte Guy bij een klein verscholen rotsstrandje waar een visser stond, voer de zodiac zachtjes het strand op en sprong eruit om wat palmbladeren los te hakken. De visser hielp met het terug in zee duwen, en toen dreven we min of meer terug richting de pier terwijl Guy even een lesje palmbladerenmandjes vlechten gaf; indrukwekkend hoe makkelijk en snel dat ging, en wat voor een effectief resultaat je kreeg! Hierna deed hij een windmolentje vouwen, en voor het echt een les palmbladorigami werd besloot Guy dat het wel weer voldoende was geweest en gingen we terug naar de pier. Weliswaar hebben we, los van wat krabbetjes, geen beesten gezien, maar zo was het toch een hele leuke zodiactoer geworden!



Het was tijd om eens lekker te gaan zwemmen. We hadden onze zwemkleding al aangedaan vanochtend, dus zochten wat strandstoelen op in de schaduw om onze spullen neer te leggen, en Hans lag er al in voor ik begonnen was met uitkleden... Het water was heerlijk; koel genoeg om verfrissend te zijn maar warm genoeg om niet koud te zijn. Het was ook wel helder, mooi blauw met een zandbodem, maar er was geen visje te bekennen. Iemand die zijn eigen snorkelspullen bij had gehad en uitgebreid gesnorkeld heeft gaf ook toe dat er maar zo’n drie soorten zwommen dicht langs de kust, dus we hebben gelukkig weinig gemist. Ik was er haast blij omdat er zo weinig te zien was, anders hadden we namelijk zo gebaald van het feit dat we niet konden snorkelen! En nu hebben we gewoon lekker een beetje kunnen zwemmen en dobberen in het water.



Toen we het zat waren zijn we even het zoute water in het zwembadje bij de bar gaan afspoelen, maar dat stonk zo vreselijk naar chloor dat we er al gauw uitgingen. Er was een buitendouche waar we zo goed en zo kwaad als het ging afgespoeld hebben, en toen hebben we ons in een van de voor ons vrijgestelde rondavels aangekleed. Het was inmiddels tegen 12:30 en dus zijn we richting de pier gewandeld om een zodiaccruise of een lift terug naar de boot te nemen, afhankelijk van wat eerst kwam. We hadden namelijk best nog wel een cruise gelust, maar waren moe, bezweet en stinkend dus als we direct naar het schip terug konden was het ook best geweest.



De eerste mogelijkheid was een lift terug naar het schip, dus hebben we dat gedaan, en aangezien er nog tijd was om te lunchen zijn we toch maar gaan kijken om nog een hapje te eten. Bleek dat er allemaal lekkere dingen waren! Balen... dat betekende dus toch een bord vol in plaats van een balansdag. Thuis doen we wel weer lijnen hoor! Na de lunch zijn we gaan douchen en al onze vieze dingen en zwemspullen uitspoelen; onze hut leek heel de middag wel een washok met de kleren die te drogen hingen. De steward die onze kamer schoonhoudt had een handdoekolifantje gevouwen; nu hebben we een handdoekaapje en een handdoekolifantje! We hebben in de middag een dutje gedaan en gewoon lekker gerust, en tegen de avond zijn we naar de brug gegaan om onze USB stick terug te halen – de hoofd beveiliging had ’s ochtends tegen ons gezegd dat we daar de stick op konden halen. Dat leverde echter wat consternatie op, want wel drie officieren wisten zeker dat de stick op de kaartentafel moest liggen, maar daar lag hij niet meer, en op de brug is er niets dat niet zijn eigen plek heeft... We zijn dus maar weer weggeslopen om ze niet voor de voeten te lopen, terwijl we ze verzekerde dat het echt niet erg was, die stick kwam wel weer boven water, en zij met z’n tweeën liepen te zoeken!



Wij gingen daarop naar dek 7 om een beetje uit te waaien, en we zagen in de verte de hoofd van de beveiliging staan dus we hadden zoiets van, die spreken we straks nog weleens over die stick. Iets later was hij verdwenen, en weer iets later kwam de eerste officier uit de brug en kwam naar boven toen hij ons daar zag staan, breed lachend: ze hadden overal zitten zoeken omdat die stick al heel de dag op zijn toegewezen plekje op de kaartentafel lag, en nu bleek dat de veiligheidsman die middag alleen op de brug was geweest en de stick weer had zien liggen, en zoiets had van ach, ik heb vanmiddag dienst dus dan kom ik ze wel tegen, kan ik hem net zo goed zelf aan ze geven... Misschien wel tien minuten voor wij op de brug kwamen! We hebben nog een tijdje staan kletsen met de eerste officier, die uit Canada komt en een vrolijke, aardige man is. Toen moest hij weer aan de slag en zijn wij wat thee gaan drinken in de lounge om te wachten op de briefing.



Dit resort was erg mooi, een tropisch paradijsje vol oorspronkelijke planten en dieren. En gek genoeg is het daardoor een soort oase of schuilplaats voor planten en dieren uit de rest van het eiland. Want Principe is grotendeels platgeslagen en gekapt om grote cacaoplantages op te zetten, dus het enige echte stukje oorspronkelijke regenwoud dat nog over is op het eiland is hier in Bom Bom te vinden. Wat dat betreft is het misschien wel beter dat we de dag hier in dit resort hebben doorgebracht in plaats van de rest van het eiland te verkennen – we hebben nu tenminste een voorproefje gehad van het echte oude regenwoud...



Wij hebben tot nu toe weinig te klagen over douaneformaliteiten: het enigste wat we zelf gemerkt hebben is toen we in Namibië langs de douane moesten. Voor de rest merken we er niets van, moeten we alleen in sommige havens wat langer wachten voor we van boord mogen. Vanavond vertelde het hoofd van de expeditieleiders tijdens de briefing dat toen we gisteren in Sao Tomé aankwamen en de expeditieleiders de douane op wilde halen om naar het schip te brengen, ze toch eigenlijk graag nog een persoonlijke check van ons passagiers wilde doen, maar niet aan boord, aan land. En of ze vanuit het schip alsjeblieft een tafeltje, stoelen en een parasol wilde regelen zodat ze gelijk als we uit de zodiacs op de kade stapte onze paspoorten konden controleren... Gelukkig hebben ze ze dat uit het hoofd kunnen praten! En blijkbaar was toen een persoonlijke check ook niet meer nodig, want we hebben weer niets gemerkt van alle douaneperikelen.


Routes

Aan land hebben we enkel in het resort doorgebracht, wat bestaat uit Bom Bom Eiland en een stukje van Principe Eiland:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters