Donderdag 25 april: Freetown, Sierra Leone – 427 km gevaren

We zijn met een hele wijde bocht richting Freetown gevaren – veel minder dicht langs de kust dan normaal. Het is bijna alsof ze er langer over wilde doen om aan te komen – al weten we natuurlijk ook niet of de kustlijn en de vaarroute er misschien om vraagt. Wat we wel vermoeden is dat zelfs als we nu opeens eerder aangekomen waren in Freetown, dat de hoofd expeditieleider niet meer de planning terug zou draaien naar het oorspronkelijke plan, omdat dat misschien de aanwezigheid van mensen bij het ontvangst van de presidentsvrouw in gevaar zou brengen. Stel je voor dat wij nog ergens onderweg zijn als ze aankomt, of vies en bezweet en met behoefte aan een douche binnen komen vallen... En als je dan doordenkt, levert het alleen maar onnodig discussie op als het schip opeens wel vroeg in de middag aan zou komen maar de nieuwe planning om niks te doen in de middag aangehouden wordt... Dus misschien om de gemoederen rustig te houden is een wat langere route genomen dan strikt noodzakelijk, zodat we wel altijd met vol gas konden doorvaren (want langzamer varen heeft men ook gauw door) en wat later aankomen... Ach ja...



We hebben in ieder geval weer een lekker rustig dagje op zee. Vanochtend voor het ontbijt zijn we zoals altijd weer even gaan uitwaaien op dek 7 – en het woei hard, we waaide bijna weg! Niet dat de wind zo hard blies, de zee was redelijk rustig, maar het voelde wel hard. Daar word je tenminste wakker van! Na het ontbijt hebben we weer even gezeten in “ons” plekje bij de grote ramen in de hal: die zijn zo populair, dat ze meestal altijd bezet zijn; maar wij zijn snel klaar met ontbijten en dan kunnen we ze een uurtje inpikken... De eerste en eigenlijk enigste lezing van de dag ging over Frans-Afrika, en was zo saai dat ik er geen woord van meegekregen heb, behalve een opmerking van Conrad, dat de Fransen wat conservatie en natuur betreft het allerslechtste scoren in koloniaal Afrika. Met als voorbeeld Madagaskar, waar de infrastructuur in de koloniale tijd zo slecht was, dat ze nu nog worstelen met delen van het land bereiken. Blijkbaar deden de Engelsen en andere landen veel meer voor het algemeen ontwikkelen en bereikbaar maken van de landen die ze kolonialiseerde.



Daarna hebben we weer een vrij plekje gevonden bij de ramen, waar we rondgehangen hebben tot het tijd was om te lunchen, lezend en af en toe kletsend met mensen die langsliepen. We probeerde de kapitein die op een gegeven moment langsliep nog een klein beetje uit te horen over de route en snelheid maar dat is zo’n diplomaat en bovendien snel door anderen aangesproken dat het niets opleverde. We moesten ons intekenen voor de verschillende excursies: de avondexcursie waarvan niemand nog weet wat het inhoudt, de chimpansee-excursie, en de stadsexcursie. De avondexcursie is overvol, tegen de 80 man – iedereen is wel nieuwsgierig hoe zo’n stad er ’s avonds uitziet. De stadsexcursie is ook overvol, ook richting de 80 man, en dat betekent gelukkig dat er voor de chimpansees maar zo’n 25 man meegaan! Prima...



De lunch werd geadverteerd als zijnde Afrikaans, en de geuren die naar beneden dreven sinds een uur of 10 waren om van te watertanden, maar in de praktijk valt het altijd wat tegen. Plus de kok blijft een Filippijn met weinig ervaring met andere eetculturen, dus we kregen alleen maar rijst (droge, eventueel met een kleurtje of smaakje) bij de lunch als zetmeel en geen echte Afrikaanse dingen zoals plataanbananen, cassave of yam. Jammer! Na de lunch was het hoog tijd voor een dutje en wat lezen in onze hut, en rond 15 uur begon Freetown dan eindelijk echt in de buurt te komen op onze garmin.



We zijn rond 15 uur naar buiten gegaan om te kijken terwijl we Freetown tegemoet voeren. Het is een enorme stad die zich over de heuvels (de “leeuwenberg” oftewel Sierra Leone) verspreid heeft, en waarvan de sloppenwijken haast het strand opspoelen. Al ver uit de kust dreef het afval ons al tegemoet – dat is echt voor het eerst deze reis dat we afval in de buurt van de kust of havens zien. Zelfs in Congo deden een aantal havenwerkers halsbrekende toeren om een vuilniszak die in het water geblazen was er weer uit te vissen. Hier in Freetown dreef er overal waar je keek wel wat afval in het water – en dat was nog redelijk ver uit de kust. Naarmate we dichterbij kwamen werd het meer, tot de stroming duidelijk veranderde en we in een schoon stuk terecht kwamen.



We zagen wel veel baaien maar geen haven, toen bleek uiteindelijk dat de haven relatief klein was voor het formaat van de stad (wij zijn deze reis steeds verbaasd over hoe goed ontwikkeld de container- en vrachthavens wel niet zijn) – eigenlijk alleen maar een kade, niet eens een haven oftewel beschermd tegen de elementen. Het kan zijn dat de stromingen er van nature voor zorgden dat deze kade beschermd was, want bij het aan komen varen zagen we allerlei bewegingen in het water – ruwe delen en juist ook hele gladde delen. Ook zagen we wel dat het best een gevaarlijke kust moet zijn, want er stak voor de kust wat rotsen of een schipbreuk nét uit het water, de golven braken erop. We waren een enorme bezienswaardigheid bij het aanmeren, dat pas rond 17 uur gebeurde. De kapitein deed de kade behoedzaam benaderen en de bemanning extra maatregelen laten nemen om boeien buitenboord te hangen, want de kade was heel laag en zonder stootkussens! Van overal vandaan kwamen havenwerkers en onduidelijke personages kijken naar het aanmeren van een schip vol witte passagiers!



Er was natuurlijk ook veel werk om het schip presentabel te maken voor de presidentsvrouw en haar gevolg – de loopbrug moest zo weggezet worden zodat ze bij het aan komen rijden goed de naam van het schip zou kunnen zien, op een doek die speciaal opgehangen werd, en de expeditiestaf en de veiligheidsmannen hadden hun netjes bloezen aangetrokken om haar op te wachten! Wij zijn buiten op dek gebleven om de aankomst van de presidentsvrouw – dan maak je meer kans een foto te maken dan als ze eenmaal in de drukke volle lounge is. De presidentsvrouw kwam met haar gevolg in vier grote glimmende zwarte gepantserde 4WD auto’s aanzetten, maar tot onze verbazing werd het havenpersoneel alleen gevraagd om een beetje uit de weg te gaan – we hadden wel iets meer bewaking verwacht. Ze was een typische rijke zwaargezette Afrikaanse leidersvrouw om te zien, met een gevolg die zelfs haar haar goed deed voordat ze de loopplank opliep. Toen we genoeg foto’s hadden van boven zijn we naar binnen gegaan richting de lounge.



We hadden bedacht om een vraag te stellen tijdens het vragenuurtje over de adviezen van de Zambiaanse vrouwelijke econome Dambisa Moyo, die pleit voor het stoppen van alle dagelijkse financiële en materiële hulp aan Afrika van de rest van de wereld (wel nog natuurlijk bij rampen). Zij zegt namelijk dat zolang het rijke westen geld blijft pompen in Afrika zonder er iets voor terug te vragen de “fat cats” van deze wereld, de dictators en de criminelen, aan de macht blijven. Omdat de lokale economieën scheefgetrokken worden: de regering hoeft niets te doen voor het volk om aan zijn geld te komen, want dat komt van buitenaf (buitenlandse hulp) in plaats van belastingen en dergelijke, en het volk voelt niet het nut om echt te stemmen op de een of ander, omdat ze toch weinig tot niets voor je doen als je niet tot hun stam of bevolkingsgroep hoort. Zij pleit voor een totale en plotselinge stopzetting van alle niet rampgerelateerde hulp, en zegt dat dat veel pijn zal doen maar in een paar jaar tijd een omwenteling zou kunnen veroorzaken in een hoop landen dat al die biljoenen euro’s en dollars de afgelopen tientallen jaren niet hebben kunnen bereiken. Dat is natuurlijk waanzinnig interessante materie en deze presidentsvrouw heeft een superopleiding gedaan en doet veel voor haar volk volgens haar eigen bibliografie, dus misschien is zij wel net zo’n vrijgevochten “powerwoman” als Dambisa.



Tijdens de speech van de presidentsvrouw besloten we echter maar niets te vragen en al helemaal niet controversiële onderwerpen opbrengen, want het enigste wat ze eigenlijk deed was letterlijk om geld vragen. En dan zijn de ideeën van Dambisa Moyo niet iets wat je in een volle zaal opbrengt terwijl het gefilmd wordt door haar entourage – waarschijnlijk voor promotionele doeleinden en misschien zelfs wel voor het nationale nieuws... Zeker ook niet als haar hele entourage met Louis Vuitton tasjes rondloopt en als blijkt dat het werk dat ze doet heel goed is, maar uiteindelijk eigenlijk gewoon wat je zou verwachten dat de taken zijn van een presidentsvrouw die sociaal betrokken is. Haar verhalen waren soms op het eerste oog heel bijzonder, maar als je dan doorvroeg (wij niet hoor) dan bleek dat het ook wel meeviel – zo zijn (basis)scholen gratis voor kinderen, om het makkelijker te maken voor meisjes om naar school te gaan (daar is meestal geen geld voor, dus die worden thuis en dom gehouden)... Maar de schoolboeken en verplichte uniformen zijn niet gratis, waardoor de meisjes alsnog natuurlijk thuisgehouden worden in de praktijk. Ach, uiteindelijk is het beter dat iemand iets doet dan niets natuurlijk, en ze heeft goede initiatieven gericht op het verbeteren van de positie van vrouwen: zo zou vrouwenbesnijdenis niet meer mogen voor kinderen jonger dan 18 jaar (en als ze 18 zijn zouden ze in principe zelf moeten mogen beslissen), en maakt ze “baby-packs”, een pakketje met luiers, kleertjes, en andere spulletjes om vrouwen aan te moedigen om in ziekenhuizen te bevallen. Die baby-packs steunt G-Adventures dus, met hun Planeterra liefdadigheid.



Nadat men de presidentsvrouw wat vragen gesteld had moest de kapitein namens het hele schip een certificaat overhandigen aan haar waarin stond dat alle opbrengsten van de tombola aan het einde van de reis naar haar baby-packs zouden gaan. Ik schrijf “MOEST”, omdat de kapitein daar duidelijk niet op zat te wachten: het is niet zijn feestje, maar wel zijn schip dus hij moest het doen blijkbaar – hij wilde ook geen speech geven want hij heeft er duidelijk niets mee op, en hij was ook gauw weer weg. Je zou dan wel willen weten wat zo iemand denkt of weet of voelt over zoiets!



Een half uurtje nadat ze gekomen was, was het klaar en konden we naar het achterdek waar de nationale dansersgroep klaar stond voor een show. De presidentsvrouw bleef hier niet voor aan boord en verdween weer. De dansers waren wel ok maar Hans en ik zijn gauw klaar met zoiets, want er gebeurde verder niet zo veel. Dan was die dansersgroep op Sao Tomé(met de verkleedde militair) veel leuker om naar te kijken! Dit waren wat dansers en trommels en een xylofoon en gezang... Op een gegeven moment gingen ze kunstjes uithalen en bleek het meer een circusact dan echt een dansgroep te zijn – spelen met vlammen, draaiende schalen, enz... Heel erg knap maar ik werd onderhand opgevreten door de muggen want het was na zessen en de zon ging onder, dus ik ben tijdens de show naar beneden gegaan om mezelf in te spuiten met anti-muggenspul en een lange broek aan te trekken. Toen was het gelukkig al weer klaar en konden we weer eens gaan eten! (alsof we nog niet genoeg eten... Dat wordt echt sla en water thuis...)



Na het eten was het tijd voor de avondexcursie, die gelukkig doorging. Hans en ik hebben wel nog een tijdje zitten twijfelen of we mee zouden gaan, want de planning was pas om 22:30 op zijn allervroegst terug aan boord te zijn, en pffff, je bent onderhand behoorlijk moe plus we moesten er de volgende ochtend al weer om 6 uur uit. En we twijfelde met name omdat het een bedrijvenbeurs was waar we naar toe gebracht zouden worden. Een soort RAI zeg maar, met lokale bedrijven en internationale bedrijven die zichzelf presenteren. Niet erg spannend!!! Maar goed, we zijn nog nooit na donker buiten geweest, dus hoppa laten we maar gaan, dan kunnen we in ieder geval zeggen dat het niets is, toch! We kregen nog geen stempel in ons paspoort maar een soort havenpas waarmee we aan land mochten.



Nou de avondexcursie was lachen, heerlijk wat een gekkenhuis! Het begon al gelijk met het vertrek: we gingen met vier kleine busjes de stad in, en een politieescorte op een brommer zonder sirene, en blijkbaar ook nog eens wat persoonlijke bewaking van de presidentsvrouw – maar we waren nog geen twintig meter van de kade af of we stonden al vast... De hele haven stond vol met kriskras geparkeerde vrachtwagens, die kapot waren, geparkeerd, of aan het wachten tot ze het haventerrein af konden. En dan echt kriskras he! Er was nauwelijks plek om als mens tussen sommige vrachtwagens te wurmen, zo dicht stonden ze op elkaar... We hebben een hele tijd dus ook zo gestaan, totdat de bewaking en de politieagent besloot in te grijpen en wat vrachtwagenchauffeurs die nog wel mobiel waren gingen sommeren om te bewegen. En zo konden we als in een grote schuifpuzzel het haventerrein afschuifelen: de ene vrachtwagen iets naar voren, de andere iets naar achter, wij ertussen, dan weer een vrachtwagen opzij schuiven zodat we daar tussen konden persen, en zo voetje voor voetje kwamen we vooruit. Ongelofelijk! Wat een chaos...



Van het haventerrein in reden we het donker in; er was nergens licht – stalletjes langs de weg gebruikte een kaars, olielamp of een zaklampje om hun waar te verlichten, en in huizen zag je misschien een paar zwakke spaarlampen schijnen als ze een generator hadden, anders helemaal niets. Alleen in het licht van de auto’s op straat kon je nog een beetje zien wat er op straat gebeurde, en dat was best veel, zelfs om 22 uur ’s avonds! Het krioelde van de mensen op straat, die hun waar verkochten, die onderweg waren, iets aan het eten of kopen bij de stalletjes, of gewoon aan het dansen bij een tentje waar ze een grote box buiten geplaatst hadden. Het was vies, druk en donker op straat – en dan kwamen we opeens langs een enorme led-verlichte reclamescherm! Zo’n contrast, in een deel van de stad waar er geeneens elektrisch licht lijkt te zijn, gloednieuwe led-schermen te vinden...



De rit was dus hartstikke leuk, en na op zich een kort ritje waar we dik drie kwartier over gedaan hebben omdat het bijna continu file op straat was, omdat alle auto’s gewoon maar wat lijken te doen, kwamen we dan eindelijk bij een groot betonnen stadium dat ergens in de jaren zeventig is gebouwd en sindsdien redelijk wat te lijden heeft gehad... Maar wel in vrolijke kleuren geschilderd met grote reclames voor lokale nep-cola’s en nep-fanta’s! Dit zou dan de bedrijvenbeurs zijn... Dat leek al veelbelovend, beter dan een grote loods met vloerbedekking en gelikte stalletjes zoals ik me al had voorgesteld. In de ring om het stadium heen (in het stadium zelf gebeurde niets) waren stalletjes, tafeltjes, hutjes, of gewoon enkel koelboxen (voor drankjes) en barbecues (voor satéstokjes) opgezet. De meeste bedrijven hadden zo goed en zo kwaad als het kon er wat van gemaakt op creatieve Afrikaanse manier, maar er waren ook de gelikte stalletjes van bijvoorbeeld Blackberry en zo – weliswaar dan met een gevel die met de hand gefiguurzaagd was en niet machinaal! Het was ondanks het late uur nog behoorlijk druk, het leek echt een avondje uit te zijn, en we snapte al gauw waarom: want om de zoveel meter was er een eetstalletje, barretje, barbecue of koelbox om de inwendige mens te voorzien van hapjes en drankjes, en aan alle kanten stonden boxen van de verschillende stalletjes lekkere stevige Afrikaanse dansmuziek te knallen... De mensen waren vaak netjes en modern gekleed, echt een avondje stappen! En daartussen stonden stalletjes met kunst, kunstnijverheid, sociale voorzieningen (het stalletje van de belastingdienst was redelijk rustig, die van de Aids-tests en de waterschappen ook wel) en een allegaartje aan van alles en nog wat, van ondernemende vrouwen die een zak vol tweedehands kleding probeerde te verkopen tot de lokale toerismebond, tot natuurgenezers tot kruidenvrouwtjes, tot vrouwensyndicaten en hun waren... Erg interessant!



We hebben er een uur rondgewandeld, af en toe kijkend naar stalletjes en gewoon genietend van de drukte. Er waren wat sieradenstalletjes die echt mooie dingen verkochten, eigenlijk de mooiste dingen tot nu toe al was er weinig naar mijn smaak en veel gewoon te duur: maar gewoon goede kwaliteit traditioneel Afrikaanse sierraden. Ik vind dat altijd erg leuk om te kijken, ik zie zo veel dingen terug die ik ken van vroeger en van de boeken die ik vroeger graag las. En zo veel dingen die ik wel zou willen hebben, gewoon voor de heb, maar daar doen we niet aan, het moet draagbaar zijn anders is het zonde. Er waren mooie fijngemaakte bronzen sierraden uit Mali, net als grote bijna ondraagbare amberkettingen, en allerlei glaskralen, van Cedi’s beads tot echte oude Venetiaanse handelskralen. Leuk! En we waren verrast om te merken dat, ten eerste men nauwelijks een extra blik wierp op de busladingen blanken die opeens op de bedrijvenbeurs uitgestort waren, ten tweede de handelaren totaal niet opdringerig, zelfs een beetje verlegen hun waar aanprijsde, en ten derde dat als je aangaf dat je geen interesse had maar alleen wilde kijken dan was dat prima en lieten ze je zelfs nog eens extra goed kijken. Heel gemoedelijk dus eigenlijk. En toen Hans in een stalletje langs iemand proberen te komen en pardon zei, was de ander gelijk haast excuserend dat hij hem niet gezien had. Erg beleefd dus!



Echter, terwijl we rond 22:30 in de bus al zaten te wachten op de rest van de groep, werd er vlak bij ons bij een soort militaire- of politiepost net uit het zicht iemand plotseling in elkaar geslagen door uniformen. Wat er vooraf gebeurd was weten we niet, maar verschillende uniformen begonnen opeens een man te stompen, en, toen hij viel, te schoppen. Dat ging naar ons gevoel een tijd door (het zal amper een paar momenten geweest zijn) voor die persoon weer overeind krabbelde of weggesleept werd of in ieder geval de dreiging of catalyst verdwenen was. Er was een groepje toekijkers omheen ontstaan en het gebeurde net uit ons zicht, dus wat het precies was weten we niet, maar leuk was het in ieder geval niet. Tegen 22:45 zijn we weggereden van de bedrijvenbeurs, en toen kostte het gerust bijna een uur om iets van 7-8 km terug te rijden naar het schip; het was een grote chaos, overal opstoppingen, overal chaos, heerlijk! We hebben nog nooit zo’n wilde, chaotische stad als dit meegemaakt... Maar wel is het zo dat we ervan overtuigd zijn dat als wij als blanken over die hoofdstraat zouden lopen in plaats van rijden, we binnen de kortste keer beroofd of erger zouden worden. Het is om te zien niet bepaald een open, vriendelijke stad, al zijn de mensen beslist best aardig – maar er is natuurlijk ook een hele zware, erge burgeroorlog geweest die pas 10 jaar geleden is, en dat drukt toch een onzichtbaar en zichtbaar stempel op mensen en hun omgeving.



We waren bijna terug bij de toegang tot de haven, die zelfs in het donker ongelofelijk klein en ontoegankelijk leek: een container- en vrachthaven die enkel door een smal steil modderpad bereikt kan worden? Dat past niet bepaald bij een grote stad als dit... Ik wilde het schuifspelletje met de vrachtwagens filmen (door het donker zijn foto’s haast niet te doen) en hield mijn fototoestelletje daarvoor net buiten het raam. Het touwtje van het toestel zat zoals altijd om mijn pols en was strak aangetrokken zodat hij goed vast zat om mijn pols – ik doe dat altijd, zo hoef ik nooit bang te zijn dat het ding uit mijn handen zal vallen en heb ik het altijd bij de hand, plus dan kan ook niemand het uit mijn zak jatten omdat het nog aan mijn pols vastzit. Ik zag in het donker een van de mannen die rondhingen buiten het haventerrein dicht langs de bus gaan lopen, en dacht nog “het is mogelijk dat iemand probeert mijn toestel uit mijn handen te trekken”. En dat is precies wat hij probeerde – hij schoot opeens naar voren en trok mijn toestel hard uit mijn handen! Maar omdat het stevig om mijn pols vast zat en dus niet meekwam schrok hij zo dat hij het zelf uit zijn handen liet vallen en het weer half de bus in viel, nog altijd aan mijn pols. Ik had een lichte striem op mijn pols van het touw, en was eigenlijk nauwelijks geschrokken. Ik voelde me zelfs een beetje triomfantelijk: dit is tot nu toe de derde keer in mijn leven dat ik bijna door gelegenheidsdieven beroofd ben geweest, maar het niet lukte omdat ik voorzichtig was en voorzorgmaatregelen had genomen, en twee daarvan waren op deze reis...



Ik denk dat de rest van de reizigers er nog meer van geschrokken waren dan ikzelf: veel mensen zijn niet zo heel voorzichtig of oplettend. Eenmaal het haventerrein op stonden we weer muurvast in de vrachtwagenpuzzel: we konden niet naar voren of achteren of opzij. De chauffeurs reden de verkeerde kant op – door de vrachtwagens overal had je totaal geen idee waar je was, en we reden dus een verkeerde kade op! Maar gelukkig toen ze terugdraaide konden we de juiste kade wel vinden, alleen stonden er een paar vrachtwagens pal voor. Het leek er op een gegeven moment zelfs op dat we in het donker naar het schip zouden moeten gaan lopen... Maar net op het punt dat dat overwogen werd, opende er wat ruimte tussen de vrachtwagens en konden we er opeens doorheen piepen! We kwamen uiteindelijk om 23:45 terug aan boord, en zijn gelijk in bed gerold. Pffff! Maar wel een hele leuke enerverende avond en we zijn blij dat we toch naar de Sierra Leonese RAI gewest zijn!



Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters