Zondag 21 april: Tema, Ghana – 213 km gevaren

Vanochtend was weer een verrassend snelle ochtend wat loods en douane betreft. We stonden opeens om iets over acht uur buiten op de kade; alles was echt weer heel erg vlot gegaan. Ook hier liggen voor de kust tientallen schepen – misschien ook te wachten op een militair konvooi voor langs Nigeria te varen? We stapten in een bus met airconditioning, bloemetjesgordijntjes en religieuze leuzen en plaatjes van Jezus. Heerlijk, Afrika! Ook zoiets typisch, als wij met de bussen ergens naar toe gaan en dan rondkijken, tenzij het echt urenlang is, zullen de chauffeurs de motoren steeds laten draaien en niet uitzetten – om gek van te worden!



Het eerste punt op het programma was het Shai nature reserve; zo’n 50 km van Tema vandaan, en een plek waar we weer eens wijde landschappen kunnen zien en koppies (granieten heuveltjes) in plaats van dicht bij de wegen te blijven. We kwamen bij het receptiegebouwtje van het reservaat waar de bussen even zouden parkeren voor een plaspauze (4 grote touringbussen vol blanken; je bent echt wel steeds een bezienswaardigheid als je zo rondrijdt in deze landen!). De chauffeurs waren een hele tijd bezig met de bussen te draaien en parkeren, wat wij raar vonden want we gingen toch het park in? Maar goed, wij stonden een beetje om ons heen te kijken en de hagedissen te fotograferen; toen er opeens een troep behoorlijk grote bavianen aan kwam door de bosjes! Dat was natuurlijk wel leuk, zelfs al stond ik in het begin alleen aan de kant van de bavianen met tussen mij en de rest van de groep een achteruit inparkerende bus, waardoor ik zoiets had van, ik moet er niet te dicht bij komen, stel je voor dat ze besluiten aan te vallen...



Maar de bavianen waren niet geïnteresseerd in ons – alleen in een van de bewakers van het park, want die kwam aanzetten met wat oud brood dat hij uitdeelde aan de bavianen; een paar kwamen het aanpakken of oprapen, de rest trok zich er weinig van aan. Toen werden we door onze lokale gidsen (je reist aan land in dit soort plekken in iedere bus met een aantal expeditieleiders van het schip, twee lokale gidsen, een lokale chauffeur, en vaak nog een of andere bewaking in de bus zelf – en meestal ook een politie-escorte die meerijdt) naar een omheining dichtbij gebracht waar een aantal struisvogels stonden. De mannetjesstruisvogels waren zichzelf aan het showen en aan het pronken, en de vrouwtjes hingen er geïnteresseerd in de buurt rond – een paar kwamen heel dicht bij het hek waardoor er een paar leuke close-ups gemaakt konden worden, mits je oplette voor je vingers en toestel! Blijkbaar werden de vrouwtjes helemaal wild van de mooie rode kuiten van de opgewonden mannetjes...



Toen werden we terug naar de bussen geroepen en reden weer uit het park. Hans en ik hadden eerst zoiets van, wat gebeurt er nou? We zijn pas een half uurtje en nog geen 100 meter het park ingereden! Maar toen bleek dat er in iedere bus een parkwachter ingestapt was en we door moesten rijden naar het volgende hek langs de hoofdweg. We hebben een mooie rondrit gemaakt door het park – gelukkig zaten Hans en ik in de eerste bus, waardoor we nog wat hertjes en zo hebben kunnen zien; of de andere drie bussen die achter ons aan ronkte ook iets zagen weten we niet! We kwamen aan bij een mooi klein koppie waar de parkwachter zei dat we naar boven konden lopen als we wilde, en er gelijk vandoor beende. Dus wij en nog een paar die geen moeite met lopen hebben (tweederde van de groep is nou niet bepaald jong en vlot ter been) gingen er gelijk achter aan. Het was een korte stevige klim naar boven, en een hele mooie maar hele hete wandeling; we stonden allemaal te stromen van het zweet toen we boven waren, maar het uitzicht was de moeite waard. Het deed mij sterk denken aan World View in Matopos, Zimbabwe, waar je ook op zo’n grote ronde granieten boulder naar de omgeving staat te kijken. Erg mooi!



Het afdalen van de rots was ook erg leuk, want we moesten echt langs de grote rotsblokken lopen en de baobabs die recht uit de rotsen leken te groeien. Soms moesten we zelfs een stukje met behulp van een touw afdalen. Onderweg naar beneden zagen we ronde vormen in het rotsoppervlakte, onze Ghanese gidsen legde uit dat dit slijtplekken waren van waar mensen met stenen granen en zaden hadden zitten malen. Terug bij de bus bleek dat iemand een oude granaat gevonden had, dus daar moest ook een foto van gemaakt worden natuurlijk!



Terug in de bus hebben we gelijk een paar flinke slokken water genomen want het was vandaag bloedheet – op zijn heetst rond de 37 graden, de bus had een thermometer. De lokale gidsen hier en in Togo zijn trouwens ongelofelijk enthousiast en praatgraag; ze staan vaak urenlang in de bus te vertellen tijdens het rijden, over van alles en nog wat over het land, en ze leren ons ook om te reageren zoals het traditioneel gedaan wordt; hij roept namelijk “A góhh” als hij iets wil gaan vertellen en dan moeten wij reageren met “A mehh”. Hij vraagt om onze aandacht en in feite om toestemming om iets te vertellen, en als wij niet reageren geven we aan dat we het niet willen horen...



Na nog een tijdje rondgereden te hebben in het park reden we terug naar de hoofdweg (niet te veel bij voorstellen, een tweebaans strook asfalt met potholes erin op plekken), zette de parkwachter af en reden door naar “Cedi Beads”, een fabriekje die handgemaakte glazen kralen van gerecycled glas, voornamelijk flessen, maakt. Om daar te komen moesten we door een stadje en een behoorlijk smal onverhard pad.



Hier, nog veel meer dan in Togo of Benin, zijn de bedrijfsnamen vaak de meest kleurrijke stichtelijke frasen: “God’s woord”, “God’s licht”, “Ga in vrede”, “De waarheid”, “Het woord”, “Jezus prins van vrede”, “Engelenhart”, enz enz enz, verzin het maar en we zagen het. Best grappig om een piepklein slagersstalletje, of een stalletje of hutje van een timmerman, kapper of sinasappelventer te zien met zo’n titel erop geschilderd. Je ziet ze ook op auto’s of vrachtwagens geschilderd, en onderweg zien wij tientallen Afrikaanse kerkgenootschappen en lokale religieuze leiders. Ongelofelijk hoe christelijk het is. Tegelijkertijd zie je ook regelmatig “natuurgenezer” of “divinatie” op handgeschilderde reclamebordjes langs de weg staan – voodoo dus. Omdat vandaag zondag was, waren de straten ’s ochtends redelijk rustig, een hoop stalletjes in de ochtend gesloten en liepen mensen in hun prachtige nette zondagse kleding over straat. ’s Middags gingen de stalletjes weer open en werd het weer drukker op straat.



Het kralenfabriekje was een omheind terrein met een paar mooie gebouwen (nou ja, voor lokale begrippen dan – wij zouden het simpel vinden van binnen); het was duidelijk dat het meneer Cedi, die dit opgezet had, voor de wind ging. Er stonden verder allerlei hutten met betonnen vloeren maar zonder muren op het erf waarin de ateliers waren – daar werd het glas gesorteerd en gebroken, de mallen met poederglas gevuld, de mallen verhit en de gloeiend hete glaskralen rond en met een gat erin gemaakt, en uiteindelijk de ruwe glaskraal gepolijst, beschilderd met glaspoederverf, en dan opnieuw verhit om de verf te laten smelten en hechten. Er werd wat over de geschiedenis en het maakproces verteld, maar Hans heeft ondertussen even naar zijn moeder gebeld omdat zij morgen jarig is en het vandaag zou vieren. Blijkt echter dat ze een lichte hartinfarct gehad had een tijdje terug (we wisten van smsjes wel dat ze even opgenomen was geweest vanwege hartklachten, maar niet specifiek waarom), en besloten had haar verjaardag niet meer zo uitgebreid te vieren als ze anders doet. Hans zijn zus en zijn dochter waren er echter wel met hun vrienden, dus we hebben hen ook nog even kunnen spreken. Hans zijn dochter beloofde voor mij foto’s te maken van de tuin, want alle bollen die ik van het najaar heb geplant zijn blijkbaar nu aan het bloeien!



We hebben wat rondgelopen op het terrein; eerst bij de kralen die uitgestald waren om te kopen, op de veranda – op het eerste oog vond ik er weinig tussenzitten dat echt bijzonder genoeg was... Er waren absoluut wel mooie eenvoudige kralen, maar niets dat er echt uitspringt of, zoals Hans het zegt, niet lijkt alsof het gewoon in Nederland gekocht had kunnen worden. Het bleek dat de prijzen van de gewone doorzichtige glazen kralen afhankelijk waren van de kleur: groenblauw is een makkelijke kleur glas, maar geel, rood of oranje zijn moeilijker te maken, omdat de juiste grondstoffen daarvoor minder vaak voorkomen – uiteindelijk wordt het merendeel van de kralen van flessenglas gemaakt, en hoeveel rode, gele of oranje flessen zijn er nu tenslotte, daar moet kleurstoffen aan toegevoegd worden! En ik heb weleens gelezen dat om echt dieprood glas te maken je goud-ionen moet toevoegen aan het glas. Deze kleuren zijn daardoor in ieder geval dus duurder. Wel logisch natuurlijk. Bij nader inzien was er wel een ketting van gele ondoorzichtige platte kralen met bruine vlekjes die ik leuk en draagbaar vond, en na wat getwijfel heb ik hem toch maar gekocht. Je kunt tenslotte niet over een paar dagen nog even terugkomen, het is nu of nooit! En uiteindelijk is 10 dollar voor een handgemaakte glazen ketting nog een koopje ook.



Terwijl ik in de rij stond om te betalen (de dollars vlogen weer in het rond, men heeft de halve winkel leeg gekocht geloof ik!) raakte Hans aan de praat met een van de lokale gidsen die net klaar was met mango’s snijden en schillen voor onze lunch. De pitten met wat vruchtvlees eraan lagen nog op het hakblok, en de lokale gids bood Hans dan ook aan om zoveel te eten als hij wilde, dit zou toch weggegooid worden. Dat liet Hans zich geen twee keer zeggen, deze streek is namelijk een mango-streek en bekend om zijn lekkere mango’s! Ze waren inderdaad heerlijk, en van de plakken-met-pit-erin konden we toch nog aardig wat vruchtvlees halen. Ik heb er twee op, en ik geloof dat Hans wel vijf van die plakken op heeft, al met al toch zeker een hele mango! Hij zat helemaal onder het sap, ze waren zo lekker zoet en sappig... Toen gingen we lunchen; dat was een teleurstelling, want we kregen een picknicklunch vandaag (eindelijk zijn ze verstandig) maar het flopte nogal want de sandwiches met ham en kaas waren precies dat, alleen een plakje ham en een plakje kaas. Geen kruimeltje boter, en ook geen mayonaise of andere sauzen om het mee weg te krijgen – en droog brood dat al een beetje richting oud ging... Geen succes. De rijpe stukken mango’s, banaan en ananas vlogen er dan ook nog meer als anders doorheen – de mango was zelfs al op tegen de tijd dat wij gingen lunchen, dus gelukkig maar dat we zo veel van de afvalstukjes gesnoept hadden!



Na de droge boterham weggewerkt te hebben zijn we gaan kijken naar een tweetal mannen die de basiskralen (dus alleen het gesmolten glas, geen patroontjes er nog op) aan het maken waren in een oventje, en hebben toen nog een beetje rondgewandeld op het terrein tot het tijd was om weer in de heerlijk koele bus te gaan zitten. Koel was een relatief begrip: buiten was het 37 graden, binnen 28, maar vergeleken met buiten was dat een wereld van verschil! We reden terug naar het zuiden, richting Accra dat vlakbij Tema ligt, en genoten zoals altijd van alles wat je langs de weg ziet. We zien hier in Ghana vaak kleine posters hangen op muren, die overlijdensannonces zijn; een foto van de overledene, zijn leeftijd, hoe en wanneer de begrafenis en ceremonie zullen verlopen, eigenlijk precies wat je bij ons in de krant vindt alleen dan kleurrijker, Afrikaans en met 14 kinderen in plaats van 2... Mensen lijken iets terughoudender te zijn op het eerste oog, maar als je lacht en zwaait zwaaien bijna altijd wel een paar volwassenen – en alle kinderen – terug. Met name de meisjes en vrouwen gaan dan ook breed lachen – ze lijken terughoudend omdat ze waarschijnlijk gewoon stomverbaasd zijn dat er 4 bussen met blanken langsrijden...



We reden vaak langs kleine dorpjes die hutjemutje op elkaar gebouwd zijn, dat het een wirwar is van golfplaten daken (je zit wat hoger in de bus en de huizen liggen vaak wat lager langs de weg, dus je kijkt erop neer), kleine binnenplaatsen, gangetjes en natuurlijk rij na rij winkeltjes aan de straatkant. In Accra gekomen reden we naar de artisanale markt; Hans en ik hadden al zoiets van oh nee he, niet weer souvenirs! Gelukkig was het een groter geval dan in Togo – het was echt een grote markt waar je aardig in rond kon slenteren. Je werd alleen wel gek van de verkopers die achter je aanliepen en je hun winkeltje in probeerde te lokken. Maar Hans en ik waren allebei in een hele goede stemming (je moet voor zoiets echt in de juiste vibe zitten) en we waren dus echt lekker bezig. Met de verkopers een praatje maken, handen schudden, grapjes maken dat we arm waren maar de Amerikanen achter ons rijk, aangeven dat ze mooie spullen hadden maar dat we niets zouden kopen, lachen en gewoon normaal doen eigenlijk.



Je kunt ook stug doorlopen en ondertussen “nee nee nee” zeggen, maar nu hadden we de tijd en de verkopers waren eerlijk gezegd ook altijd heel aardig: hand schudden op zijn Afrikaans, ons welkom heten, vragen waar we vandaan waren en echt oprecht gewoon nieuwsgierig naar die busladingen vol blanken die opeens in hun markt stonden! We voelde ons op ons gemak, ook best veilig zowel in het hoofdgebouw als in het chaotische gedeelte dat erachter ontstaan was – ik heb maar een keer gemerkt dat iemand bij het langslopen een vinger in mijn broekzak glipte, meer niet. En dat had nog per ongeluk kunnen zijn, al denk ik het niet – het was gewoon verkennend of er iets inzat wat de moeite waard was en gemakkelijk te pakken. Mijn mobiel zat erin maar die was gelukkig niet gemakkelijk te pakken, die zat diep weggestopt en ik houd meestal mijn hand erop in mijn zak, net zoals met mijn fototoestel... En Hans had even dat iemand zijn vinger in het lusje van zijn fototoestel stak en een rukje gaf, maar “oh sorry” zei toen hij merkte dat het goed vast zat en Hans alert was. Niks oh sorry – maar het werd heel voorzichtig gedaan, niet agressief.



We hebben van onze vriend Paul uit Kaapstad weleens tips gehad hoe je het beste met zwarte mensen om kunt gaan die je onderweg tegenkomt en die al dan niet een uniform hebben en al dan niet potentieel vervelend kunnen zijn. De truc is om heel veel humor te gebruiken, een beetje zelfspot, relaxed te zijn, handen schudden als je een hand aangeboden wordt of zelf je hand uitsteken, de ander aanraken door zijn arm vast te pakken of zijn schouder te kloppen tijdens het gesprek. Dat is met name omdat in het zuiden zwarte Afrikanen gewend zijn dat blanken (met name de Boeren) ze niet willen aanraken – als je dat dus wel doet onderscheid je je daarvan. Respectvol te zijn, luisteren, grapjes maken, eventueel de domme toerist uithangen, en altijd met veel humor en geduld reageren. Zelf hadden we dit al grotendeels gemerkt in onze omgang met douanepersoneel, politie, hotelpersoneel en andere uniformen, maar het was fijn dat hij het bevestigde en hij is er echt een meester in, zoals hij ons letterlijk langs vele roadblocks gepraat heeft in Zimbabwe was bewonderingswaardig!


En het blijkt dat deze tactiek ook perfect in dit deel van West-Afrika werkt. Maar we hadden ook twee hoofdroutines om van verkopers af te komen, allebei met veel humor, respect en vriendelijk doen: de eerste die we gebruikte was “nee joh, je hebt prachtige spullen, echt waar, maar wij zijn Nederlanders, wij geven geen geld uit, dat weet je toch. Deze reis was al zo duur... Maar we hebben veel Amerikanen in onze groep, en die geven geld uit: dáár moet je zijn – kijk, daar loopt er eentje, die wil wel jouw hoed/broek/shirt/ketting/schoenen/tas/houtsnijwerk kopen!” En dan gauw wegwezen... De andere routine die ik in gebruik nam bij een stoffenverkoper die erg vastbesloten was om mij wat stoffen te verkopen bleek zo’n succes, dat we hem erin houden. Ik zei namelijk “Nee joh, je hebt prachtige stoffen, maar ik heb als kind 4 jaar in Nigeria gewoond en wij hebben toen zowat alle stoffen en kralen gekocht die we konden vinden...” Dat was zo’n verrassing dat hij bijna vergat om aan te dringen en zelfs zoiets had van, tja dat is wel logisch eigenlijk. En je kreeg er dus leuke gesprekken mee, want ze begrepen dat ze je niets konden verkopen maar waren wel nieuwsgierig naar hoe en wat.



Ze vinden het prachtig dat ik in Nigeria gewoond heb en dat wij samen ieder jaar zowat terug naar Afrika komen, ze roepen “broeder” en schudden ons nogmaals de hand, ze zeggen dan dat we in ons hart Afrikaans zijn, en vragen wat we het mooiste vinden en wat we vinden van Ghana, en of we terug zullen komen, enz enz enz. En wij hemelen West-Afrika en Afrika in het algemeen op, vertellen wat we zo mooi aan Ghana vinden, hoe aardig de mensen, hoe welkom we ons voelen, hoe mooi en knap gemaakt zijn producten zijn (niet overdreven, gewoon aardig en eerlijk), enz enz... Je gaat met een warm gevoel en een goed verhaal weg, en je hebt geen stress van al die verkopers die achter je aanzitten. Heerlijk. We hadden zelfs af en toe dat als we voorbij het proberen-te-verkopen stadium waren en gewoon aan het praten, dat ze collega’s die ons met hun waar wilde benaderen wegstuurde zo van, nee deze kopen niet, wegwezen ik ben aan het praten met ze.



We kwamen een paar verkopers tegen die zelf Nigeriaans bleken te zijn en dus wel nieuwsgierig waren naar waar ik gewoond had en zo, en een verkoper was helemaal uit het veld geslagen toen wij bij zijn stalletje kwamen (hij had goede kwaliteit spullen, misschien zelfs ook wat echt oudere spullen) en ik er gelijk uitflapte dat twee typische bronzen katachtige beelden wel Nigeriaans leken. Hij zei dus al blij dat ik wel een kenner moest zijn, maar toen ook nog eens bleek dat ik er gewoond had was ie opeens heel voorzichtig met zijn waar aanbieden! Een paar verhalen waren wel typisch. Zo was er een breed lachende man (zo zwart als de nacht) die ons trommels wilde verkopen, maar toen het “waar kom je vandaan” verhaal langskwam blij vertelde dat zijn Nederlandse vriendin in het klein (nogal conservatieve) stadje woonde waar ik geboren ben. Nou ken ik al nauwelijks Nederlanders die daar geweest zijn, laat staan Ghanezen! Maar hij wist precies te vertellen hoe en wat, hij ging er weleens naar toe, en zijn dochtertje was er ook geboren dus het was echt geen onzin (als ze zeggen dat ze in Amsterdam zijn geweest is de kans aanwezig dat het onzin is...). Daar hebben we even mee staan praten, hij liet ook een kralenarmbandje zien waar hij de Nederlandse en Ghanese vlag in verwerkt had, en de naam van zijn dochtertje, een typisch Friese naam. Lachen, wat een toeval!


Een andere Ghanees, een grote stoere stevige vent waar je in een donker steegje voor om zou lopen, kwam naar ons met het gebruikelijke “kopen kopen” verhaal voor zijn kettingen, maar toen we zeiden dat we niets wilde kopen bleek dat hij ook wel zin had in een praatje. De kralen gingen gelijk naar beneden, en met een brede grijns wilde hij wel eens weten waar we vandaan waren, hoe het nou zat met die busladingen blanke toeristen opeens tegelijk, en wat we van Ghana vonden. Toen we vertelde dat we Nederlands waren werd de grijns breder en zei hij dat hij vrienden had in Nederland. Dat roept de helft van de verkopers ter wereld wel, maar hij vertelde dat hij contact had met iemand in Groningen (ook niet een naam die iedereen buiten Nederland kent) die een zaakje had en af en toe van hem Afrikaanse kralen, kettingen, beeldjes en andere kleine dingetjes kocht. Zo had hij een paar jaar terug nog 300 kettingen moeten maken voor die man, maar de laatste tijd gingen de zaken slechter, en zijn Nederlandse compagnon nam steeds minder af omdat hij het zelf niet verkocht kreeg. Dus we hebben nog even midden op een Ghanese markt staan praten over de economische crisis!


We hebben helemaal achterin de markt ook een tijdje staan kijken en praten bij een naaiatelier, want Hans wilde graag een foto van de man die achter zijn ouderwetse pedaal-gedreven Singer naaimachine zat te werken. Maar omdat ze terughoudend zijn in Ghana om gelijk zo’n toestel in hun gezicht geschoven te krijgen moet je eerst een praatje maken. Uiteindelijk is dat ook wel zo netjes natuurlijk, als je het omdraait ben je ook niet blij als iemand die je niet kent ongevraagd camera’s op je richt... Er zaten een paar mensen in het hutje, tassen te naaien, en nadat eentje nog even de koopwaar onder de aandacht had gebracht en we aangaven dat we echt niets wilde kopen, alleen kletsen, hebben we denk ik nog zo’n 10 minuten staan kletsen voordat we weer doorliepen en Hans nog even vroeg om een foto. Ze vonden het heel bijzonder dat we al zo veel landen hadden bezocht in Afrika, en leken een beetje verlegen maar ook wel trots dat we zeiden dat we Ghana zo’n mooi land vonden met zulke aardige mensen (nee echt, het was geen geslijm, we zijn er echt van onder de indruk, we voelen ons welkom en veilig in Benin en Ghana, en in mindere mate ook wel in Togo).



Uiteindelijk waren we zelfs een van de laatste mensen die naar de bussen liepen, onderweg nog uitvoerige afscheid-nemen, gehandschud (op zijn Afrikaans) en geschouderklop met de verkopers. Ik heb nog nooit zoveel achter elkaar handen geschud, geroepen hoe mooi ik de spullen wel niet vond maar dat we echt niets wilde kopen, en “hoe gaat het met jou” in antwoord op iemand’s roep dat we welkom waren en hoe het ging met ons: “Hello, how are you, welcome to Ghana!” “Thank you sir! I’m fine thank you, how are you?” “I’m fine thanks. Will you come and look in my shop?” “Ah no sir, we’re not buying, just looking, just looking at your beautiful things...” Enz enz enz, en dat tientallen keren achter elkaar, heerlijk... En we hebben nog nooit zo’n plezier gehad op een artisanale markt, en dat zonder een cent uit te geven! En als we zelf in de goede stemming zijn en de tijd hebben is vriendelijkheid, humor en respect duidelijk de beste en relaxte manier om rond te lopen in dit soort plekken...


Sommige mensen hadden blijkbaar minder fijne of zelfs vervelende ervaringen gehad op deze markt, maar wij denken eigenlijk dat ze zichzelf misschien gewoon een beetje bang, druk en overdonderd hebben laten maken door die drukke donkere volle gangetjes en de drukke enthousiaste zwarte mensen om hen heen krioelend. Je moet er echt voor in de stemming zijn en je niet gek laten maken of bang zijn, want dan kan het potentieel een hele vervelende ervaring worden. Het zijn gewoon mensen die wat geld proberen te verdienen, en terecht denken dat we veel geld hebben om uit te geven!



Na de artisanale markt zijn we gereden naar een deel van de stad waar ze de meest waanzinnige en prachtige doodskisten maken, in de vorm van dieren, planten en objecten; het idee is, in een religie die deels Christelijk en deels lokaal is, dat als je je laat begraven in datgene wat belangrijk was voor je in je leven, of datgene wat je dolgraag zou willen hebben gehad maar nooit gekregen, dat je het in het hiernamaals zult krijgen. Dus iemand die droomt van een ferrari bezitten en rijk zijn zal zich in een ferrari-doodskist laten begraven, iemand die een grote cacaoboer was tijdens zijn leven zal zich in een cacaovrucht laten begraven, een filmmaker in een filmprojector, een mecanicien in een schroevendraaier, een visser in een vis of vissersboot, enz... We stopte bij een klein atelier waar een aantal van deze doodskisten in verschillende fases van het bouwproces stonden, dat was erg leuk om te zien. Vooral voor mij omdat ik ooit lang geleden in de National Geographic een artikel gelezen had hierover en nooit had durven dromen dat ik er ooit naast zou staan!



Na de doodskisten zijn we weer terug door de stad (altijd genieten) richting de haven gereden. Het begon onderhand tegen het einde van de dag aan te lopen, dus overal ontstonden kleine kraampjes langs de weg met een barbeque op een oliedrum en soms wat stoelen en tafeltjes om te zitten eten. En we reden langs het strand, waar het ook een drukte van belang was met mensen aan en in het water, en eet- en drinkstalletjes: men was duidelijk van een gezellig avondje uit aan het genieten...



Vandaag zijn een drietal mensen van boord gegaan en een vijftal nieuwe mensen erbij gekomen, want deze reis werd als geheel verkocht, maar in het begin ook als twee kortere delen. Dat betekende wel dat we nogmaals de veiligheidsinstructie en zwemvestenoefening moesten doen; alle oude rotten waren daar dus een beetje melig over want het duurt altijd zo lang voor ze alles op orde hebben maar je bent ondertussen wel zogenaamd een oefening aan het doen dat het schip aan het zinken is. Dus terwijl we in de lounge zaten te wachten tot ze eindelijk iedereen gecheckt en genoteerd hadden begonnen we grapjes te maken over dat we aan het zinken waren, het water al aan de ramen stond, die ene die nog in de sauna zat en de oproep niet gehoord had toch al verloren was, enz...



Na de zwemvestenoefening was er een briefing en daarna al weer avondeten. Het avondeten begint ons eerlijk gezegd aardig de keel uit te hangen. Het ontbijt en de lunch zijn prima, veel keuze bij de buffets en vaak wel iets wat je lekker vindt of trek in hebt, plus de laatste paar dagen sinds Sao Tomé & Principe krijgen we veel vers fruit zoals mango’s, anasasen en papaya’s en wat is er nou lekkerder dan vers rijp tropisch fruit, hmmmm!!! Maar het avondeten is een vast menu: keuze uit twee voorafjes, soep, keuze uit 4 hoofdgerechten (waarvan een vegetarisch en een potentieel vegetarisch) en keuze uit een toetje, fruit of kaas. Op zich niet verkeerd zou je denken, maar de kok varieert en wisselt niet af, hij maakt gewoon dingen achter elkaar op. Zo hebben we al wekenlang bij bijna ieder hoofdgerecht worteltjes en boontjes of asperges en broccoli. Gewoon gekookt, nooit iets anders, en op een gegeven moment word je er knettergek van! We hebben wel vier dagen achter elkaar iets met aubergine gehad (ook tijdens de lunch). Ik heb wel vijf dagen achter elkaar dezelfde droge chocoladecake gezien als toetje, tijdens de lunch en tijdens het 4-uurtje, met verschillende namen, maar of het nou mudpie(warm uit de oven), zwartswalder kirschtaart (doormidden gesneden met wat frambozenjam ertussen), brownie (gewoon zo, koud) of chocolatecake (met een fudgelaagje) was, het was steeds precies dezelfde cake. En als hij nou geweldig lekker was geweest...


We zijn daarom dolblij dat de laatste dagen aan land de kwaliteit van het eten bij de lunch hoog is (los van de gewraakte picknicklunch); we krijgen heerlijke Afrikaanse gerechten die weliswaar afgezwakt zijn qua smaak voor de toeristen, maar toch lekker, gevarieerd en smaakvol zijn. Aan boord krijgen we ’s avonds heel vaak een stukje vlees, een kwakje grotdroge kale witte rijst (dat moet dan paella of pilaf zijn), grote hompen gekookte wortel en een paar asperges, en iets van jus of saus. De paddenstoelen moeten onderhand ook duidelijk op want die krijgen we ook al 4 dagen lang bij de lunch en het avondeten overal in verwerkt... Omdat je zo lang aan boord zit en dus afhankelijk bent van die ene kok komt het na een tijdje je neus uit – alsof je een maand lang iedere maaltijd bij hetzelfde restaurant eet; op een gegeven moment ken je de kaart dan ook wel uit je hoofd... En we hebben echt sterk de indruk dat er een andere kok is vergeleken met Spitsbergen, want toen waren we wel heel tevreden met het eten, ook het avondeten, en dat was toch ook iets van tien dagen lang. Nogmaals, gelukkig zijn de ontbijt- en lunchbuffetten prima – en het is echt niet alsof we van de honger omkomen (absoluut niet helaas) maar continu dezelfde dingetjes eten waar weinig liefde en/of aandacht in lijkt te zitten is wel vervelend. We horen om ons heen ook steeds meer gemopper en flauwe grapjes over het avondeten... Het wordt zelfs al de "wortelcruise" genoemd!


Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters