NOVEMBER 2016: VULKANISCH ETHIOPIË

We hebben vannacht redelijk geslapen, al leken de kussens wel van rubber. Het is een rare gewaarwording voor mij om te beseffen dat ik in Ethiopië ben; het huis van opa en oma was gevuld met van alles uit Ethiopië: muziekinstrumenten, kamelenharenkleden, schilderijen, beelden, kruizen en natuurlijk de mooie zware koperen armbanden aan de schouw, en opa had schoenendozen vol prachtige Ethiopische postzegels. Ik ken het Amhaars schrift en de typische naïeve schilderstijl met grote ogen, en om dan die bekende beelden terug te zien in de schilderijen die in het restaurant van het hotel hangen vanochtend bij het ontbijt, om dat schrift te zien, en andere bekende symbolen van Ethiopië, is het toch wel bijzonder en een beetje emotioneel voor mij om in Ethiopië te zijn.


Het ontbijt was een uitgebreid ontbijtbuffet, dat nog maar net klaarstond toen Hans en ik gingen ontbijten, en we konden als we wilde een eitje laten bakken, dus Hans heeft een omeletje laten bakken. Het brood was zoals wel meer in andere landen dicht, zwaar en droog, en de gebakjes en croissantjes leken er al dagen te staan, maar dat betekende niet per se dat ze oud waren. Dit hotel is een viersterrenhotel, het beste van deze reis, en we beseffen ons dat we er nog even van moeten genieten want het zal hierna heel snel heel veel minder comfortabel worden!

Hans en ik zaten iets voor 9 uur klaar in de lobby met onze spullen. Onze gids Enku Mulugeta, een Ethiopische geoloog van beroep, stapte klokslag 9 uur de lobby in: alleen dat is dus in Ethiopië schijnbaar 3 uur... Want niet alleen hun kalender is anders, maar zij meten de tijd ook anders: ze zijn twee uur later dan Nederland, maar splitsen de klok niet op middernacht, maar op zonsopkomst om 6 uur. Dus zeven uur ‘s ochtends is één uur (na zonsopkomst), en twaalf uur 's middags is zes uur hier (na zonsopkomst)... Is even wennen maar ik vind het wel wat hebben!


Onze auto, een 4WD, stond al buiten klaar en onze vriendelijke en beleefde chauffeur Demis knikte als groet toen we buiten kwamen, nog bezig met de laatste dingen aan de auto in orde te brengen en onze bagage in te laden samen met de tweede chauffeur wiens naam we niet doorkregen en die zich verder een beetje afzijdig hield. Hij zou in de tweede auto achter ons aanrijden. Enku hield ondertussen zijn kaart tegen de zijkant van de auto en liet zien waar de "Rift Valley" (Grote Slenk in het Nederlands) liep, die gaan we deze reis bezoeken. Hans en ik moeten erg wennen aan het idee dat we in feite een privé gids hebben, we zijn namelijk de enigste klanten op deze reis (een Spanjaard die ook geboekt had ging uiteindelijk niet meer mee), en terwijl we de stad uitreden besloten we gelijk het ijs eens goed te breken en een flinke klapper te maken, en in een half uurtje tijd vertelde we dat mijn opa en oma lang geleden in Ethiopië gewoond hadden, mijn moeder dus als kind hier was opgegroeid, omdat mijn opa voor de suikerfabriek werkte, en dat mijn eigen vader een geoloog was waardoor dit op meerdere manieren een bijzonder tripje was voor mij, en dat ik zelf ook nog eens als kind in Afrika, in Nigeria gewoond had. Enku was helemaal overdonderd, hij vond het fantastisch! Dit ging een bijzondere reis worden, beloofd hij, en hij wilde alles weten wat ik wist van mijn moeder over Ethiopië, waar ze gewoond en gewerkt hadden en waar ze allemaal geweest waren in Ethiopië. Gaandeweg kwamen er steeds meer namen terug die ik in de loop der jaren gehoord had bij opa en oma en van mijn moeder, en Enku keek helemaal gelukzalig, wat prachtig. Hij zou haast mijn moeder willen bellen om haar te vertellen hiernaartoe te komen en haar dan zelf rond te leiden!

Buiten Addis Abeba reden we langs een kerk, en omdat het zondag was, was de dienst net afgelopen. Er liepen overal mannen en vrouwen met dunne witte doeken rond, ook weer iets herkenbaars voor mij van foto’s en afbeeldingen bij opa en oma, en de vele koffietafelboeken van mijn moeder. We hebben een theepauze gehouden bij een leuk tentje op de rand van een dode vulkaan, Bishoftu, met uitzicht op het kratermeer in het midden. Het water van dit meer was niet zo geschikt om in te zwemmen omdat het “dood” was en dus niet zo gezond, maar verder was er op zich niets mis mee. Andere meren in de omgeving kunnen ongezonde mineralen bevatten of ronduit zuur zijn, allemaal vanwege de vulkanische activiteit van de Grote Slenk. Demis nam in het restaurantje ontbijt terwijl wij met Enku thee met kaneelsmaak dronken en naar het kratermeer keken. Enku was opgewonden over onze tocht, want volgens hem was de Danakil Depressie al sinds een paar weken ongelofelijk actief, en hij had gehoord dat het lavameer van Erta Ale ongehoord actief en hoog was dus hij kon niet wachten om het met eigen ogen te zien. Klinkt goed, we zijn benieuwd!

Na de thee en een bezoekje aan de wc zijn we weer op pad gegaan. Buiten Wonji wees Enku me waar de suikerfabriek van Wonji was in de verte, en de suikerrietvelden langs de rivier. We stopte onderweg om een “teff” veldje in te gaan, de speciale graansoort die specifiek voor Ethiopië is. Enku liet ons de piepkleine zaadjes zien die tot meel gemalen worden en als basisvoedsel voor Ethiopiërs geldt.

We kochten een paar watermeloenen bij een straatstalletje onderweg, en de lunch was in een mooi restaurantje in de buitenwijken van Wonji. Daar lieten we Enku voor ons bestellen; hij vroeg ons namelijk waar we zin in hadden en wij gaven aan dat we wel Ethiopisch wilde proberen. Dus hij koos een paar lekkere gerechten uit voor ons die hij wel geschikt achtte (de rauwe geitenniertjes heeft hij voor ons niet besteld). We hebben eerst op zijn aanraden onze handen gewassen bij de toiletten, want in Ethiopië eet je met je handen, en toen hebben we gezellig gekletst en heerlijk gegeten: injera, grijze zurige sponzige pannenkoeken van teff die men bij iedere maaltijd eet, met gebakken groente en blokjes (lams)vlees, een heerlijke gemalen bonensaus, salade en pittige saus. Je eet met z'n allen met de hand uit een schaal. Erg lekker allemaal! Enku moest lachen en vond dat we het best goed deden, met onze hand eten.

Toen we klaar waren zijn we weer op pad gegaan. We reden langs fever-trees, die werden vroeger in zuidelijk Afrika geassocieerd met malaria, en toen we ernaar vroegen bevestigde Enku dat er geen malaria meer was in dit gebied, en je geen antimalaria pillen hoefde te slikken, alleen wat spray nodig had tegen muggen omdat ze hinderlijk konden zijn. Zoiets hadden we van te voren al vermoed, maar we hadden toch maar malariapillen gekocht, omdat we wisten dat als we ze hier niet voor gebruikte, we ze volgend jaar voor Zambia en Malawi konden gebruiken.


‘s Middags reden we uit de bergen richting zeeniveau en echt de Rift Valley in, overal zag je de sporen van vulkanen en uitbarstingen in het landschap: begroeide koepelvormige heuvels van as en tufsteen, oude kraters, meren, erg mooi om doorheen te rijden! We stopte voor een fotostop bij een grote krater die volgens Enku is wat de Erta Ale zal worden als hij doodgaat en dichtgroeit. Terwijl we daar stonden kwam onze logistieke tweede auto langs met kokkin en tweede chauffeur erin, zij reden door naar Awash en morgen zouden we samen verder gaan.

We hebben de benen gestrekt bij een meer, gevormd door de zwarte lava en tufsteen van een uitbarsting van de ernaast gelegen 2000 m hoge Fantale vulkaan 180 jaar geleden. Het meer werd gevoed door een ondergrondse bron, vol fluoride, en het waterniveau was door de geothermische activiteit aan het stijgen - de weg was acht jaar geleden een km verplaatst en het waterniveau zat inmiddels al weer een paar meter van het wegoppervlakte vandaan... De mensen die in deze omgeving woonde hadden schijnbaar bruine tanden van de hoge fluoride-concentratie van het water, en het water zelf was ook bruinig. Terwijl we er stonden zagen we een krokodil wegduiken, en langs de oever lagen brokken vederlicht puimsteen die dreven als je ze in het water gooide.

Enku liet ons puimsteen, obsidiaan, tufsteen, en allerlei andere vulkanische gesteentes zien, en sloeg met zijn geologenhamer af en toe een rots open om de kristallen te laten zien. Leuk! Onderweg zagen we opeens een dode hyena liggen langs de weg, en wat later liepen er mooie statige oryx en wat hoenders naast de weg. Enku vertelde dat er regelmatig problemen waren met vee van de lokale boeren en het Awash Nationaal Park; de boeren deden hun vee illegaal grazen in het park.

Het was onderweg ongelofelijk druk met vrachtwagens, en Enku verzuchtte dat tegenwoordig de eisen voor je vrachtwagenrijbewijs zo laag waren, dat zelfs een 18-jarige zonder enige rijervaring deze kon halen, en dat er daarom zo vreselijk veel vrachtwagens waren – en helaas ook vreselijk veel ongelukken gebeurden. Veel vrachtverkeer rijdt namelijk het liefst ‘s nachts vanwege de hitte overdag, en dat veroorzaakt veel ongelukken en veel roadkill.


Rond 16 uur kwamen we aan in Awash, waar Enku ons incheckte in ons eenvoudig maar net klein hotelletje. We hebben even geinternet (gek genoeg kunnen we wel mail binnenhalen maar niet verzenden, en internet is tergend traag plus whatsapp werkt regelmatig niet), en besloten toen even een wandelingetje te maken langs de marktstalletjes langs de weg. We zagen onderweg qat kauwende mannen, en over het algemeen voelde de mensen om ons heen op straat niet per se onvriendelijk, maar ook niet erg open. We werden bekeken (we waren de enige blanken op straat) maar verder eigenlijk genegeerd.

We liepen terug naar het hotel en opeens viel de hele zool van mijn wandelschoen eraf, midden op straat! Dat was balen, ik had omwille van de bagage alleen mijn “goede” wandelschoenen bij, en we moesten nog beginnen aan onze reis! Maar een schoenmaker was gauw gevonden dankzij de hulp van Enku, die onze tweede chauffeur met mijn schoenen erop uit stuurde, en Hans en ik installeerde ons maar op het terras om te wachten op mijn schoenen. Na een uurtje, om 18:15, werden mijn nieuw gelijmde schoenen (de andere zool bleek ook al los te zitten) al weer gebracht door de schoenmaker. Het kostte omgerekend 2,50 en daarvoor waren beide schoenen opnieuw gestikt en gelijmd... We hebben er maar 4 euro van gemaakt!

Het avondeten was om 19 uur, op een veranda in de binnenplaats van het hotel, schuin tegenover het hotel. Er was weliswaar een menu, maar het serveerstertje had Enku nodig om te tolken en het werd duidelijk dat er maar één keuze was, kip met groente en rijst. Hans vroeg om frietjes erbij, en al was dat duidelijk een ingewikkelde vraag, het is toch gelukt, en ze waren heerlijk. Onderaan de trap naar de veranda was een vrouw bezig met koffie te maken op Ethiopische wijze, en dat is een hele ceremonie die haast gelijk is aan de Japanse theeceremonie(als je bijvoorbeeld ook niet zegt hoe heerlijk de koffie is, moet de gastvrouw schijnbaar helemaal opnieuw beginnen). We hebben er niet aan gedaan, maar konden dus wel genieten van de wierook en gebrande koffiebonen.

Er liepen veel zwerfkatten rond op de binnenplaats, al bleven ze wel netjes weg van ons, en Enku was duidelijk bezig met mijn verjaardag morgen, want hij moest af en toe smoezen met Hans om mijn wensen daarover te ontdekken. Enku maakte zich ook zorgen over onze overnachting voor morgen, want hij had ontdekt dat er een of ander congres was in Logiya, waar we heengingen, en het dus helemaal vol was.


Toen we klaar waren met eten zijn Hans en ik naar onze kamer gegaan, waar Hans eerst gedoucht heeft en ik gewacht heb, vanwege de wel hele kleine boiler. We hadden maar een handdoek maar hadden geen zin om te proberen te vragen om een tweede, dus hebben het er maar samen mee gedaan. Ging overigens prima. De bedden waren keihard, maar we hadden een tweede bed in de kamer, dus Hans besloot daarop te gaan slapen, want die leek iets minder keihard. Inmiddels deed whatsapp het wel, alleen we konden geen foto’s versturen helaas. Mijn oma van vaders kant belde ’s avonds om me alvast voor mijn verjaardag te feliciteren, en vond het bijzonder om te horen dat ik in Ethiopië zat.

free counters