NOVEMBER 2016: VULKANISCH ETHIOPIË

Ik ben jarig vandaag en kreeg vanochtend een smsje van Hans zijn moeder om me te feliciteren. Bij het ontbijt kregen we schuimig geklopte kaneelthee (“spicy tea” noemen ze dat hier) waar de serveerster heel hulpvaardig al een halve kilo suiker in had gegooid; pfffff ik was er niet op voorbereid en verslikte me bijna! Hans en Enku zaten weer te smoezen dus ik deed alsof ik het niet hoorde, en op gegeven moment kwam Enku en Demis aanzetten met een kaars op een bordje voor bij ons ontbijt, en feliciteerde ze me. Leuk!

Na het ontbijt pakte we alles in en reden we met Enku en Demis een klein eindje terug, naar Awash National Park. De tweede chauffeur zou naar Logiya rijden en onderweg onze kokkin voor deze reis oppikken. Op de weg naar de entree tot het park zagen we Afrikaanse hoentjes typisch dom doen, dus midden op de snelweg lopen… In de bosjes liepen een paar impala. Bij de entree stapte Enku uit om de kaartjes te regelen, en konden Hans en ik ondertussen het grote bord met verboden en geboden lezen en lachen om de typische taalfoutjes. Een Ethiopiër betaalt 20 birr (ongeveer 80 cent) entree, een buitenlander die in Ethiopië woont 50, en een toerist 90…

We hebben lekker een tijdje rondgereden in het park, en best veel dieren en vogels gezien: een paar impala, kudu, een aantal dikdik-paartjes, allerlei vogels inclusief een mooie visarend, en reden naar het midden van het park om de Awash watervallen te bezoeken. Demis had arendsogen en spotte allerlei vogels en dieren even snel of sneller dan Hans!

Toen we bij de watervallen aankwamen stapte we uit en bleef Demis bij de auto terwijl wij met Enku naar een mooi uitzichtspunt boven de watervallen liepen, en toen naar beneden naar de oever van de rivier. De watervallen waren niet zo hoog maar wel erg mooi, en ondanks de droogte overal op het moment (het regenseizoen is voorbij) was de Awash rivier hier nog mooi aan het stromen. In het water dreven grote brokken puimsteen, een paar takken, en een paar krokodillen... En op de rotsen aan de overkant lagen er ook een paar bij elkaar. Je zou er zo overheen kijken, en hoe langer je keek hoe meer krokodillen je zag!

Toen we uitgekeken waren bij de watervallen zijn we weer naar boven gelopen en via een andere route terug naar de entree gereden. Enku en Demis wilde ons zo graag de Ethiopische oryx laten zien, en baalde er duidelijk intens van dat ze er geen konden spotten, dus ze zaten tijdens het rijden zo geconcentreerd in de bosjes te turen dat Enku in zijn poging als eerste eentje te vinden op gegeven moment een geit in de bosjes aan zag voor een oryx! Demis heeft hem wel vijf minuten lang vrolijk uitgelachen en geplaagd... Wat later zag ik een cori bustard, die wij ook in de Kalahari Woestijnin Botswana gezien hebben, best wel aparte vogels!

Terug bij de entree zat een grote baviaan op zijn gemak op een muurtje. Hij keek nog even lui naar ons en overwoog naar ons toe te komen – volgens Enku moest je erg oppassen, de bavianen in Ethiopië waren niet bang om naar de auto’s toe te komen om te bedelen of eten op te eisen! Er bleken een paar te zitten, het was een troep bavianen, maar ze bleven ver van de auto vandaan. We reden nu richting Logiya, en zouden daarvoor weer door Awash zelf moeten rijden. Onderweg schrok ik op gegeven moment omdat er een enorme maraboe en een grote roofvogel op de weg van aas aan het eten waren; Enku noemde de roofvogel een “kite” – die naam kennen we wel van Zuid-Afrikaanse roofvogels maar die zijn maar de helft van deze jongens hier in Ethiopië, wat een knapen!

We reden vandaag zichtbaar dieper de Rift Valley in, en dus ook de warmte: het was vandaag al dik in de 30 graden maar het wordt de komende dagen alleen maar warmer... Gelukkig is het nu de koelste periode en wordt het "maar" rond de 45 graden waar we heen gaan! Soms dichtbij, en soms veraf, lagen lage bergketens, en volgens Enku waren we nu geleidelijk aan lager en lager aan het rijden – het zoutmeer bij Logiya waar we vanavond zouden slapen lag al ongeveer op 90 m onder zeeniveau. Nadat we weer reden na de eerste plaspauze deed ik stroopwafels trakteren vanwege mijn verjaardag, en die gingen er zichtbaar en hoorbaar goed in bij Enku en Demis! We hadden al zoiets gelezen in de informatie voor vertrek, maar Enku heeft ons ook gewaarschuwd dat we streng moesten letten op hygiëne de komende dagen, met name ook na contact met de mensen uit de regio. Is dat niet onbeleefd, vroeg Hans, om gelijk je handen met antiseptische gel te wassen nadat iemand je aangeraakt heeft? Ja zei Enku, maar doe het toch maar, of toch in ieder geval zodra je het uit het zicht kunt doen, want het is echt belangrijk! We zien hem ook constant zijn handen wassen met de gel die hij altijd bij zich heeft, en doen dat sinds vandaag ook consequent, al is dat helemaal niet onze gewoonte normaal gezien.

Het landschap onderweg was erg mooi: goudgeel droog grasland, kleine typische paraplu-vormige boompjes, (het karakteristieke silhouet van een Afrikaanse boom), acacia struiken met doornen zo lang als je vinger, heuvels van rode, zwarte en grijze rots, en alles wat we zien is vulkanisch... Enku wijst onder het rijden soms rotsen en bergen aan en legt uit hoe ze gevormd zijn, en als Demis een mooie vogel of gazelle ziet, wijst hij en als we onze fototoestellen nog maar aanraken springt hij al op de rem. Voor de rest was het intensief rijden voor hem, want het was erg druk met vrachtwagens en die probeerde net als wij de gaten in de weg te vermijden. Bergopwaarts zaten er diepe voren in het asfalt dat door de warme temperatuur en de enorme hoeveelheid vrachtwagenverkeer vervormd was, en er waren lange stukken waar aan de weg gewerkt werd en we even offroad moesten gaan en daarna weer terug erop om een halve kilometer verder er weer af te moeten. Onderweg zagen we weer bavianen, en Enku zei tegen Demis dat hij moest stoppen, hij wilde ons namelijk laten zien wat er gebeurde. En ja hoor, zo voorzichtig als de bavianen waren als de auto’s reden, zodra we stopte kwamen ze gelijk nieuwsgierig op ons af! Enge types met lange slagtanden zijn het, brrrr…

Af en toe hielden we een wildplas-pauze, en op gegeven moment veranderde het landschap opeens even drastisch: we reden door een moerasgebied met ondergrondse bronnen, veel riet, en een dorpje was ontstaan langs de asfaltweg. We stopte even voor een plaspauze en een fotostop, en zagen in het moeras wrattenzwijntjes en ibissen lopen. Een man met een grote dolk in zijn riem kwam een beetje kijken naar waar wij naar kijken, er stopte hier natuurlijk niet zo veel buitenlanders. Aan het einde van het moerasgebied waren bronnen, waar een heuse truck-wasstraat ontstaan was! Al gauw reden we daarna weer in droog savanneachtig landschap, wat een contrast!

Rond 12:30 stopte we voor de lunch bij Gawane, een wegrestaurantje en tankstation, en Enku zei lachend dat we het vast een hele bijzondere plek zouden vinden. Het restaurantje had open glazen lamellen-ramen waar gele wevervogeltjes in en uit vlogen, ze zaten ook op de plafond-ventilatoren, en als je opstond stortte ze zich gelijk met z'n tienen kwetterend op je bord voor de restjes! Enku bestelde voor ons, Demis en zichzelf een bord met typische Ethiopische gerechten en een flesje fris, en al gauw kwam het eten (nauwlettend in de gaten gehouden door de wevervogeltjes in het raam vlak bij ons): we kregen in stukken gehakte schapenvlees aan het bot in een pittige bouillon met een injera-pannenkoek; best lekker ondanks de botsplinters! Iedere eettent hier in Ethiopie heeft een plek waar je je handen kan wassen; zelfs een rieten hutje langs de weg zal op zijn minst een kan water met een kraantje eraan hebben, en hier was dat dus een betonnen wasbak aan de achterkant van het restaurantje met twee lekkende kranen – waar de wevervogeltjes ook dankbaar en met veel gekwetter gebruik van maakte! Na het eten en even gezeten te hebben (terwijl de vogeltjes trappelde van ongeduld om bij de restjes op onze borden te komen) gingen de mannen even plassen – Hans raadde me dringend aan om als het nog ging te wachten op een wildplas-kans – en terwijl de wevervogeltjes zo veel mogelijk van onze lunch opaten voor de serveerster de bladen kwam ophalen stapte wij weer in de auto om verder te gaan.

Het was warm en na de lunch vielen Hans en Enku al gauw eventjes in slaap – Demis bleef gelukkig WEL wakker! Enku heeft Demis verboden om de airco aan te zetten in de auto want we moeten wennen aan de warmte, dit is nog niets volgens hem en over een paar dagen zullen wij hier naar terugverlangen. De enige koelte komt dus van het open raam. Om 15 uur hielden we een plaspauze en vertelde Enku dat daar vlakbij het skelet van Lucy gevonden was, 3,2 miljoen jaar oud, en dat ze zo goed te dateren was omdat ze gevonden was tussen sediment en een vulkanische aslaag; schijnbaar is er recent zelfs een nog ouder skelet gevonden van 4 miljoen jaar oud!

Tijdens het rijden zagen we een prachtig hartebeest vlak bij de weg, en een zwaargehavende vrachtautowrak iets erna. Pffffff dat is een heftig ongeluk geweest! Op een gegeven moment kwamen we bij een kruispunt zonder borden; Enku moest lachen toen we er wat van zeiden, en legde uit dat er geen borden waren omdat dit het enigste kruispunt was, dus als je hier reed dan wist je gewoon vanzelf welke kant je op ging. Overal onderweg zagen we kleine blauwe tuktuks, die hier als taxi gebruikt worden en duidelijk erg populair zijn.

Opeens zagen we een prachtige gier langs de weg, een Egyptische gier volgens Enku na wat overleg met Demis, die net iets beter in zijn dieren is dan Enku, en Demis stopte zodat we voorzichtig terug konden lopen om dichterbij te komen. Er waren een paar gieren en ze waren duidelijk van een karkas aan het eten; we konden er een beetje dichterbij komen om ze goed te bekijken. Weer rijdend zagen we nog wat meer gecrashte vrachtwagens, bavianen en zelfs kamelen.

Om 16 uur reden we door een heuvelachtig gebied van bruinrode bolders en daaronder een grijze laag poederachtig gesteente – heel apart en mooi om te zien, en indrukwekkend om te horen van Enku hoe het ontstaan is: het is allemaal as en lava, deel van een enorm onderzeese uitbarsting miljoenen jaren geleden, waarbij de aarde letterlijk onderwater openscheurde en de bovenste laag lava heel snel afkoelde. Daarna is de plaat omhooggekomen omdat de Rift naar beneden ging, en door erosie zichtbaar geworden. We hielden hier een korte stop om te kijken en te plassen voor we weer doorgingen. Enku giet continu liters water naar binnen, en daardoor hebben we veel plaspauzes, waar Hans en Demis ook vaak dankbaar gebruik van maken. Ik hoef gelukkig wat minder vaak want ik vind het allemaal nogal wat gedoe om een geschikt plekje te vinden, dus ik ga alleen als het landschap dat gemakkelijk biedt.

In Logiya kwamen we rond 16:30 uur aan bij Nazret, het beste hotel van Logiya, hoewel voor onze westerse begrippen redelijk primitief... Er was een conferentie en er bleven allerlei ministers dus, aangezien de enige andere optie een bed in de buitenlucht was, heeft Enku weten te regelen dat een conferentiezaaltje dat als opslag voor tafels en stoelen diende leeggemaakt werd (de klapstoelen en tafels werden allemaal buiten op de patio gezet), schoon gedweild werd en er twee opvouwbare bedden en beddengoed uit het dorp getoverd werden met een tuktuk en daar weggezet werd. De gezamenlijke hurkwc's buiten kon hij helaas niets aan doen, hij kreeg het niet voor elkaar dat we de betere van de ministers mochten gebruiken, dus dat was helaas een kwestie van adem inhouden, niet te veel rondkijken, en eenmaal klaar goed je handen wassen. Brrrrr!

Terwijl we op onze kamer stonden te wachten en gefascineerd toekeken hoe Enku en Demis zich ontfermde over de kamer, maakte we kennis met onze kokkin, Meski (dat betekende “September” volgens haar) en onze tweede chauffeur wiens naam we heel de reis nooit goed gehoord hebben. Ze waren apart gereden, en nu rijden we vanaf morgen samen verder. Er was duidelijk nog een hoop organisatorisch geregel en overtuigingskracht van Enku vereist, want de bewaking had ons daar liever helemaal niet gehad. Maar hij kreeg het voor elkaar dat wij – en dus ook onze verzorgers – daar konden overnachten gelukkig! Terwijl we bij de ruimte die Meski als haar keuken had toegeëigend zaten te wachten waren er boven in een boom een paar wevervogeltjes bezig met hun paringsritueel; het mannetje sloofde zich uit om een mooi nestje te maken en een vrouwtje te lokken, het vrouwtje kwam kijken maar vloog steeds weer weg, tot ze eindelijk na lang aandringen van het mannetje naar binnen ging en hij achter haar aan kon gaan; pfffff eindelijk gelukt!

Toen onze kamer eindelijk goed genoeg bevonden was door Enku mochten we dan naar binnen en onszelf installeren; wat een balzaal! Er stond in de grote ruimte alleen nog een tafel en twee stoelen voor onze spullen, en in het midden twee bedjes, heerlijk. Twee ventilatoren in het plafond draaide zo hard dat het haast leek alsof ze met dak en al zouden opstijgen, en Hans was dolblij om te ontdekken dat we zelfs een airco hadden! Nadat we onszelf geďnstalleerd hebben zijn we even de wc’s gaan verkennen – Enku had ons ervoor gewaarschuwd en pfffff we hebben ze inderdaad schoner meegemaakt. Een paar hokjes met hurkwc’s voor mannen en een paar voor vrouwen, ruw beton, donker, stinkend, vies en overal lege waterflessen, vieze tissues en andere gore dingen. Niet iedereen kon even goed mikken dus de drek zat soms letterlijk bijna tegen de muren. En de scherpe geur van geconcentreerde urine sloeg in je neus, brrrr! Daar gingen we dus zo min mogelijk naar toe!

Enku had gehoord dat er vanavond nog 11 blanken van een andere reisorganisatie zouden komen, die moesten dan op de buitenbedden slapen die in de binnenplaats stonden dacht hij. Rond 18 uur hebben Hans en ik ons ingesmeerd met Peaceful Sleep; Hans zijn gezicht zat helemaal onder en een soldaat die vlakbij wacht hield moest gniffelen toen ik dat zag en hem weer een beetje netjes moest uitsmeren!


Meski had netjes een schort en muts aangetrokken en deed in de ontvangstruimte naast haar keukentje keurig een klaptafeltje wegzetten en dekken voor ons tweetjes. Wat een service! We hebben lekker gegeten, en toe kreeg ik een pannenkoekentaart met nutella, popcorn, koekjes en snoepjes versierd, en zong iedereen "lang zal ze leven" in het Engels en Amhaars. Leuk!

Enku schaamde zich duidelijk voor de kwaliteit van het hotel, hij baalde dat hij geen betere wc had weten te regelen voor ons, en hij was een beetje bedrukt vanavond en bood zijn excuses aan. Wij verzekerde hem dat we het niet erg vonden en wel wat gewend waren en hij er niets aan kon doen!


In de avond kwam de groep toeristen aan, Duitsers, en ze waren zo in zichzelf gekeerd dat ze niets zeiden toen we ze groette onderweg naar bed; Hans deed met klem nog een keertje groeten en toen schrokken er een paar en groette terug. Toen we in onze kamer waren heb ik een anti-muggen spiraaltje aangestoken bij het hoofdeind van onze bedden, een beetje uit de wind van de ventilatoren die zelfs onze lakens deden bewegen; ze bewogen alleen de warm lucht rond, dus veel scheelde het niet, maar het was wel lekker. En waarschijnlijk was er te veel wind voor eventuele muggen dus hoefde het spiraaltje ook niet, maar de rook van het spiraaltje is ook een prettige geur op de een of andere manier; ik zeker ken het van mijn jeugd, maar voor Hans heeft het ook eenzelfde effect, een soort van kalmerende, rustgevende geur. We hebben het eigenlijk nooit echt gedaan in Afrika, tenzij het in de overnachtingsplaats zelf geboden werd, maar dit jaar in Botswanaen KwaZulu-Natal hebben we voor het eerst spiraaltjes gekocht en met name in Ngepi gebrand, en toen besloten we dat meer te doen.


Er liep op de muren een gekko of tjitjak rond – ik vind tjitjak zo’n mooi woord en we gebruikte het vroeger voor iedere huisgekko, ik dacht altijd dat het gewoon een soort koosnaampje was en wist niet dat het een officieel soortnaam was tot recent. Deze hield zich op in de ramen van de enorme ruimte, op jacht naar vliegjes. Militairen hadden zich buiten onze kamer geďnstalleerd op een bankje en wat van de klapstoeltjes voor een van de twee deuren, en toen ik ’s nachts naar de wc moest om te plassen – ik had het het liefst in een hoekje van de ruimte gedaan! – is Hans even met me mee geweest. Hans heeft ’s nachts in een flesje geplast, die had geen zin om onnodig naar buiten te hoeven… Voor we gingen slapen heb ik de bagage een beetje heringericht zodat we in principe alles wat we nodig hadden voor de vulkaan in één blauwe reistas en de rugzak hadden zitten.

free counters