NOVEMBER 2016: VULKANISCH ETHIOPIË

De nacht was heet, zoals steeds eigenlijk in dit gebied, maar gelukkig was er een hete wind die het gevoel van wat koelte gaf. We zijn vroeg opgestaan, om 6 uur, en toen was het al behoorlijk warm. We denken dat als we een thermometer zouden hebben hier we af en toe best zouden schrikken; nu ook, het moest toch zeker boven de 30 graden zijn al! We kregen van Meski een stevig ontbijt met pap, zelfgebakken brood, gekookte eitjes, en als gezelschap duizenden vliegen die zich gelukkig vooral concentreerde op het dichte bakje boter en de rand van de honingpot!

Om 7:15 uur reden we weg om zo veel mogelijk in de relatieve "koelte" van de ochtend te zien en doen. Volgens Enku wil je niet rond de hete middag op de zoutvlakte gevonden worden! Onze twee politieagenten hadden vandaag een dagje vrij, wij kregen een lokale gids uit Ahamed Ela mee en wat militairen van deze regio. Onze politieagenten lagen dus nog lekker ontspannen op hun houten bedden; toen ik rond 5:30 wakker werd heb ik ze nog in de vroegste ochtendschemer even zien bidden.


We stopte onderweg even in het gehucht om de militairen op te halen met de volgauto, en reden met twee auto’s over de asfaltweg tussen het gehuchtje en de militaire basis. Die weg liep dood bij de zoutvlakte en daar reden we eerst door ondiep water dat op het zout lag voor we op een spoor op het zout zelf terecht kwamen. We reden toen een tijdlang over een groot wit meer van zout, net zo mooi wit als het zoutmeer van Uyuni in Bolivia, richting het Dallol gebied, dat het resultaat is van een vulkanische uitbarsting in 1926. Alleen hier was het geen lava die uit de grond kwam, maar een gloeiend hete zoutwater concentratie, die onderweg naar het oppervlak mineralen meenam uit de rotsen in de ondergrond zoals zwavel, fosfor, ijzer, kalium, van alles. Dat is het technische verhaal, wat Dallol dus eigenlijk is, is een fantasiewereld van meertjes en rotsen in de felste kleuren tussen heuveltjes van zoutrotsen: fel geel, fluorescerend groen, wit, rood, oranje, en dat allemaal als je dichterbij kijkt, ook nog eens in allerlei kristalvormen.

De mooie witte zoutondergrond veranderde op gegeven moment in een donkere vettige roestkleur, bij wat heuveltjes (alles wat we om ons heen zagen was van zout, de kleuren kwamen doordat er verschillende mineralen in zaten). Daar stopte rond 8 uur de auto’s en moesten we een klein eindje omhoog lopen over de heuveltjes. Onderweg zagen we al allerlei zachte kleurverschillen in de zoutondergrond, en hakte Enku een stuk zout open om te laten zien wat de structuur ervan was. Toen we bovenop het heuveltje stonden zagen we allerlei kleuren in de verte, we waren benieuwd, we konden ons eigenlijk niet voorstellen dat het zo mooi zou zijn als in google afbeeldingen als je googelde op Dallol… Maar dat bleek het dus wel te zijn, we hebben vandaag totaal ruim 1700 foto’s en filmpjes gemaakt, we keken onze ogen uit en kregen er maar niet genoeg van! Enku zelf was ook enorm enthousiast, hij was verbaasd over hoe het gegroeid was de afgelopen twee weken; hij was hier twee weken geleden geweest voor opnames van een aflevering van het Belgische "Op weg met Jan"(daar had hij ons al een paar keer over verteld), een soort “gevaarlijke wegen” programma volgens hem, en hij kon zien hoe het in die twee weken allemaal gegroeid was – er waren overal nieuwe bronnen, formaties en vijvers ontstaan!

Als eerste kwamen we bij een “baai” van witte paddestoelen van wit zout, een oude bron die inmiddels opgedroogd was. Hieraan grenzend lag een actief meer van fel geel en oranje formaties, met een blauwgroenige vloeistof ertussen. Enku waarschuwde om al het vocht hier te beschouwen als bijtend zuur, voor de veiligheid, hoe onschuldig het er ook uit mocht zien! We mochten en konden overal lopen, er waren geen paden of zo, want ongelofelijk genoeg was dit gebied geen Unesco werelderfgoed, zelfs geen nationaal park, niet beschermd, niets. Enku lobbyt hard om het te beschermen, maar er zijn economische belangen voor de regering om het niet te doen, want dan kunnen ze niet meer verdienen aan de potas en andere mineralen mijnbouw hier in de buurt. Ongelooflijk…

Er was een soort landtong van zout waar we over konden lopen tot in het midden van het blauwgroene meer met geeloranje formaties, aan de overkant lag een helling van wit met oranje en rood erin, ongelofelijk wat een kleuren allemaal! En nog onvoorstelbaarder dat Enku jubelde dat dit normaal gezien droog lag, het “echte” gebied begon vroeger eigenlijk pas een eindje verderop!

De kleurenpracht in het landschap was ongelofelijk, maar als je naar beneden keek waren de kristalformaties zelf in het klein ook erg mooi. We hebben de Grand Canyon in het klein gezien, bloemen, paddestoelen, plateaus, kubussen, fijn kant, sliertjes, stekeltjes, allerlei kristal formaties en dat alles in al die kleuren! Je waande jezelf op een andere planeet. Er waren een paar andere toeristen maar Hans en ik waren er eigenlijk grotendeels alleen – met Enku, Demis, een lokale gids en twee tot drie militairen natuurlijk… De militairen slenterde een beetje met ons mee en namen af en toe stoere selfies van zichzelf. Hans en ik vergaapte ons aan het landschap, en we kregen echt alle tijd ervoor – Enku vond het zelf ook duidelijk prachtig en was zichtbaar aan het genieten, en hij gaf ons alle tijd om er van te genieten. We hebben er gerust uren rondgelopen en op gegeven moment waren ook de paar andere toeristen weg en waren we met ons groepje echt helemaal alleen.

We wandelde door naar het volgende meer, dat overwegend oranjerood was, met mooie gele en groene contrasten. Onvoorstelbaar dat zoiets volledig natuurlijks is, en tegelijk zo gevaarlijk; Enku vertelde dat het zuur op plaatsen heel erg geconcentreerd kon zijn en dat de lokale vogels wel wisten dat ze er niet van konden drinken, maar dat regelmatig trekvogels hier de dood vonden omdat ze vanuit de lucht aanlokkelijk blauwe meertjes zagen en neerstreken om te drinken… Het viel ons trouwens op dat je eigenlijk niets rook; ik had wel verwacht dat er overal zwavel en zuur en andere rare luchtjes te ruiken zou zijn, maar dat was nauwelijks het geval. Af en toe rook je een licht zweempje van het een of ander maar meer niet.

De gele kristallen werden verderop echt zwavelgeel, in giftig-uitziend geelgroen vocht. Het leek haast een kweek van bacteriën op een schaaltje, maar dan in het groot! En als je de kristallen van dichtbij bekeek zag je de fijnste stekeltjes, en kleine eilandjes en muurtjes van kristallen. Heel bijzonder allemaal!

Het volgende meer was een stuk droger, alleen hier en daar een plasje vocht, en heloranje tot roestbruin van kleur. Hier konden we echt goed de “Grand Canyon” structuren bekijken en de vele gekleurde lagen van de kristalen. Ondertussen hadden onze militairen het druk met de stoerste selfie maken staande op een opstulping van zout, en al doende de grootste lol hebbend!

Het hield niet op, achter ieder heuveltje was weer een ander meer; eentje deed ons denken aan de vrachtschipankerplaats voor de kust van Singapore! Hier waren namelijk langwerpige eilandjes van geel zwavelzout in een diepblauw meer, net bootjes. Erg bijzonder en erg mooi! Hans vroeg aan Enku of Meski hier ooit geweest was, en Enku gaf verbaasd en een beetje beschaamd toe dat hij daar inderdaad nog nooit aan gedacht had; zij blijft altijd in het kamp en had dit nog nooit gezien. Hans liet Enku beloven om haar een keertje mee te nemen!

Er vlak naast bevond zich een meer met de mooiste en fijnste miniatuur plateaus van zout, een beetje zoals Pamukkale in Turkije, in prachtig groen, geel, wit, oranje en alles ertussenin. Dit ging over in een donkeroranje, roestkleurige droge vlakte waar af en toe bij gaten in de ondergrond versteende bellen van wit zout waren, zo fijn en fragiel als het dunste kant. Als je goed luisterde hoorde je bij sommige van de gaten geborrel en gezucht in de diepte. Volgens Enku konden deze zó weer actief worden en vocht uit de ondergrond omhoog laten komen – vandaar ook de bellen van kant erom heen, waarschijnlijk van de hete zoutnevel die er af en toe uitkwam.

In de verte lagen nog veel meer kleurrijke meren, maar het was inmiddels bijna 11 uur dus we liepen er al zo’n drie uur rond, waren redelijk verzadigd van al het moois, hadden letterlijk al duizend foto’s en het begon bloedheet te worden… Dus we zijn weer terug in de richting van de auto’s gelopen, binnendoor over de “gewone” zouthellingen. Onderweg kwamen we nog regelmatig kleine kleurrijke plekjes tegen, beginnende bronnetjes vanwege de verhoogde activiteit overal. Enku wees bij het "Singapore" meertje nog een soort spookdorp aan in de verte; dit was een Amerikaans mijnkamp geweest, die hadden ooit zo’n 20 jaar ongemerkt hier gemijnd, volledig illegaal, tot keizer Haile Selassie erachter kwam en ze het land uit schopte! Klinkt ongelofelijk maar als je bedenkt hoe afgelegen deze plek is en dat er nog maar pas een paar jaar een asfaltweg naar toe loopt, is het weer iets minder ongelofelijk.

Vlakbij het begin van ons rondje zagen Hans en ik weer een prachtige kleurrijke formatie; Enku was stomverbaasd; twee weken geleden was dit letterlijk nog gewoon kale grijze zoutrots geweest, hij had precies hier meegewerkt aan opnames voor het Belgische programma, en nu waren daar hete bubbelende bronnen in wit, geel, groen en oranje! Deze bronnen waren echt heel actief, en ook hier weer waarschuwde Enku voor mogelijk zuur; hij hield zijn geologenhamer in geelgroen vocht en je zag het het metaal schoonbijten. Wow… Hier was duidelijk een hoge concentratie van zwavel in de ondergrond, Enku verzamelde zelfs een plastic fles van zwavel-zout-gruis, en we zagen een zoutsteen die helemaal bedekt was met een glimmende laag geel zwavel.

Na een laatste keer genoten te hebben van dit bizarre landschap zijn we om 11 uur terug in de auto’s gestapt en gereden naar een dichtbij gelegen vallei van zout, waar we de meest grillige rotsen zagen, allemaal van zout met laagjes bijna paarse ijzeroxide ertussen.

Enku bracht ons naar een kleine grot in het zout waar maar weinig mensen kwamen, en beloofde ons dat het best de moeite waard was. Ik twijfelde een beetje want ik ben niet zo’n fan van grotten waarin ik niet rechtop kan staan, hoe mooi ik grotten ook kan vinden! Dus ik vroeg door over hoe het van binnen eruit zou zien. Maar Enku vroeg het even voor de zekerheid aan een van de militairen die met ons meeliep, en die bevestigde dat het alleen de entree was, en je daarna gewoon kon staan. Ok dan, slik. Eerst wel even een wildplaspauze – de militair liep al automatisch netjes met me mee toen ik op zoek ging naar een geschikte plek, tot Enku hem in het Amhaars terugriep! En toen gingen we de zoutgrot in, een van de militairen voorop en de ander bleef buiten achter met mijn stoffen tasje. Het viel inderdaad reuze mee, je kon na even gebukt moeten zijn bij de ingang daarna bijna gelijk al weer staan, en kon redelijk gemakkelijk lopen, tot de gang omhoog leidde en we even een beetje moesten klimmen naar een ander gat aan de andere kant. Dat bracht ons naar een kleine verstopte vallei, en Enku kwam al grinnikend over de rand lopen, hij was ondertussen omgelopen.

De militair leidde ons naar een pad dat in en uit de zoutrotsen slingerde; het spoor van een inmiddels verdwenen rivier. Aan het einde lag een onschuldig ogende poel water in een grot; oppassen, dat was zeer geconcentreerd zuur! Er lag een dode vogel naast als bewijs. De zoutrotswanden waren in de meest grillige scherpe punten geërodeerd, heel mooi en apart; ook het gat dat hoog in een zo te zien flinterdunne zoutrotswand gesleten was, was indrukwekkend!

We zijn niet meer via de grot teruggegaan maar over de zoutrotswanden; een behoorlijk steile maar niet zo’n hele moeilijke klim, de militair leek haast onder de indruk van hoe ogenschijnlijk gemakkelijk Hans en ik omhoog klommen! Dit was inderdaad erg de moeite geweest, een erg mooie verborgen vallei helemaal van zout gemaakt, heel bijzonder.

We reden over het spierwitte zout en stopte even voor een fotostop, waarbij Enku zocht naar bijzondere poses om zijn geologenhamer en de zoutkristallen te fotograferen!

De laatste stop van de dag was in een soort ring van rotsen midden in het spierwitte zoutmeer, de restanten van een koepel van zout die ooit omhoog geduwd was geweest door bewegingen in de aarde. Deze hadden we op de heenweg overgeslagen om zo vroeg mogelijk naar Dallol te kunnen gaan. Nu hadden we er de tijd om even rond te kijken en het zout te proeven, een beetje roze van kleur vanwege het fluoride erin, erg mooi - en lekker. Je kon gewoon de rotsen likken! Enku pakte een paar geschikte brokken mee, voor zijn vrouw; zij kookte eigenlijk alleen maar met rotszout en met name dit zout had haar voorkeur dus hij nam altijd een brok voor haar mee als hij hier kwam. Er was hier ook een mannetje bezig stukken rotszout in handzame brokjes te hakken, dat hij dan aan voorbijgangers verkocht voor een paar centen. Het was inmiddels al 12 uur geweest en het was heet en we waren allemaal moe dus het was hoog tijd om terug naar het kamp te gaan en te eten en te rusten!

Rond 12.30 waren we pas terug in ons kamp, uitgeput en doornat van het zweet, maar wat een spectaculaire ochtend! Meski had een lekkere lunch voor ons gemaakt, en na de lunch was het tijd om te rusten in de schaduw tot de zon onder ging. Hans en ik hebben ons geďnstalleerd op de matrasjes op onze houten bedden onder het afdak, en een beetje gelezen op de ereader, blog bijgewerkt op de mobiel en gedut. Het is hier HEET. Onbeschrijfelijk warm, alsof je in een sauna zit met je kleren aan en de ovendeur openzet voor een verfrissend koel windje. Alles plakt en het zweet gutst van je lijf bij iedere inspanning en ook als je gewoon stilligt. Ook zijn er hier in Ahamed Ela veel vliegen, maar gelukkig dat die er alleen zijn als de zon op is. Nog een nachtje afzien en dan verlaten we de hitte... We beginnen steeds meer te fantaseren over airco, spoelwc’s, douches, echte bedden en een hotelkamer! We denken dat als we voor het eerst onder de douche stappen, je het vuil zo het doucheputje in zult zien stromen – en Hans kan niet wachten om zijn baard af te kunnen scheren!

Kinderen uit de buurt komen heel de dag gewoon aanwaaien bij ons en stappen de keukenhut van Meski binnen om te kletsen, en vooral te kijken of er wat te eten te halen valt, ze komen bij ons op bed zitten, zoekend naar aandacht of contact. Als je ze vriendelijk negeert gaan ze meestal weg. Soms krijgen ze van Meski een klusje zoals water halen of groentes schillen in ruil voor wat eten. Enku heeft ons gewaarschuwd om vooral bij de kinderen altijd gelijk en goed onze handen te wassen met ontsmettende gel! Ik probeer als ik het kan vermijden niet bij daglicht naar de wc te gaan; ik heb er gewoon geen zin in, er lopen hier te veel mensen rond. Met name Hans heeft wat moeite om te blijven drinken; het staat hem zo vreselijk tegen want als je een nieuwe fles water pakt uit de keukenhut is hij al warm, maar binnen een half uurtje is het water gevoelsmatig heet, het wordt namelijk warmer dan onze eigen lichaamstemperatuur! En dan is het inderdaad lastig om te blijven drinken, zelfs met wat limonadesiroop erin. Wij zijn wel heel blij dat we in september een paar flessen limecordial gekocht hebben in Zuid-Afrika, dat maakt het water voor Hans nu nog enigszins drinkbaar. Enku blijft die siroop stug ORS noemen, hydraterende vloeistof, we laten het maar zo…

We horen hier om ons heen heel de dag het gebalk van ezels; dat is zo’n klagerig geluid en we horen eigenlijk liever het gemopper van de kamelen. Dat zijn zulke leuke beesten! En ze lijken zo veel te zeggen te hebben als ze een mopperige monoloog houden! Ze bespreken politiek volgens Hans en Enku… Een van de kinderen die hier heel de dag rondlopen verzamelt de lege blikjes en neemt ze mee naar haar hut, een ander heeft heel de middag Meski in de keuken geholpen (we houden enigszins ons hart vast wat betreft hoe hygiënisch het is om zo’n kind te laten meehelpen) en kreeg een bak met eten, die hij gauw naar zijn moeder in het hutje achter ons bracht. Wij zweten ons ondertussen zelfs in rust kapot, het stroomt er sneller uit dan dat we kunnen drinken, pfffff.


Meski had haar best gedaan op het avondeten, en een soort moussaka-achtige groente “oven”schotel gemaakt. Het was erg lekker en zag er goed uit maar zowel Hans als ik hadden helemaal geen honger, waarschijnlijk vanwege de hitte, en kregen de behoorlijk grote porties bij verre niet op! We boden haar onze excuses aan, het was gewoon te warm en het eten te zwaar… De sinasappels als toetje waren wel erg lekker! Enku was er niet geweest bij het eten, de meeste mannen waren er eigenlijk niet en we vermoeden dat ze bij de militaire basis een koud biertje waren gaan drinken. Inderdaad, toen we na het eten nog een tijdje aan de tafel zaten te lezen, kwam op gegeven moment Demis terug in het kamp, heel licht aangeschoten, en vertelde dat we morgenochtend vroeg zouden vertrekken.

In het donker tijdens een toiletpauze (ik ga hier als wraak voor het feit dat de wc’s afgesloten zijn in het donker altijd erachter, dat is echter vlak bij de weg) kwam weer een stille karavaan van kamelen langs, wel 70 dieren, richting de zoutvlakte. Mooi! Hans en ik kropen om 20 uur in bed, binnen minuten weer doornat van het zweet; gelukkig valt het ons op dat de vliegen alleen aanwezig zijn tussen zonsopkomst en zonsondergang, ’s nachts hebben we er dus geen last van. Niet dat ze heel erg hinderlijk zijn, los van als ze op Hans zijn ereader gaan zitten en de pagina’s laten omslaan! Het gehuchtje heeft één tuktuk-taxi, en deze snort heel de dag en de avond constant op en neer over het stukje asfalt tussen het potas mijncamp, de militaire basis en het gehucht. Die moet goede zaken doen vermoeden we!

free counters