Maandag 22 april: Takoradi, Ghana – 286 km gevaren

Vanochtend ging weer zo snel, efficiënt en soepel dat we om 7:15 uur al aangemeerd waren. En omdat we niet door de douane hoefde konden we om 8 uur in de bussen stappen en reden we een kwartiertje later al weg. Ondanks dat er geen douane aan boord hoefde te komen hebben we tijdens het wachten om aan land te mogen wel zeker 10 mensen aan boord zien komen – bureaucratie is heilig in deze landen! De passagiers worden meestal opgesplitst in twee groepen, zijnde dek 4 en de Road Scholar groep, en de rest. Maar vandaag werd er een keuze geboden: of naar het Kakum Nationaal Park en één slavenfort, of naar twee slavenforten maar geen Nationaal Park. Ongeveer de helft wilde wel naar Kakum, dus wij gingen met twee bussen naar het Kakum Nationaal Park en de andere twee bussen gingen naar de twee forten. Er zijn een hoop mensen die redelijk slecht ter been zijn, en/of geen behoefte hebben aan het ongelijke terrein van het Nationaal Park, met name ook omdat we daar een “canopy walk” gingen doen... Een canopy walk houdt in over wiebelige touwbruggen van boomkruin naar boomkruin lopen en zo een woud van bovenaf bekijken in plaats van onderaf.



Om vanuit Takoradi naar Kakum te komen was een rit van twee uur: voor sommige mensen ook al een reden om het alternatief te kiezen, terwijl wij juist zoiets hebben van, dan zie je meer van het binnenland. We zien de laatste dagen vaak (vooral hier in Ghana eigenlijk) oude bedrijfswagens uit Nederland, België en Duitsland. De bedrijfsnaam, telefoonnummers en email en website staan er gewoon nog op! Maar ze zijn dan bijvoorbeeld in personenbusjes veranderd. Ook zagen we vandaag een stel Nederlandse ambulanceauto’s staan (dus niet de busjes, maar de kleinere auto’s) bij een ziekenhuis... En gisteren zagen we onderweg een garage die volhing met Poolse nummerplaten. Het lijkt er dus op dat de oude auto’s die van Nederland naar Polen gaan, nadat ze “op” zijn in Polen nog naar Afrika gaan? pffff...



Langs de weg worden veel vruchten verkocht: Ghana is, net als Sao Tomé & Principe, een grote cacaoproducent, maar ze exporteren ook veel fruit, zoals ananassen en mango’s. Je ziet dus voortdurend stalletjes langs de weg mango’s verkopen, ananassen, kokosnoten, cacao, palmolie, sinasappels, van alles. Die sinasappels worden vaak op een bepaalde manier uitgestald: de buitenste schil wordt eraf gesneden (het zijn groene sinasappels, die hebben een dikkere schil dan oranje sinasappels en worden ook niet oranje) zodat alleen het wit overblijft, en deze sinasappels worden dan op speciale kandelaartjes uitgestald, met op iedere arm een sinasappel. Als je er eentje koopt wordt het topje eraf gesneden, en dan eet je hem door hem leeg te zuigen, persen en sabbelen.



Er waren vandaag ook delen van de bush waar palmolie-palmen groeide, en er dus veel palmolie gemaakt werd. De rode noten werden langs de kant verkocht, maar je zag ook regelmatig hutjes waar de vrouwen het draderige rode vruchtvlees aan het fijnstampen waren in grote bakken, en dan verhitten en zeven om de olie te scheiden van het vruchtvlees en het water. De palmolie werd dan verkocht langs de kant van de weg om te gebruiken om mee te koken. Andere streken waren dan weer meer mango-gericht, of modderbakstenen, of houtskool: sommige streken verkochten houtskool en dan zag je dat ze langs de weg grote vuren en ovens hadden om de houtskool in te maken.



Ook zagen we stalletjes waar barbecues stonden – halve oliedrums, autovelgen op een driepoot – en waar voor de lunch maar met name aan het einde van de dag maaltijden bereid worden, of dingen zoals vissen gebakken of maïskolven. Afrikaanse fastfood zeg maar. Straatventers lopen bij verkeerslichten of politieposten (er waren er vandaag een paar) met manden, bakken en borden op hun hoofd met etenswaar, maar soms ook complete glazen kastjes – het blijft ongelofelijk om te zien hoe makkelijk en totaal moeiteloos deze op hun hoofd balanceren... We zagen regelmatig kleine begraafplaatsen in de bush langs de weg: wij vermoeden van een familie of dorpje. En we zagen ook heel regelmatig langs de weg posters, driehoeksborden of zelfs reclameborden met overlijdensannonces of herdenkingen van 10 jaar geleden overleden en zo. Deze werden dan gekopt met poëtische zinnen als “viering van het leven” of “teruggeroepen naar huis”.



In de afgelopen drie landen ( Benin, Togoen Ghana) zijn opengewerkt betonnen bouwstenen populair voor het maken van veranda’s en open delen in muren om wat licht en lucht in gebouwen te laten zonder gelijk een raam te maken (waar vaak een veiligheidshek voor moet). We zien op sommige plekken vaak kleine cementfabriekjes langs de weg, waar bouwonderdelen zoals gewone betonnen bouwstenen maar ook deze opengewerkte stenen en sierkolommen gemaakt worden. En er is met name hier in Ghana een ongelofelijke keuze in wat voor patroon je wilt hebben in het opengewerkte deel: allerlei geometrische vormen, bomen, bloemen, zelfs logos – zo zie je vaak een G en een A met een ster erbij: dat heeft iets met Ghana te maken. Nu dacht ik gisteren al eens zelfs het Toyota logo gezien te hebben in een huis (twee elipsen in elkaar) maar dat kan ook toevallig een geometrisch patroon zijn natuurlijk. Maar vandaag zag ik een V boven een W en dat kan geen toeval zijn, dat is natuurlijk het Volkswagen logo! Dus dan waren die twee elipsen denk ik toch wel het Toyota-logo – wat hier in Afrika van Kaapstad tot Cairo misschien wel hét meest populaire automerk is, vooral de wat oudere 4WD autos zoals de landcruisers...



In Kakum National Park was het al lekker warm toen we rond 10:30 aankwamen: al dik over de 30 graden. En de luchtvochtigheid was ook behoorlijk, we zaten al te puffen toen we nog geeneens begonnen waren aan de wandeling. Om bij de canopy walk te komen moesten we namelijk een steil pad de berg op volgen het regenwoud in zodat we op een gegeven moment zo over konden stappen van de berg naar de eerste brug. Nadat de gids de pasjes geregeld hadden (we moesten namelijk allemaal een pasje om ons nek dragen als we de canopy walk deden) konden we vertrekken. Een paar mensen bleven achter om de wandeling op de grond door het regenwoud te doen, en twee mensen zijn helemaal niet gaan wandelen maar wilde alleen mee voor de rit en een beetje het gevoel van het regenwoud te krijgen.



De wandeling naar boven was al een beetje pittig: Hans en ik waren blij dat we een stuk jonger zijn dan de meeste van de rest, maar ook dat we best goed door kunnen lopen in bergen – daardoor konden we voor blijven op de rest van de groep en ons eigen tempo bepalen... Bij de eerste brug gekomen had ik zoiets van, is dit alles? Het waren 7 bruggen tussen bomen gespannen, met 1 extra brug die de eerste en de laatste met elkaar verbond – als je de eerste brug te eng vond kon je via die extra brug gelijk doorlopen naar het einde van het circuit. Totaal was er echter een paar honderd meter aan bruggen, en op zijn hoogst hing de brug 40 meter boven de grond. Plus, als je er eenmaal opstond wiebelde en zwaaide en zwiepte het ding, zeker als er meerdere mensen over liepen, dus al met al was het een hele leuke wandeling! Maar het was ook vreselijk inspannend, want je loopt heel geconcentreerd, je bent constant je balans aan het zoeken, en je probeert niet te veel na te denken. Want de gids vertelde wel heel vrolijk dat de bruggen ergens in 1993 gemaakt waren, maar dat is dus al 20 jaar geleden en wat is er sindsdien mee gedaan of niet mee gedaan, en hoe veilig is dit eigenlijk?? Om wild te kijken was het totaal zinloos, want iedereen was zo aan het giebelen en giechelen over het geheel dat eventueel wild al uren geleden op de loop was gegaan, maar het was heerlijk en spannend om te doen, en het uitzicht over de toppen van de kleinere bomen en struiken was prachtig, dus we hebben er van genoten.



Bij iedere boom was een klein platform waar je op kon staan: dit was redelijk stabiel. De bruggen zelf waren touwconstructies waar ladders in gelegd waren en houten planken op vastgeschoefd, maar op sommige plekken waren de schroeven geroest dus lagen de planken zo goed als los... We waren letterlijk doornat van het zweet toen we klaar waren: het was inmiddels zeker 35 graden, de luchtvochtigheid hier in het regenwoud was enorm, en je voelde je eigenlijk alsof je aan het sporten was in een sauna. Pffffff dus! Ik denk dat ik tijdens de hele excursie vandaag wel iets van 2 liter gedronken heb, en terug op het schip maar een kopje geplast... Toen iedereen de bruggen gedaan had moesten we weer een ander steil pad af terug de berg af, en terug beneden bij de receptie konden wij als voorhoede nog even uitpuffen terwijl we wachtten op de rest van de groep. In de schaduw bij de receptie kwamen rood-wit-zwarte hagedissen, zo’n 30 cm lang, kijken of er iets te halen viel – met name eentje kwam heel dichtbij en heb ik tot op een halve meter kunnen benaderen.



Toen moesten we allemaal terug in de bus en zijn we teruggereden naar de kust, om het fort Cape Coast Castle te bekijken. Dat was een oorspronkelijk Zweeds-gebouwd fort, maar is in de loop der eeuwen door allerlei landen in gebruik geweest. Het is echter nog het meest bekend voor zijn rol in de slavenhandel, het was een depot voor slaven waar ze gehouden werden tot ze verscheept konden worden naar Amerika; hier is ook de “door of no return”, de deur van waar er geen terugkeer is – de deur naar het strand waar de slaven doorgestuurd werden op weg naar de schepen. Het fort was groot, witgekalkt en lag op een rotspunt aan het strand, en omdat de zon scheen lag het er schitterend bij. Officieel mag je er geen foto’s nemen zonder 10 dollar te betalen voor een foto-permit, maar wij hebben onze kleine camera’s in onze zak mee naar binnen genomen en in het begin namen we af en toe stiekem een foto, maar al gauw bleek dat als je eenmaal binnen was er eigenlijk verder niemand meer op leek te letten. Dus konden we raak schieten! Al deden we nog altijd opletten als er iemand rondliep die officieel leek.



In dit soort plekken zijn vaak museumpjes gemaakt, en om de een of andere reden moet je altijd meelopen met een gids, die uitvoerig verteld over ieder object en iedere kamer... Misschien wel interessant als je alleen bent, maar als je met 50 man bent is dat gewoon hels. Aangezien wij de musea in deze plekken kunnen missen, en een heel ander tempo van kijken hebben dan zo’n gids je oplegt, blijven we altijd een beetje staan bij de groep tot deze in beweging komt, en dan blijven we gewoon achter en gaan we zelf verkennen. Dat deden we nu ook, en daardoor kun je in alle rust rondlopen en mooie foto’s maken, want de kudde loopt ergens binnen rond, en buiten ben je maar met een paar anderen die dezelfde tactiek hebben. Heerlijk! En dit fort was echt heel mooi, maar wat ook heel leuk was, was dat toen we bij een uithoek kwamen we allerlei geluid hoorde achter de muur: het bleek dat vlak onder ons het een drukte van jewelste was op het strand...



De vissers hadden hun boten op het land getrokken, en waren bezig de netten uit te zoeken, andere boten het strand op trekken, de vissen in bakken doen, de vrouwen liepen rond de vissen te sorteren en te verkopen, en kinderen liepen rond te helpen en te spelen in de golven. De boten waren in felle kleuren beschilderd en aan de masten wapperde allerlei vlaggen: van zelfverzonnen vlaggen tot vlaggen van landen als Duitsland en Engeland en zo – volgens mij hadden ze geen betekenis, maar was het gewoon versiering en eventueel ook herkenning. Wat verder het land op waren hutjes waar de vissers woonde, maar ook waar er vis gerookt werd: op grote rekken die op elkaar gestapeld werden. We zagen ook visjes drogen op de daken, onderweg hier naar toe. Het was een grote kleurrijke krioelende massa, en we hebben genoten om ernaar te kijken.



Hans en ik hebben ons uiteindelijk weggescheurd van het vistafereel onder ons, en nog even rondgelopen in het fort om de rest te verkennen: doordat de grote meute binnen alle museumstukken aan het bewonderen waren, was het buiten heerlijk rustig en uitgestorven, waardoor we in alle rust konden rond kijken. Het was een mooi fort, prachtig met die witgewassen muren, de blauwe zee, het rode strand en de felle zon... Maar uiteindelijk wilde we toch weer terug naar de krioelende mensenmassa!



Na een tijdje wilde een paar van de expeditieleiders (onder andere de fotograaf, die vandaag zo blij als een kind was met alle mooie onderwerpen en lichtinval) die net als wij achtergebleven waren, de vissersboten van dichterbij gaan bekijken, dus met zijn allen zijn we door de “door of no return” naar buiten gegaan, waar we recht midden in de mensenmassa kwamen te staan. We waren uiteindelijk de laatste mensen die terug de bus in gingen, er was daar zo veel te zien en te fotograferen! En onze fotograaf liep heel de weg haast te jubelen, hij was zo blij! Vanuit Cape Coast Castle reden we langs de kust naar Elmina, waar we eerst aan het strand zouden lunchen in een strandresort voordat we nog even naar Elmina fort zouden rijden voor een fotostop, en dan door terug naar het schip.



Onderweg naar Elmina zagen we mensen langs de weg kano’s en boten maken, en bij het "Coconut Grove Beach Resort" gekomen vertrok de andere, culturele, groep net, dus konden we redelijk rustig lunchen. Het was erg lekker: een buffet met Afrikaanse gerechten. Weliswaar wat afgevlakt in smaak voor de toeristen, maar niettemin erg lekker. Langs het strand stonden verkopers hun waren uit te stallen: ze mochten niet echt op het terrein komen dus ze gebruikte het muurtje van het terrein als hun vitrine – het was een lange lijn van kettingen, stoffen en beeldjes, wel grappig om te zien! En sommigen hadden ook wel mooie spullen, dus er werd ook weer gretig gekocht... Bij het resort waren wat dierenkooien, waar wat vogels in zaten die volgens onze ornitholoog Steve waarschijnlijk in het wild hier gevangen waren. Onder andere twee leden van een subsoort van de African Grey Parrot. Zonde! Steve heeft overal foto’s van gemaakt, en gaat een boze brief schrijven naar het resort dat ze iets moeten doen hieraan: hij is in Zuid-Afrika bekend als activist om vogels te beschermen, dus ik hoop dat het effect heeft.



Ook waren er twee poelen in het nabijgelegen golfterreintje: eentje voor een vijftiental kleine krokodillen, en de ander voor een of andere karpersoort. Maar wij zagen met name grote kikkers in die tweede poel – ook tientallen! Als je bleef staan kijken zag je steeds meer. Na de lunch zijn we richting het fort van Elmina gereden. Eigenlijk zijn het er twee: het Portugees-gebouwde fort waar de fotostop voor was, en over de brug heen een Nederlands-gebouwd fort op een heuvel. Daartussen lag een levendige markt, dus het merendeel van de fotostop werd besteed aan het fotograferen van de markt! Met name Hans is er helemaal ingedoken en heeft veel foto’s: ik heb eerst naar het Portugese fort gelopen om wat foto’s van buiten te maken voordat ik naar de brug liep om te kijken naar het geroezemoes. Op de brug waren ook weer wat overlijdensberichten geplaatst, en ik maakte af en toe een klein praatje met mensen die langsliepen en nieuwsgierig waren. Maar over het algemeen was de sfeer wat minder gemoedelijk dan in de artisanale markt van gisteren bijvoorbeeld. Iemand vertelde later bijvoorbeeld dat hij redelijk agressief gevolgd was tot in de bus en iemand anders zijn zakken toen gerold zijn. Tja, op zich is het ook zo dat er altijd rotte peren rondlopen – over het algemeen was de sfeer wel prima, zolang je maar niet ongevraagd foto’s van mensen nam; dat waardeerden ze niet.



Op een gegeven moment werden we weer bij elkaar geveegd door de expeditieleiders – dat was nog al niet zo makkelijk, in deze mensenmassa – en konden we weer vertrekken, terug naar het schip. We kwamen rond 17:25 aan bij het schip (de culturele groep was al veel eerder teruggekomen), en tot onze stomme verbazing hoorde we 20 minuten later dat de motoren van het schip al weer gestart werden! Dat was wel heel snel, vertrek stond eigenlijk pas voor 18 uur gepland... Dus wij gelijk de garmin ook opstarten (die zetten we altijd uit tijdens excursies, om even te rusten want voor de rest staat hij continu aan) en naar boven gelopen naar dek 6, naast de brug, waar we eigenlijk bijna altijd staan bij het afmeren en aanmeren als we de kans hebben. Daar zie je het beste wat er allemaal gebeurt namelijk. Tijdens het af- en aanmeren en in- en uitvaren van havens is de brug gesloten, wat logisch is want dat moet er gemanoeuvreerd worden en geconcentreerd, en kunnen er geen passagiers voor de voet lopen of lastige vragen stellen. Nu was de brug ook gesloten, maar opeens zagen we de kapitein zwaaien en gebaren zo van, kom binnen, kom binnen – en we waren nog in de haven dus ze waren nog aan het manoeuvreren! Dat was wel een heel grote eer...



We hebben dus vanaf de brug mee mogen maken hoe ze de haven uitvoeren; leuk! Het was een militair georganiseerde operatie, ook met het vermijden van een schip dat de haven in kwam varen: beiden schepen deden iets uitwijken voor elkaar, waardoor beiden gecontroleerd door konden varen. De kapitein kwam af en toe met ons praten, maar was natuurlijk ook gewoon aan het werk, dus als hij naar de andere kant van de brug verdween bleven wij gewoon uit de weg staan en de instrumenten bestuderen. Met name hun gps (een stuk geavanceerde dan ons dingetje) en de online routeplanner voor schepen waren interessant! We waren naar binnen gevraagd omdat de kapitein ons vaker zag staan op dat dek en het leuk vindt dat we geïnteresseerd lijken: omdat de brug aan de achterkant spiegelend glas heeft, kunnen wij nauwelijks naar binnen kijken, maar hij natuurlijk wel naar buiten. We waren natuurlijk ook al een paar keer wezen kijken op de brug, en hij vertelde dat ze (deze reis) heel zelden mensen op de brug krijgen, en het dus ook leuk vinden als er wel mensen zijn die interesse hebben!



Bij het uitvaren van de haven werden we nagekeken en gezwaaid door havenwerkers en personeel van andere schepen. Wij meren in alle havens aan in de vrachtterminals, want de meesten hebben geeneens een passagiersterminal, en dat is natuurlijk voor Hans en mij ook wel leuk want zo zie je al die vrachtschepen van dichtbij. Onze geplande wereldreis-met-vrachtboot wordt ook steeds meer een realiteit, want we genieten enorm van het varen. De kapitein zelf gaf ook toe dat het hem nog altijd een kick gaf om een haven in of uit te varen, en dat kunnen we ons wel voorstellen!



We hadden nog wel langer op de brug willen blijven maar moesten na een tijdje naar de briefing, dus we hebben afscheid genomen van de kapitein. We zullen nog weleens langskomen voor het einde van de trip denk ik zo – en anders staan we toch op ons vaste plekje bij het af- en aanmeren, dus dan ziet ie ons ook wel! Tijdens de briefing werd de dag besproken: het opsplitsen in een culturele en minder-culturele dag was een groot succes gebleken, iedereen was namelijk erg tevreden met de dag geweest. We kregen ook weer wat muziekvoorbeeldjes, en het valt ons op dat ze dat tegenwoordig integreren in de briefings, als iedereen er is. Waarschijnlijk omdat anders weinig mensen naar haar individuele lezingen komt. Niets mis met de muziek in het algemeen en met haar kunde of ervaring, maar ze sprankelt gewoon te weinig om echt boeiend over Afrikaanse muziek te kunnen vertellen, en wij zijn niet de enigste die dat vinden...



Tijdens de briefing werd ook verteld dat de vrouw van de president van Sierra Leone over drie dagen aan boord komt om te vertellen over het liefdadigheidswerk dat ze doet. Dit is voor de reisorganisatie G-Adventures heel bijzonder, omdat de tak die liefdadigheidswerk doet, Planeterra, een aantal projecten opgezet heeft in Sierra Leone waar zij nauw bij betrokken is. En voor de rest kunnen we zeggen dat we de vrouw van de president van Sierra Leone hebben ontmoet... Hans en ik maakte ons alleen wel een beetje zorgen tijdens het eten, want dit betekende dat het reguliere programma ingekort werd, en tijdens de briefing werd alleen gesproken over de stad bezoeken, en niet over de chimpanseeopvang die we volgens het programma ook zouden gaan zien in Sierra Leone... Dus we zijn het toch maar even gaan vragen voor de zekerheid. Gelukkig, dat gaat wel gewoon door: ze geven ons waarschijnlijk weer net zoals vandaag een keuze voor natuur of cultuur.


Onze fototoestellen hebben veel te lijden deze reis – zelfs mijn waterdichte toestelletje. Wij denken dat het ligt aan de hoge luchtvochtigheid hier, die overal inkruipt. Het is alleen wel vervelend, want Hans zijn “nieuwe” toestel houdt er af en toe gewoon eventjes mee op. We zijn daarom erg blij dat we toch nog het oude toestel meegenomen hebben zo van, ach het kan geen kwaad, wie weet. Met het oude toestel is op zich niets echt mis, alleen de zoom bevat een zandkorreltje of zo en geeft het af en toe op – maar dan na een paar keer resetten doet hij het vaak weer. Mijn toestelletje heeft ook af en toe problemen met de zoom... Die is ook al weer van 2009 en waarschijnlijk niet meer zo heel waterdicht als eerst. Maar goed, voorlopig doen ze het nog allemaal en hebben we nog geen nieuwe nodig!


Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters