Zaterdag 20 april: Lomé, Togo – 172 km gevaren

Vandaag was een hele andere sfeer dan gisteren; een stuk minder bruisend of levendig, niet gelijk grimmig maar toch niet echt vrolijk. Erg moeilijk om te omschrijven wat het was, want echt zien kon je het niet, maar het voelde anders. Conrad omschreef het vanavond tijdens de briefing wel goed: Togo is aan het opkrabbelen, maar Benin is al bijna aan het rennen. Daar is zo’n bruisende, aanstekelijke, enorme energie, en hier in Togo is het wat ingetogener. We werden er niet minder welkom door ontvangen in ieder geval: op de kade stond een buslading vol met traditionele dansers en muzikanten die wel twee en een half uur hebben staan trommelen en dansen in de hitte! Het ging vanochtend ongekend vlot met heel het ritueel van aan komen varen, wachten op de loods, de haven invaren, aanmeren, wachten op de douane, de douane aan boord laten, de immigratieperikelen doorlopen en wachten tot het schip vrijgegeven wordt en wij aan land kunnen. Zó vlot zelfs, dat we een uur te vroeg klaar waren met heel het gedoe! Daardoor mochten we al wel aan land, waardoor we een tijdje naar de dansers konden kijken... Met name de steltlopers waren indrukwekkend; ongelofelijk hoe handig die daarmee zijn!



Het eerste onderdeel van ons programma was gelijk al de fetisjmarkt. Niet iets wat je gelijk na je ontbijt zou willen doen, maar daar kunnen we wel tegen. Wat moeten we ervan zeggen zonder te oordelen? Tja... apart is eigenlijk het enigste waar we op kunnen komen. Fetisj is volgens de ethno-historicus aan boord geen goede omschrijving, en hij gebruikt het dan ook liever niet, hij gebruikt onder andere graag het woord “medicijn” – in de meer algemene zin van het woord die wij ook kennen van de Noord-Amerikaanse indianen in cowboyfilms, dat iets goed of slecht medicijn is. De “fetisjmarkt” is waar je je ingrediënten koopt voor medicijnen (al dan niet om echt in te nemen of op te smeren), voor offers aan de vodon-geesten, voor sessies bij een voodoopriester en voor speciale amuletten die je moeten beschermen, helpen of genezen. Zoals de lokale gids heel nuchter omschreef, het is alsof wij naar de apotheek gaan voor een hoestdrankje, maar dan anders. Aha, jaja... De rit er naar toe was in ieder geval zoals altijd weer een heerlijk schouwspel van alles wat op straat gebeurt.



Het was een pleintje met langs twee kanten ieder een rij met kleine stalletjes, met daarvoor tafels en daar weer voor vaak canvas doeken. En in sommige gevallen letterlijk metershoog gestapeld op de tafels en de doeken, en hangend van de daken en muren van de stalletjes waren honderden huiden, schedels, gedroogde koppen en ledematen, tanden, hoorns, vacht, vogelnestjes, kruiden... We zagen dode vogels, vissen, zoogdieren, reptielen, amfibien, zelfs insecten... Het rook er op een onbeschrijfelijke manier die in je neus en je porien ging zitten en je de rest van de dag af en toe nog dacht te ruiken... Vaak waren de verschillende soorten dode dieren of onderdelen keurig in rijen gelegd of netjes gerangschikt (het oog wil ZELFS hier tenslotte ook wat geloof ik)... Soms gewoon in een ogenschijnlijk willekeurige grote hoop op tafel gelegd. APART. En bij ieder stalletje proberen ze je souvenir-voodoopoppetjes (zonder kracht) te verkopen, en naar binnen te lokken om bij de voodoopriester plaats te nemen voor een sessie. We hebben bij één stalletje zelfs een gorillahand gezien, die echt op een speciaal krukje gezet was en duidelijk uitgestald was als iets heel bijzonders. Ongelofelijk. Het is gewoon bizar.



We werden vanaf het aanmeren gevolgd door een man met filmapparatuur: waarschijnlijk komen we weer voor in een of ander Togolees toeristenpromotiefilmpje... En gelijk toen we in de fetisjmarkt aankwamen werd ik aangeklampt door een aardige vrouw van een van de stalletjes, die gewoon een kletspraatje wilde maken in plaats van mij gelijk haar waar onder de neus duwen, dus ik heb er een tijdje mee staan praten. Ze kwam uit Nigeria, en wilde mijn vriendin zijn; ok prima, dat kan, maar meestal gaat dat een bepaalde kant op en inderdaad, op een gegeven moment wilde ze weten waar ik woonde in Nederland, wat mijn facebookpagina was, enz... Dan is het tijd om weg te wezen, want als ze eenmaal je gegevens hebben dan laten ze je nooit meer los en proberen ze je zover te krijgen dat je ze naar Nederland haalt of geld toestuurt. Haar ongeloof dat ik echt hand op mijn hart geen facebook had was enorm, maar ik kan er ook niets aan doen, ik zit niet op facebook en wil er ook niet op, zeker niet om met een Nigeriaanse fetisjverkoopster te babbelen! Ze werd toen ook gelijk een stuk minder vriendelijk en opeens niet meer geïnteresseerd, waardoor ik – na zelf vriendelijk afscheid nemen – weg kon wezen...



Na de fetisjmarkt werden we naar een artisanaal dorp gebracht – dat werd in ieder geval zo genoemd. “Dorp” was ernstig overdreven, het was een gebouwtje en binnenplaatsje met zo’n tien kleine winkeltjes waar ze wat batik, stoffen, houtsnijwerk en kralen verkochten... Maar echt van die toeristentroep, er zat weinig bijzonders tussen. De echte gewoven lokale stoffen waren er wel in hele minimale mate, maar daar moest je goed naar zoeken tussen de bedrukte namaaktroep. Maar ach, we hebben er even rondgekeken en toen een tijdje buiten op straat staan kijken en rondlopen. En weer kregen we heel sterk dat gevoel dat het anders is dan Benin. Het bruist niet, het is grauwer, er gebeurt minder op straat... Waarschijnlijk hadden we Togo fantastisch gevonden als we dat eerst gedaan hadden, maar na die heerlijke kleurrijke chaos van Benin is het een wat slap aftreksel.



Wat wel opvallend is dat de stalletjes hier meer in wijken georganiseerd lijken te zijn: er is een wijk die overwegend schoenen verkoopt, of overwegend bouwmaterialen. In Benin liep het zo op het eerste oog wat meer door elkaar, daar verkochten ze matrassen naast doodskisten naast sinasappels naast kleren naast golfplaten. En wat ons ook erg opvalt zijn de religieus-getinte namen van winkelstalletjes: zoals “geraakt door god kapper” of “heilige geest timmerman”... heerlijk!



Het was ondanks de beperkte keuze in stalletjes en inhoud toch best wel even wachten tot iedereen klaar was met kopen – want er wordt wat gekocht door die Amerikanen! En ze maken het ook behoorlijk lastig voor anderen om goeie prijzen te krijgen, want de meeste zullen iets kopen tegen de prijs dat het aangeboden wordt, en diegene die dapper genoeg zijn om te onderhandelen zullen er bijna niets af durven krijgen. Zo kocht een vrouw bij de fetisjmarkt van een straatverkoper een houten pot van zo’n 30 cm hoog weg die rondom versierd was met houtsnijwerk, best mooi – maar ze had er 50 dollar voor betaald, zo pats zonder te onderhandelen! Dus tja, Hans vond die pot ook erg mooi maar zou het nu nooit meer voor minder dan dat kunnen krijgen, en dat vond hij te gortig.



Toen iedereen dan toch uitgebreid de Togolese economie gesteund had, zoals onze lokale gids ons vandaag gevraagd had te doen, was het tijd voor een Afrikaans museum. Dat museum was uiteindelijk nog best wel te doen, er stonden veel mooie beelden uit Nigeria en het gebouwtje zelf was een soort hypermoderne villa aan de boulevard uit een andere tijd, dus dat was wel apart om rond te neuzen.



We zijn terug naar het schip gegaan om te lunchen, en dat was op zich niet verkeerd, want iedereen is moe, Hans slaapt zo slecht en stond af en toe bijna te tollen van de slaap, en het tempo lag vandaag ook wat lager, maar de uitstraling van het land dus ook een beetje. Dus om 12 uur stapte we weer aan boord, en na de lunch hebben we even in onze hut gerust tot het om 13:30 tijd was om richting een authentiek Ewe dorp te rijden. Daar zouden we een deel van de ingezamelde schoolartikelen doneren aan het dorpshoofd (oftewel koning, zoals hij blijkbaar genoemd werd), die ze dan op maandag aan het dorpsschooltje zou geven om uit te delen. We zouden ook welkom geheten worden door de koning en zijn gevolg, en dan vrij zijn om zelf rond te kijken in het dorp.



Het dorp lag een flink eind van de haven vandaan – we hebben er wel een uur over gedaan om er te komen. Het leek ook in niemandsland te liggen tussen de grenzen van Ghana en Togo, want we zagen wel al de waarschuwingsborden voor de douane in Togo (in dit soort landen ligt er altijd een strook “niemandsland” tussen de twee landen, waar je al wel het ene land uit bent, maar nog niet het andere land in)... We werden in het dorpsplein welkom geheten door water met maismeel over de grond voor onze voeten te gieten, en konden op bankjes plaatsnemen om de entree van de koning en koningin te zien. Er was een zang/dansgroep van zo’n 20 vrouwen, een trommelgroep van een aantal mannen die met al hun kracht op de grote trommels sloegen, en de entree van de koning en koningin werd vergezeld door oudere dansende vrouwen. Sommige van deze vrouwen stonden al krom van de reuma en schuifelde meer dan dat ze danste, maar ze deden het wel. Dit zijn de oudste vrouwen van het dorp, en onze entho-historicus noemt ze de “power-women”, de vrouwen met macht. Daarom dansen zij ook mee als de koning zijn entree doet – zij zijn de beslissingmakers, de machthebbers in het dorp – en niet de jonge maagden, zoals in sommige patriarchaal gerichtte culturen.



Het was wel interessant om rond te lopen in het dorp; de dorpelingen wisten dat we kwamen en heette ons welkom, en hadden vaak ook geen bezwaar tegen foto’s. Alleen een paar van de kinderen waren af en toe nogal vasthoudend in hun gezeur om dollars en pennen... We zijn een hele tijd geschaduwd door een stuk of 6 jongentjes die steeds om dollars vroegen; liever, dollars eiste! Want ze zeiden steeds “geef me een dollar”. Dus Hans zei dat je “geef me ALSJEBLIEFT een dollar” moest zeggen – toen ze dat in koor riepen zeiden we ook nee, want je moet in zulke situaties niks geven: het dorp als geheel krijgt al, en dat wordt eerlijk verdeeld, en als je de kinderen apart iets geeft gaan ze er onderling om vechten. Maar goed, we werden er dus door geschaduwd. Ze waren niet kwaadaardig, maar wel aan het zeuren – en ze wisten zonder het te kunnen weten precies waar ik ongeveer 20 dollar in briefjes in mijn broek verstopt had! Ongelofelijk, je kunt het echt niet zien van buiten maar op een gegeven moment wees een jongentje steeds die ene broekzak aan als hij om dollars vroeg.



We raakte de jongentjes even kwijt toen we de omheining van de voodoopriester en de heilige boom en offerplaats ingingen, maar al gauw volgden ze – het was duidelijk wel eng, maar met zijn zessen durfde ze het wel aan. Ach, en als we af en toe een grapje maakte konden ze er best wel om giechelen. Een keertje maakte ik een foto van alle zes, en toen ik hem liet zien gingen ze allemaal zichzelf aanwijzen. Terug bij het dorpsplein zijn Hans en ik tussen de oudere vrouwen gaan zitten, want daar was nog een bankje vrij en dat verveelde de jongetjes al gauw waardoor ze op zoek gingen naar een ander slachtoffer (keuze genoeg, met zo’n 50 witneuzen...).



Een van de aller-oudste vrouwen was op een gegeven moment geïnteresseerd geraakt in ons, en wilde weten wat wij waren van elkaar (man/vrouw, vader/dochter, kennissen...). Een dorpeling die een paar woordjes Engels kon, tolkte voor ons, en toen de vrouw begreep dat we man/vrouw waren, al 8 jaar samen (vandaag precies 8 jaar) en 3 jaar getrouwd waren, werd ze helemaal blij. Ze hadden natuurlijk gezien dat we samen door het dorp liepen, en (er ging een heleboel verloren in de vertaling) dat is blijkbaar een mooi iets als man en vrouw samen een zijn en van elkaar houden. Op de vraag hoeveel kinderen we hadden, zeiden we dat we twee hadden, en dat dat genoeg was, en hebben we strategisch vergeten te vermelden hoe oud ze waren of dat ze van Hans waren en niet van ons samen... maar volgens mij deden we het in haar ogen al helemaal geweldig.



Er waren vrouwen met manden vol met grote glazen kralen die tot armbanden gemaakt waren, en een rekje met dezelfde kralen in ketting-formaat; gemaakt van gerecycled glas waren de meeste heel grof, maar sommige heel mooi en fijn. Wij kopen echt bijna nooit souvenirs, want we doen er niets mee, en al kijk ik hier steeds graag naar de sieraden, ik heb me altijd prima kunnen inhouden omdat het gewoon niet zo veel voorstelde en/of niet mijn smaak was. Maar in die mand viel mijn oog gelijk op een dubbele armband van witte kralen met Delftsblauw gekleurde patroontjes – het voldeed aan mijn eisen voor sieraden; ik vind ze echt erg leuk, ze zijn uniek voor de streek (check, glaspoederkralen komen uit deze regio), goedkoop (check, 5 dollar voor 2 armbanden) en draagbaar (check, de kralen zijn niet te groot en redelijk fijngemaakt)... Er waren maar twee keer twee van deze soort armbanden, ze werden per twee verkocht, en de ene was al geclaimd door iemand, terwijl deze nog een twijfelgeval was voor iemand anders: gelukkig legde die ze weer terug, dus ik heb nu een stel echte Togolese Delftsblauwe glaspoederkralen!



Via een omweg zijn we terug de stad in gereden, en eerst nog even naar de grens met Ghana toe voor we terugreden naar de haven. Waarom was niemand echt duidelijk, behalve dat het misschien een bezienswaardigheid is om in je stad een grenspost te hebben... de briefing vanavond was om de een of andere reden op het achterdek, wat een grappig idee was, maar in de praktijk niet zo handig uitgevoerd: want we konden de sprekers nauwelijks verstaan, nauwelijks zien, en zaten als sardienen op elkaar gestapeld... Ach, het was zeker met de bedoeling zo van, dan doen we eens iets anders! De muzikant liet wat instrumenten horen die ze gekocht had en een wiegeliedje dat ze vanmiddag geleerd had, en voor de rest hebben we nog een beetje over de contrasten tussen Togo en Benin gepraat voor het programma voor morgen doorgenomen werd en we konden gaan eten. Morgen klinkt als een leuke maar ook weer vermoeiende dag! En overmorgen wordt dat ook... We zullen onderhand nog snakken naar die heerlijke rustige lange zeedagen! En ze nodig hebben om bij te slapen...



Tijdens de briefing en het avondeten zagen we mensen allerlei kralen, armbanden, bloezen en complete pakken dragen die ze vandaag in Togo gekocht waren – en dat zijn dan alleen nog de dingen die draagbaar zijn, dan praten we nog geeneens over het houtsnijwerk en de andere spullen. Er moet denk ik wel voor honderden als niet een paar duizend dollar uitgegeven zijn door heel het schip vandaag! We hadden gisteren voor de kust van Cotonou in Benin al heel veel schepen zien liggen, maar vandaag in Lomé waren het echt tientallen. Nu blijkt dat dat vrachtschepen (onder andere olietankers) zijn die langs de kust van Nigeria moeten varen en wachten op een militair escorte om in konvooi te kunnen varen, voor de veiligheid. Toen we ’s avonds de haven uitvoeren was heel de horizon verlicht met de lampen van de schepen – je kon in het donker niet goed meer zien wat land was, en wat schepen.




Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters