Vanochtend stond vroeg al de ketel water op het kampvuur, en toen iedereen aanwezig was om 7 uur werd het ontbijt uitgestald; een potje mieliepap (witte korrelige redelijk smakeloze maïspap), twee smaken yoghurt, ontbijtgranen en een lekkere grote bak fruitsla. Lekker! Toen iedereen weer terug naar zijn chaletje was om in te pakken en voor te bereiden voor vertrek zijn Hans en ik nog even naar de mannen van Mpafa gegaan om ze een kilozak zoete zachte drop te geven, voor onderweg. En we waarschuwde Pieter dat hij, als hij tegelijk aan het rijden was en de radio aan het bedienen en de zak open was, met name Gilbert als familielid van Vermakie goed in de gaten moest houden, anders zou hij zelf misschien niets krijgen, want Vermakie en zijn andere neefje Sanana waren er gek op… Gilbert kende dit soort drop duidelijk ook en keek het blijste van alledrie! Djomo keek niet echt op of om, en later vertelde Gilbert dat hij geen zoetigheid at omdat hij gaatjes had. Meer dus voor Gilbert (die ons wel een snoepkont lijkt) en Pieter dus.

We zouden elkaar als konvooi ontmoeten bij de Engen tankstation in Nata zelf, om 8:30, dus Hans en ik zijn eerst even een paar kilometer de andere richting opgereden om een karkas te fotograferen dat we langs de weg hadden zien liggen gisteren. In Nata gekomen keken we een beetje onze ogen uit, want Nata was van een slaperig klein gehuchtje dat enkel belangrijk was omdat het op een kruispunt van belangrijke wegen lag (en daarom wel drie tankstations had), veranderd in een klein stadje. Bij het Engen tankstation heeft Hans de auto weer laten volgooien, en we rekende met de visa-kaart af zodat we tijdens ons verblijf in Botswana geen Botswaanse pula’s hoeven te pinnen (boodschappen hebben we genoeg), en ook niet een slechte koers voor onze kostbare rands zouden krijgen. Toen iedereen klaar en volgetankt was, gingen we op pad richting Maun. Als konvooi, dus lichten aan en radio’s aan, en op elkaar wachten bij afslagen. Niet dat we vandaag veel afslagen zouden krijgen, het was een en al rechte weg tot aan Maun!

Vlak buiten Nata zagen Hans en ik opeens drie grond-hornbills langs de kant van de weg: grote zware vogels zo groot als je knie of groter, helemaal zwart met zware snavels karakteristiek voor een hornbill en een grote rode keelzak, die wij ook in 2009 HIER en HIER gezien hebben. Toen we het later aan Pieter vertelde was hij jaloers, want schijnbaar waren grond-hornbills onderhand zo bedreigd dat in nationale parken zoals Kruger mensen al gevraagd worden om hun foto’s van ze op te sturen zodat ze ze kunnen bestuderen en zien waar ze zich bevinden. Ze vallen qua bedreiging schijnbaar dus in dezelfde categorie als wilde honden en jachtluipaarden. Goh!

We passeerde af en toe ezelwagens, die door Pieter “Kalahari-ferraris” genoemd werden, met 1-4 cilinders afhankelijk van hoeveel ezels er voor gespannen waren! Hij vertelde ondertussen via de radio allerlei weetjes over Botswana, waaronder waarom er zo veel uitgebrande autowrakken waren. Wij hadden er al best wat gezien deze laatste paar dagen, en konden ons niet voorstellen dat het iedere keer zo’n vreselijk ongeluk was geweest dat heel de auto of vrachtwagen in brand gevlogen was. Dat klopt dus ook, want het was iets anders; een praktische oplossing in gebieden waar je niet zo gauw een total-loss autowrak weg kon laten slepen. Nadat alles wat nog bruikbaar was (dit is tenslotte Afrika, Afrikanen zijn meesters in het recyclen) eraf gesloopt was, werd de rest in brand gestoken. Als er eenmaal vuur overheen gegaan was, roestte het metaal namelijk veel sneller weg dan anders. Het zou dan nog maar een paar maanden kosten, een half jaar maximaal, voor er van het wrak bijna niets meer over was.

Bij Gweta hebben we even onze benen gestrekt bij twee afzichtelijke standbeelden, eentje van een aardvark (op zichzelf al niet moeders mooist) en eentje van Planet Baobab, een kamp daar in de buurt. Toen door naar het tankstation in Gweta waar een plaspauze gehouden kon worden. Djomo was vooruit gegaan om de wc’s een beetje toonbaar te maken indien nodig, maar het was niet te doen, ze waren zo smerig dat hij alleen nog maar wc-papier kon uitdelen en waarschuwen dat het op eigen risico was als je naar binnen ging… De geur viel gelukkig wel mee maar inderdaad, het zag er smerig uit. Bij het tankstation liep een straathond te bedelen – ze zag er redelijk goed doorvoed uit maar keek erg zielig en had een manke poot en een wondje, dus verschillende vrouwen zwichtte ervoor en gaven d’r koekjes, water en zelfs twee blikjes spam. De hond wist volgens mij amper wat haar overkwam en vrat het allemaal gulzig op!

Toen we rond 10:15 weer op pad waren zagen we af en toe, naast het vee en ezels, ook wild zoals struisvogels, zebra’s en zelfs een paar giraffen. Altijd leuk! Nu dat we voorbij Gweta zijn is het nieuw terrein voor ons, we zijn erg benieuwd naar de Okavango Delta want het moet toch iets heel bijzonders zijn en meer dan in 2008 in Ngepieen mokorotocht doen hebben we er nog niet van gezien. Pieter zit vol weetjes en vertelde dat de vraag naar struisvogelveren op een gegeven moment zo groot was dat ze duurder dan goud of diamanten waren per gewicht, en er veel mensen in Zuidelijk Afrika heel erg rijk aan geworden zijn. Totdat de auto in opkomst kwam en het gauw klaar was; de reden was, dat de hoeden en haardrachten vol grote struisvogelveren onhandig waren in de “snelle” open auto’s (zeker snel vergeleken met paard en wagen), en de mode dus gauw vergeten was.

We zagen een enkele keer een Herero-vrouw lopen; schijnbaar heeft Botswana een hoop Herero’s opgenomen toen ze in Namibië in gevaar waren. De Herero-vrouwen lopen traditioneel gezien in kleurrijke wijde jurken (een beetje in de stijl van een paar eeuwen geleden) met veel onderjurken rond waardoor ze hele wijde heupen lijken te hebben, en een hoofdtooi die apart is; een hoedje met een horizontale balk op het voorhoofd. Pieter vertelde dat ze daarmee zo veel mogelijk op koeien proberen te lijken, omdat de Herero een volk van veehouders is en de mannen dat schijnbaar aantrekkelijk vinden. Ik had altijd begrepen dat in ieder geval de jurken opgedrongen werden door blanke vrouwen die niet wilde dat hun zwarte bediendes er beter uitzagen dan zij, hoewel de hoofddeksels inderdaad wel iets weg kunnen hebben van de horens van een koe!


Om 12 uur kwamen we bij Drifter’s Lodge aan, de plek waar we zouden lunchen. Wat een raar idee om opeens weer aan een grote, natte rivier te staan met groene oevers na zoveel uren door stoffige bush te rijden. We hadden even de tijd om rond te hangen en te rusten tot het eten klaar stond; deze werd verzorgd door de lodge. Het was lekker, maar het toetje was het allerlekkerste; arretjescake bij de koffie of thee, precies gemaakt zoals het hoort en zoals ik me herinner van vroeger. Hans vond het ook erg lekker en we hebben er twee stukken van genomen, heerlijk!

Om 13:30 verlieten we de groene oase weer en doken we weer terug in het stoffige landschap, op naar Maun dat nu niet zo heel ver meer was. Onderweg zagen we veel voorbeelden van iets heel typisch in de bush; “huisnummers” oftewel, hoe geef je in de bush aan waar je woont. Zelfs al lijkt het vaak alsof de bush verlaten is, het stikt er van de hutjes en gemeenschappen, en dat zijn niet bepaald complete adressen met een huisnummer en straatnaam en postcode. Voor de echte post hebben mensen een postbus in de nabijgelegen stad, en om hun woning te kunnen bezoeken hebben ze herkenningspunten langs de weg; een ingegraven autoband, een velg in een boom gehangen, een kapotte plastic stoel op een paal, een rood stuk plastic op een plank getimmerd, van alles. Op het eerste oog troep, maar in bijna alle gevallen dus het markeringsteken van bewoning. Dan wordt het dus zoiets vermoed ik als je beschrijft waar je woont “ik woon 30 m de bush in lopend bij de blauwe plastic stoel op een paal getimmerd links in noordelijke richting op de weg naar Maun 20 kilometer na de mond-en-klauwzeercontrole”…

Pieter verliet ons samen met de mannen bij binnenkomst in Maun, zij moesten namelijk boodschappen doen en de kampkeuken opzetten om aan het avondeten te beginnen, en wij sloegen af richting een klein winkelcentrumpje waar de Zuid-Afrikanen nog wat inkopen deden (wij hadden niets nodig) en daarna rond 14:30 een plekje opzochten bij het vliegveldje van Maun. Om 16 uur (15:30 verzamelen) zouden we een scenic flight over de Delta doen, en tot die tijd moesten we een beetje de tijd doorkomen.

We zijn samen met wat andere echtparen de winkeltjes afgegaan voor het vliegveld: wat een schandalige prijzen voor souvenirs! Duidelijk bedoeld voor verse Amerikaanse en andere rijke toeristen die net aangekomen zijn en niet beseffen dat dingen in dit soort landen veel en veel goedkoper zijn dan thuis… Het was ook gewoon af en toe lachwekkend, want de winkels verkochten alles wat ook maar een beetje Afrikaans leek; dus veel rotzooi, en zelfs wat West-Afrikaanse maskers en een Ethiopisch kruis, terwijl ze zogenaamd souvenirs van Botswana verkochten… en we kwamen in een kunstgalerie terecht met eveneens astronomische prijzen… Zo was er een groot schilderij dat 33.000 euro zou moeten kosten. Pfffff!

Al gauw streken we neer samen met de anderen in een restaurantje om wat koffie en thee te bestellen. Iedereen was lekker aan het kletsen toen de ober opmerkte dat we misschien nog niet wisten dat er hier gratis internet was. Het was gelijk stil want iedereen greep naar zijn telefoon! Want de meeste waren net zoals wij al een paar dagen zonder internet geweest, dus als het er dan is moet je de kans grijpen om even alles bij te werken natuurlijk – kletsen kwam nog wel, we zaten nog wel een paar dagen met elkaar opgescheept…

Om 15:30 deden we onszelf registreren bij het kantoortje van Air Shakawe, waar we onze paspoorten moesten laten zien zodat een ticket geschreven kon worden (Maun is tenslotte een echt internationaal vliegveld…), en we verdeeld werden per vliegtuigje. Na we door de bewaking gegaan waren en even gewacht hebben werden we groepje voor groepje opgehaald en naar ons vliegtuigje gebracht voor de rondvlucht. Het bleek hier dat we een echtpaar in de groep hadden die professionele filmmakers waren en bezig waren een vogeldocumentaire voor Botswana te maken. Daarnaast waren ze altijd op zoek voor “stock-flm” om te verkopen, ze zijn oorspronkelijk gespecialiseerd in onderwaterfilm, maar doen nu ook uitbreiden naar andere soorten natuurfilmmateriaal om voor een bredere markt aantrekkelijk te zijn. En zij waren nu dus natuurlijk heel erg bezig met of ze wel goed zouden kunnen filmen vanuit het vliegtuigje. Hans en ik zaten met drie anderen en de pilot in drie rijen van twee in een piepklein vliegtuigje. Zoals een van onze medepassagiers zei, we stapte niet in het vliegtuigje maar trokken het aan.

De rondvlucht duurde bijna vijf kwartier en we hebben totaal 204 km gevlogen (ik had de Garmin aangelaten tijdens de vlucht om een idee te krijgen van het gebied dat we zouden bezoeken. Het was heel erg mooi om te zien allemaal, alleen een klein beetje jammer dat onze piloot een vaste route leek af te leggen en nergens voor omdraaide om beter te kunnen kijken – een ander vliegtuigje had een piloot gehad die ook werkte als neushoornspotter om hun bewegingen in kaart te brengen, en die ging bijvoorbeeld echt op zoek naar neushoorns en draaide terug als hij er eentje gevonden had, zij hadden er dus wel vier gezien. Maar ons tochtje was niettemin heel erg mooi!

Het landschap was droger dan we verwacht hadden, maar dit is natuurlijk de onderkant van de Okavango Delta, en hier stroomt het water uit de bergen van Midden-Afrika geleidelijk aan de grond in plus het is al een tijdje droog weer. Maar het was een erg mooi gebied van bosschages, bomen, droge gebieden, eilandjes, moerassen, poelen en rivieren. En dat voor zover je oog kon zien.

We hebben ontelbare olifanten en buffels gezien, antilopen, nijlpaarden, van alles. Hans dacht zelfs op gegeven moment een neushoorn gezien te hebben, maar omdat we dus steeds doorvlogen en niet zochten naar dieren waren we er al voorbij voor hij het zeker kon weten. Sowieso was het erg lastig om dieren te zien en zeker te fotograferen, want zodra je iets gezien had, je camera gericht, ingezoomd en probeerde af te drukken was je er meestal al voorbij. En dan zijn wij nog snelle fotografen want we schieten meestal maar raak!

We vlogen op ongeveer 150 meter hoogte, een paar honderd voet dus, en konden de dieren daardoor goed zien zonder ze al te veel te storen, maar het blijven natuurlijk eigenlijk maar stipjes in het landschap. Toch was het een hele mooie vlucht en kregen we een mooi beeld van dit deel van de Delta.

Toen we weer terug op de grond waren (het vliegtuigje was geland en gelijk naar de pomp gereden, van waaruit de shuttle-auto ons kwam ophalen) zijn Hans en ik Maun uit gereden naar de overnachtingsplaats die Pieter ons genoemd had; wel lekker dat dat soort dingen allemaal in de Garmin Tracks4afrika staan, want Pieter zijn richting aanwijzingen zijn af en toe een beetje warrig (we vermoeden een beetje dat hij net als Hans linkshandig is en/of dyslexie heeft), hoewel als we er dan eenmaal voor staan blijken zijn aanwijzingen wel altijd precies te kloppen. Alleen van te voren kun je er soms weinig kaas van maken!

Het kamp lag best mooi tussen de bomen, alleen onze tent kreeg men niet open. Uiteindelijk bleek dat de verkeerde sleutel gebruikt werd en toen lukte het wel; het zijn kleine safaritentjes, groot genoeg voor twee bedden en nog wat ruimte eromheen, met klamboes tegen de muggen, en achterin een flap naar de buiten-wc en buiten-douche die alleen als dak de takken van een (voorlopig) nog kale boom hebben. We hebben onszelf om 18:15 geïnstalleerd in onze tent en zijn toen op gegeven moment met onze campingstoelen naar het kampvuur gelopen om nog een beetje te kletsen en hangen – zit toch lekkerder dan in zo’n tent – tot het etenstijd was om 19 uur. Zoals gisteren deed Pieter even de dag doornemen en alvast morgen bespreken, even bidden voor het eten en toen konden we gaan opscheppen. Lekker spaghetti! Na nog wat thee en kletsen is iedereen naar bed gegaan, en om 22 uur lag Hans al diep te slapen terwijl ik nog even de administratie bijwerkte en met name alles op probeerde te laden wat opgeladen moest worden, want de komende twee dagen zouden we weinig tot geen stroom hebben waarschijnlijk.

free counters