NOVEMBER 2016: VULKANISCH ETHIOPIË

Vannacht kreeg ik opeens aandrang om naar de wc te gaan, balen! Ik heb zo’n hekel aan dat gedoe om uit je slaapzak te kruipen, wat kleren en schoenen te zoeken en dan eruit zonder Hans wakker te maken, maar het leek er ook niet op alsof de aandrang zou zakken dus ik moest wel. Dus ik ging in het maanlicht opzoek naar een geschikt plekje, die ik vlakbij achter de gebouwtjes vond waar wij ons kamp hadden opgezet. Het landschap zag er allemaal spookachtig uit in het maanlicht, het leek haast wel alsof de maan extra groot was! En gelukkig was het niet koud… Het koelde namelijk nauwelijks af, de grond bleef zoals gezegd gewoon warm, en gelukkig ging er op gegeven moment wel een lekkere harde wind waaien, die de tent deed schudden, waardoor het best te doen was vannacht in ons tentje ondanks dat de wind zelf ook erg warm was. We sliepen in lakenzakken op dunne matrassen waarvan ze hele stapels bij hebben en die ‘s middags ook neerleggen om te rusten in de schaduw.

Vanochtend rond de tijd dat we wakker werden, 6:30, kwamen hele vrachtwagens vol mannen uit het nabijgelegen mijnstadje, om zich te wassen in de warme bronnen langs het zoutmeer. Als je al niet wakker was werd je het wel van het gelach, gejoel en gespetter! Wat zullen de Duitsers blij zijn, hun tentjes staan er vlak naast en ze hebben nu dus een constante stroom mannen die door hun kamp lopen, nieuwsgierig naar binnen gluren en vlak naast ze aan het badderen zijn… Voor het ontbijt had Meski lekker voor iedereen versgebakken omeletjes gemaakt, en deed weer keurig het klaptafeltje met plastic tafelkleed dekken voor ons; dat lijkt standard te zijn, er wordt altijd netjes gedekt voor ons drieën (Enku eet eigenlijk altijd mee) met de borden en bekers omgekeerd zodat er geen stof/insecten in kunnen komen.

We zijn na het ontbijt, nadat we zelf onze eigen spullen opgeruimd hebben, met Enku op ons gemak naar het mijnstadje gewandeld terwijl Meski en de twee chauffeurs samen met wat lokale jongens het kamp opruimde en de auto’s weer terug inpakte. Het was wel leuk om te zien hoe ze alles weer terug op de auto’s wisten te binden; de matrasjes werden zo strak mogelijk in een zeil gewikkeld en met touwen tot een compact pakketje gemaakt, en samen met alle jerrycans met water bovenop de auto’s vastgebonden. Wij wandelde onderweg naar het mijnstadje langs de grote bakken die gebruikt worden om het zout water te laten verdampen, terwijl Enku een beetje over het proces uitlegde. Onderweg kwamen een paar loslopende ezels langs, en dicht bij het mijnstadje lag een indrukwekkende berg plastic afval en stonden alle lege vrachtwagens klaar langs de randen van de weg, te wachten op hun vrachten.

Het mijnstadje zag er, zelfs voor deze omstreken, redelijk “ruw”, stoffig en rommelig uit. Vol koffietentjes en andere voorzieningen waar de zoutwerkers en chauffeurs hun zuurverdiende geld uit konden geven. Na een korte wandeling bracht Enku ons naar een van de koffietentjes, die volgens hem "het Hilton" onder de koffietentjes daar was: het beste, mooiste en waarschijnlijk schoonste tentje van heel het gehuchtje (nog altijd heel eenvoudig en "authentiek" in onze ogen...). Hij grinnikte er zelf over en bestelde, tussen het hartelijk begroeten van lokale bekenden die naar hem toekwamen door, voor ons kopjes mierzoete thee. We hebben gezellig en lekker gekletst met Enku over de verschillen tussen Ethiopië en Nederland – we vertelde over ons koningshuis en hoe “gewoon” die eigenlijk zijn, maar met name hadden we het over corruptie; zo weinig als wij het in Nederland hebben, zo veel hebben ze het hier. Enku kon haast niet geloven dat bij ons managers vaak nog geeneens een doos bonbons aannemen. Hier krijg je niets gedaan zonder geld te laten wisselen van eigenaar, en dat hebben we de afgelopen dagen al een beetje gemerkt; Enku en Demis doen heel de dag door een ongelofelijke hoeveelheid kleine transacties met – in onze ogen – soms volledig willekeurige mensen. Het zal allemaal wel een doel hebben en het waren zo te zien meestal kleine bedragen, maar het duizelt ons soms om te proberen te begrijpen waarom ze bepaalde mensen geld moeten geven.

Ondertussen kwamen er regelmatig lokale mannen hartelijk Enku groeten, vaak lange dunne mannen in wikkelrokken met donker doordringende priemende ogen, behalve als ze opeens lachte en de ogen vriendelijker werden. En dan zag je bij sommige mannen als ze praatte of lachte allemaal tot puntjes geslepen tanden, schijnbaar mode onder de mannen van de Afar stam hier... Best lastig om dan niet te gaan staren naar zijn haaientandjes en gewoon netjes in zijn ogen te blijven kijken! Enku leek echt iedereen te kennen, hij komt hier natuurlijk al sowieso vele jaren en zorgt daarnaast dat hij overal goede contacten heeft om een en ander soepeler te laten verlopen. In de ruimte was een vrouw bezig om koffie te bereiden volgens de Ethiopische koffieceremonie (maar dan wat praktischer en eenvoudiger, het is hier tenslotte niet zo’n verfijnde omgeving…), en zaten wat mannen te relaxen met een flesje lauwe fris en te kletsen of televisie te kijken. Heel apart eigenlijk om er zo bij te zitten, in onze ogen kan het haast niet authentieker; en zeker omdat we met zijn tweetjes zijn heb je niet echt het gevoel dat je in een georganiseerde reis zit; Enku regelt gewoon alles op de achtergrond en wij hoeven alleen maar te volgen maar krijgen een hele “authentieke” ervaring. Voor de groep Italianen die na ons binnen kwam was de ervaring ongetwijfeld iets minder authentiek om hier binnen te stappen omdat er al twee Nederlanders zaten!

Enku heeft naast het kletsen en zijn contacten vernieuwen ook driftig zitten onderhandelen in de achtergrond. Wij zouden hier in het koffiehuisje blijven wachten tot de auto’s er waren, en toen was het nog best wel even wachten tot we daadwerkelijk konden vertrekken. Dat kwam mede omdat Enku en Demis moesten onderhandelen over de hoeveelheid en prijs van de begeleiders die we vanaf nu mee zouden krijgen. Nog meer mensen! En we zijn al in de minderheid met 2 klanten en 4 verzorgers! Enku vertelde later dat hij geprobeerd wat van de politie die met ons mee gaan vanaf dit punt af te kopen, maar toen we vertrokken zat de volgauto desondanks toch nog vol met Meski, tweede chauffeur, en op de achterbank twee politieagenten, een militia, en een extra lokale gids... Ik moet er niet aan denken hoeveel man het wel niet geweest zou zijn als Enku NIET onderhandeld had! En al die monden moeten wij (Meski dus) volgens mij ook nog eens voeren de komende dagen…

Hans en ik zagen en Enku bevestigde dat er een grote Chinese invloed was hier en in Ethiopië in het algemeen. Onderweg naar het dorpje dat we moesten aandoen om alle administratie te regelen voor we naar de vulkaan konden gaan, hebben Hans en ik nog zitten twijfelen of we nu wel of niet een kameel wilde huren om ons naar boven en naar beneden te brengen. Het is een wandeling van zo’n 10 km, 3 uur, en uiteindelijk besloten we het toch maar wel te doen. Enku was daar eigenlijk best wel opgelucht over met name naar Hans toe, omdat het volgens hem best een zware tocht was en niet ongevaarlijk, en beloofde het te zullen regelen voor ons.

We reden door ruig, onherbergzaam woestijngebied en stopte regelmatig om de rotsen van dichtbij te bekijken. Dat is dan weer het voordeel van een geologisch getinte rondreis met een geoloog als gids, Enku weet van alles te vertellen over het landschap en brengt het daarmee ook tot leven! En hij kent bijzondere plekjes waar je anders misschien voorbij zou rijden, maar die wel de moeite van het even stoppen zijn. Zo stopte we bij een wit maanlandschap vol zwarte keien dat erg mooi was, en volgens Enku 200.000 jaar oude zeebodem was, een hele fijne witte modder. En hoe langer je er stond te kijken hoe meer je zag; we vonden allerlei kleine gefossiliseerde schelpjes, en door de winderosie waren er overal prachtige kleine kunstwerkjes van rotsformaties: kleine sculpturen van oneffenheden, schelpjes en kristallen in de witte rots ondergrond die door de wind langzaam blootgelegd werden. Erg mooi!

Op gegeven moment gingen we offroad, door zacht fijn mul zand, dat hoog opstoof als je erdoorheen reed. Enku vroeg onderweg of wij foto’s wilden delen van deze reis voor een nieuw artikel over de verhoogde activiteit van Erta Ale; natuurlijk, die hebben we achteraf gedeeld en staanhier! Hij kon duidelijk niet wachten om het allemaal met eigen ogen te zullen zien, hij had begrepen dat de verhoogde activiteit indrukwekkend was! Bij het dorpje dat als toegang tot het Danakil gebied dient moesten we een tijdje wachten terwijl de kamelen voor vannacht geregeld werden, en alle andere administratie en omkoperij en smeergeldacties die daarnaast misschien nog nodig zijn om een vlotte reis te garanderen. We stonden, samen met een ander groepje toeristen, in de schaduw van een vervallen gebouw dat ooit als ontwikkelingshulp project opgezet was als kliniek en binnen de kortste keren vervallen en ingestort was. We werden met rust gelaten door de lokale mensen, maar natuurlijk was wel heel het dorp komen kijken naar ons. Ondertussen deden onze twee auto’s dienst als een soort taxi voor de lokale mannen, Demis had het druk en reed met overvolle auto weg.

Daarvan ging uiteindelijk eentje met ons mee de komende dagen. Toen we konden vertrekken stapte deze jongen voorin bij onze auto, het moest een soort extra "lokale gids" zijn geloof ik, hij zou ons de weg wijzen; nergens goed voor natuurlijk want Demis en Enku kennen het hier volgens mij net zo goed, maar zo gaat dat en je ontkomt er niet aan. Dus Enku, Hans en ik hoste heen en weer op de achterbank terwijl de lokale gids voorin lekker op zijn qat-bladeren kauwde en grapjes maakte in het Amhaars en Demis af en toe mopperde op hem dat hij zijn qat-bladeren weg moest houden van de versnellingsbak en niet het dashboard aanraken...

We hebben 2 uur over mooie zwarte verse lavastromen gereden, een heel mooi landschap, terwijl Demis af en toe stapvoets moest rijden of een steile helling twee keer proberen voor hij er overheen kwam. We hielden een plaspauze bij een grote rots – speciaal voor mij, zodat ik aan de ene kant kon gaan en de rest aan de andere kant kon blijven! Want het landschap is erg grillig maar er zijn weinig hoge/lage delen zonder een heel eind te moeten lopen; we reden veel langs de randen van gestolde lavastromen, waarbij het moeilijk is om te zien of ze 100 of 10.000 jaar oud zijn.

Rond 13:15 stopte we om langs de kant van de weg te kijken bij een donker gat in het lavagesteente, en de hitte die eruit kwam deed je terugdeinzen; het gat was zo'n 15 m diep en stond in verbinding met de gloeiende magma-kamer onder een dichtbij gelegen vulkaan. Lokalen dachten vroeger dat de vulkanische activiteit in deze regio duivels was, en bleven er ver van. Tegenwoordig wordt men er wel iets nieuwsgieriger naar. Onze lokale gids gooide steentjes in het gat om te kijken of je ze zou horen vallen, en het gat “ademde” terwijl we er stonden zachtjes. Niet moeilijk om je voor te stellen dat daar een of andere draak of duivel of ander wezen diep in de grond woont!

Eindelijk kwamen we rond 13:45 in Erta Ale Base Camp aan, gelegen aan de voet van de Erta Ale vulkaan op de zwarte gestolde lavastromen. Het bestaat uit een militair kampje, een serie lege hutjes van los gestapelde lavastenen en rieten afdakje als tijdelijk onderdak voor toeristen, en een klein dorpje van familie van de militairen. De hutjes zijn van losjes gestapelde lavastenen gemaakt; de muren zien er zo losjes uit dat je haast bang bent ertegenaan te leunen (hoewel het allemaal in de praktijk wel redelijk stevig is). De daken bestaan uit takken, stro, hooi, karton en plastic, allemaal willekeurig aan elkaar gebonden om iets van een overkapping te maken tegen de ergste zon (regen hoeven ze zich hier volgens mij niet zo’n zorgen over te maken…). Verder is er geen stromend water, geen elektriciteit, geen riolering, je behoefte doe je in de omgeving van het camp, er is dag en nacht gloeiende hitte, overal vliegen... Omstandigheden waar mensen een paar duizend jaar geleden ook in hadden kunnen wonen, duidelijk een zwaar bestaan!

We hebben twee hutjes voor de groep, in eentje heeft Meski haar keuken gemaakt en in de andere verblijven Hans en ik, deze dient ook als “eetkamer” voor ons drieen; de andere mannen en “onze” politieagenten installeren zich buiten op matrassen. We hebben geluncht en lang gekletst met Enku, voor het rond 15:30 tijd was voor een siësta om de ergste hitte uit te zitten. Gelukkig waaide het, warme lucht natuurlijk maar geeft toch het gevoel van enige koelte... Er werden wat matrassen op een dekzeil gelegd in onze “eet/slaapkamer” en Hans ging gelijk een dutje doen want hij was erg moe en had toch ook wel last van de warmte. Ik heb eerst nog even de laptop opgestart om nog een laatste keer foto’s te downloaden; alle beetjes helpen en we willen met lege SD-kaarten de vulkaan op gaan! De laptop had ook duidelijk last van de hitte, de accu is al niet meer de jongste (laptop is in 2009 gekocht) maar je zag hem nu gewoon leeglopen. Toch heb ik nog de foto’s die op het fototoestel stonden kunnen downloaden en had ik nog wat accu over. De laptop blijft, samen met sommige andere spullen die we niet direct nodig zullen hebben de komende dagen op de vulkaan, hier beneden in het base camp in de auto’s, en we nemen alleen mee wat we nodig denken te zullen hebben want alles wordt vanaf hier per kameel vervoerd!

Toen was het voor mij ook tijd om te relaxen. Ik heb mijn mobiel aan een van onze powerpacks gehangen en heb lekker liggend op de matrasjes het blog alvast bijgewerkt tot en met vandaag, en mijn notities gemaakt voor onze reisverslagen – want reisverslagen typen kost te veel kostbare accu van de laptop! Einde van de dag hebben we de bagage uitgezocht, herverdeeld en klaargezet; we nemen maar één blauwe reistas en ons kleine dagrugzakje mee waar onze lakenzakken, kussens, kleren en elektronica inzitten (en een pakje stroopwafels, heel diep weggestopt in kleding tegen de warmte, en wat pepermunt/drop en koekjes en zo, als mondvoorraad). Er gaan veldbedjes mee naar boven, samen met de matrassen, water, eten, keukengerei en alle andere dingen die we de komende dagen nodig hebben. Alles werd geleidelijk aan klaargezet op zeilen buiten de hutjes en langzaamaan kwamen de kamelendrijvers met hun kamelen aanzetten. Ook een ander groepje toeristen was zich ondertussen aan het klaarmaken om naar boven te gaan, maar zij zouden al vanavond naar boven lopen en morgenochtend al weer terug. Wij gingen pas midden in de nacht lopen en zouden dan een paar dagen bovenblijven, dus hadden veel meer nodig natuurlijk!

Het was nog niet donker maar op gegeven moment moest ik nodig plassen; en dat betekent een wildplasplek opzoeken. Pffffff, het bleek dat de best optie min of meer vol in het zicht van de verrekijker van een bewaker van het kamp een eindje verderop, in een droge rivierbedding vlakbij was, dus ik heb me zo goed en zo kwaad als het ging tussen de kleine struikjes, het vuil en andermans opgedroogde ontlasting geďnstalleerd voor een sanitaire stop. Je wordt in ieder geval gelukkig niet aangestaard door de lokale mensen, ook de bewaker keek discreet weg, en de vliegen vallen ook mee gelukkig.

Het was wel erg leuk om buiten de hut te zitten nu aan het einde van de dag en de activiteit in het base camp te zien. De kamelen bleven geleidelijk aan al mopperend aankomen, op een gegeven moment hadden we er wel 12 in onze directe omgeving zitten en staan! Waarvan eentje vlakbij een ongelofelijke mopperdoos was, die mopperde toen hij aankwam, mopperde toen hij moest gaan zitten, mopperde eigenlijk constant op zijn drijver en iedereen anders, ook andere kamelen, als ze meer dan twee meter in zijn buurt kwamen; hij leek hele verhalen te houden, lachen! Toen de zon onder ging vertrok de andere groep op hun wandeling naar boven, ondertussen was Meski druk bezig te koken – zij zou straks gelijk met de bagagekamelen beginnen te lopen, wij zouden pas vannacht om 3 uur op het koelste van de nacht gaan lopen.

We kregen om 18:15 avondeten in het donker (lang leve de koplampjes!), lekker hamburgers en in de pan gebakken frietjes! Dat is verwennen! Helaas is het waarschijnlijk vooral bedoeld om het vlees op te maken omdat we de komende dagen geen koeling meer hebben; dus waarschijnlijk zullen we de komende tijd geen tot weinig vlees meer krijgen… Meski moest niet alleen ons voeren, maar ook onze politieagenten, de militia, en de kamelendrijvers die voor onze groep geregeld waren kregen eten; we berekende dat er wel zo’n 15-16 man meeaten in totaal! Toen alles op was heeft Meski gauw nog de laatste potten en pannen opgeborgen, ondertussen werden de eerste kamelen al volgeladen met vracht. Alles werd met touwen aan een harnas gebonden dat bestond uit vier stokken die in twee “V’s” aan iedere kant van de kameel zijn rug hingen, en bovenin en onderlangs over het lijf aan elkaar verbonden waren. Eenvoudig maar voldoende.

Terwijl de kamelen volgeladen werden en uiteindelijk gingen lopen samen met Meski, Demis en de kamelendrijvers, zagen we af en toe een vallende ster, en in de verte begon de rode gloed van Erta Ale op te vallen naarmate de lucht zwarter werd. We zagen zelfs de Melkweg, en Enku wees ons op Mars, die ook op de horizon zichtbaar begon te worden. Mooi hoor! Om 19:15 was iedereen weg en werd het kamp helemaal rustig. Enku deed wat veldbedjes voor ons regelen, daar legde we een matrasje op, en zijn aangekleed en wel op bed gaan liggen om te proberen nog even wat uurtjes slaap te pakken voor we er om 2:30 uit zouden moeten. Ook de rest van ons “gevolg” ging al gauw slapen, en binnen een half uurtje was er stilte rondom onze hutjes.

Er woei ’s nachts een harde wind, die zo op de ingang van onze hut gericht was, dat veel lege plastic flessen die overal lagen naar binnen waaiden. Ook het zeil waar onze veldbedjes op stonden klepperde af en toe irritant en natuurlijk raakte alles bedekt met stof – we hebben ons 30x zoom fototoestel moeten laten repareren na terugkeer uit Zuidelijk Afrikatwee maanden geleden, omdat het lensmechanisme zo gevoelig was dat, zelfs bij zorgvuldig gebruik, er stof in het mechaniek kwam en die daardoor vastliep. Dus sindsdien zijn we NOG voorzichtiger met onze fototoestellen en zit ieder toestel nu standard in een afsluitbaar plastic tasje als hij niet in gebruik is.

free counters