Maandag 29 april: Banjul, Gambia – 155 km gevaren

We hebben allebei weer heel onrustig geslapen, veel wakker, en het was dus geen probleem om op tijd wakker te worden om de garmin aan te zetten want Hans was vroeg wakker. Ik geloof dat we hem rond half 5 aanzette, en dat was net op tijd want rond 5 uur gingen we al weer varen – eerder dan gisteren gezegd. We voeren heel rustig de riviermond in, en voor het ontbijt gingen we nog een tijdje op het bovenste dek kijken. We waren verrast over hoe breed de rivier wel niet was, waardoor de oevers helaas een eind weg lagen: maar het was een mooi gezicht om de zon boven de horizon te zien komen.



Wij zitten op deze reis heel erg in onze maag met het geven van een fooi. Het is sowieso altijd iets lastigs, en wij volgen de instelling dat je een fooi geeft als extratje, om te bedanken voor geleverde service. Vroeger was het zo dat er twee enveloppen waren: eentje voor het hotelpersoneel en de bemanning, en eentje voor de expeditiestaf. Dat vonden wij heel eerlijk, want dan kun je zelf beslissen hoeveel je aan beide groepen wilt bijdragen: tenslotte is hotelpersoneel vaak onderbetaald en ze werken zich uit de naad, terwijl expeditiestaf vaak al zeer goede banen hebben; maar wel altijd beschikbaar moeten zijn voor vragen en interactie met de passagiers. Wij zijn bij deze reis geneigd om het hotelpersoneel een goede fooi te willen geven, en de expeditieleiders niets – omdat deze laatste groep effectief niets hebben hoeven doen: aan land werd al het werk gedaan door lokale gidsen en reisde ze eigenlijk alleen maar mee. En de lezingen die ze aan boord geven of het kletsen met de passagiers, ach, dat valt wat ons betreft nu ook niet echt onder hard werken... Plus, wij zouden wel een paar van de gidsen eventueel een fooi willen geven, maar bijvoorbeeld de artiest en muzikant waren alles behalve sociaal ingesteld of beschikbaar om mee te kletsen, en je kunt niet individueel tippen. En het Filipijnse hotelpersoneel zit dag en nacht te poetsen, op te ruimen, te koken voor ons, te serveren, enz... Dit jaar is er echter maar één envelop, en er is dan blijkbaar wel een verdeelsleutel – die echter niet vrijgegeven wordt aan ons. Wij moeten er dus maar van uit gaan dat, als wij geld in die envelop steken, voldoende van dat geld naar het hotelpersoneel gaat. En eerlijk gezegd zegt ons gevoel dat dat niet zo zal zijn.


Als het twee-enveloppen systeem nog had bestaan hadden we denk ik 100 dollar in die van het hotelpersoneel gestopt, en niets in die voor de expeditiestaf. Maar omdat er maar één envelop is, hebben we dus uiteindelijk, na lang wikken en wegen, besloten om géén fooi te geven. We hadden er wel moeite mee, want het voelt zo “not-done”, maar uiteindelijk is het nu eenmaal zo dat dit een vreselijk dure reis was, slecht georganiseerd (we hebben het uitstekend naar onze zin gehad maar het WAS slecht georganiseerd), en de expeditieleiders hebben in feite ook een vakantie gehad. En je geeft een fooi nu eenmaal voor geleverde diensten, en in dit geval heeft het bedrijf G-Adventures weinig bijgedragen aan de ervaring van de landen die we gehad hebben. Helaas kunnen we daardoor het hotelpersoneel, dat zich uit de naad gelopen heeft, geen fooi geven, maar ze zullen met al die stinkend rijke Amerikanen niets te kort komen. En de steward die altijd zo zorgvuldig onze kamer schoonmaakt en ondanks zijn drie woordjes Engels altijd zo vriendelijk en behulpzaam is hebben we 20 dollar in zijn hand gestopt als persoonlijk bedankje. Als we de kans krijgen zullen we de jongen die ons ’s middags en ’s avonds altijd bedient ook iets toestoppen.


Na het ontbijt waren we nog altijd aan het varen, want de kapitein wilde echt zo diep mogelijk de rivier opvaren. Het schip heeft een diepgang van 4,7 meter, en (een beetje tot onze verbazing) de Gambia-rivier is volgens de kapitein “unchartered”, letterlijk: nog niet in kaart gebracht. Hij bedoelt waarschijnlijk voor grote schepen, maar hij had dus blijkbaar geen accuraat genoege diepte-gegevens om het schip veilig de rivier op te varen. In het begin van de rivier was dit nog niet zo’n probleem omdat de rivier nog diep genoeg was, maar wij moesten een heel eind de rivier op, en dan wordt het natuurlijk steeds ondieper. De oplossing daarvoor was om een zodiac te water te laten met iemand om te sturen, en Conrad met een dieptemeter en walkietalkie. De zodiac voer zigzaggend vlak voor het schip, continu dieptegegevens doorgevend aan de brug, en de kapitein voer tergend langzaam (maar een paar km per uur) achter de zodiac aan. Wel indrukwekkend om op het bovenste dek te staan en te zien hoe zo’n klein zodiacje een toch wel groot schip begeleidde!



Tegen 10 uur vonden de kapitein en de expeditieleiders een zijrivier die hen aansprak, en was het dan eindelijk tijd om van boord te gaan. Hier was het zo’n 7 meter diep in de rivier, dus 2 meter onder het laagste punt van het schip: we zouden in de zodiacs naar de veel ondiepere zijrivieren varen waar we een paar uur in de mangroves zouden rondvaren, op zoek naar vogels en wat voor andere dingen we dan al niet tegen zouden komen. Tot onze verbazing gingen zo’n 10 mensen niet mee met de cruise – niet eens allemaal omdat ze niet fysiek meekonden, maar sommigen hadden gewoon geen zin geloof ik. Ik kan me daar niets bij voorstellen, op zo’n reis ga je uiteindelijk toch met alles mee, je weet nooit of je iets heel bijzonders of leuks gaat zien of doen. Toen we klaar stonden om in de zodiac te stappen zagen we dat de artiest onze bestuurder was: daar waren we niet zo heel blij mee, want wat we van haar tot nu toe meegemaakt hebben was niet zo heel erg sociaal ingesteld, plus we waren ook een beetje bang dat dit misschien wel haar eerste keer was in de zodiacs, net zoals bij de muzikant...



Gelukkig bleek ze een snelheidsduivel te zijn die al vele jaren ervaring had met zodiacs besturen, en graag flink gas gaf: ze had het er zelfs over om de “plane” te zoeken, het vlak waarop je over het water scheurt inplaats van erdoor, en dus veel meer snelheid kan maken. Prima, dit kwam wel goed! En in een klein groepje bleek ze ook wel ok te zijn, plus we snapte wat beter waarom ze aan boord vaak bijna onbeschoft mensen negeerde – ze zag of hoorde ze gewoon niet, want ze zat continu in haar eigen wereldje. Er waren wel een paar mensen in ons bootje die het duidelijk niet zo fijn vonden om zo snel te gaan, maar gelukkig voor ons was er weinig aan te doen, de artieste moest de rest inhalen dus ze “moest” wel hard varen!



Het was mooi om in de mangroves rond te varen, we zagen een aantal ijsvogels en vele andere vogels. Op de modderstrandjes waren heel veel krabben en modderkruipers (wat dus echt een vis blijkt te zijn, ik dacht een vorm van kikker...). Het was gloeiend heet en de zon brandde neer op ons: als je toevallig je been bewoog en een nieuw stukje van de rand van de zodiac aanraakte verbrandde je bijna je benen op het zwarte rubber! We kwamen ook een visser in zijn bootje tegen, en een paar mannen langs de kant die bezig waren hout op een ezelkar te laden. Een van de expeditieleiders had een mangrove-zaad uit het water gevist en die ging van zodiac naar zodiac zodat iedereen het kon bestuderen.



We mochten op een gegeven moment even aan land onze benen strekken op een van de modderstrandjes, en je merkte al gelijk dat het echt vreselijk plakkerige dikke modder is: toen we weer terug aan boord stapte hadden we zeker 2 cm dikke plakmodder onder onze schoenen, Ik moest voor de foto een eindje de vlakte oplopen, en als ik niet mijn voeten in beweging hield zakte ik op sommige plekken bijna tot mijn enkels weg... We waren ondertussen een aardig eindje de mangroves ingegaan, en toen het tijd was om terug te gaan heeft onze zodiac-bestuurster de “plane” gezocht en lekker hard over het water gescheurd. Heerlijk!



Toen we terug bij het schip kwamen, was het net spitsuur bij het trappetje, dus bood de artiest aan om nog een rondje om het schip te varen zodat we het vanuit alle hoeken konden bekijken... Dat is altijd mooi, zo’n schip vanuit het water gezien. Toen we aan de andere kant waren van het schip stelde de artiest heel sportief voor dat we wel een rondje mochten varen als we wilde? We hadden een boot vol bange mutsen, maar Hans wilde natuurlijk wel graag eens een zodiac besturen! Het ging prima, maar een vrouw vond het maar niks, dus uiteindelijk besloot de artiest om er maar mee te stoppen, om de vrede te bewaren en waarschijnlijk ook om te voorkomen dat zij ermee in de problemen zou komen. Ach, maar Hans heeft ondertussen dus lekker even een zodiac mogen besturen!



Terug aan boord zijn we gaan lunchen en even relaxen in de relatieve koelte van onze hut, terwijl ons schip terug naar de riviermond voer, richting een piepklein eilandje, James Island. Daar konden we tussen 14 en 17 uur terecht om rond te kijken, met een zodiac-pendel die regelmatig tussen het schip en het eilandje heen en weer zou gaan. Omdat het een gloeiend hete dag was, maar het overduidelijk een héél klein eilandje was, besloten we met de allereerste boot erheen te gaan, ondanks de hitte – dan heb je kans om even rustig rond te kijken zonder gelijk heel de kudde achter je aan te hebben. We stonden dus ruimschoots op tijd in de mudroom klaar (wat is het daar heet!) en zaten inderdaad in de eerste boot richting het eilandje.



James Eiland is een heel klein eilandje met een fort erop, en heet sinds 2011 officeel “Kunta Kinteh” om het meer Gambiaans te laten klinken. Het is een UNESCO World Heritage Site, het fort is in 1651 oorspronkelijk door Duitsers gebouwd, en is in de loop der eeuwen door allerlei landen gebruikt geweest. Uiteindelijk is het in het begin van de 19e eeuw in combinatie met twee opstellingen aan beide kanten van de rivier gebruikt om de inmiddels in 1807 in het Engelse rijk illegaal geworden slavenhandel te voorkomen. In 1870 is heel de opstelling in onbruik geraakt en is het eilandje zelf helemaal overwoekerd geraakt door grote baobab-bomen, die wit waren van de guano, wat daardoor een hele aparte sfeer creeerde. Het eiland was oorspronklijk 5 keer zo groot als dat het nu is, maar het wordt steeds kleiner omdat de zee het bij hoog tij stukje bij beetje afkalft. Ik denk dat het nu nog maar iets van 50 meter lang is, en breed misschien iets van 20-30.



Omdat we als eerste op het eiland waren, met een aantal mensen die net als wij foto’s wilde maken zonder (al te veel) mensen erop, maakte we de afspraak dat we elkaar zouden vermijden – dat werkte heel goed, want zo kon je mooi van alle doorkijkjes foto’s maken, je lette op de anderen, wachtte met doorlopen als iemand een foto nam en zij deden dat voor jou. Ideaal! En tegen de tijd dat Hans en ik over het (heel kleine) eilandje heengeraasd waren en alle gewenste foto’s hadden gemaakt kwam pas de volgende paar bootladingen aan land, en die werden ook nog eens opgehouden op het strandje om even het verhaal van de lokale gids aan te horen. Dat is op zich wel een voordeel van Amerikanen, dat ze als kudde heel braaf zijn en over het algemeen naar de gids luisteren – dat gaf ons nog een kwartiertje extra om de laatste foto’s te maken! Het was letterlijk zo dat toen de kudde eenmaal vrijgelaten werd om het eiland te verkennen, wij al weer terugliepen naar de zodiac om terug naar het schip te gaan! We zijn iets meer dan een half uurtje op het eiland geweest, maar omdat het zo klein is was dat meer dan voldoende om het eiland goed te bekijken.



We hadden als zodiac-bestuurde onze vriend de stugge Zweed Stefan, maar hij kan wel lekker hard scheuren en we hebben dan ook een heerlijk ritje terug naar het schip gehad. Terug aan boord hebben we even wat thee genomen in de lounge en zijn toen de thee op was lekker een paar uurtjes gaan relaxen in onze hut. We zijn vanochtend aardig verbrand geraakt in de zon, ik voelde met name mijn bovenbenen al gloeien! Om 5 uur zou het schip het anker lichten en vertrekken, en zijn we naar het bovenste dek gegaan om te kijken hoe ze het anker binnenhaalden. Het anker zat onder de modder, en omdat een schip altijd netjes moet zijn, werd na het lichten het dek ook gelijk weer grondig schoongespoten.



Om 18 uur kregen we in de lounge een fotoshow van de afgelopen maand, waar wel erg veel foto’s van de “in-crowd” op stonden – een groepje mensen die omgingen met de vrouw van de eigenaar en haar vriendin, en een stinkend rijke vrouw die de biljetten nog net niet rondstrooide. Wel jammer dat ze dan niet proberen om af en toe ook andere mensen in beeld te brengen om dat te nuanceren. Maar er zaten ook veel leuke of mooie foto’s tussen gelukkig. Om 18:30 kwam de kapitein en kregen we een afscheidsborrel, en kwam de bemanning een afscheidsliedje zingen, wat ze indertijd ook in Spitsbergen hebben gedaan.



De kapitein had zich in het meest waanzinnigste Afrikaanse pak gehesen dat ie kon vinden, en hield een leuk verhaaltje. Hij deed tijdens het afscheid ook een paar bemanningsleden naar voren roepen die we anders misschien nooit zouden zien, maar die wel belangrijk waren geweest voor deze reis.Dat was best leuk: zo zagen wij de mechaniciën die keihard gewerkt heeft om de airco op gang te krijgen, en de man die de wasserij (beddengoed, tafellakens, handdoeken, enz) bediende; een hete ruimte die tijdens de poolreizen best een prettige werkplek is, maar als het buiten ook 35 graden is opeens een stuk minder aangenaam! Deze arme mannen waren natuurlijk best verlegen en dolblij toen ze van de kapitein weer van het podiumpje afmochten...



Om 19 uur was het etenstijd, en tijdens het eten begon er al behoorlijk wat deining te ontstaan omdat we inmiddels vanuit de beschutte riviermond weer de open zee op voeren. Na het eten zijn Hans en ik naar het bovenste dek gegaan om uit te waaien, en dat was heerlijk, omdat het toch zeker rond windkracht 3-4 was. We hebben er een tijdje gestaan en genoten van de wind, voordat het tijd was om naar beneden te gaan en te douchen en al onze spullen in te pakken voor morgen. Na een maand lang in die hut geleefd te hebben was dat nog best een klus, natuurlijk, maar morgenochtend moeten de tassen al om 7 uur in de gang staan dus het moest nu gebeuren. Uiteindelijk is het gelukt en konden we naar bed. We waren moe!


Routes

Dit is de route die we met de zodiacs tijdens de excursie gevaren hebben:

Dit is de route die we vandaag met het schip gevaren hebben:



free counters