Vrijdag 26 april: Freetown, Sierra Leone – 229 km gevaren

Vanochtend om 7:30 vertrokken we richting de chimpansee-opvang buiten de stad, want om 11:30 moest iedereen weer aan boord zijn zodat het schip om uiterlijk 12 uur zou kunnen gaan varen. Oorspronkelijk was de bedoeling dat we om 6 uur zouden vertrekking naar de chimpansees, en dat, plus het tijdens de briefings benadrukken hoe steil de helling wel niet zou zijn die we op het laatst moesten lopen om er te komen, heeft denk ik een hoop van de mensen doen besluiten om de stadstoer te doen. Misschien speelde ook het gevoel mee dat een chimpansee-opvang in een tot voor kort instabiel land als Sierra Leone wel haast deprimerend en vervallen moest zijn... Prima, er waren dus maar zo’n 24 mensen die meegingen – hoe minder hoe liever!



De vrachtwagenchauffeurs in het havengebied hebben er waarschijnlijk gewoon de nacht doorgebracht, want de chaos was nog even groot als de afgelopen nacht. Eigenlijk groter, want nu kon je tenminste zien wat voor een chaos – ieder vrij stukje grond op dat haventerrein was gevuld met vrachtwagens in allerlei vormen en maten – van diepladers tot containerwagens tot tankwagens tot kleine bedrijfswagentjes... En echt hutjemutje en kriskras door elkaar, zonder ook maar iets van ruimte ertussen! We moesten weer de schuifpuzzel spelen om eruit te komen: de ene iets naar voren, de andere iets naar achteren, wij ertussen, dan een ander weer iets opzij en wij weer iets naar achteren zodat we daar tussen kunnen piepen, enz... Na dik 10 minuten kwamen we van het haventerrein af en konden we de stad in, wat echt de meest ongelofelijke ervaring is die we ooit in een stad gehad hebben. Het was vuil, kapot, rommelig, chaotisch, vol met mensen, een open riool op plekken, vol met auto’s, vrachtwagens en motoren... De mensen waren niet per se onaardig en de sfeer best wel vrolijk en bruisend, maar er hing wel een gevoel in de lucht dat de sfeer zo kon omslaan naar iets heel grimmigs. Hans en ik voelen ons niet gauw onveilig maar hadden allebei zoiets van, als we een paar honderd meter over deze hoofdstraat lopen worden we op z’n minst beroofd, en in een van de zijstraten waarschijnlijk erger. Desalniettemin was het heerlijk om naar de chaos om ons heen te kijken! De chauffeur deed vaak de meest halsbrekende toeren om door het vastgelopen verkeer te komen – spookrijden was geen uitzondering, maar ach dat doet uiteindelijk iedereen! De politieagent op zijn brommertje deed uiteraard stevig het voorbeeld geven door gewoon in het midden van de weg te gaan rijden en het verkeer opzij te dwingen zodat de bus erachteraan kon wurmen... En we hebben zitten genieten van de rit.



De stad is gebouwd tussen de heuvels, en al gauw moesten we allerlei slingerweggetjes en zo nemen, maar naarmate we uit het centrum kwamen werd de chaos wat minder. Aan de randen van de stad waren wat meer grote huizen gebouwd, en hoog op de heuvel ook een aantal oude koloniale huizen met mooie dichte buitentrappenhuizen – hier was het koeler dan in de vallei aan de zee en daar gingen de Europeanen indertijd dus graag wonen. Nu zijn veel van deze huizen door de regering in gebruik genomen. Om bij de chimpansee-opvang te komen moesten we vanaf de hoofdweg (die hier verbreed werd, en ondertussen een grote stofzooi was) een smal pad de berg op en het woud in nemen, en op een gegeven moment stopte het kleine busje. Het had al een of twee keer eerder gevoeld alsof we moesten stoppen maar met veel moeite was ie dan zo ver gekomen, tot aan een nog veel steiler pad dat recht het woud inleidde. Er waren betonnen sporen op gemaakt, dus een 4WD zou nog wel naar boven kunnen komen (hoewel niet gemakkelijk!) maar het busje maakte geen kans.



Diegenen die niet zo’n steil stuk konden lopen konden met de 4WD die met ons meereed naar boven gebracht worden, de rest moest lopen. Het was een paar honderd meter klimmen en inderdaad heel erg steil; iedereen was enigszins buiten adem toen we bovenkwamen, en sommigen moesten er heel lang over doen. Hier werden we aan het begin van de opvang ontvangen door een blank meisje die Frans leek en zeer zakelijk was: we moesten wachten tot alles gereed was voor ons, want het was nog iets voor 9 uur en pas om 9 uur konden we de chimpansees bezoeken.



Ondertussen kregen Hans en ik al een beetje de indruk dat deze opvang goed geregeld leek. Dat gevoel hebben we gehouden en werd bevestigd door wat we zagen: de chimpansees waren goed verzorgd en leken gelukkig, de kooien waren schoon, de buitengebieden waren ruim, de verzorgers wisten waar ze het over hadden en leken ook betrokken... Het zag er allemaal prima uit, gelukkig! We zijn altijd op afstand gebleven van de chimpansees, want we waren niet gecheckt voor ziektes en daar zijn ze blijkbaar heel gevoelig voor – in andere programma’s kun je dan een tijdje spelen of samenzijn met ze, maar hier keken we vooral van een afstandje – en veilig achter netten, want chimpansees worden het af en toe zat om bekeken te worden en kunnen dan stenen gaan gooien... Het was wel heel leuk om ze van toch wel redelijk dichtbij te kunnen bekijken, ik denk niet dat ik ooit zo dichtbij zo veel geweest ben. Al deze chimpansees zijn op de een of andere manier gered geweest – omdat ze weesjes waren, omdat ze mishandeld werden, van alles. De bedoeling van de opvang is dan ook om op den duur zo veel mogelijk weer vrij te laten in het wild, maar gezien hoe het beschermd woud om de opvang heen al opgeknabbeld wordt door de verstedelijking rondom Freetown is die kans eigenlijk heel klein.



Toch hebben ze een mooi stappenplan, waarbij de laatste stap van her-integratie een omheining is die tegen het woud zelf aan grenst, waardoor ze kunnen zien waar ze ooit ideaal gezien zullen gaan wonen, en contact kunnen leggen met wilde chimpansees aan de andere kant van het hek. Tot op heden zijn er nog geen chimpansees zo ver dat ze vrijgelaten konden worden, maar de gidsen waren duidelijk hoopvol en vertrouwde erop. Er zijn totaal 104 chimpansees, waarvan 6 chimpansees die in de opvang geboren zijn – alle vrouwtjes hebben weliswaar anticonceptie, maar blijkbaar gebeuren er toch nog af en toe ongelukjes. Een paar van die “ongelukjes” zagen we heel liefdevol geknuffeld worden en mango gevoerd worden door hun moeders toen de verzorger ze mango’s gaven. Een mooi programma en zo te zien een integere, betrokken opvang.



Na een pittig steile wandeling terug naar beneden zaten we allemaal ruim op tijd in de bus om terug de stad in te duiken: we reden iets na 10 uur weg, we moesten om 11:30 bij het schip zijn, dat gaf ons anderhalf uur om zo’n 20 km te rijden – zelfs in Freetown moest dat toch te doen zijn, zeker omdat de ochtendspits inmiddels voorbij was? Aha, yep, dus niet. De rit terug naar de stad was heel mooi, omdat we nu goed de ligging van de stad konden zien tussen de bergen. Maar eenmaal terug in de bebouwde kern was de chaos op straat zo mogelijk nog groter dan op de heenweg – er waren markten midden op straat, voedseltrucks of klerentrucks laadde hun waar midden op straat uit waar er een grote menigte ontstond om de goederen verder te verdelen, of vuilnisvrachtwagens stonden zo op straat het vuil in open vrachtwagens te scheppen. Het verkeer ging zo langzaam dat als het tegemoetkomende verkeer weer eens even in beweging kwam, er tussen de auto’s gewoon groepen mensen liepen en zelfs hun waar verkochten... Zo worden de files er niet kleiner op! De chaos is gewoon onbeschrijfelijk – een grote kleurrijke krioelende mierenhoop is misschien nog de beste omschrijving; van mensen, vrachtwagens, auto’s, brommers, motoren, handkarren, stalletjes, honden, echt alles wat je maar kon verzinnen. En het lawaai natuurlijk! Muziek, stemmen, auto’s, toeters, alles door elkaar... Wat een ervaring!



Terug bij de haventoegang stonden de vrachtwagens weliswaar niet meer op het modderpad buiten het haventerrein, maar binnen in het haventerrein was blijkbaar een rijsttruck kapot, en die kon niet opzij, en omdat hij natuurlijk onhandig stond kon er verder niemand omheen... We waren al laat, het was inmiddels al 11:40 en we waren nog geeneens het haventerrein op! En om 12 uur moesten we echt vertrekken... De expeditieleiders hadden de busdeuren al opengedaan om te gaan lopen toen opeens de vrachtwagenpuzzel in beweging kwam en een opening ontstond voor ons; onze chauffeur wurmde zich er gauw tussen en opeens stonden we voor ons schip, ongelofelijk! Wat een ongelofelijke ervaring, deze stad, pfffff. De stadsgroep was net voor ons aangekomen, en de veiligheidsmannen waren klaar met hun werk dus die konden van boord en met een van de begeleidende auto’s naar het vliegveld gebracht worden. Met iedereen aan boord konden we toch min of meer op tijd vertrekken – de loods was er namelijk ook redelijk netjes op tijd – op naar Guinea Bissau en de Bijagos Archipel!



We konden eenmaal terug aan boord bijna gelijk doorlopen naar de lunch, en na de lunch zijn we gelijk gaan douchen – dit is voor het eerst dat we ons echt een beetje vuil voelen vanwege luchtvervuiling en niet vanwege zweet. Na het douchen zijn we lekker in onze hut gebleven, waar het al gauw tijd was voor een stevig dutje. We zijn allebei onderhand behoorlijk moe, en de dutjes in de middag zijn broodnodig en vaak ook wel lang – ondanks dat we redelijk slapen ’s nachts (nou ja, ik dan, Hans niet; en allebei dromen we zo enorm veel!). Rond 17 uur zou er een recap en briefing plaatsvinden, en was het de bedoeling dat we zouden laten zien wat voor mooie of bijzondere dingen we allemaal gekocht hadden op deze reis. Veel maskers natuurlijk, waar onze ethno-historicus David commentaar op mocht geven – soms was het iets wel aparts, maar vaak ook was zijn commentaar een politiek correct en vriendelijke manier om te zeggen dat ze toeristische troep gekocht hadden – heerlijk! Zijn favoriete woord daarvoor was “nice”, een van de gevaarlijkste woorden in de Engelse taal die op zo veel verschillende manieren gebruikt kan worden, vaak om te verhullen dat iets juist niet “nice” is, of in dit geval gewoon troep... Er was wel door iemand een masker gekocht van de Bindu vrouwen in Sierra Leone, dat Hans met name heel erg mooi vindt, en dat leek wel een “echte” te zijn – in andere woorden ook echt gedragen in een maskerade en niet alleen voor de toeristen gemaakt.



Na de “show and tell” was het tijd voor een korte briefing over de Bijagos Archipel morgen en overmorgen, want een hele mooie plek moet zijn. Daarna begon de laatste wijnproverij van deze reis, dus wij zijn er weer vandoor gegaan en een beetje op dek gaan kijken en genieten van het mooie rustige water en de lage zon tot het tijd was om te gaan eten. Na het eten zijn we naar onze hut gegaan en eigenlijk waren we al bijna op het punt om richting bed te gaan, iets na 21 uur, toen er een aankondiging gemaakt werd over de intercom dat er een belangrijke navigatie-update zou komen om 21:15. Hmm, dat is meestal slecht nieuws want goed nieuws zoals dat we sneller gaan dan verwacht zouden ze zo over de intercom kunnen aankondigen... Men ging dus niet echt gerust naar de lounge, waar inderdaad de kapitein ook al weer stond – tja, dan moet het haast wel zijn dat we vertraging hebben en later aan zullen komen in de Bijagos Archipel... Of dat de douaneambtenaren niet op tijd aanwezig zouden zijn, enz enz; men werd er haast een beetje melig van om allerlei extravangante theorieën te verzinnen terwijl we zaten te wachten!



De kapitein nam het woord en vertelde dat hij die avond een email gekregen had die hij wel drie keer heeft moeten lezen met zijn officierenteam, waarbij ze iedere keer moesten lachen, tot ze beseften dat het ernst was. Hij las het voor: de email gaf aan dat er gegronde reden was om te geloven dat er onder de 61 Amerikanen aan boord undercover agenten van de DEA (Drugs, explosives and alcohol) en CIA aan boord waren om arrestaties en kidnappings te plegen... Vandaar dat de regering besloten had om geen risico’s te lopen en ons niet het land in te laten. Gezien het feit dat de gemiddelde leeftijd van de Amerikanen aan boord tegen de 70 was, was dit natuurlijk hilarisch, ondanks het slechte nieuws dat we dus niet het tropisch marine-paradijsje van Guinea Bissau zouden kunnen bezoeken! De toegang-ontzegging was een algemene wraakactie tegen het Amerikaanse volk, omdat nog geen twee dagen geleden het voormalig hoofd van de Guinea Bissause marine in Kaapverdie gearreesteerd was door Amerikanen vanwege betrokkenheid bij de grootschalige drugsdoorvoeractiviteiten die plaatsvinden in Guinea Bissau. Guinea Bissau is namelijk niet alleen bekend vanwege zijn prachtig marine-park, maar ook als hotspot voor de doorvoer van drugs tussen Noord en Zuid Amerika en Europa – het is dus practisch een rovershol!



Dus werd het hele schip verboden om Guinea Bissau binnen te gaan, en dat betekent dus ook de territoriale wateren en de de wateren rondom de eilanden van de Bijagos Archipel... Iedereen moest eerst inderdaad alleen maar lachen! En riep toen oplossingen zoals alle Amerikanen in reddingsvlotten stoppen en buiten de territoriale wateren laten, en met de rest verder gaan... Maar uiteindelijk is het natuurlijk diep triest en puur treiteren van zo’n regering – het is wraak nemen op toeristen vanwege de acties van regeringen. Uiteindelijk hebben we in zekere zin geluk dat we het nu vanavond te horen kregen – voor hetzelfde geld krijg je zo’n mededeling als je al aan de kade ligt , en dan verspil je enorm veel tijd. Nu waren we nog op volle zee, ruim voor de territoriale wateren, en op volle snelheid en dan zijn er nog andere mogelijkheden. Plan B was dus ook om óm Guinea Bissau en de Archipel heen te varen, en dan een dag eerder in Gambia aankomen, waar er geprobeerd zou worden om een programma voor twee dagen te maken in plaats van 1 zoals oorspronkelijk gepland. Wel erg jammer van Guinea Bissau, al is er een kleine troost dat dit natuurlijk ook een geweldig verhaal is!


Routes

Dit is de route die we op het land tijdens de excursie gereden hebben:

Dit is de route die we vandaag gevaren hebben:



free counters