NOVEMBER 2016: VULKANISCH ETHIOPIË

Na een redelijke maar beetje onrustige nacht vanwege de keiharde matrassen (echt keihard!) stonden we om 6:30 op voor ontbijt om 7 uur. Meski had scrambled eggs gemaakt voor ons en terwijl we buiten stonden zagen we dat de koks voor de ministers ook bezig waren ontbijt te maken; mannen kwamen langs met hele gevilde geiten en de vrouwen stonden in enorme potten te roeren op kolenfornuisjes! De Duitsers zaten al aan een tafeltje achter ons in de ontvangstruimte te eten toen Meski riep dat ons ontbijt klaar was, en ze hadden weer niet het fatsoen om goedemorgen te zeggen, apart! Je groet elkaar toch, we zijn hier allemaal op vakantie om iets bijzonders te gaan zien. Ach ja, sommige mensen zijn bang om hallo te zeggen tegen vreemden.

Enku had het druk vanochtend met alles voorbereiden en organiseren, en had graag snel op pad gewild (hij schaamde zich ook duidelijk een beetje voor de overnachting), maar met al het inpakken van de twee auto's en het vullen van alles waar water in kon (we zijn vanaf vandaag een paar dagen op onszelf aangewezen in extreme omstandigheden) duurde het toch tot 9 uur voor we konden vertrekken. Nadat ze de keuken ingepakt had en aan Demis en de andere chauffeur gegeven, en Enku het kraantje voor haar geregeld had om toegang te krijgen tot het water op het terrein (kostte ongetwijfeld geld), deed Meski al haar grote jerrycans vullen met water, en Enku had onze lege anderhalve liter waterflessen verzameld en die werden ook gevuld voor afwaswater en noodwater. Daarnaast hadden Enku en Demis in beide auto’s meerdere trays en dozen vol drinkwater en frisdrank; we zouden genoeg water hebben de komende dagen!

Hans en ik gingen vanochtend noodgedwongen nog een laatste keer naar de wc; ze waren (alles is relatief) enigszins schoongemaakt – of in ieder geval, iemand had er even een waterslang op gezet en de ergste berg tissues en waterflessen opgeruimd. Maar met zo veel mensen op het terrein (gasten, personeel, militairen, begeleiders, onduidelijke figuren) was het al gauw weer een rotzooi aan het worden en de Duitsers leken moeite te hebben met het concept van een hurktoilet. Ik deed het hoognodige en nam me verder voor onderweg een lekker rustig en schoon wildtoilet op te zoeken! We kunnen redelijk omgaan met vieze en eenvoudige toiletvoorzieningen maar toch, brrrrr…

Nadat Enku, de tweede chauffeur en Demis al hun kracht erin hadden gestopt om alle spullen die we bijhadden en de behoorlijke hoeveelheid water op het dak van de auto’s vast te maken konden we dan eindelijk rond 9 uur vertrekken. Ondertussen hadden de ministers duidelijk ook ontbeten, want mannen liepen met kruiwagens vuile vaat rond! Meski en de tweede chauffeur reden alvast door, wij reden met Demis en Enku op ons gemak met veel fotostops onderweg.

De eerste fotostop van de dag was een prachtige uitstulping van rode en zwarte rots, die zo uit het verder redelijk vlakke terrein kwam. In 2005 ontstond deze uitstulping, een grote scheur in het landschap van wel 100 km lang, opeens binnen 5 dagen; het landschap scheurde letterlijk open en werd omhoog geduwd en kotste kokende lava uit waardoor er een steile helling en een grondwater-meertje ontstond. Heel indrukwekkend om op te staan en rond te lopen ! Enku leidde ons erop rond en vertelde dat er toendertijd toevallig wat geologen veldwerk aan het doen waren op precies deze plek, en het dus letterlijk zelf hebben mee mogen maken en bestuderen terwijl het gebeurde; dat moet haast wel de droom van iedere geoloog zijn!

De rode grond werd nu afgegraven, rijk aan mineralen en erts van het een of ander, maar het was een indrukwekkende helling en vooral om erop te staan en te beseffen dat hij maar 11 jaar oud was! Terug naar de auto lopend bleek mijn schoen weer verder af te brokkelen, pfffff wat een ellende. Het rubber tussen de zool en de schoen was aan het verpoederen waar we bijstonden, ongelofelijk! Deze schoenen waren behoorlijk duur indertijd, van Lowe, een goed wandelschoenenmerk, en zoals mijn vader toen we ze kochten en ik protesteerde over de prijs had gezegd, schoenen voor het leven. Nou, ze zijn misschien maar 13-14 jaar oud geworden en ik kan ze al weggooien. Maar erger is dat we straks de helling van een vulkaan op en neer zullen moeten lopen en ik geen ander paar heb dan dit! Het enige voordeel is wel dat het zulke zware categorie wandelschoenen zijn, dat de schoen zelf een keiharde bodem heeft. Dus zelfs als de zool er helemaal af zou vallen dan zou ik nog niet op blote voeten rond hoeven lopen… Maar leuk is het niet. Ik had ze notabene thuis voor vertrek nog weer even uitgebreid ingevet en bekeken en niets eraan gemerkt.

Toen bezochten we een oude Italiaanse kazerne op een strategische heuvel in de buurt van Serdo die in 1937 volledig verwoest is door een zware aardbeving van wel 7,2. En tot onze verrassing was het eigenlijk dus een overblijfsel van de Tweede Wereldoorlog– de Italianen hebben namelijk Ethiopië twee keer geprobeerd te veroveren; de eerste keer, eind 19e eeuw, werden ze ingemaakt en gelijk verjaagd door krijgers met speren (volgens de versie die in Ethiopië verteld word, uiteraard!), en deze aardbeving maakt een eind aan de tweede, succesvollere poging onder Mussolini die 5 jaar geduurd had en een bloederige en zware bezetting was geweest met veel oorlogsmisdrijven.

Toen sloegen we de weg in richting Afrera en de Danakil Depressie richting Somalië en Eritrea; tot onze verrassing een goede nieuwe asfaltweg. Enku was er zichtbaar blij om, deze weg was nog maar amper 2 jaar oud en scheelde ze zo veel in reistijd, brandstof en algemene ellende! Vroeger zou dit stuk ze 2 dagen hebben gekost, rijden over stofwegen over de lava zelf, maar vanwege de florerende zoutindustrie bij het Afrera zoutmeer en de enorme toename in vrachtverkeer daar naar toe, konden we nu dus in ieder geval tot daar op deze mooie nieuwe asfaltweg rijden!

Onderweg kwamen we met enige regelmaat ronde stenen torentjes tegen op hellingen; volgens Enku waren dit graven van de lokale stammen. Als het torentje laag was, dan was de persoon door natuurlijke omstandigheden zoals ziekte of ouderdom overleden, maar als het torentje hoog was, dat was die persoon door toedoen van een andere mens (of dat nou expres of per ongeluk was) overleden. We zagen soms een paar struisvogels lopen, en reden door een steeds onherbergzamer wordend landschap met in de verte zwarte basaltduinen.

We stopte voor de lunch bij een rieten hutje dat een wegrestaurantje bleek te zijn. Buiten zaten Egyptische gieren op het dak toe te kijken of hipte rond op het terrein, en een man was bezig met zijn kamelen. Meski had voor ons zessen (Demis, tweede chauffeur, Enku, Hans, ik en Meski) pastasalade gemaakt: hij was alleen al weer warm geworden door de hitte! Daarbij had ze heerlijk rijpe avocado’s met citroensap, zout en peper besprenkeld, en rijpe groene sinasappels (een andere soort dan de oranje sinasappels die wij kennen in Nederland) opengesneden als toetje.

De reden dat wij een kokkin hebben is niet alleen voor op de vulkaan als er verder niets is, maar dat is ook om ons een beetje te beschermen van de onvermijdelijk slechte hygiëne in dit soort tentjes. Vandaar dat we hier ook van haar eten eten en niets bestellen – dat is iets veiliger. Niet dat het niet vers is, er liepen geitjes rond die naar ons idee gewoon aangewezen konden worden en dan zo de pot in zouden verdwijnen! Zeker omdat de chauffeurs en Enku naast de pastasalade nog wat lokale gerechten voor het lekker namen, die wel door het restaurantje bereid waren; wij konden ook proeven; de geroosterde geit was erg lekker, alleen de rauwe geitenniertjes hebben we maar overgeslagen (zelfs al hadden we het gewild, Enku raadde het ons ook af) – want hoe vers ook, onze magen waren daar waarschijnlijk nog niet helemaal op ingesteld!


Na de lunch hadden we even tijd zodat de chauffeurs (en de rest) konden rusten, dus gingen Hans en ik op zoek naar de wc; we kregen zelfs een sleutel mee, dat beloofde wat… Het hutje had een verrassend schone hurktoilet, betonnen-gat-in-de-grond model zoals overal hier, maar het stonk niet en zag er, los van de plastic flessen overal, schoon uit. De Islamitische lokale bevolking gebruikt water om zichzelf mee schoon te maken, en hun linkerhand, vandaar alle flessen overal want zoals wij een beetje toiletpapier meenemen, nemen zij een restje water mee naar de wc. Vlakbij stonden wat gieren ons aan te kijken en aan de overkant van de weg waren een paar graven. Er groeide een grote boom vol mooie bloemetje en sappig uitziende vruchten – alleen, ik kon me niet voorstellen dat zulke grote vruchten op zulke dunne takken groeide, en dat klopte, ze waren letterlijk met lucht gevuld!

We reden om 13 uur weer verder, in de zinderende hitte (er mocht nog altijd geen airco aan want we waren nog aan het acclimatiseren en Enku was streng, grrrrr!). We stopte onderweg regelmatig om naar de prachtige rotsen en landschappen te kijken; zo hebben we gestaan in een veldje van gitzwart glanzend obsidiaan en Enku leefde helemaal op en pakte zijn geologenhamer om vlijmscherpe flinters van de glazen boulders af te hakken. Je kunt je zo goed voorstellen dat prehistorische volkeren hier gelijk mogelijkheden in zagen voor wapens en gereedschap! Wij plaagde Enku dat hij alleen geoloog geworden was om met hamers op stenen te kunnen slaan, want zijn geologenhamer ligt altijd binnen handbereik en gaat altijd mee voor een fotostop. Hij grinnikte schuldig, hij vond het inderdaad wel erg leuk om rotsen open te hakken. Enku nam een groot stuk obsidiaan mee als trofee voor thuis; zijn arme vrouw zou zo vast heel wat stenen thuis hebben liggen!

Bij een hoog punt in de bocht van de weg zijn we rond 14 uur even op de helling geklommen voor een mooi uitzicht over de Depressie waar we in gingen rijden, het werd alleen maar lager vanaf nu – je zag mooi hoe de eeuwenoude lavastromen allemaal gelopen waren, en het landschap zag er al erg rotsachtig, droog en onherbergzaam uit – en heet natuurlijk! Een Afar vrouw en haar dochter die in een hut vlakbij woonde keken van een afstandje toe wat we deden.

Een uur later, om 15 uur, hebben we fossielen gezocht in een stukje witte versteende zeebodem van 200.000 jaar oud. We vonden hele kleine schelpjes en prachtige kleine calcietkristallen, en een oude kaak in de bodem die Enku behoorlijk verwarde; het leek echt alsof hij in de bodem zat, en dan zou het een zoogdier van 200.000 jaar oud zijn, maar meer waarschijnlijker was het veel jonger en gewoon het karkas van een geit of iets die in de modder terecht is gekomen na een flinke regenbui en daarna in de bovenlaag vastgeraakt alsof hij er altijd ingezeten heeft. We reden onderweg langs een zwarte vulkaan omringd door zwarte lavastromen, en Enku vertelde dat in de ongeveer 15 jaar dat hij dit doet, hij regelmatig nieuwe vlekjes ziet op de flanken van die vulkaan, verse lavastromen dus... We reden door duinen en heuvels en open vlaktes van glinsterend zwarte lavastromen en basalt die een miljoen jaar of 200 jaar oud konden zijn, je zag het er niet aan af, en dit is een zeer actief gebied geologisch gezien!

Rond 15:30 uur zagen we de zoutpannen rondom het zoutmeer van Afrera in de verte liggen, waar de lokale stammen zout winnen door verdamping in grote ondiepe bakken en een mijnstadje van krotten en rieten hutjes ontstaan was – dankzij de zoutwinning was de gloednieuwe asfaltweg aangelegd waardoor we vandaag een heerlijke rij-dag gehad hebben... Na een kleine stop om het overzicht over het meer en de zoutpannen te hebben reden we door het dorpje en naar ons kamp aan de oever van het zoutmeer zelf.

Rond 16 uur waren we bij ons kamp, op 90 meter onder zeeniveau aan de rand van het zoutmeer, waar Meski en de tweede chauffeur ook al aangekomen waren. We legde ons kamp aan bij wat hutjes, en er werd een binnententje voor Hans en mij opgezet waar we wat matrasjes, onze lakenzakken en onze spullen in konden leggen. De rest zou gewoon op de matrasjes in de buitenlucht slapen. Enku bood ons nog aan om aan de rand van het zoutmeer zelf de tent weg te zetten, maar dat hoefde niet echt wat Hans en mij betreft, en achteraf waren we daar blij om, want dat lag vlakbij een paar warme bronnen die druk bezocht werden door de lokale mensen (dat waren hun enige badderfaciliteiten in deze woestijn van zout en zand!).

Het rubber van mijn schoen was helemaal uit elkaar aan het vallen, en Enku bood op gegeven moment zijn eigen paar reserveschoenen aan; ze paste redelijk, en ik heb hem honderdmaal bedankt wat dat had hij echt niet hoeven doen. Ondertussen gebood Meski de tweede chauffeur (die niet zo heel ondernemend lijkt) om wat matrassen voor ons klaar te leggen, en maakte zelf lekker een grote thermos thee voor ons (het is hier altijd de kaneelthee die zij “spicy tea” noemen, wij vinden hem erg lekker) en legde wat koekjes en nootjes op een bordje. Tijd om te rusten in de schaduw dus, tot het wat koeler was! Het voelt overdag al alsof je in een sauna zit met je kleren aan. Gelukkig is het niet vochtig waardoor het, gezien de omstandigheden, nog "te doen" is. Maar het gaat nog warmer worden...

Toen iedereen thee had hebben we onze Delfts blauwe klompjes tevoorschijn gehaald en aan iedereen aangeboden, als blik van waardering voor de goede zorgen tot nu toe en een hopelijk geslaagde expeditie naar de vulkaan. We hebben er zin in! De klompjes werden volgens ons wel gewaardeerd, diegene met kinderen zeiden gelijk dat ze ze thuis aan hun kinderen zouden geven, en Demis had ze de volgende ochtend aan de achteruitkijkspiegel van zijn auto hangen, leuk! Ik heb nog wat foto’s gedownload op de laptop, en ben toen op gegeven moment terwijl Hans een broodnodig dutje deed op zoek gegaan naar de wc. Enku wees me in de juiste richting, de "officiële" wc bleek een goor gat in de grond te zijn met een hutje van flarden zwart plastic eromheen, en een geur die je de adem ontnam. Eens maar niet meer! Van nu af aan zou ik wel een plekje achter de hutten bij ons kamp zoeken of zo, brrrrr.

Tegen het einde van de middag kwam ondertussen een groepje toeristen aanzetten in hun auto’s; het bleken de Duitsers te zijn (net zo outgoing als gisteren, alleen sommige zeiden wat als we groette), die wel natuurlijk allemaal bij de rand van het meer gingen zitten, maar zij hebben dus heel de avond en de vroege ochtend lokale mannen “over de vloer” gehad die naar de warme bronnen gingen om te wassen en ondertussen nieuwsgierig tussen hun tentjes doorliepen! Dus ons minder pittoreske plekje was wel een stuk rustiger!

In de avondschemer besloten Hans en ik een ommetje te lopen, en naar de warme bronnen te kijken. Enku had ons op een privébron gewezen een stukje van de Duitsers vandaan, mochten we zin hebben om te gaan badderen, maar wij hadden al lang besloten dat we dat niet gingen doen. We zitten nu aan het begin van een week zonder douchefaciliteiten, en het water van de bronnen was ook zout, dus dan zou je een week met een laagje zout rond moeten lopen en je niet fatsoenlijk kunnen afspoelen… Nee dan sloegen we liever een keertje over, het zou nog afzien genoeg worden de komende dagen wat hygiëne betreft! De privébron bleek al bezet te zijn door een lokale man, en de grote bron zat inmiddels vol met de Duitsers en wat lokale mannen die zich stiekem of niet zo stiekem vergaapte naar de vrouwen in bikini.

Het avondeten was rond 18:30 uur en erg lekker, Meski maakt sowieso heerlijke soepen en salades, en we hadden nu een heerlijk vleesprutje als hoofdgerecht en rijpe verse zoete ananas toe. Nadat we de maan hebben zien opkomen (hij leek wel gigantisch, en met het 30 x zoom fototoestel hebben we er een mooie foto van kunnen maken uit de losse hand), hebben Hans en ik een wildplas-plekje opgezocht en zijn maar om 20 uur in bed gekropen in ons tentje. Het is nog altijd zo warm dat je van de inspanning van het uitkleden gelijk doornat bezweet bent! Ik heb weer een spiraaltje aangestoken in de tent om nog eventueel aanwezige muggen te doden of te verjagen, nadat we er 6 doodgeslagen hebben, en er was een minuscuul briesje als je zelf doodstil lag die het gevoel gaf van een beetje verkoeling vergeleken met overdag – maar het bleef nog altijd bloedheet. De grond was ook midden in de nacht nog gewoon echt warm, ongelofelijk! Door de nacht hoorde we een constant gebrom van de pompen voor zout water die overal aan de rand van het meer gebouwd zijn. Het water is volgens Enku in 15 dagen uit het zoutbasin verdampt en dan is het zout klaar om verpakt te worden.

free counters