NOVEMBER 2016: VULKANISCH ETHIOPIË

Hans moest vannacht onverwacht naar de wc, balen natuurlijk want hij moest meer dan alleen plassen. Maar het was donker dus hij hoefde gelukkig niet te ver weg te lopen om een geschikt plekje te vinden. Wel scheen de maan behoorlijk fel, want het was nog altijd (bijna) volle maan! Vannacht om 2:30 ging de wekker; we hebben niet echt veel geslapen want het kamp was vannacht toch best onrustig geweest, maar een beetje dutten is wel gelukt. We hadden ons niet uitgekleed voor die paar uurtjes dus konden gelijk opspringen, schoenen aan en de laatste spulletjes pakken klaar om te vertrekken. De kamelen werden opgetuigd met de laatste bagage – onze eigen bagage ging nu pas bijvoorbeeld mee – en twee kamelen werden voorbereid met wat van de schuimrubberen matrasjes over het stokkenharnas, waar wij dan zo direct op zouden moeten gaan zitten.

In een karavaan van 3 kamelen (eentje voor de laatste bagage, de andere twee voor Hans en mij) vertrokken we dan om 4 uur ’s ochtends; het was inderdaad wel iets “koeler” maar dan praat je misschien over 25-30 graden in plaats van de +40 die het overdag geweest is. De lange wandeling zou zo’n 3 uur bergopwaarts op de flanken van de vulkaan zijn, totaal zo’n 10 km. Twee politieagenten liepen mee, drie kamelendrijvers, en Enku; de tweede chauffeur bleef bij de auto's in het Base Camp, Demis en Meski waren met de rest van de spullen al gisteravond na het eten omhoog gelopen.

Het was een magische rit, over de zwarte lava rotsen die allerlei grillige vormen hadden in het vollemaanlicht, spookachtige bomen en silhouetten, met ondertussen het zachte gestap, binnensmonds gebrom en zacht gemopper van de kamelen, die voor de rest zulke rustige, stoïcijnse beesten zijn. Maar wel duidelijk met uitgesproken karakters! Bij mij brak op gegeven moment het klamme zweet uit en ik vroeg om een wc-pauze. Ik had inderdaad een beetje diarree, maar daarna ging het gelukkig weer beter. Hans had van tevoren bedacht dat het misschien een goed idee was om wat druivensuiker bij ons te steken voor onderweg, want we zouden pas boven ontbijt krijgen. Dat bleek inderdaad een goed idee te zijn want na een uurtje of wat werden we allebei een beetje queasy, kamelen(zee)ziek waarschijnlijk! Aangezien we op onze vrachtschip reis hadden geleerd dat een lege maag het gevoel verergert, waren we nu dus blij met de druivensuiker, dat hielp echt om het lichte ongemakkelijke gevoel te verdrijven.


Halverwege, rond 5:30 en met de eerste schemering op de horizon al zichtbaar, hielden de kamelendrijvers en militairen een pauze om te bidden. Voor ons was dat weer even een kans om onze benen te strekken en even te herstellen, en voor Enku een kans om even te zitten en bij te tanken. Naarmate we dichterbij kwamen werd de vulkaanhelling steeds steiler. Plus de route is heel onregelmatig en de ondergrond bestaat soms uit losse stukken scherp vulkanisch gesteente die je gemeen kunnen snijden als je verkeerd terecht komt in het donker. We waren dus dolblij dat we niet waren gaan lopen en kamelen hadden genomen, maar comfortabel is dat zeker niet! Pijnlijk zelfs, als de kamelen schommelend en schokkend van rots naar rots stappen... Maar hoe dan ook beter dan lopen dus wat ons betreft, en het geld meer dan waard!

Om 6:30 kwamen we bovenop de kraterrand en liepen onze statige kamelen met ons nog op de rug het kamp in. We werden voor de deur van een aantal hutjes afgezet, wat een service! Uiteraard was Meski in een hutje al weer geïnstalleerd met haar keuken en al weer druk bezig met het ontbijt. De hutten waren net zoals beneden in het Base Camp gemaakt van losjes gestapelde stenen muren met flink wat kieren ertussen en een luchtig dak van takken, stro, hooi, karton en allerlei andere dingen met touw vastgebonden. Een deel van het kamp bestond uit onderkomens voor de militairen die hier gestationeerd waren, de rest waren lege hutjes die groepjes zoals wij konden gebruiken.

Maar eerst even naar de vulkaan kijken natuurlijk! We liepen naar de rand zodat we in de krater konden kijken en zagen gelijk al dat het inderdaad heel erg spectaculair is; Erta Ale is een rustige vulkaan die al bijna 100 jaar actief "uitbarst", maar niet onder hoge druk, steeds een beetje en constant, als een druppelende kraan. Dat doet het in de vorm van een “meer” van kokende lava midden in de grote caldera van de vulkaan. De laatste maanden en met name laatste twee weken is echter de vulkaan heel actief geworden; vroeger liep je over de platte bodem van de grote caldera tot je bij een klein gat van een paar tientallen meters doorsnede kwam, waar je op de rand kon staan en naar beneden kijken naar de kokende lava één tot een paar meter onder het oppervlak. Maar nu was heel de bodem van de caldera bolvormig omhooggekomen alsof het binnenste van de vulkaan op klappen stond, en het gat met lavameer erin in het midden van de inmiddels bolle calderavloer was nu een mini vulkaan van een paar meter hoog met wild kokende lava tot aan de rand, en grote bellen roodgloeiend gesteente die boven de rand uiteen spatte in grote slierten! Spectaculair! Enku liep te stuiteren van blijdschap, het was nog mooier dan hij had durven hopen, zo actief heeft hij Erta Ale in heel zijn carrière nog nooit gezien!

We hebben, na een eerste blik op de vulkaan vanuit het kamp op de rand van de krater, gelijk ontbeten – daar waren Hans en ik blij om want zeker ik voelde me een beetje slap. Toen hebben we onze tas in het hutje dat voor ons bestemd was gezet en een paar uurtjes gerust tot 10 uur om bij te komen van de kamelenrit – we lagen echter nog maar amper op de matrasjes of we zagen door de kieren van de hut dat de rand aan het overstromen was! Wow, da’s pas spectaculair! Dus even gauw opstaan en foto’s maken natuurlijk!

Er was samen met ons een groep Fransen op de kraterrand, die zouden een hele dag blijven en dan vannacht weer naar beneden lopen. Zij droegen constant gasmaskers terwijl dat echt niet nodig was – maar ja, als je eenmaal zo’n gasmasker opgezet hebt, durf je hem natuurlijk niet zo gemakkelijk weer af te doen natuurlijk! Hans en ik zijn van 10 tot 12 uur met Enku gaan kijken en genieten van de show die Erta Ale gaf; eerst zijn we naar een hoger deel van de kraterrand gewandeld, iets buiten het kamp, zodat we vanuit een klif een beetje neer konden kijken op het oppervlak van de lava, en een idee krijgen hoe dat eruit zag. Bijzonder, je zag duidelijk het oppervlak van de kokende lava en de opspattende bellen kokend heet gesteente!

En nog spectaculairder was dat deze grote pot kokende lava van 1200 graden heet (net een pan erwtensoep op hoog vuur) bijna om het uur overliep!! En dan stroomde er een dikke stroperige stroom lava over de rand en over de vloer van de caldera, tot wel 10-20 minuten lang voor het gat in de wand weer tijdelijk gedicht was door gestold gesteente. Overal zag je dan ook glimmend zwart vers lavagesteente, ongetwijfeld nog heet diep van binnen...

Toen zijn we voor een kleine wandeling afgedaald in de caldera zelf, waar we tot op zeker 50 meter gelopen zijn van het kokende, brommende, blazende en naar zwavel stinkende lavameer zelf. Pluisjes van vulkanisch glas zo dun als zijde draadjes kwamen op onze petjes terecht, je voelde de warmte van de vulkaan, en Enku deed af en toe op de lavablokken tikken of ze wel hard genoeg waren om op te staan. Sowieso liepen we alleen op gestold lava van op zijn jongst een paar maanden oud; anders zou het niet verantwoord zijn geweest! Enku was helemaal wild van opwinding, zo mooi en actief had hij Erta Ale in heel zijn carrière nog nooit gezien! We hadden geen gasmaskers bij, wel wat water natuurlijk want het is hier nog warmer dan beneden, maar we hadden nergens last van; het rook wel zwavelig en af en toe ook een beetje naar zuur, maar er was een stevige bries dus dat vervloog steeds gelijk.

Na de lunch was het weer tijd voor een stevig dutje tot een uur of 17 ‘s middags, met een korte onderbreking van een half uurtje toen het lavameer zo spectaculair overstroomde, dat iedereen opsprong om te kijken! Over de rand liep een zeker 10-15 m brede oranjerode rivier van vloeibaar gesteente, en af en toe gleden er grote plakken alweer gestold "vel" (net een melk-vel) in hun geheel af. De lava liep zelfs tot het punt waar we vanochtend gestaan hadden... Wow! Wat hebben we toch een geluk! Tijdens ons dutje zaten de Afar soldaten buiten honderduit te kletsen; ook hier hebben sommige gevijlde tanden, en de meeste hebben een poging tot een soort van uniform aan – een samengeraapt allegaartje van versleten militair-groene kleding, soms in combinatie met een wikkelrok – en bijna iedereen droeg fluorescerend gekleurde plastic sandaaltjes.

Je moet veel rusten op een dag, je kunt niet te veel doen in deze hitte en moet dat niet willen ook. Hans en ik letten ook erg op elkaar dat we veel drinken, minstens 3 liter water per dag naast 1-2 flesjes frisdrank en een paar koppen thee, en veel zout en suiker eten voor energie en om aan te vullen wat je uitzweet. Ondanks al dat drinken hoef je namelijk maar zo’n 2-3 keer per etmaal te plassen. En we doen constant onze handen wassen met antibacteriële gel vanwege de slechte hygiënische omstandigheden; water is hier kostbaar want van nature niet aanwezig. Douchen is deze dagen beperkt tot een scheutje water in je handen gieten ‘s ochtends, daarmee je handen wassen en met natte handen je gezicht opfrissen. Of gewoon alleen even de slaap uit je ogen wrijven ’s ochtends.

Het kamp is, zoals gezegd, een groepje van ronde kleine hutjes met muren van los en luchtig gestapelde stenen vol spleten (lekker als het waait!) en een dak van riet, geen deur, alles op de richel van de vulkaan dus we hebben zelfs vanuit onze vouwbedjes ‘s nachts uitzicht op iedere overstroming! “Onze” hut lag aan de binnenkant van de richel, dus met uitzicht op de vulkaan tussen de kieren van de stenen door, maar in de loop van de middag liet Enku wat vouwbedjes opzetten in het hutje dat grensde aan de keuken-hut, want die lag wat meer in de schaduw. Het was qua warmte lood om oud ijzer, maar dit hutje was verder denken we wel iets beter dan het eerste hutje. Wel lagen alle drie de hutjes aan het begin van het pad de caldera in, en dat bleek ook een soort centraal punt van het kamp te zijn. Sowieso was Meski’s keukenhut erg populair – heel de dag door kwamen mannen vragen om wat te eten! Wc-faciliteiten betekent gewoon ver genoeg van het kamp vandaan lopen dat je witte billen niet al te opvallend zijn als je gaat hurken in een geschikt holletje. ‘s Nachts hoef je dus minder ver te lopen... En arme Meski moet niet alleen ons voeren, Demis en Enku, maar ook de vier mannen die ons begeleiden, een aantal van de militairen hier gestationeerd op de vulkaanrand en volgens mij nog willekeurige anderen die gewoon lijken aan te komen waaien. Ze is dus constant aan het koken en afwassen want zo veel borden hebben we niet mee natuurlijk! Hoewel een bord (helemaal volgeladen) vaak met drie man gedeeld wordt.

Tegen het einde van de dag zijn we weer terug naar de rand van de dichtbij gelegen klif gelopen, en hebben we tot het donker was, ongeveer 18:30, gezeten en genoten van een prachtige vuurwerkshow van opspattende bubbels roodgloeiend lava. De vulkaan was weer aan het overstromen en in het donker zag je precies waar de nog hete lava allemaal stroomde, heel erg mooi!

De militairen lopen eigenlijk altijd met ons mee, nu dus ook, en ze kijken over onze schouders mee als we foto’s maken; soms doen ze zelfs met hun eigen mobiel foto’s en filmpjes van de vulkaan maken. Ook voor hun is dit namelijk een indrukwekkend schouwspel. We zagen op gegeven moment een drone in de lucht vliegen, en namen er een foto van. Iets later zag ik beweging op de lavavelden in de verte, en merkte dat op; gelijk werden alle militairen alert toen Enku vertelde dat ik iets gezien had, en gingen turen in de richting die ik wees en onderling discussiëren – ondertussen nam ik er een foto van met ons 30x zoom toestel, en dat wilde de militairen wel zien. Ze waren zichtbaar onder de indruk, en gerustgesteld dat het militairen op een verkenningstocht bleken te zijn. Enku vertelde namelijk over een keer dat ze 4 man gezien hadden en het verkeerd volk op verkenning bleken te zijn. En ik was natuurlijk even de held dat ik nog vóór ervaren militairen potentieel verdachte beweging gezien had!

Toen we terug in het kamp waren had Meski het eten weer klaarstaan voor ons; onze hut zou weer dienst doen als eet/slaapkamer tijdens ons verblijf hier, het was ook een redelijk grote hut. Enku vertelde dat de militairen hem hadden verteld dat ze grote groepen verwachtte vannacht, en dat het dus een onrustige nacht kon worden want veel groepen lopen ‘s avonds omhoog en de volgende ochtend weer naar beneden, en de militairen hadden veel auto's zien staan in Base Camp. Het eten smaakte wel maar was vanavond een beetje karig. Hans deed net zoals Enku wat Fanta in zijn waterfles gooien, om er wat meer smaak aan te geven; het constant lauwe water staat hem al aardig tegen namelijk!

Na het eten hebben we onze tanden gepoetst en een tijdlang op de vouwkrukjes zitten kijken naar de berg; het is praktisch een continue vuurwerkshow, echt heel bijzonder. Het viel ons op dat er geen muggen en weinig vliegen waren; deze waren ook niet echt heel hinderlijk en zodra de zon onder ging waren ze verdwenen. Mooi zo! We zijn al redelijk gauw naar bed gegaan, de hitte lijkt namelijk alle energie uit je te zuigen. Toen we een laatste plaspauze hielden buiten het kamp, zagen we lager op de helling al weer de lichtjes van aankomende groepen bewegen. Het bleef ‘s nachts gelukkig redelijk rustig, alleen Hans heeft heel slecht geslapen helaas.

free counters