We zijn na een redelijke nacht om 7 uur opgestaan en hoopte heel erg dat in de verwarring gisteren onze vraag of we om 7:30 konden ontbijten onthouden was. We besloten de auto eerst weer in te pakken en terwijl Hans nog even iets in de kamer ging halen en ik de laatste spullen op hun plek legde kwam de vrouw even zeggen dat het ontbijt klaar was als wij klaar waren. Wauw! Inderdaad, er was een keurig klein buffetje uitgestald met gebakken tomaten, gebakken uien, roerei en spek, en een bak toast. We moesten even om heet water vragen voor thee, maar verder stond alles er, en het was inderdaad warm. Maar zo veel, dat we eigenlijk een beetje vermoeden dat het buffetje blijft staan tot het andere koppel ook komt eten, en aangezien die gisteravond tegen ons gezegd hadden dat ze een beetje wilde uitslapen, denken we dat hun ontbijtje lekker koud zal zijn… Maar wij komen dus goed weg!

We zaten om 8:15 in de auto onderweg naar de grenspost, maar zo'n 35 km rijden vanaf Baobab. Martinsdrift oftewel Grobelersbrug, afhankelijk of je de Zuid-Afrikaanse of de Botswaanse kant bedoelt. Voor het gemak! Ook zo gemakkelijk is het feit dat veel steden in Zuid-Afrika een nieuwe “Afrikaanse” naam krijgen of gekregen hebben, dus op oude kaarten staat nog de oude “blanke” naam maar op de naamborden de nieuwe Afrikaanse naam. Zoals Mokopane gisteren dat vroeger bekend was als Potgietersrus. Lang leven onze Garmin met de nieuwste update van Tracks4Africa, waar tegenwoordig dus ook veel gewone stedelijke dingen op staan; Tracks4Africa is veel meer een volwaardige routeplanner geworden dan vroeger, toen het vooral echt geschikt was voor de natuurparken en voor de rest alleen de grote grove lijnen had. Dus we konden lekker op de Garmin vertrouwen want die zou ons zonder problemen netjes naar Nata brengen.

Om 8:45 kwamen we bij de Zuid-Afrikaanse kant van de grens aan. We waren stomverbaasd om de kilometerslange rij vrachtwagens te zien die in de berm voor de grens stond te wachten tot ze erdoor konden, zoiets hebben we alleen nog bij de ferry bij Kazungula gezien in 2008. Ongelofelijk! Maar wij konden gelukkig helemaal doorrijden tot we bij een relatief rustige grenspost kwamen. Zuid-Afrika uit was redelijk rechttoe rechtaan; gatepass krijgen (een stempelformulier waar ieder loket zijn stempel op zet zodat de bewaking bij de uitgang zeker weet dat je helemaal klaar bent om door te gaan), en dan drie stempels halen in een gebouwtje; een stempel voor weet ik eigenlijk niet zo goed, een stempel voor het feit dat onze paspoorten afgestempeld waren, en een stempel voor het feit dat de auto het land ging verlaten of zoiets. De gatepass werd afgegeven en gecheckt, onze paspoorten werden nog een keertje gecheckt, en we konden de brug in niemandsland over om naar de Botswaanse kant van de Limpopo te rijden. Ook het inklaren, inchecken, inschrijven en instempelen in Botswana ging heel vlotjes, en om 9:15 stonden we al weer buiten, we waren erdoor en in Botswana!

We hadden alle tijd dus hebben heel rustig gereden tot aan Francistown, zodat we alvast rustig konden wennen aan de ezels. Het viel eigenlijk best wel mee met ezels op de weg, ze lijken wat wijzer te zijn dan vroegeren staan je niet meer midden in de weg bedroefd aan te staren als je aan komt rijden, maar blijven aan de kant of in de berm grazen. Het scheelt ook dat ze niet meer met hun voorpoten aan elkaar gebonden mogen worden zodat ze alleen maar kunnen hobbelen – hoewel we nog wel een enkeling zagen die zo belemmerd was. Of we hebben gewoon geluk gehad dat we geen levensmoeë ezels op onze weghelft hadden, dat kan ook…

Een paar tientallen kilometers voor we Francistown bereikte kwamen we op een mooie, gloednieuwe vierbaans snelweg met middenberm. Wat een luxe, meestal zijn de hoofdwegen in Botswana gewone provinciaalse wegen waar je 100 of 120 km/uur mag! Dus we genoten lekker van dit mooi vers stukje asfalt, tot we opeens bij een stoplicht een tegenligger op onze weghelft kregen! Een of andere idioot die aan het spookrijden was… Hans deed boos met zijn lichten knipperen en gebaren terwijl hij uitweek, en toen zag ik opeens dat de andere weghelft afgesloten was. Dus in andere woorden, er was een omleiding via onze weghelft alleen ze hadden ons daar niet over geïnformeerd. Tot aan Francistown was het een beetje een bizarre ervaring; we reden op de ene helft van een prachtige nieuwe snelweg, de andere helft was voor de een of andere vage reden afgezet, wij hadden op onze helft tegenliggers, maar tegelijk reden sommige auto’s gewoon op de andere helft want echt afgezet was hij nou ook weer niet en waarom was al helemaal niet duidelijk, dus wij hadden een baan en de andere richting had drie banen tot zijn beschikking. En om het nog ingewikkelder te maken, we zagen zelfs op een gegeven moment een auto die in onze richting reed op de andere baan rijden; andersom spookrijden dus!

Vlak bij Francistown stond er opeens op onze weghelft een bord dat de weg gesloten was. Waar we dan als alternatief heen moesten werd niet aangegeven, dat moest je zelf maar verzinnen. Pfffff, we sloegen af, want dat was de enigste optie, en zochten naar iets waardoor we verder konden. Na een eindje doorgereden te hebben en steeds verder van de grote doorvoer aan verkeer te raken, zijn we bij een rotonde teruggedraaid en vonden toen uiteindelijk dat het overgrote gedeelte van het verkeer een ventweg richting het vliegveld insloeg. De Garmin leek te bevestigen dat daar een weg langs het centrum van Francistown liep, dus we zijn er op goed geluk ingeslagen en via een paar woonwijken (op zijn Afrikaans) en wat industrie kwamen we uiteindelijk aan de andere kant van Francistown uit. Pffff gelukt!

Toen was het nog zo’n 250 km te gaan tot Nata, en kwam het echte opletten. Want in dit gebied is veel “bebouwing”, en bij ieder hutje in de bush of afslag moet je afremmen van 120 km/uur naar 80 en uiteindelijk naar 60, om daarna weer naar 80 en uiteindelijk 120 te mogen opvoeren. Op zich al vervelend, maar de Botswaanse politie heeft als hobby om verkeerscontroles uit te voeren, en één keereen boete voor te hard rijden was wel voldoende, we hoefde er niet nog eens in te stinken! Ondertussen staken er regelmatig koeien, geiten, ezels, honden en zelfs een troep bavianen over, reden er af en toe ezelskarren op de “snelweg”, had je regelmatig dat een vrachtwagen vlak voor je invoegde uit een afslag, en reden er op jouw weghelft óf idioten die 30 km/uur aanhouden en jij moest inhalen, óf snelheidsduivels die jou inhaalde, en moest je zelf tijdens het inhalen opletten of je tegenliggers bij de eerste of de tweede categorie hoorde… En om je scherp te houden kon je ook nog weleens een pothole in de weg tegenkomen of een mond-en-klauwzeer controle. Waar we overigens nooit gecontroleerd werden, wat we wel vreemd vonden. Gek genoeg was het voor Hans niet eens zo vervelend rijden, ondanks al dit alles. Hij kon er wel redelijk mee omgaan allemaal en had er niet al te veel last van. Maar vermoeiend was het natuurlijk wel!

Om 13:15 hadden Hans en ik allebei erg veel behoefte aan een plaspauze, ik stond zelfs bijna op knappen. Maar er was nergens geschikt. Eindelijk besloot Hans om maar gewoon langs de weg te stoppen, en dan moest ik maar dicht bij de auto blijven dan bleef ik een beetje uit het zicht. Toen hij klaar was en terug bij de auto kwam leek het volgens hem alsof er een olifant bij de auto had staan plassen, maar ik was in ieder geval opgelucht!

Om 14:45 kwamen we eindelijk aan in Nata, en vonden onze gids van Mpafa, Pieter, bij de bar. Hij deed even wat administratie met ons afhandelen, zoals het betalen voor de vlucht boven de Okavango Delta vanuit Maun, en het geven van wat hebbedingetjes zoals petjes (we hebben er al zo veel!) en het verplichte leren mapje. Verder hebben we een beetje gekletst over wat we allemaal al in Afrika en zo gedaan hebben, en was hij onder de indruk van wat we allemaal al met Bhejanegereisd hadden (Kalahari in 2008, Ivory Trail in 2009, Mozambique in 2009en Zimbabwe in 2011! Mpafa, waar we nu mee gaan reizen en waar Pieter voor freelancet, belooft wat comfortabeler te worden dan dat Bhejane meestal is, in de zin van dat je in hutjes op bedden slaapt in plaats van in tenten op veldbedjes, niet dat we dat erg vonden, maar we wilde graag eens een keer de Okavango Delta bezoeken, en deze comfortabelere Mpafa trip was de enigste die goed aansloot op de KwaZulu-Natal trip die we hierna doen.

Pieter wees ons naar onze chalet, een houten en wat grotere luxere versie van de zeer comfortabele safaritenten die we zelf meestal nemen hier in Nata, en om 15:15 konden we ons daar installeren. We hebben een beetje gerust tot iets na 16 uur, waarna we onszelf klaarmaakte om een paar kilometer terug naar het zuiden te rijden waar we als groep zouden verzamelen voor onze trip naar Nata Sanctuary. En nee, helaas, Pieter had eerder al bevestigd dat er geen flamingo’szouden zijn, de vloek die op ons rust wat betreft het zien van vele flamingo’s in het wild is nog niet helemaal opgeheven…

We deden een beetje kennismaken met onze medereizigers; 10 auto’s, 20 mensen in totaal, en dan daarnaast nog in de elfde wagen onze gids Pieter, kok Gilbert (een van de VELE neefjes van Vermaak, en door hem opgeleid, mooi zo!), en hulpje Djomo samen met de uitrusting voor de veldkeuken, eten, koelboxen en hun eigen tenten. In konvooi reden we naar het grootste meer in Nata Sanctuary, dat onderdeel is van het Makgadikgadi Pannen complex, een complex van zoutpannen dat in zijn geheel even groot zou moeten zijn als de ene enkele zoutpan Uyuni in Bolivia. Alleen, Uyuni is echt een zoutMEER, een dikke korst van zout wel 7 meter diep op plaatsen, terwijl het Makgadikgadi complex bestaat uit kleinere meertjes die zoutachtig zijn, en voor de rest gewoon zanderig net zoals de rest hier is. Maar goed, nu snappen we eindelijk wat het precies is, dat was ons nooit zo duidelijk want wij zochten natuurlijk altijd naar hagelwitte zoutafzettingen terwijl het dat helemaal niet is hier. Niettemin een mooi gebied, Hans en ik zijn dan ook even een eindje langs de rand van het meer gereden om te genieten van het weidse uitzicht en de enkele gnoes die gebroederlijk tussen de koeien stonden te grazen. Een vreemd gezicht! Pieter vertelde later dat dat nu juist het probleem was, zo kon mond-en-klauwzeer gemakkelijker verspreiden, en Europa had schijnbaar al aangegeven dat ze geen Botswaans vlees meer wilde afnemen. We zagen ook af en toe een struisvogel.

Terug bij het uitkijkhuisje waar de rest zich geïnstalleerd had met stoelen en drankjes hebben Hans en ik lekker een blikje fris genomen en met de rest de mooie zonsondergang bewonderd. Eten zou om 19:30 zijn in de kampeerplaats praktisch tegenover ons chaletje, en het was nu al 18 uur geweest dus we wilde proberen of we nog op tijd zouden zijn om nog even te douchen voor het eten. We gingen dus alvast vooruit – de rest van de groep volgde ons niet zo lang daarna – en in het gauw donker wordend landschap hebben we onze weg teruggezocht op de paar zandwegen. Af en toe best even opletten en lastig, want het ziet er altijd anders uit als je terugrijdt en zeker in het donker, maar het lukte prima en we zagen zelfs twee jakhalsjes onderweg, waarvan eentje van ons schrok en een eindje voor de auto uitrende voor hij afsloeg. Het stukje asfalt terug naar Nata was erg intensief rijden voor Hans, want aardedonker, met koeien en ezels vlak langs de weg en tegenliggers die af en toe als coureurs reden, vreselijk! Het was maar een paar kilometer maar bevestigt weer eens waarom we nooit in Afrika in het donker zullen rijden tenzij het echt niet te vermijden is.

Eenmaal terug in Nata was de tijd eigenlijk te kort om nog te kunnen douchen, dus we hebben maar wat spulletjes heringericht en zijn op gegeven moment alvast onszelf met ons kampeerstoeltjes gaan installeren bij het kampvuur.

Pieter deed zichzelf, Gilbert en Djomo nog eens voorstellen, vertelde een beetje over de komende dagen en hoe vroeg we morgen zouden vertrekken, en wat “huisregels” doorgenomen (zo mogen wij niet meehelpen met afwassen of wat dan ook, want wij zijn met vakantie, en graag ook niet de mannen in de keuken in de weg lopen als ze aan het koken zijn, want de pannen zijn zwaar en heet en het is al eens een keertje bijna misgegaan). Hij vertelde ook wat over Bhejane en het nieuwere zusterbedrijfje Mpafa en het ontstaan van de twee; Bhejane betekent zwarte neushoorn, dat wisten we, en Mpafa betekent kameeldoorn; dit zijn de namen van twee uitkijkposten in het Umfolozi Nationaal Park waar Frank Carlisle, de oprichter van Bhejane, vele jaren als opzichter werkte. Toen het werk daar stopte heeft hij Bhejane opgericht, en een paar jaar geleden is Mpafa opgericht voor mensen die liever niet in een tentje slapen of al te ruige 4WD ritten maken, maar toch het gevoel van de natuur en Afrika willen krijgen.

Toen zetten de mannen het eten op de opdientafels en was het tijd om te eten. Lekkere lamsstoofpot met rijst, sla en vers warm “potjiesbrood”, brood gebakken in een gietijzeren pot in de kolen van het kampvuur met kolen op het deksel. Sowieso wordt alles eigenlijk wel in grote gietijzeren potten bereid, soms op het kampvuur of soms op het gasstel wat ze ook altijd bij hebben, net als de bakplaat. Toe was citroenkwarttaart (we gaan schijnbaar op iedere dag dat er niet gereden hoeft te worden een toetje krijgen, wat een luxe!). We hebben heerlijk gegeten en nog wat nagekletst met elkaar met een kopje thee gezet van de ketel water die altijd op het kampvuur staat te borrelen.

Vandaag is de eerste dag dat we met onze anti-malaria pillen beginnen, want volgens de trip notes van beide reisjes was deze trip wel in malaria-gebied, en de tweede niet. Dat scheelt een hoop geld, want zelfs al kun je tegenwoordig merkloze malarone kopen (helaas was er net voor ons vertrek een schandaal over mogelijk vervalste onderzoeksresultaten waardoor twee van de drie merkloze merken uit de handel gehaald werden), het blijven dure pillen. Deze die we nu hebben kosten nog altijd iets van 2,70 per pil tegenover de malarone die 3,20 kostte toen we hem het laatst nodig hadden, los van het “apotheek-advies-tarief” die je moet betalen.


Toen iedereen af begon te taaien zijn Hans en ik naar ons chaletje gegaan om te douchen – we hebben een buitendouche, oftewel onze douche heeft geen dak! Maar de straal was lekker en het water warm, dus we hebben heerlijk gedoucht. Hans lag, toen we om 22 uur naar bed gingen, al heel gauw te slapen, moe van de vlucht en de lange rit van de afgelopen twee dagen, en ik heb nog even de administratie een beetje bijgewerkt tot ik ook niet meer kon.

free counters