NOVEMBER 2016: VULKANISCH ETHIOPIË

We lagen gisteravond uiteindelijk om 23 uur in bed, en door het gedoe met het inchecken hebben we een hele onrustige nacht gehad. Om 4 uur werden we wakker, en om 6 uur moesten we al opstaan. Hans voelde zich bij het opstaan een beetje trillerig, maar het zette gelukkig niet door. Het ontbijt was weer een beetje rommelig, en er waren uiteindelijk wel 4 mensen nodig voor we alles hadden wat we nodig hadden voor ontbijt! Het spiegeleitje was weer een beetje blubberig, maar niet zo erg als het vorig hotel gelukkig! En de boter rook vanochtend normaal, die was gisteren dus duidelijk ranzig geweest, brrrrr.

Om 7 uur stonden Enku en Demis voor de deur van het hotel om ons op te halen en af te rekenen, en ik gaf Enku zijn schoenen terug. Voor de laatste anderhalve dag zou ik weer mijn eigen oude kapotte schoenen gebruiken, die Hans met behulp van zijn zakmes en een paar tie-wraps gerepareerd had – twee gaatjes in de schoen prikken en de zool met tie-wraps vastmaken! Het leek te werken, we zijn benieuwd! Het is een feestdag vandaag dus onderweg naar het vliegveld zagen we veel mensen lopen met witte doeken over hun schouders en witte kleding.

Om 7:30 waren we bij het vliegveld van Mekele, waar we Enku en Demis hun fooi gaven. Demis gaven we daarnaast het halve zakje drop dat we nog over hadden, wat hij duidelijk altijd erg lekker had gevonden want iedere keer als we het bakje met zachte zoete drop en pepermunt trakteerde vroeg hij aan Enku om een dropje te pakken voor hem! Enku nam na de eerste keer proberen steeds pepermunt, drop was duidelijk niet echt aan hem besteed.


De mannen namen hun geld in ontvangst, namen hartelijk afscheid van ons, telde het geld gelijk even en doken in de auto om te gaan rijden richting Addis Abeba – die hadden nog een lange rit voor de boeg! Wij liepen het vliegveld in, waar we eerst nog bij de entree een uitgebreide veiligheidscontrole kregen voor we het vliegveld zelf in mochten. Het was een strenge controle, waarbij mijn (titanium) armband en onze schoenen uit moesten en ik zelfs de laptop aan moest zetten om te laten zien dat hij het deed. Nou start die erg langzaam op, dus tegen de tijd dat het welkomstscherm verscheen geloofde de beveiligingsbeambten het wel en konden we doorlopen. Ik klapte hem dus maar dicht, uitzetten kon altijd nog en als we nog een controle tegenkwamen zou hij tenminste sneller aangaan!


We gaven onze bagage aan een bagagedrager, die droeg het de 30 meter naar de balie, en we gaven hem onze laatste birr als fooi. Tot onze verbazing gaf hij de fooi door aan een man die achter de balie stond en toen wegliep, die verder niets met het dragen van onze bagage te maken had gehad! We hebben deze reis zo veel geld van de een naar de ander zien gaan, vaak ook zo te zien onlogische handelingen zoals dit, en we zullen waarschijnlijk nooit snappen waarom en hoe het precies werkt. Na het inchecken van de bagage en het ontvangen van onze tickets liepen we een paar meter verder de kleine vertrekhal in, waar er bankjes stonden en een tweede veiligheidscontrole. We moesten gaan zitten op de bankjes en doorschuiven iedere keer als de beveiligingsbeambten weer een paar mensen seinde om naar de controle te komen… Apart systeem!


Eindelijk waren Hans en ik aan de beurt, en we liepen naar het röntgenapparaat en het detectiepoortje. Het was weer streng – ze zijn waarschijnlijk zo alert vanwege de noodtoestand – de schoenen moesten uit, mijn armbandje ook weer zelfs al heeft er nog nooit een poortje op gereageerd, en zoals wel vaker, zeker tegenwoordig, moest alle elektronica uit de tassen. Wij zijn daar wel op voorbereid en hebben alle powerpacks, accu’s, opladers, sd-kaartjes en kabeltjes in een canvas tasje zodat die gemakkelijk apart op de band gelegd kan worden. En altijd moet die canvas tas even nader bekeken worden, zo’n kluwen komt natuurlijk heel vreemd over op het röntgenapparaat! Nu ook, en uiteraard werden de powerpacks aandachtig bekeken, maar gek genoeg had men het meeste aandacht voor ons oude trouwe reis-stekkerdoos dat Hans de avond voor vertrek naar Australië in 2006nog even in elkaar had gedraaid… De mannelijke beambte leek er een beetje bezorgd over te zijn dat hij niet aan kon, dus wij probeerde uit te leggen dat hij hem even in het stopcontact moest steken en dan kon zien of het lichtje brandde of niet. Zijn duidelijk meer ervaren vrouwelijke collega (niet de aardigste!) kwam zich ermee bemoeien en sommeerde ons dat de stekkerdoos verboden was in de handbagage!


Dat hebben we nog nooit meegemaakt, en we probeerde nog uit te leggen dat we al vele reizen zonder problemen gemaakt hebben ermee, en of ze dan toch in ieder geval wilde uitleggen waarom zodat we het zouden begrijpen, maar ze werd geïrriteerd en zei “ik hoef aan jullie niet te vertellen waarom het niet mee mag”, en zei dat het in de ruimbagage moest. Hoe dan!!! Die is al ingecheckt! Maar dat is dan het voordeel van een klein vliegveld, ik moest maar terug naar de balie en daar naar mijn bagage vragen. Hans liep dus door met de handbagage en ik terug met de stekkerdoos. Inderdaad, tot mijn verrassing keek men er niet echt van op en tuurde op mijn ticket voor het nummer, en vroeg hoe de reistassen eruit zagen zodat ze ze gemakkelijker konden opzoeken.


Ondertussen wees een van de bagagemedewerkers naar een gare bureaustoel achter de balie bij het bagagedepot, daar kon ik wel even zitten als ik wilde. En een andere bagagemedewerker begon tegen mij in gebrekkig Engels een schilderij van de Koningin van Sheba uit te leggen die boven mijn hoofd hing, en vroeg of ik wist wat dat was. Ik lachte en zei dat ik dat heel goed wist, omdat mijn grootouders in Ethiopië gewoond hadden en mijn moeder er opgegroeid was, en dat ik zelf in Nigeria had gewoond als kind, en mijn man en ik bijna ieder jaar naar Zuidelijk Afrikagingen. Ik was gelijk de heldin van de bagagemedewerkers, ze vonden het geweldig, ik was praktisch Afrikaans! Gelukkig was ondertussen een van onze tassen opgedoken dus ik kon de stekkerdoos erin proppen, teruggeven aan de mannen en hartelijk afscheid nemen van ze, met een geforceerde glimlach WEER door de veiligheidscontrole met de vriendelijke-maar-niet-heuse beveiligingsbeambte (armband en schoenen WEER uit, je zult toch niet denken dat ik opeens kan doorlopen omdat ik er 5 minuten geleden al helemaal doorheen was gegaan he…), en door naar de wachtruimte met Hans. Pffffff!!!!


Volgens ons ticket zouden we naar wachtruimte (zones, heten die hier) 2 moeten, maar iedereen zat in zone 1, dus daar zijn we ook maar gaan zitten. Wij waren de enigste blanken in de wachtruimte, en werden beleefd maar vooral ongeïnteresseerd bekeken. Terwijl we daar zaten liep een grote roofvogel buiten op het vliegveld rond. Met al dat gedoe met die veiligheidscontroles hadden we natuurlijk een paar keer een gedeelte van de bruine tas binnenstebuiten gekeerd om de elektronica op de band te leggen en weer op te ruimen, en opeens besefte ik me dat ik met al dat in- en uitgepak de ereader niet bewust was tegengekomen. Dus in de wachtruimte ben ik nog even zo goed en zo kwaad als het ging door onze handbagage gegaan, en hij was nergens te vinden. Ik weet dat Hans gisteravond had liggen lezen, en ik weet waar hij lag in de hotelkamer, en ik dacht dat ik van die plek wel iets anders had ingepakt, maar het leek er dus op dat de zwarte ereader toch onopgemerkt was blijven liggen op het zwarte meubilair! Balen! Dat was een fijn dingetje en deze is een echte e-ink scherm van Sony met een super zuinige batterij (2 maanden blijven werken is niks voor hem bij middelmatig gebruik), die worden niet meer gemaakt. Gelukkig was het een afscheidscadeautje van mijn werk in 2013 geweest, maar toch erg jammer…


Om 8:45 konden we aan boord van het vliegveld, en om 9 uur vertrokken we voor de relatief korte vlucht naar Addis Abeba. We vlogen over prachtig gebergte waarvan Enku al eens had verteld dat ze helemaal vol met rotskerken zouden zitten. Sowieso vlogen we volgens de kaart over het gebied van Lalibela, waar de grootste en meest bekende rotskerken te vinden zijn.

Rond 10:30 landde we na een prima vlucht. Omdat het een binnenlandse vlucht was hoefde we alleen onze bagage op te halen en naar buiten te lopen, uit de binnenlandse terminal van het vliegveld. Buiten wisten we inmiddels een beetje welke richting we uit moesten lopen voor de chauffeurs, en toen we aan het kijken waren waar de onze zou kunnen zijn, zwaaide er eentje dringend naar ons, draaide om, liep letterlijk gewoon weg en ging er duidelijk van uit dat we hem wel zouden volgen! Toen we bij de auto kwamen vroeg Hans al grijnzend aan hem hoe hij ons herkend had; we waren namelijk de enige blanken die uit de binnenlandse terminal van het vliegveld kwamen! Hij grinnikte een beetje betrapt en zei dat Enku ons had beschreven; jaja zegt Hans, op zijn buik wrijvend, ik ben goed herkenbaar zeker! De chauffeur was ook niet de slankste, moest lachen, zei dat ze wel wat gemeen hadden en we stapte in om naar het hotel te rijden.

Onderweg vertelde hij iets wat we niet helemaal goed begrepen hadden maar het leek erop dat de ereader gevonden was in onze hotelkamer (ja zie je wel, balen!) – ze noemde het een “tablet” – en het hotel had Enku gebeld en Enku zou ervoor zorgen dat het naar Addis Abeba zou komen. Als we het goed verstonden natuurlijk! Maar dan nog zou het niet op tijd zijn leek ons, want we vlogen al vanavond terug naar huis, dus lief geprobeerd maar ja, kwijt is kwijt.


De chauffeur was een vriendelijke jongen en vroeg wat onze plannen waren – oeps, er was toch wel doorgegeven door Enku dat we een speciale wens hadden voor vandaag? – maar het bleek erom te gaan hoe laat we opgehaald wilde worden voor vanmiddag. Nou zei ik, zou je even vijf minuten kunnen wachten als we bij het hotel aankomen? Dan kunnen we gelijk door. Geen probleem wat hem betreft, dus we zijn naar het hotel gebracht waar we onze spullen gedumpt hebben in de dag-kamer die we voor vandaag hebben, ons even hebben opgefrist, een rugzakje met wat water erin meegenomen en toen weer naar beneden, want Hans had het voor elkaar gekregen dat Enku vandaag iets buiten het programma en gratis geregeld had voor ons… Een uitstapje naar het Italiaanse oorlogskerkhof in de buurt! Hij had in Wukro opgezocht dat er een Italiaans kerkhof was op zo’n 8 km van het vliegveld vandaan, en had bij het ontbijt gelachen tegen Enku dat als we dat nou geweten hadden! En dat als we ooit weer terug kwamen naar Ethiopië we daar zeker even zouden kijken (en uitgelegd dat het niet specifiek de Italianen waren waar we in geïnteresseerd waren maar algemeen de oorlog). Enku had de hint opgepakt, gezegd dat het ook kon als we in Addis Abeba terug kwamen, naar zijn telefoon gegrepen, en het geregeld; voor vandaag dus! Dus na zo’n vijf minuten zaten we al weer in de auto richting de Italiaanse wijk.

Onze nieuwe chauffeur bleek het idee dat er mensen waren die zo gek waren dat ze naar een begraafplaats wilde gaan op hun vrije dag in Addis Abeba wel grappig te vinden. Hij had het toch in ieder geval nog nooit meegemaakt dat hij mensen daarnaartoe moest brengen! We wisten dat het niet zo heel ver kon zijn van het hotel, maar we reden best uitgebreid door de stad, langs het presidentieel paleis (geen foto’s toegestaan), en kriskras door de oude Italiaanse wijk. We zeiden nog tegen hem, we komen goed weg, we krijgen er een stadstour bij! Ja grinnikte de chauffeur, het is eigenlijk maar zo’n 5-10 minuutjes van het hotel vandaan maar ik denk, ik rijd de scenic route dan zien jullie nog wat van de stad! Leuk! En ondertussen vertelde hij van alles over de oude Italiaanse wijk want hij woonde er zelf. Ik vond het wel een bijzonder idee dat ik misschien in de buurt was van het huis waar mijn moeder gewoond had als kind – maar ik had natuurlijk geen idee waar het precies lag en of het nog bestond, want ook in Addis Abeba werd druk gebouwd.

We kwamen bij een beetje verlaten braakliggend stukje land, waar de ingang naar de Italiaanse begraafplaats was. Onze chauffeur bood aan om voor een gids te vragen want hij kon helaas niet mee, hij moest op de auto blijven passen want het was een beetje een onveilige wijk. Slik! Maar wij zeiden gauw dat we geen gids hoefde – dat kennen we, dan sta je een half uur bij ieder graf… Dus wij stapte zelf de begraafplaats op, op zoek naar de Italiaanse oorlogsgraven. Het was even zoeken, want het Italiaanse oorlogskerkhof lag midden in een mooie oude en behoorlijk grote stadsbegraafplaats waar veel Italiaanse burgers die hier gewoond en geleefd hadden lagen begraven, samen met Ethiopiërs en andere nationaliteiten, maar bij toeval zagen we opeens in een doorkijkje tussen de bomen en graven het karakteristieke oorlogskruis staan waardoor we wisten waar we heen moesten lopen.

Er bleek als extra bonus ook nog eens een Commonwealth oorlogskerkhof naast de Italiaanse te liggen! Twee vliegen in een klap dus! Eerst deden we de Italiaanse bezoeken; toen we het omheind terrein op liepen kwam een oude tuinman/bewaker/opzichter uit zijn hokje aan de andere kant van het terrein tevoorschijn en ik was even bang dat hij moeilijk ging doen dat we er waren en/of om geld vragen, maar hij vroeg met gebaren om wat te eten. En ik had hem best iets te eten willen geven maar dat hadden we nu net niet bij. Ik haalde mijn schouders op en schudde mijn hoofd, sorry. Maar dat bleek geen probleem te zijn verder, hij bekeek wat we deden met enige interesse en toen Hans naar een veldje liep om wat grote stenen platen van massagraven te bekijken, deed hij gauw de watersproeiers uit voor hem! Toen we keken naar een klein glazen huisje waar het gastenboek lag kwam hij aanzetten met een sleutel om het open te maken voor ons en het boek klaar te leggen. Tja dan moet je haast wel iets schrijven, wat we overigens wel vaker doen in oorlogsbegraafplaatsen; hier was al een paar maanden niemand anders geweest, en in heel 2016 hadden maar zo’n 3-4 bezoekers iets opgeschreven! Er lagen hier ook veel burgerslachtoffers van de zware gevechten, en het was erg mooi aangelegd.

Nadat we uitgekeken waren op het Italiaanse terrein zwaaide we nog naar de tuinman die het hek kwam opendoen en zijn we naar de Commonwealth begraafplaats ernaast gegaan. Hier waren twee andere tuinmannen bezig op hun gemakje de boel te onderhouden en keken een beetje verbaasd op dat er bezoekers waren. Hans en ik hebben ons lekker in onze hobby kunnen uitleven en alles bekeken. Er lagen hier veel soldaten van de Afrika-corpsen, veel uit Zuid-Afrika en Nigeria en zo; maar ook Europeanen. De persoonlijke opschriften vinden wij altijd mooi om te bekijken, en de tuinmannen vonden het duidelijk wel grappig dat ze weer eens bezoekers hadden (de laatste bezoeker die iets in het gastenboek van deze begraafplaats had geschreven was een paar maanden geleden, hier kwamen toch iets meer bezoekers dan bij de Italianen…) en liepen met ons mee en keken mee of hielden een struik weg als we een foto van een opschrift maakte. Leuk!

We zijn nog heel gauw even naar de oude Italiaanse burgergraven gaan kijken naast de twee oorlogsbegraafplaatsen en toen was het echt tijd om onze arme chauffeur uit zijn lijden te verlossen! We liepen er al drie kwartier rond tenslotte – zelf hebben we een stevig tempo aangehouden anders had het nog veel langer geduurd! Onze chauffeur moest lachen dat we het zo leuk hadden gevonden, en bracht ons terug naar ons hotel weer via een scenic route door de stad, ondertussen nog dingen aanwijzend zoals het oude postgebouw en het oude treinstation. Onderweg zag ik een hotel met de naam in Amhaars en Latijns schrift, en opeens snapte ik waarom men hier met Westerse woorden zo’n moeite met de klinkers lijkt te hebben; een woord als restaurant zagen wij de afgelopen dagen in de kleinere dorpjes weleens als “reestaauuraant” geschreven staan, of hotel als “hoteell”. Altijd dubbele klinkers dus, en soms dubbele medeklinkers. Het Amhaarse woord voor het “Momona” hotel waar we langsreden bestond uit drie tekens; dus in hun alfabet zijn klinkers duidelijk niet aparte tekens, maar zijn de tekens echt klanken. En dan snap ik dat je moeite hebt met het concept van klinkers en medeklinkers.

Helemaal tevreden kwamen we rond 13 uur terug op onze kamer, waar ik aan een kamermeisje vroeg om spicy tea-zakjes (wij hadden alleen twee groene theezakjes liggen op de kamer), en een heel handjevol spicy teazakjes kreeg. We konden dus lekker een kopje spicy thee maken en wat snoepen als lunch. Vanavond voor we gaan vliegen krijgen we schijnbaar ook nog eens extra een traditionele afscheidsmaaltijd – leuk, al eten we natuurlijk al anderhalve week overwegend traditioneel! Maar goed, we zijn benieuwd – als het maar niet rauwe-geitenniertjes-traditioneel is vinden we het best en overleven we nog wel een laatste keer injera-pannenkoeken… Ik snapte aan het begin van deze reis niet zo goed waarom mijn moeder al ging gruwen bij de herinnering alleen al van injera-pannenkoeken, maar ik snap het nu iets beter; wij zijn ze na een week al zat terwijl zij hier jaren heeft gewoond en ze iedere dag op school kreeg!


Hans heeft nog een keer wat tiewraps door mijn schoen gedaan, want van al dat rondlopen op de begraafplaats was de tiewrap geknapt. Maar het systeem werkt gelukkig prima, zo kom ik er wel mee naar huis!


Omdat we ons een beetje zorgen maken over de staking deden we natuurlijk ook weer af en toe kijken of onze vluchten nog door gingen. Zo te zien wel… En opeens niet meer! #%$£#%! Nee toch? Ja toch… De vlucht vanuit Addis Abeba naar Frankfurt was opeens geannuleerd. Pffff, stress. Het nummer van Lufthansa bellen, kwamen we niet doorheen, zowel Duits nummer als Nederlands nummer niet. Online omboeken zoals stond in onze gecancelde online-boeking? Vergeet het maar, lukt niet. Hans belde het alarmnummer van de reisverzekering, kwamen we niet doorheen!!! Alarmnummer dus hé. Werden steeds na hele tijd doorverbonden met een muts van de algemene lijn. Die liet het alarmnummer uiteindelijk ons terugbellen, bleek dat ze niets voor ons konden doen want het is een probleem van de vluchtmaatschappij dus die moet het oplossen… Pffff, wat nu? Ver de enigste optie leek nog te zijn om een taxi naar het vliegveld te nemen en het daar proberen te regelen. Hans zat al online te kijken voor vluchten maar er leek dit weekend niets meer te zijn. Eigenlijk meer uit wanhoop heb ik nog even naar een nummer gebeld dat ik vond van het Addis Abeba boekingskantoor van Lufthansa om te kijken of ze Engels spraken (is hier niet zo gebruikelijk namelijk) en of ze ons konden adviseren, voor we als kippen zonder kop naar het vliegveld zouden rennen, en wonder boven wonder werd ik snel, vriendelijk en efficiënt te woord gestaan, en deed de reddende engel ons kosteloos omboeken naar een rechtstreekse vlucht via Ethiopian Airlines die een uurtje later vertrekt vanavond. Wat een ongelooflijk geluk! Wow. Pfffff, daar waren we al met al wel even anderhalf uur mee zoet geweest… Nu konden we tenminste weer een beetje relaxen tot etenstijd.

Om 19 uur stonden we gepakt en bezakt beneden in de lobby met onze bagage en gaf onze nieuwe chauffeur ons grijnzend een pakketje, namens Enku: onze ereader! En hij legde nog eens uit hoe het allemaal gegaan was. Het hotel had gelijk toen ze het vonden vanochtend Enku gebeld, Enku had het vliegveld gebeld, en had schijnbaar een wildvreemde gevonden die op de middagvlucht naar Addis Abeba ging en bereid was het mee te nemen en te bellen naar onze chauffeur als hij er was, en nu had onze chauffeur het even opgehaald voor ons. Ongelooflijk wat een service en teamwerk! Ik zie dat in Nederland niet zo gauw gebeuren dat je voor een wildvreemde een pakketje van Maastricht naar Amsterdam meeneemt en de moeite neemt (en zo eerlijk bent) om eenmaal in Amsterdam het nummer van een andere wildvreemde te bellen om te zeggen dat hij het pakketje kan komen ophalen…

Helemaal blij met onze ereader weer terug, bracht onze chauffeur ons naar het restaurant. Het was eigenlijk wel grappig, na anderhalve week in ongelofelijk authentiek Ethiopië rondgelopen te hebben nu opeens in een supertoeristische culturele tent terecht te komen! Maar, al vinden we zoiets meestal een marteling, dit was best wel te doen: het traditionele eten was verrassend lekker, heel veel keuze (zelfs TWEE soorten injera-pannenkoeken) en in buffetvorm dus je kon proeven wat je wilde, de dans en zang show was energiek, en onze chauffeur was een aardige jongen dus het werd best gezellig en we hebben af en toe best gelachen! Zeker toen een enigszins dronken-wordend groepje Chinezen probeerde mee te dansen met de dansers op het podium. Tot onze verbazing had onze chauffeur eerder al verteld dat er wel 80.000 Chinezen werkte en woonde in Ethiopië, een van de zangers zong dus zelfs vanavond een liedje in het Chinees! Dat werd natuurlijk met veel applaus ontvangen door de groep Chinezen!

Wat konden de mannelijke dansers trouwens ongelofelijk snel hun borstspieren laten trillen, alle vrouwen en ook de mannen konden alleen maar gefascineerd toekijken… En een danseres ging op een gegeven moment zo intens met haar hoofd draaien en schudden, dat het gewoon eng werd om naar te kijken, alsof het er zo af zou komen rollen, brrrrr… Wel heel knap!

Om 21 uur bracht onze chauffeur ons naar het vliegveld en konden we de bagage afgeven en inchecken bij Ethiopian Airlines. Oef! Wat er nu verder met Lufthansa gebeurt, zien we wel, maar wij kunnen nu in ieder geval hier weg en naar Frankfurt komen en dat is een grote opluchting. Ook op het vliegveld liepen veel Chinezen rond, en een van de veiligheidsbeambten sprak zelfs Chinees. Rond 22 uur zaten we na alle veiligheidscontroles doorlopen te hebben (we moesten twee keer onze schoenen uit en alles laten checken) bij de gate en begon het wachten op ons vertrek om middernacht. Er werd verbouwd op de terminal en je moest daarom helemaal naar het einde van de terminal lopen om naar de wc te kunnen.

free counters